Wat gebeurd er na ons overlijden?
De Bijbel is aan een kant heel duidelijk wat er gebeurd na ons overlijden. En aan de andere kant blijft het altijd een mysterieuze gebeurtenis. Er zijn vele getuigenissen van mensen die zijn overleden, maar op een wonderbaarlijke wijze weer tot leven zijn gekomen. Er zijn mensen die volgens hun getuigenis de hemel hebben gezien, in de hel zijn geweest. Toch is het zo dat voor vele het een ongrijpbaar iets is. Ook voor mij. Dus ook ik heb een ‘plaatje’ gemaakt van wat ik begrijp wat er gebeurd na het overlijden van een mens. Al wat ik hier schrijf is niet dwingend, maar puur mijn visie.
Wanneer wij de dood willen begrijpen, moeten wij naar het begin van de Bijbel. De mens werd geschapen naar het beeld van God (Gen. 1:26-27). Gen. 3 beschrijft de ongehoorzaamheid van de mens en zijn val.
Deze val had behoorlijke gevolgen voor:
a. De slang: Hoe deze slang zich voortbewoog weten wij niet. Wat wij wel weten is dat voor de zondeval deze niet, zoals men in vele plaatjes laat zien, kroop. In Gen 3:14 zegt God: “Op uw buik zult u gaan en stof zult u eten, al de dagen van uw leven”. De slang werd nu vernederd om door het stof te gaan kruipen. ‘Stof eten’, was een uitdrukking voor een diepe vernedering.
b. De vrouw: Zij zou haar kinderen met smart ter wereld brengen en onderworpen zijn aan haar man (Gen. 3:16).
c. De man: In het zweet van uw gezicht zult u brood eten (Gen 3:19). Het gaat hier niet om het werk. Het land moet bewerkt worden. De gewassen en bomen zullen niet zomaar groeien.
d. De aarde: De aarde is vervloekt (Gen 3:17-18). Als de aarde niet bewerkt wordt, zal er onkruid opkomen. Oogsten zullen mislukken. Jezus gebruikt in Matth. 17:16vv het beeld van doornen en distels als tegenstelling van goede vruchten. Doornen werden een symbool van het kwaad en worden in verband gebracht met de satan (2Kor 2:7).
Andere consequenties door de zondeval zijn:
a. Schaamte: De onmiddellijke consequentie van de zonde van de mens was een gevoel van schaamte. Zij verborgen zichzelf voor God omdat zij bewust waren van hun naaktheid. Schaamte leidt tot angst en vervreemding.
b. De dood: Twee bomen worden in het hof bij naam genoemd: De boom van kennis van goed en kwaad en de boom des levens (Gen 2:7). God had gewaarschuwd om niet te eten van de boom van kennis van goed en kwaad. Hij zei in Gen. 2:17 maar van de boom van de kennis van goed en kwaad, daarvan mag u niet eten, want op de dag dat u daarvan eet, zult u zeker sterven. Adam en Eva aten bewust van deze boom en kregen onder ander kennis van het kwaad, namelijk het sterven. De mens stierf niet direct, maar vanaf dat moment kwam het stervings proces opgang. Of te wel, de mens ging langzaam dood.
De Bijbel omschrijft drie soorten dood:
a. De lichamelijke dood: Dit is de dood, wanneer de geest en ziel gescheiden wordt van het lichaam en tot stof terug keert (Gen. 3:19). De Hebreeërschrijver schrijft in Hebr. 9:27 Zoals de mens beschikt éénmaal te sterven en daarna het oordeel. De Bijbel beschrijft enkele gevallen van doden die weer tot leven worden gemaakt, maar wij mogen aannemen dat deze personen weer een natuurlijke dood zijn gestorven (vb Joh 11:43, Hand. 9:40). Voor de gelovige is dit het moment dat hij de hemel betreed om voor altijd bij Jezus te zijn . Paulus beschrijft het in Fil 1:25 als volgt: ik heb de begeerte om heen te gaan en bij Christus te zijn, want dat is verreweg het beste.
Voor de ongelovige is dit het moment dat hij het ‘hades’ betreed (Luc, 16:22, Matth. 10:28, Op. 20:13).
b. De geestelijke dood: Deze dood kunnen wij de scheiding tussen de mens en God noemen. Een ieder die niet wedergeboren is, kan men geestelijk dood noemen. De zonde vervreemd de mens van God. Ef 2:1 Ook u heeft Hij met Hem levend gemaakt, u die dood was door de overtredingen en de zonden. Dit vers en de verzen daarna beschrijven dat alleen door Jezus de mens kan overgaan van de geestelijke dood, naar het Koninkrijk van God.
