De gemara Pesachim 116a zegt dat zelfs iemand die helemaal alleen is op seder avond zichzelf mah nishtana moet vragen en dan het antwoord moet lezen. Wat is daar het nut van?
De zohar vertelt ons dat wanneer wij de Hagada lezen G-d zelf met zijn hemelse gevolg komt luisteren.
Zo is nooit iemand alleen. Als er geen mensen aanwezig zijn dan zijn er nog die hemelse wezens die mee luisteren.
(Birkat hashir)
Voor het Ma Nisjtana haalt men de Seder schotel weg.
Het weghalen van de schotel duidt op het einde van het leven. Dit is een les voor iedereen. Wie weet of de schotel pas zal worden weggehaald na een lange lekkere maaltijd? De mens moet er altijd rekening mee houden dat hij misschien niet veel tijd meer over heeft op aarde en daarom wat vulling aan zijn leven geeft nu het nog kan. Daarbij moet hij bedenken dat als eten (schotel) zijn lichaam niet eeuwig in stand kan houden, het ook niet belangrijk is er te veel mee bezig te zijn.
(Sjnee Loechot Habriet)
R’ Pinchas baal hahafla’a werd eens gevraagd waarom men met soekot geen mah nisjtana vraagt. Het week lang in een hut zitten is toch veel vreemder dan een maaltijd die iets vreemder dan normaal is.
Hij antwoordde: “Om in ballingschap plotseling als een vrij man te gaan zitten leunen en vrijheid vieren is iets waar men vragen over stelt. Om in ballingschap je dure huis uitgegooid te worden om naar een hut te verhuizen is helaas heel gewoon in onze geschiedenis”.
מַה נִּשְּׁתַּנָה הַלַּיְלָה הַזֶּה מִכָּל הַלֵּילות
Ma Nisjtana
De vragen worden niet gesteld over het waarom van de verschillende veranderingen. De vragen zijn alleen maar waarom het deze avond wel moet maar alle andere avonden niet.
De vrager snapt zelf dat de uittocht uit Egypte belangrijk genoeg is om altijd herdacht te worden. Maar waarom doen we dat alleen op deze avond op zo een manier?
(Zro’a Netoeja)
Ma nishtana halajla
Ma betekent wat.
Er had eigenlijk moeten staan: Lamma, waarom.
In het Poeriem verhaal lezen we: “Die nacht kon de koning de slaap niet vatten”
Onze geleerden verklaren dat met “in de donkere nacht van het ballingschap kon de Koning – G-d, de slaap niet vatten en bracht plotseling de verlossing.
Die verlossing wordt ook hier in het Pesach verhaal aangeduid.
De eerste letters van Ma Nishtana Halajla in iets andere volgorde vormen het woord Haman.
(Pnieniem Jekariem)
Chameets en Matza
חָמֵץ וּמַצָּה
Als Matza plat moet zijn, waarom bakken we ze dan niet met iets dat niet kan rijzen?
Als we engelen zouden geweest zijn, dan zouden we dat op die manier gedaan hebben. Die hebben geen slechte neigingen. Maar wij zijn mensen die wel dat soort neigingen hebben. De Matza leert ons die neigingen te onderdrukken.
(Sjir Maon)
שֶׁבְּכָל הַלֵּילות אָנוּ אוכְלִין חָמֵץ וּמַצָּה
Alle andere avonden eten we Chameets en Matza.
Bij de vraag over de Maror zeggen we dat we op alle andere avonden allerlei soorten groente eten. Daar zeggen we niet Maror en andere groenten. Waarom staat er hier dan niet ook alleen Chameets?
Het begrip Chameets en Matza samen kennen we al uit de Tora in verband met het korban toda (dank offer). Dit was het enige offer waar zowel brood als Matza gebruikt werd.
We vieren Pesach om G-d voor de uittocht uit Egypte te danken. De vragen-steller weet dat daar het hele jaar door zowel Chameets als Matza bij komt. Vandaar dat hij vraagt :"Waarom is er bij dit dank feest niet zowel Chameets als Matza?"
(Binjan Ariel)
כֻּלָּנוּ מְסֻבִּין
Leunen we allemaal.
Alle nachten van het jaar zitten we of gewoon of leunend maar vanavond ... zitten we alleen maar geleund. Nee, dat staat er niet hoewel we dat wel zouden verwachten. Er staat dat we allemaal leunen. Maar in het begin van de vraag maakten we toch geen onderscheid tussen wie wel en niet leunen?
Wie zijn die ‘allemaal’?
Vrouwen, en leerlingen die bij hun leraar aan tafel zitten zijn het hele jaar door niet gewend te leunen.
