Plaatsingsdatum: Sep 30, 2017 6:13:15 PM
Deze roman speelt zich af op een middelbare school in de voormalige DDR.
Het land is in verval en de school zal binnekort de deuren moeten sluiten.
Mevrouw Lohmark is een biologielerares die zich vastklampt aan haar vak. Ze kan niet aan de drastisch veranderde situatie wennen. Interpreteert het leven en de wereld om haar heen vanuit verouderde evolutietheorieën. Past ze zelfs met ijzeren consequentie toe op haar eigen leerlingen. Met fatale afloop.
De taal van Schalansky is beeldend en bijtend. Met genoegen citeer ik.
'De meest veelbelovende strategie om aan de macht te komen was nog altijd onderschat te worden. Om vervolgens op het juiste moment toe te slaan. Het viel niet te ontkennen dat de flora op de loer lag . In greppels, tuinen en broeikaskazernes, gereed om in actie te komen. binnenkort al zou ze alles weer opeisen. De misbruikte territoria met zuurstofproducerende vangarmen weer in bezit nemen, de weersomstandigheden trotseren, met haar wortels beton en asfalt openbreken. De overblijfselen van de vergane civilisatie onder een gesloten kruidendeken begraven.
De teruggave aan de voormalige eigenaren was slechts een kwestie van tijd.
Naar stikstof hunkerende brandnetels die zich te goed deden aan de gruisachtige bodem, waar al snel de verhoute loten van de bosrank een ondoordringbaar struikgewas zouden vormen. De bodem met varens bedekt. Met gespreide bladeren. Half groen, half verrot. Schimmels, mossen en korstmossen die zelfs op asfalt gedijden. Met sporen voor de eeuwigheid. Een mantel van zwijgen. Alles droeg al de zaden van een toekomstige natuur in zich, van een toekomstig landschap, van een toekomstig bos. Aangelegde plantsoenen? Moeizame herbebossing? Hier was een grotere macht aan het werk! Door niemand tegen te houden. Op een dag, over een paar eeuwen al, zou hier een statig gemengd bos staan. En van alle gebouwen zou hoogstens de kerk nog over zijn, uitgehold, een geraamte van baksteen, een ruïne in het bos zoals op een schilderij. Heerlijk. Je moest groter, ruimer denken, verder dan de armetierige menselijke maat. Wat was tijd nu helemaal? De pest, De Dertigjarige oorlog, de menswording, het eerste vuur in de holen van de hominiden. Dat was alles toch maar een wimperslag geleden. De mens was een vluchtig voorval op basis van proteïnen. Toegegeven, een heel verbazingwekkend dier, dat zich voor een korte periode van deze planeet meester had gemaakt om tenslotte net als een paar andere wonderbaarlijke wezens weer te verdwijnen. Aangevreten door wormen, schimmels en microben. Of begraven onder een dikke sedimentlaag. Een grappig fossiel. Door niemand meer opgegraven. Maar de planten bleven. Ze waren hier al voor ons en ze zouden ons overleven. Nog was deze plek slechts een krimpende stad, de productie al lang stilgelegd, maar de ware producenten waren al aan het werk. Niet het verval zou deze plaats teisteren, maar de totale verwildering. Een woekerende inlijving, een vreedzame revolutie. Bloeiende landschappen.'
Judith Schalansky - Der Hals der Giraffe, 2011
Vertaald als De lessen van mevrouw Lohmark, 2012
pagina 69-71