Protocol Aangeefvaardigheid –
Beoordelingsformulier
Competentie <30% 30-70% >70% Opmerkingen
1. Aangeven uit de hand (voor glaswand)
2. Aangeven met glaswand (vlak/slice)
3. Aangeven op verschillende afstanden
4. 2e service (slice)
5. Lobs voor bandeja
6. 20 ballen zonder wachttijd
7. Wand 3 (vlak/slice)
8. Wand 2/3 (topspin/slice)
Beheersing wordt beoordeeld op basis van het percentage correct aangegeven ballen per reeks:
< 30% → Onvoldoende
30 – 70% → Voldoende / in ontwikkeling
> 70% → Goed / beheerst
Een competentie is voldoende beheerst bij minimaal 70% correcte herhalingen.
Speel 10 neutrale ballen aan
Speel 10 ballen aan die variëren in hoogte
Speel 10 ballen aan variërend in vaart
Speel 10 ballen aan onder een lichte hoek (aangeboden vanuit het midden)
De leraar speelt minimaal 70% van de ballen correct aan op juiste raakpunthoogte en slagbreedte.
Rechtdoor: 5/4
Cross: –
Beoordeling: In ontwikkeling (onvoldoende data voor volledige beoordeling)
De leerling kan de bal via de glaswand oefenen.
Rechtdoor: 5/6
Cross: –
Beoordeling: Voldoende richting beheersing
De leraar speelt ballen waarbij de leerling weinig hoeft aan te passen.
Zonder glaswand: 10
Met glaswand: 10
1 om 1: 8/6
Beoordeling: Goed beheerst
Minimaal 70% correct in het servicevak, gericht op return met glaswand.
Glaswand links: 5
Glaswand rechts: 6
Beoordeling: Voldoende
Minimaal 70% correcte lobs.
Uit stand (voor 3e paal): 6
In beweging (achteruit): 8
Beoordeling: Voldoende tot goed
De leraar kan 20 ballen achter elkaar aangeven zonder wachttijd.
Beoordeling: Niet gescoord / geen data
Leerling oefent de draai via wand 3.
Beoordeling: Niet gescoord / geen data
Leerling oefent draai met variatie in spin.
Beoordeling: Niet gescoord / geen data
Sterk: Aangeven op verschillende afstanden (competentie 3)
Voldoende: Glaswand-oefeningen, 2e service en lobs
Aandachtspunten:
Consistentie bij rechtdoor/cross variaties
Complexere wand-oefeningen (7 & 8)
Efficiëntie in ballen aangeven (competentie 6)
Meer herhalingen op rechtdoor en cross aangeven
Gericht trainen op wand 2 en 3 situaties
Oefenen op continuïteit (tempo zonder wachttijd)
Variatie toevoegen in spin en plaatsing
timingsfactoren.
De oog-handcoördinatie en oog-voet coördinatie.
De snelheid van de aankomende bal.
De richting van de aankomende bal.
De snelheid van het lichaam.
De plaats van de balbehandeling (raakpunt), stijgend of dalend, voor of na de wand.
De zwaai snelheid van het racket.
De speelrichting van de vertrekkende bal.
De rotatie van de aankomende en vertrekkende bal in combinatie met het baanoppervlak en de wand.