Vandaar dat ze ook op Pesach vrijgesteld zijn. Het 'allemaal' van het tweede gedeelte kan alleen begrepen worden als vervolg van het eerste gedeelte.Die ‘allen’ die het hele jaar door of gewoon zitten of leunen, leunen vanavond allemaal.
(Wezot Lijehoeda)
'Allemaal' slaat op de bediende. Door het jaar staat hij netjes aan de kant tijdens het eten. Op seder avond is ook hij verplicht te leunen.
(Ga'al Jisrael)
In de westerse landen leunt men nooit bij het eten en in de Arabische landen is dat wel de gewoonte.
"Allemaal" slaat op Joden van alle delen van de wereld. Door het jaar zijn er die wel leunen en die niet leunen. Op Pesach leunen ook de westerse joden.
(Zera Gad)
Er staat in de Misjna dat zelfs een arme op seder avond moet leunen.
Als daar een speciale waarschuwing voor nodig is, is het begrijpelijk dat het niet vanzelfsprekend is. Want waarom zou iemand die niets te eten heeft zonder erom te bedelen en niets heeft om op te leunen dat van hem is, moeten leunen als 'vrij man'?
Vandaar dat we ook hier zeggen "allemaal" zelfs de meest arme mensen waar de misjna het over heeft.
(Jalkoet Shimoni - Neiman)
Nog een verklaring is dat er volgens sommige bronnen in de midrasj geen slavenarbeid door kinderen verricht werd. Vandaar dat het kind vraagt:"Waarom moet iedereen, ook ik (een kind) leunen? Kinderen waren geen slaven dus hebben wij niets te vieren"
Het antwoord dat daarop volgt is, dat wij slaven waren bij farao in Egypte. Ook zonder slavenarbeid te moeten doen is een slaaf geen vrij persoon. Ook kinderen niet.
(Kol Jehoeda)
Wanneer we hier beneden een Mitswa doen, dan doet Hashem als het ware de zelfde Mitswa.
Door het jaar maakt het niet uit hoe we zitten. Vanavond als we leunen, leunt G’d mee.
Vandaar: Koelanoe mesoebien. Wij allen, beneden en boven, leunen.
Ma Nishtana
- Wat hebben de twee vragen "Waarom eten we deze avond matzah" en Waarom eten we maror" met elkaar te maken. - Waarom vragen we juist over de avonden?
De ballingschap had eigenlijk 400 jaar moeten zijn maar is uiteindelijk maar 210 jaar geweest.
Om dat goed te praten zijn er twee verklaringen.
1) We tellen de nachten doorgebracht in slavernij ook mee. Zo komen we er in de helft van de tijd.
2) Ze maakten het ons extra moelijk. Kwaliteit in plaats van kwantiteit.
Er zijn twee redenen waarom we maror eten.
1) vanwege de bittere slavernij.
2) maror heet 'chasa' en 'chas' betekent ook medelijden. Volgens deze reden komt de maror ter herinnering aand G-d's medelijden met ons om de slavernij vroeger te doen eindigen.
We vragen ons af waarom we juist 's avonds matzah moeten eten. Als we eerder zijn vertrokken omdat we de nachten meetellen in de berekening van de 400 jaar (reden #1) dan zou dat een goede reden zijn om juist 's-nachts te vieren.
Dat zou betekenen dat het niet vanwege reden #2 - de moeilijke tijden is.
Waarom eten we dan maror?
Vanwege maror reden #2 dat G-d medelijden had. Vandaar dat we meteen in het volgende stukje zeggen, "Als hij ons niet had weggevoerd dan waren we daar altijd gebleven"
(Mamar Jonatan (Eibeshutz))
Het is de gewoonte in vele gemeentes dat nadat de kinderen ma nishtana vragen,de ouderen het ook zeggen.
Rabbi Yissachar Dov van Belz gaf er de volgende verklaring voor.
Het is bekend dat deze avond bijzonder geschikt is om zonen en leerlingen geloof in G-d en wonderen bij te brengen. Wat door het vertellen over de uittocht op deze avond bereikt kan worden valt niet te vergelijken met alle voorbereidende lessen voor Pesach.
De Profeet Malachi (3:23) voorspelt dat voor het komen van Moshiach de profeet Elijahoe zal komen. Dan zal והשיב לב אבות על בנים ולב בנים על אבותם .
Vrij vertaald betekent dat dat de ouders zullen zijn zoals de kinderen en de kinderen als hun ouders.
