1.1 Profiel schets van Petrus:
De echte naam van Petrus was Simon (Marc. 3:16). Petrus is de zoon van Jona. Hij kwam oorspronkelijk uit Bethsaida en had een broer, wiens naam Andreas was (Joh. 1:40-44). Met Andreas woonde hij in Kapernaum en beide waren vissers van beroep (Marc. 1:16-29). Petrus was getrouwd (1Cor. 9:5).
Bij de eerste ontmoeting met Jezus, werd Simon door Jezus, Kefas genoemd, wat in het Grieks vertaald is met Petrus (Joh. 1:40-42). Samen met elf andere personen, werd hij uitgekozen om met Jezus op te trekken en werd apostel genoemd (Luc. 6:13). Vanuit de twaalf, behoorde Petrus, Johannes en Jacobus, tot de meest intieme vrienden van Jezus. Hij was samen met hen bij de opstanding van de dochter van Jaïrus, bij de verschijning op de berg en in de tuin van Getsemane (Marc. 5:22-37, 9:2, 14:3). In 2Pet 1:18 verwijst Petrus ook naar verschijning op de berg.
Matth. 17:24 geeft aan dat Petrus zich schijnbaar zich als woordvoerder van de apostelen had ontpopt, wanneer er aan hem gevraagd werd waarom zijn meester geen tempelbelasting betaalde. Dit blijkt na de hemelvaart van Jezus duidelijker, hij was hier duidelijk de woordvoerder van de discipelen (Hand. 1:15, 2:14, 15:7). Petrus werd door Paulus apostel voor de besnedenen genoemd (Hand. 10:9-16, Gal. 2:7-12). In 2Pet 3:15-16 wijst Petrus Paulus aan zijn als geliefde broeder en ziet hem als zijn gelijke in autoriteit.
Petrus zijn karakter kan je omschrijven tussen een zeer moedig man en iemand die zich door angst kon laten leiden, dat blijkt uit dat hij, als enige uit de boot stapte en over het water liep (Matth. 14:23-33). Als enige wilde hij Jezus verdedigen zelfs als het hem zijn leven zou kosten (Matth. 26:35-51). Toch heeft hij Jezus tot drie keer toe verloochend om zijn eigen leven te redden (Matth. 26:75). In 2Pet 1:14 verwijst Petrus naar de profetie over zijn dood (Joh 21:18-19).
1.2 Auteurschap en datum:
Geen brief in de Bijbel is zo betwist van auteurschap als 2 Petrus. In deze exegese zet ik drie verschillende meningen tegenover elkaar neer.
Volgens Richard Bauckham behoort 2 Petrus tot de Joodse literatuur, de ‘farewell speech of testament’. De schrijver schrijft in de naam van Petrus zijn ethisch onderwijs. De lezers waren hiervan op de hoogte en verwachtte niet dat Petrus dit zelf had geschreven (Bauckham 83:131-134).
Bauckham vindt de verschillen tussen 1-en 2Petrus te groot, dat deze brief door dezelfde persoon geschreven kan zijn (Bauckham 83:145-147).
Volgens van Houwelingen is deze brief een afscheidsbrief van Petrus zelf. De grote verschillen tussen beide brieven zijn volgens hem historisch te verklaren. 1Petrus stamt af van zijn tijd in Babylon, Mesopotamië en 2 Petrus stamt af van zijn laatste jaren in de hellenistische cultuur, wat zijn woordenschat sterk beïnvloed heeft (van Houwelingen 2006:12). Van Houwelingen geeft aan dat niet de gehele brief in het teken van de laatste wil beschikking staat. Tevens zijn er meerdere afscheidswoorden in de Bijbel opgetekend, en wijst bijvoorbeeld op de aartsvaderen en Mozes. Het derde argument is, dat Petrus de brief met zijn naam, Simeon (Petrus), heeft ondertekent, dit is de Hebreeuwse spelling. Een vreemde zou deze spelling niet kunnen veroorloven, omdat hij dan ontmaskert zou worden dat deze brief niet van Petrus zelf afkomstig zou zijn (van Houwelingen 2006:15).
