Leerkrachten en ouders krijgen eenzijdige informatie! ( ... van pedagoeroes en pedagoochelaars )

De overheid stuurt het onderwijs. Bijscholingen, doorlichtingen (inspectie) en tijdschriften zoals Klasse, zorgen ervoor dat de leerkrachten helemaal mee zijn. Werkvormen uit het ervaringsgericht onderwijs, het nieuwe leren, constructivisme, zelfsturing, knuffelpedagogie, ZORG, GOK en nog een hoop al dan niet gedigitaliseerde mythes vieren hoogtij. Als leerkracht maar ook als ouder, krijg je dan al gauw de indruk dat heel de wetenschappelijke wereld hetzelfde denkt over hoe het verder moet met het onderwijs en dat alles wat gepropageerd wordt, wetenschappelijk onderbouwd is.

Dat is dus niet zo! Er zijn weinig wetenschappelijke disciplines waar zoveel onzin wordt verkocht als in de pedagogie. En ja, er zijn ook academici en specialisten die het helemaal niet eens zijn met wat radicale onderwijsvernieuwers verkondigen. Spijtig genoeg horen of lezen de meeste leerkrachten (en inspecteurs?) daar nooit iets over. De academische scepsis en de methodische twijfel zijn uit de staatspedagogie verdwenen. Kritische zin is niet langer een onderdeel van (pedagogische) eruditie.

Men kan toch niet tegen vernieuwing zijn, hoor ik u denken! Neen … mits enkele vuistregels. Vernieuwing dient te gebeuren in continuïteit

(≠ continu vernieuwen), in overleg met de werkvloer en met respect voor ervaringsdeskundigheid. Dus niet opgedrongen door “pedagoeroes” die de eeuwige waarheid in pacht hebben!* Radicale vernieuwing is nefast voor het onderwijs. Daar hebben we een schoolvoorbeeld van. Ooit van moderne wiskunde (1973-1998) gehoord?

Het moest en het zou een radicale ommekeer zijn. Praktijkmensen waarschuwden, academische tegenstanders argumenteerden maar er was geen houden aan. Kapitalen werden uitgegeven aan schriftelijke lessen voor leerkrachten, nieuwe handboeken, venndiagrammen, logiblokken en noem maar op. Jongens, wat was dat wetenschappelijk onderbouwd! Vijfentwintig jaar heeft het geduurd voor men de nieuwe wiskunde met stille trom afvoerde. Tienduizenden kinderen hadden intussen een ernstige rekenachterstand opgelopen. Piet Huysentruyt zou zeggen: “En wat hebben we nu geleerd?” Spijtig, drie keer niks! De spraakkunst (1996) was het volgende slachtoffer.

Nog steeds trekken pedagogische nieuwlichters ten strijde. Ons onderwijs, dat nota bene tot het beste van de wereld behoort, wordt verweten middeleeuws en barbaars te zijn. Het veroorzaakt sociale ongelijkheid (?) en er moet dus ingrijpend aan gesleuteld worden. Pas als iedereen naar de universiteit gaat en slaagt, zal het goed zijn!

Het is dus niet verwonderlijk dat het onderwijsveld polariseert. Voorstanders van degelijk traditioneel onderwijs staan lijnrecht tegenover de wishful thinkers, ook wel pedagoochelaars of pedagoeroes genoemd.

* “We staan nog steeds toe dat allerlei goeroes hun wonderbaarlijke onderwijsmethoden op grote schaal verkopen".

(Professoren Jan Van Damme, Bieke De Fraine, Jean-Pierre Verhaeghe en 11 collega’s onderzoekers KUL)

Enkele voorbeelden om de tegenstelling te illustreren!

U heeft het al begrepen, de harde realiteit steekt de pedagoeroes stokken in de wielen. Trouwens, we hoeven niet allemaal dokter of ingenieur te worden. Handige en bekwame vaklui zijn even onmisbaar.

(wordt vervolgd...)

(Wijsheid voor pedagoeroes)

Learn from the mistakes of others.

You can't live long enough to make them all yourself !

Eleanor Roosevelt (1884 - 1962)