Als kinderen zich niet goed gedragen dan moeten de ouders hun op liefdevolle wijze terug brengen naar het juiste pas.
Maar het kan ook andersom. Als kinderen zien dat hun ouders zich niet gedragen zoals het hoort dan kunnen zij door op betere manier te leven hun ouders aanmoedigen ook hun leven te beteren.
Dus: de kinderen vragen de ouders die daarop hun antwoord geven. והשיב לב אבות על בנים
Dan vragen de ouders hun kinderen. Kinderen kunnen ook hun ouders aanmoedigen beter te zijn ולב בנים על אבותם
Wat is deze nacht anders dan andere nachten?
Nacht slaat op donkere tijden van het Galoet - ballingschap.
De andere nachten aten we - namen we tot ons- een heleboel van het negatieve (chametz) en een beetje van het positieve (matzah). In Egypte waren we heel diep verzonken in afgoderij enz. In de tijd van het poeriem verhaal namen we deel aan het grote feest van Achashverosh. In de tijden van Chanoeka waren alle joden op een handjevol maccabeeërs na geassimileerd.
Deze nacht - onze tijden vandaag de dag- zijn matzah. (met uitzondering van mensen die geen Joodse opvoeding hebben genoten) zijn we allemaal goed. Iedereen probeert op zijn manier zo goed mogelijk Joods te leven!
(Magen avraham Trisk)
MA NISJTANNA מה נשתנה
De ballingschappen worden vergeleken met nachten. Zo wordt er in de midrasj op Sjier Hasjiriem gerefereerd aan de לילה van Mitsrajim (Egypte), Bavel (Babylonië), Medië, de Grieken en Eddom (Rome). Wij bevinden ons nog steeds in het ĝaloet van Eddom. (Immers, na de verwoesting van de Tweede Tempel door de Romeinen, zijn wij verspreid over de hele wereld. Wij zijn geen vrije mensen meer geweest en hebben vaak onder vervolgingen geleden. En wij hebben niet kunnen (en soms: willen) leven, zoals van ons als Joden verwacht wordt).
De reden waarom ĝaloet met nacht wordt vergeleken is omdat in de tijden van het Bet Hamikdasj iedereen zag dat er een Baäl Habajit was. De sjechina, de majesteit van Hasjem, was duidelijk waarneembaar. Die toestand wordt met “dag” vergeleken. De dag, waarop de zon schijnt en alles duidelijk en zichtbaar is.
Maar de tijd van het ĝaloet, waarin wij terecht zijn gekomen (zoals wij dat op jom tov zo duidelijk in het moesafgebed zeggen:) מפני חטאינו גלינו מארצנו vanwege onze zonden zijn wij uit ons land verdreven en (zoals in de Haĝada staat:) בכל דור ודור עומדין עלינו לכלותנו in ieder geslacht staan zij klaar om ons te vernietigen, deze tijd wordt “nacht” genoemd. Een tijd dat er duisternis is in de wereld.
En dit is de vraag van de zoon: Wat zal het verschil zijn tussen het einde van de huidige duisternis, van הלילה הזה , met de verlossingen uit eerdere ballingschappen?
Zoals gezegd maken wij het huidge ĝaloet door vanwege de zonden van ons en onze voorouders. Op een gegeven moment zal die ĝaloet-toestand niet meer nodig zijn. Alles zal vergeven en vergeten zijn. Er zal geen toem’a, geen onreinheid, en geen narigheid meer zijn. Na de beëindiging van het huidige ĝaloet zal er nooit meer een ĝaloet zijn.
De vier vragen:
Alle andere avonden eten wij chameets of matsa; vanavond alleen matsa.
Matsa wordt gemaakt van water en meel. Snel gekneed en gebakken. Het krijgt geen gelegenheid om te rijzen. Het is niet opgeblazen. Het duidt op bescheidenheid.
Chameets, zoals brood, is wel gerezen, opgeblazen. Het duidt op verwaandheid.
Wie verwaand is, denkt dat hij of zij alles kan, alles weet, in alles beter is, enz. Zo iemand heeft ook geen Hasjem nodig.
Iemand die begrijpt dat hij niet alles kan, niet alles weet, die bescheiden is, die begrijpt dat hij Hasjem heel erg nodig heeft.
Na de eerdere ballingschappen waren er tijden dat wij verwaand waren (chameets) en perioden dat wij bescheiden waren (matsa). Alle andere avonden aten wij chameets of matsa.
Maar na de toekomstige verlossing zullen wij begrijpen dat alles van Hasjem komt. Dan zullen wij bescheiden zijn. Die toekomstige verlossing, die hopelijk heel spoedig zal plaatsvinden: halajla hazé, eten wij alleen nog maar matsa. (Uiteraard is dit symbolisch bedoeld; in de toekomst zullen wij gewoon brood en ander chameets mogen eten).