Davids geeft aan dat wij niet weten of Petrus de brief wel of niet heeft geschreven, omdat er totaal geen bewijzen zijn. Van Petrus zijn maar twee korte brieven en er is geen externe literatuur. We weten niets van zijn jeugd, of hij kon schrijven en wat hij wist van het Griekse gedachtegoed ( Davids 1993:129). Op grond van deze argumenten, lijken mij de argumenten van Houwelingen het meest steekhoudend en zal ik in deze exegese Petrus als schrijver noemen. De datum van deze brief dateer ik dan ook tussen 64-68 (van Houwelingen2006:13)
1.3. Doel van de brief:
De ontvangers van deze brief zijn de gelovige in verstrooiing in de gebieden in Pontus, Galatië, Kappadocië, Asia en Bithynië (2 Pet. 3:1).
Petrus weet dat hij niet lang meer maakt. Hij wil de lezers er aan herinneren dat aan hen kostbare en rijke beloftes gegeven zijn. Dit schrijft hij zodat zij stand kunnen houden tegen het verderf wat de wereld beheerst (2Pet 1:4-5). Het doel waarmee Petrus deze brief schrijft, is de lezers te herinneren aan dat hun gedrag overeen moet komen met wat zij geloven, zodat zij stevig gegrondvest staan in de waarheid. Op die manier komen zij nooit ten val en zullen zij deel krijgen aan het Koninkrijk van God (2 Pet. 1:10-12). Het was zijn speciale opdracht om de zwakke broeders te versterken (Luc. 22:32), en de schapen van Christus te weiden (Joh. 21:15-17). Deze brief van Petrus is dus zijn afscheidsbrief met het oog op de toekomst van de kerk (van Houwelingen 2006:27).
1.4 Tegenstanders
Bij de jonge gemeentes bleven de verleidingen van uit het heidendom trekken. En Petrus waarschuwt voor de gevaren van valse leraren die zouden gaan opstaan. Deze zouden de meest verderfelijke ketterijen gaan leren en juist de jonge Christenen gaan verleiden (2 Pet. 2:1). Zij beloven vrijheid, maar nemen hen mee het verderf in (2Pet 2:17-19). Ook zou hun verkondiging zijn dat de wederkomst met het oordeel niet zou komen (2Pet 3:3-4). Deze positie wordt vaak Epicurisme genoemd. Hun leer was dat genot het hoogste doel is. Een leven zonder moeilijkheden. Vrij zijn van pijn en angst. Epicurisme ontkent een God die zich bemoeid met mensen. Zij ontkenden dus ook een God die voorziet.
Petrus wil de jonge gemeente waarschuwen, omdat vroeg of laat dergelijke dwaalleraren hun intreden zouden doen (Davids 1993:133).
2.1 Genre van de 2 Petrus brief
2 Petrus is volgens Bauckham en Davids een afscheidstestament (Bauckham 1983:131, Davids 1993: 149). Bauckham geeft aan dat het genre van deze brief gelijk is aan het ‘testament’ genre (Bauckham 1983:149). Davids zelf vind dat Bauckham bewezen heeft dat het een afscheidstestament is, maar niet als genre, daar zijn te weinig kenmerken voor (Davids 1993:148). Davids geeft aan dat het opvallend is dat er geen specifieke ontvangers zijn genoemd in de brief. 2 Petrus heeft geen dankwoord, welke in het begin van de brief zou moeten staan. En er is geen persoonlijke groet en geen spraken van persoonlijke verwijzingen. Er is een samenvatting (2Pet 3:17-18a) en een doxologie, maar geen gebed. Het werk in het geheel is niet een brief, maar is meer een preek geschreven in een briefstructuur (Davids 1993:143). Volgens van Houwelingen gaat het om een apostolische brief, een geestelijke testament van Petrus, voorzien zijn van zijn persoonlijke apostolische signatuur (van Houwelingen 2006:11-15). In dit geval vind ik Davids argument overtuigend en past ook in mijn keuze als Petrus als auteur van deze brief.
