👉 Meer diepgang
👉 Meer differentiatie (per spelerstype)
👉 Expliciete biomechanica (GRAS + keten)
👉 Volledig uitgewerkte Kern A1 / A2 / B / Evaluatie
👉 Duidelijke RBB-B + FFF + kijkwijzers
Zie ook : padellessen/padelbaan
👉 Elke les bevat:
HSS + slag
Beginsituatie (compact maar concreet)
Spelbeschrijving
SMART doelen (technisch + tactisch)
Inleiding (gesprek + inspelen + scouting)
Kern A1 / A2 (methodisch)
Kern B (tactisch, keuze)
Afsluiting + evaluatie
Differentiatie + coaching (RBB-B + FFF)
Basisspel achterin onder druk
Forehand + backhand defensief (lift / lob-voorbereiding)
4 spelers
Niveau: beginner/licht gevorderd
Lesduur: 60 min
Spelersprofiel:
Leeftijd: 25–50
Motivatie: rally verbeteren, minder fouten
Speelervaring: 1–2 jaar
Spelbeeld (cruciaal):
Spelers komen in problemen bij:
Lage ballen
Snelle ballen
Reactie:
Slaan vaak in net of te vlak
Balbaan:
Laag, weinig marge
Positie:
Te dicht op bal → geen ruimte
👉 Je ziet:
Geen tijd creëren
Geen hoogte gebruiken
Wat gaat goed:
Neutrale rally lukt
Wat gaat fout (resultaat):
Onder druk → directe fout
Geen hersteltijd → tegenstander domineert
Technisch (laatste!):
Geen kniebuiging
Racket te gesloten
Geen “van onder naar boven” beweging
Spelers kunnen 6/10 lage ballen omhoog spelen (min. 1,5 m over net) met stabiel raakpunt vóór het lichaam en een stijgende balbaan.
Spelers herkennen een defensieve situatie (lage/sneller inkomende bal) en kiezen in ≥70% van de gevallen voor een hoge, veilige bal i.p.v. risico.
Niveau lager:
Langzamere ballen
Bal 2x laten stuiten (tijd creëren)
Niveau hoger:
Snellere feeds
Verplicht richting target (lobzone)
G (Grond): lage basis, knieën gebogen
R (Rotatie): beperkte rotatie, focus stabiliteit
A (Arm): ontspannen, van laag naar hoog
S (Swing): verticale swingbaan (lift)
👉 Keten:
grond → benen → romp → arm → racket
Minimaal 2x per speler FFF-correctie
Actief vragen stellen (Bal-herkenning)
“Wat doe je als je laat bent op de bal?”
“Waarom gaat die bal vaak in het net?”
Rally achterin
Opdracht: elke 3e bal hoog spelen
Observeren:
Kniegebruik
Racketblad
Balhoogte
Verwachting:
Te vlakke slagen
Geen tijdcreatie
Trainer speelt lage, rustige ballen naar forehand/backhand
Speler achterin
2 targets diep (links/rechts)
Speler kan lage bal omhoog spelen met gecontroleerde hoogte en richting
Baan: diep + hoog
Bal: onder de bal komen
Racket: open blad
Beweging: laag → hoog
Zie je knieën buigen?
Zie je racket onder bal starten?
Zie je finish hoog eindigen?
Kniehoek ± 90°
Racket onder bal = hefboom
Versnelling omhoog = lift
Feed: “Je bal blijft te laag”
Fix: “Zak door knieën en begin lager”
Follow: “Nog 3 ballen zo”
Trainer varieert:
Lage bal (defensief)
Normale bal (neutraal)
Speler herkent lage bal en past techniek aan (lift)
Moeilijker:
Snellere bal
Minder tijd
Makkelijker:
Langzamere feed
Groter target
Speler A onder druk (lage bal)
Moet kiezen:
omhoog spelen (correct)
risico (fout)
👉 Tijd creëren i.p.v. winnen
Speler herkent druk en kiest veilige oplossing (hoog spelen)
“Wanneer had je geen tijd?”
“Wat was een slimme keuze?”
Lage bal → speler probeert hard te slaan → fout
Correct: hoog spelen → rally overleeft
Punten alleen bij juiste keuze
Bonuspunt voor goede liftbal
Service + rally
Punt alleen geldig na defensieve situatie
“Wanneer werkte omhoog spelen goed?”
“Wanneer nam je te veel risico?”