Alle andere avonden eten wij allerlei soorten groenten; vanavond maror.
Wanneer je heel erg met iets bezig bent, heb je geen tijd en behoefte om een uitgebreide maaltijd te eten. Denk maar aan kleine kinderen die druk bezig zijn met spelen. Die willen niet gestoord worden om te eten. Het eten smaakt ze ook niet, het is maror.
In de toekomst, de tijd van de Masjiach, zullen wij erg bezig zijn met Tora leren, met leren hoe wij de mitswot moeten doen, en wij zullen heel veel aandacht schenken aan hoe wij de mitswot doen. Wij zijn dan zo druk bezig, dat wij niet gestoord willen worden voor andere zaken. Wij willen alleen maar “maror”.
Na de eerdere ballingschappen hadden velen van ons ook erg veel belangstelling voor een heleboel verschillende zaken, die in werkelijkheid niet zo erg belangrijk zijn. Gesymboliseerd door verschillende soorten groenten.
Na de eerdere “nachten” aten wij verschillende soorten groenten. Nadat wij uit deze nacht verlost zijn, zullen wij geen belangstelling voor al die soorten groeten meer hebben: maror.
Alle andere avonden dopen wij niet één maal in; vanavond twee maal.
Wij kunnen de עבירות, de overtredingen, in twee categorieën verdelen:
1 overtredingen, die wij met ons lichaam doen: b.v. dingen die wij verkeerd doen bij eten, drinken, slapen, enz.
2 overtredingen, die wij met onze nesjama, met onze ziel, doen: b.v. dingen die wij verkeerd doen bij het davvenen of leren.
Voor alles wat wij verkeerd doen, hebben wij kappara, vergiffenis, nodig. Om kappara te krijgen moet men zich o.a. in het water van het mikwe helemaal onderdompelen.
Na de eerdere ballingschappen had Hasjem ons geen kappara gegeven. Alle andere nachten doopten wij niet in.
Bij de beëindiging van deze nacht, zal er een dubbele kappara, een dubbele onderdompeling in het reinigende mikwa plaatsvinden: één maal voor de overtredingen, die wij met ons lichaam gedaan hebben en één maal voor de overtredingen, die wij met onze nejsama begaan hebben.
4. Alle andere avonden zitten wij gewoon of aangeleund; vanavond zitten wij allemaal aangeleund.
Zitten en leunen zijn beide vormen van uitrusten en rust. Maar leunen is meer tot rust komen dan zitten. Zitten is meer tijdelijk.
Na de eerdere ballingschappen zijn er perioden geweest waar wij en onze voorouders korte tijd van rust en vrede gehad (zitten) en langere perioden (aangeleund).
Na deze lajla komt er een tijd die omschreven wordt als יום שכולו שבת ומנוחה לחיי עולמים een dag die helemaal in de sfeer van de sjabbat en de menoecha zal zijn, in volledige rust. Halajla hazé, de avond die hierna komt, zal het begin zijn van onze verlossing en een periode dat wij allemaal aangeleund zullen zitten.
Na MA NISJTANNA volgt het antwoord: AWADIEM HAJIENOE – slaven waren wij van de Farao in Egypte …..
Wat iedereen voor onmogelijk had gehouden, gebeurde. Niemand had gedacht dat ooit iemand Egypte zou kunnen verlaten zonder de toestemming van de Farao. En de Farao gaf géén toestemming.
Hasjem had besloten dat het Joodse Volk Egypte zou verlaten. En dus gebeurde het.
Hasjem zal ons ook van dit ĝaloet verlossen. En dan zal er geen sprake meer zijn van toem’a (onreinheid) bij het Joodse Volk, of verkeerd overtredingen, waarvoor wij wellicht nog een vorm van straf verdienen.
Bij de aanstaande verlossing, halajla hazé:
1. כולו מצה zullen wij bescheiden zijn ten opzichte van elkaar en ten opzichte van Hasjem
2. מרור zullen wij bezig zijn met Tora en Mitswot en geen belangstelling voor onbelangrijke zaken hebben
3. 2 x מטבילין = 2 x indopen: verschoond zijn van alle verkeerde daden
4. כולנו מסובין zullen wij beginnen aan een periode dat wij allemaal “aangeleund zitten”, een tijd als de sjabbat, een tijd van rust en vrede.
(ספר אוצרות הגדה – מכון זאיאנץ – אור החסידות)