2.2 Literaire vorm perikoop
De perikoop waar mijn exegese op gebaseerd is is: 2Pet 1:3-11. Volgens Bauckham is de literaire vorm van deze perikoop een ’mini-preek’ (Bauckham 1983:132).
3.1 Structuur schema 2 Petrus:
Het karakter van een Christen 1:1-21
1:1-2 Aanhef
1:3-9 de vruchtbare kennis van de Here Jezus
1:10-11 Span u in om toegewijd te zijn
1:12-15 Petrus zijn testament
1:16-21 De betrouwbaarheid van de Schrift
De opkomst en ondergang van dwaalleraren 2:1-22
2:1-3 Waarschuwing voor de opkomst van dwaalleraren
2:4-10 God straft de onrechtvaardige als voorbeeld.
2:11-22 De dwaalleraren
Blijf de wederkomst verwachten 3:1-18
3:1-2 Herinner wat de heilige profeten hebben gezegd
3:3-7 Spotters in de laatste der dagen
3:8-9 Het geduld van de Heer
3:10-13 De onverwachte dag van de Heer
3:14-15 Leef heilig tot de dag van de Heer.
De perikoop 1:3-11 vormt het karakter van een Christen. Dit is mijn in ziens het fundament om te sterk te blijven staan in Christus. Het geeft in het kort weer de strekking van de brief. Dat wij niet mogen vergeten waar het werkelijk omgaat. Onze wandel heeft te maken met de eeuwigheid. Zodat wij niet de verderfelijke ketterijen en het losbandig leven overnemen van de dwaalleraren (2:1-2). Het doel is dus om te groeien in de genade en kennis van de Here Jezus (3:18). Zodat wij vrucht zullen dragen (1:8). Zodat wij niet ten val komen en het eeuwig Koninkrijk vullen binnen gaan (vs 11).
3.2 Structuur perikoop 1:3-11:
Vers 3-4 : God heeft ons kostbare rijkelijke beloftes gedaan om deel te krijgen aan de goddelijke natuur.
Vers 5-7 : Oproep om ons geloof te verrijken met acht goede eigenschappen: zodat wij weerstand zullen hebben aan de begeertes. Deze eigenschappen begint bij het geloof en leidt uiteindelijk naar de liefde. (van Houwelingen 2006:35)
Vers 8-9 : De positieve uitwerking van de oproep van Petrus: wanneer wij deze overvloedig bezitten zullen wij vrucht dragen. De negatieve uitwerking van de oproep van Petrus: wanneer wij deze niet bezitten dan zijn wij geestelijk blind.
Vers 10-11 : Laatste aanvuring m.b.t. de oproep: want dan komen wij nooit ten val en zal ons toegang verleend worden in het eeuwig koninkrijk van onze Here Jezus. Deze beide verzen geven een korte samenvatting waar de perikoop over ging.
3.4 Vertalingen:
Tenzij anders aangegeven wordt in deze exegese geciteerd uit de NBG51. Andere vertalingen die ik heb gebruikt zijn: Herziene Statenvertaling (HSV), NBV, Naardense Bijbel (NB), Statenvertaling (SV)
Vers 10: Beijvert u daarom des te meer, broeders, om uw roeping en verkiezing te bevestigen; want als gij dit doet, zult gij nimmer struikelen.
