Aan Hilde Crevits, Vlaams minister van onderwijs

Mevrouw de minister

Bij het aanvaarden van uw ambt, beloofde u te zullen luisteren naar alle participanten in het onderwijsveld. Dit is de stem van een aantal veldwerkers of noem ons maar ‘ervaringsdeskundigen’.

Wij willen enkele punten met u doornemen die, ons inziens, de kwaliteit van het degelijke Vlaamse onderwijs bedreigen. Al een tijd worden wij om de oren geslagen met stellingen, redeneringen en mythes die de noodzaak van onderderwijsvernieuwingen moeten duidelijk maken. Een paar voorbeelden: “De maatschappij verandert, dus het onderwijs moet mee veranderen”, “Feitenkennis is niet meer nodig want kennis veroudert snel”, “Je kunt alles al spelend ontdekken, leren is leuk”, “Kinderen van nu denken anders dan hun ouders”… en meer van die onzin. Daar komt nog bij dat het onderwijs verweten wordt, sociale ongelijkheid te genereren en in één adem vinden beleidsmakers en specialisten dat de school zowat alle maatschappelijke problemen moet oplossen! U begrijpt dat het stilaan moeilijk wordt om tussendoor tijd vrij te maken voor de core business van het onderwijs: onze cultuur doorgeven aan de volgende generaties.

Niemand zal ontkennen dat de maatschappij verandert. Het tweede deel van de redenering: “dus de school moet mee veranderen”, is echter volkomen willekeurig. Wat vindt u van deze: “De maatschappij verruwt, dus het onderwijs moet mee verruwen.” of “Mijn buurman heeft een nieuwe auto, dus moet ik ook een nieuwe auto kopen.” Inderdaad, absurd maar dit soort drogredenen lees je in vele wetenschappelijke publicaties. Bovendien wil de bedenker van deze stelling eigenlijk zeggen: “De school moet veranderen en wel in de richting die ik bepaal.”

Over de zin van feitenkennis is al veel inkt gevloeid. Stellen dat kennis snel veroudert, getuigt echter van weinig intelligentie. Kennis veroudert niet snel, informatie daarentegen wel. Info moet om de zoveel tijd geüpdatet worden maar de stelling van Pythagoras geldt nog steeds en een rivier stroomt nog altijd van de bron naar de monding. Dat zal ook nog wel een tijdje zo blijven.

Het ”leren is leuk”-verhaal heeft al veel kinderen (en leerkrachten) op het verkeerde been gezet. Leren en studeren kunnen inderdaad leuk zijn maar zeker niet altijd en voor iedereen. Het kan ook heel veel moeite kosten. Wie viool wil leren spelen, moet oefenen. Je leert het niet toevallig. Dat het voldoende is om kinderen in een rijke leeromgeving te plaatsen, met de leerkracht als coach … en dat ze dan hun eigen leertraject bepalen, is wishful thinking. Voor een aantal kinderen kan dat misschien lukken maar voor de overgrote meerderheid zal het faliekant aflopen. Vooral de zwakkeren hebben nood aan duidelijke instructie, vakindeling en veelvuldig doelgericht oefenen. De voorste hersendelen (planning, keuzes, beslissingen, oordelen, verantwoordelijkheidsgevoel…) komen pas laat in de puberteit in actie. 'Het nieuwe leren’ veronderstelt dus reeds de vaardigheden, het oordeelsvermogen en zelfs de kennis die het pretendeert te helpen ontwikkelen.

Misschien het grootste indianenverhaal, dat in alle ernst wordt verkocht, is dat de kinderen van nu anders denken dan hun ouders. De evolutie heeft dus in de tijdspanne van één generatie, een enorme sprong voorwaarts gemaakt. Leerlingen van vandaag kunnen blijkbaar verschillende taken gelijktijdig uitvoeren (parallel ?!) en het onderwijs moet daar op inspelen. De mythe van het ‘multitasken’ viert hoogtij.

Het onderwijs moet in principe alle kinderen gelijke kansen geven op ontwikkeling. Daar is iedereen het over eens. Maar als bijvoorbeeld een derde generatie migranten thuis nog altijd een andere taal spreekt dan het Nederlands, moeten deze mensen beseffen dat ze de kansen van hun kinderen ernstig beknotten. Alles op het onderwijs afwentelen is te gemakkelijk.

Tot slot, als u toch verplicht wordt om te bezuinigen … nog enkele tips. Er heeft zich rondom het onderwijs een hardnekkige zelfpreserverende schil gevormd, die een flinke hap uit het onderwijsbudget neemt. Experten, specialisten, managers, redacteurs, bijscholers en gewiekste ICT-verkopers doen hun uiterste best om de geldstroom in hun richting af te buigen. Als u er voor zorgt dat het belangrijkste deel van het budget naar het onderwijzen zelf gaat, valt daar nog heel wat geld te besparen zonder dat de kwaliteit van het onderwijs daar echt onder lijdt. Trouwens, elektronische schoolborden plaatsen terwijl er scholen op de wereld zijn waar men niet eens papier heeft, is bijna pervers. Of mogen wij ‘gelijke kansen’ niet zo ‘breed’ zien?