c. De eeuwige dood: Deze dood is de dood die volgt op de mensen die geestelijk dood zijn, zonder het geloof in Jezus Christus. Dit is de straf die voor hen die blijven volharden in ongeloof en ongehoorzaamheid (2Tes 1:9). Een andere naam voor de eeuwige dood is wordt ook wel de tweede dood genoemd (Op. 20:11-15, 2Kor 5:6)
Hades
Wanneer ongelovigen sterven gaan zij direct naar het dodenrijk. Het Griekse woord wat hier voor gebruikt wordt is het woord hades. Hades is het is de verblijfplaats van de gestorven goddelozen. Het Hebreeuws gebruikt daar het woord sjeool voor. Sjeool wordt vaak vertaald als ‘graf of dodenrijk’. In het NT wordt er altijd dodenrijk mee bedoeld. De Statenvertaling en de HSV vertaalt hades soms met hel, wat geen terechte vertaling is. De overleden goddelozen bevinden zich nog wel in het dodenrijk, zoals blijkt uit het verhaal van de rijke man en de arme Lazarus (Luc. 16:23). Ook blijkt uit dit verhaal dat het dodenrijk twee gescheiden afdelingen bevatten die onoverbrugbare zijn.
De rijke man bevond zich in een gedeelte waar brandende pijn was. Daar waar Gods toorn was (vlgns Deut 32:22). Van Lazarus weten wij dat hij aanlag bij Abraham. Wat zoveel zeggen wil: Abraham is in het deel waar de rechtvaardigen zijn. Deze term werd in de eerste eeuw gebruikt voor de plaats van vrede en geluk, waar de rechtvaardigen heen gaan na hun aardse overlijden.
Paradijs
De tussenstaat van de rechtvaardigen heet het ‘paradijs’. Tegen de moordenaar aan het kruis zei Jezus: “Heden zult gij met Mij in paradijs zijn. Jezus is na zijn sterven naar het dodenrijk afgereisd. Jezus bevond Zich na Zijn sterven in het midden van de aarde, en was aan de kant in het dodenrij waar de rechtvaardigen bevonden (Matth. 12:40, Ef 4:9vv). En bracht daarmee de het paradijs mee naar de hemel. Paulus schrijft in Ef. 4:8: Daarom heet het: opgevaren naar den hoge voerde Hij krijgsgevangenen mede, gaven gaf Hij aan de mensen.9 Wat betekent dit: Hij is opgevaren, anders dan dat Hij ook nedergedaald is naar de lagere, aardse gewesten (vlgns Ps 68:18, 16:10, Hand 2:27)?
Het is daarom dat Paulus ook schrijft, dat hij opgenomen is tot in de derde hemel, in het paradijs en hij het had om heen te gaan en voor altijd bij Christus te zijn (Fil.1:23).
Hel
Het woordje hel, komt van het Griekse woord gehenna, wat weer afkomstig is uit de Hebreeuwse woorden dal van Ben Hinnom. In dit dal werd het vuur onophoudelijk aan de gang gehouden door het verbranden van de dierlijke resten van de offers die gebracht werden in de tempel. Men gaat er vanuit dat het woord Hinnom gekerm betekent. In het boek Henoch wordt de hel voorgesteld als een vuurpoel, tussen bergen. Een dal van vloek. De hel staat voor het onuitblusbare vuur (Marc.9:43), een vurige oven (Matth. 13:42 vv). Het is de plaats waar men veroordeeld kan worden aan het eind der tijden (Op. 20:12,15). Johannes beschrijft het in Op 19:20, 20:14 als ‘het poel van vuurs’, de tweede dood. De plaats waar de satan en zijn profeet in worden geworpen. Wij kunnen concluderen dat de hel nu nog leeg is
De dood en dodenrijk Openbaringen 6
Als laatste wil ik kort in gaan op een bijzondere tekst, namelijk Op. 6:8 En ik zag, en zie, een vaal paard, en die daarop zat, zijn naam was de dood, en het dodenrijk volgde achter hem. En hun werd macht gegeven over het vierde deel der aarde om te doden, met het zwaard, met de honger, met de zwarte dood en door de wilde dieren der aarde.
De dood en dodenrijk worden hier als personen afgebeeld. deze woorden komen samen in het boek Openbaring voor (zie Op. 1:18, 20:13-14, zie ook Ps. 6:6, Hos 13:14). Het dodenrijk verzameld de doden die gevallen zijn voor de dood. De dood wordt ook de laatste vijand gezien die onttroond wordt (1Cor. 15:26). En in Op.20:14 wordt de dood en dodenrijk in het poel van vuur geworpen, wat een synoniem is voor de hel.
Een alternatieve gedachte, waar verschillend over gedacht wordt is dat deze vijand van God(de dood) een werkelijk persoon is. Met de dood wordt een toestand bedoeld, na het leven. Maar kan ook verwijzen naar een machtige demonische macht.
De gangbare uitleg is dat de dood en het dodenrijk, behoren bij de macht van de satan die samen met de dood vernietigd zal worden. Het kwaad en zonde zal er niet meer zijn Op. 21:4. En wij zullen voor altijd met God regeren. Zoals God het bedoeld had in Gen. 1 en 2.