Beijvert u: Het woord beijvert wordt drie keer gebruikt namelijk in 2Pet.1:10, 15, 3:14. Het Griekse woord dat is gebruikt is spoudazō: Dit woord betekent: tot het uiterste inspannen (Studiebijbel WSNT: 4089). Dit wijst op vers 8. Het geeft de reden aan, waarom Petrus de gemeente aanspoort. Petrus wil de gemeente aansporen om niet geestelijke blind te zijn. Maar dat wij groeien in geloof en zullen vrucht dragen.
broeders: Het Griekse woord wat wordt gebruikt is adelphoi, in de NBG51 en NBV vertaald met u. De Sv, vertaald dit met broeders en NB met broeders en zusters. Hoewel adelphoi een strikt mannelijke vorm is, hoeft het de zusters niet uit te sluiten. Omdat de vrouwelijke vorm adelphai, alleen in uitgang verschilt, kunnen de zusters worden samengevat in de mannelijke vorm (Studiebijbel WSNT: 67). Petrus spreekt hier de totale Christelijke gemeenschap aan (Davids 1993: 187).
om uw roeping en verkiezing te bevestigen: Roeping is hier een uitnodiging van God voor een bepaalde taak. Petrus schrijft dat elk Christen door God is uitgenodigd voor een bepaalde taak.
Met het woordje uitverkiezing wordt er gesproken over de verkiezing van degene die in Jezus geloven (1Tess 1:4) (Studiebijbel WSNT: 1433). Het woordje verkiezing is in dit geval synoniem voor roeping en zit er geen werkelijk verschil in de betekenis van beide woorden. Het gaat om gekozen, geroepen, trouwe volgers van Christus (Davids 1993:188)
De roeping is gebaseerd op de keuze van de gelovige (Bauckham 1993:190). En worden zij daarna in hun roeping bevestigt. Van Houwelingen wijst op de Griekse uitdrukking bebaian…poieisthai, wat vertaald is met bevestigen. bebaian…poieisthai is van oorsprong een handelsterm en betekent garanderen/ geldig maken. Het is de handtekening onder een contract (van Houwelingen 2006:40).
Want als gij dit doet: Petrus wijst hier op de verzen 5-7. Het gaat hier om de keten met schakels van geloof tot en met liefde. Het Griekse woord dat wordt gebruikt is poiountes, wat letterlijk doende betekent (Studiebijbel WSNT: 3627). De betekenis is hier dat het iets voortdurend aangeeft. Petrus geeft aan dat de Christen voortdurend met de keten van de genoemde schakels moet bezig zijn, zodat het vorm krijgt in zijn of haar leven.
Zult gij nimmer struikelen: Aan deze phrase kunnen meerdere betekenissen worden gegeven. Ik zal dit illustreren door van Houwelingen naast Davids te zetten.
Van Houwelingen schrijft dat het struikelen als beeldspraak bedoeld en omdat het niet verbonden is met vallen. Petrus bedoeld, volgens van Houwelingen, dat je niet strompelend het Koninkrijk zal binnen gaan (van Houwelingen 2006:40).
Davids koppelt het struikelen aan zondigen vast. Hij zegt dat Petrus niet bedoelde dat je nooit meer zondigt. Maar dat je niet struikelt en valt op weg naar het Koninkrijk van God, en daarom daar niet aankomt (Davids 2006:189).
Ik vind van Davids argument beter passen in de totale brief, want de gelovigen worden, door Petrus gewaarschuwd om zich niet van Jezus los te maken, anders zijn zij er erger aan toe als daarvoor (2:20). Hoewel het hier lijkt dat het initiatief bij de mens ligt, wijst van Houwelingen op Jud. 24-25. God is machtig genoeg om de mens te behoeden voor het struikelen. Zodat Hij alle lof verdiend bij een behouden aankomst (van Houwelingen 2006:41).
Vers 11: Want zó zal u rijkelijk worden verleend de toegang tot het eeuwige Koninkrijk van onze Here en Heiland, Jezus Christus.
Want zo zal u rijkelijk worden verleend: In het Grieks, begint het vers met houtōs gar. Het Griekse woord gar, vertaald met ‘want’, geeft een reden aan. Ook hier heeft het betrekking op de verzen 5-7. Het betekent dat wij ons moeten inspannen om ons geloof te verrijken. Het Griekse woord houtōs, vertaald met "zo", wijst naar vers 8. Als wij de eigenschappen die genoemd zijn in vers 5-7 in overvloed bezitten, zal ons overvloedig de toegang tot het Koninkrijk van Jezus worden verleend.
Het woord rijkelijk plousiōs, betekent rijk of rijkelijk. Zowel in geld en goed, als in geestelijke zin (1Tim 6:17, Tit 3:6 en Kol. 3:16). Ook hier in Petrus wordt het woord plousiōs in geestlijk bedoeld. Wij kunnen het vergelijken met een kampioen die thuis komt, welke de Olympische spelen heeft gewonnen en een triomfantelijke (rijkelijk) welkom ontvangt(Vöglte 1994: 154 in Davids 2006:189).
De toegang tot het eeuwige Koninkrijk: De toegang: eisodos, wordt alleen in het NT gebruikt in de vorm van binnengaan. Eisdos wordt hier in letterlijke vorm bedoeld. Het gaat dus om het letterlijk ingaan in het koninkrijk van God (Studiebijbel WSNT: 1371). Deze uitdrukking wordt vaak gebruikt in het onderwijs van Jezus, zoals in Matth. 5:20, 7:21, Luk. 18:17, 24-25.
Het eeuwig Koninkrijk: aiōnion basileian. Aiōnios, betekent eeuwig in de zin van geen begin en geen einde. En wordt vaak gebruikt voor de eeuwige God (Rom.16:26) en eeuwige Geest (Heb. 9:14) (WSNT:140). Basileia, betekent, koningschap, of koninkrijk, het kan gaan om een afgebakend gebied, maar ook over een de functie, de regeerder (WSNT:840).
In dit vers wordt een verwijzing gemaakt naar Dan 7:14, daar wordt een Persoon omschreven die alle heerschappij krijgt, Zijn koningschap zal niet ten gronde gaan. Jezus zegt in Luk. 22:29 dat de Vader aan Hem het koningschap verleent heeft. Ook schrijft Lukas in Luk. 1:33, dat aan het koninkrijk van Jezus geen einde zal komen. In Ef. 5:5 wordt het koninkrijk van God en Christus in een vers samen genoemd en daarom als een geheel wordt gezien. Het eeuwig Koninkrijk gaat niet om een plaats aanduiding, maar moet dit worden gezien, in het licht van hoofdstuk 3, als de kosmische regering van God, wanneer er een nieuwe hemel en aarde is (Bauckman 1993:192).
Van onze Here en Heiland, Jezus Christus: Het woordje Here is de vertaling van het Griekse woord kurious, wat beheerser, eigenaar, heer en meester en (2) ‘Heer’ is de Oudtestamentische benaming van JHWH (Studiebijbel WSNT: 2639). In 2Petrus kunnen wij de relatie leggen tussen God en Heiland (1:1, 3:18). Heiland, in het Grieks sōtēr, wat redder, verlosser of heilbrenger betekent wordt in het Nieuwe Testament vooral toegepast op God en Jezus (Studiebijbel WSNT: 6341).Petrus gebruikt met nadruk in zijn brief het woordje Heiland zie1:1, 11, 2:20, 3:2, 18. De combinatie Heer en Heiland wordt gebruikt door Petrus in vers 11 en 3:18. Dit heeft te maken hebben dat aan de Romeinse Caesar, de titels heer en heiland werden toegeschreven. Deze titels komen alleen God toe. Petrus belijdt in deze brief Jezus als God, Heer, Heiland en eeuwige Koning. Hij zet daarmee het eeuwige koninkrijk van onze Heer en Heiland, tegenover de vergankelijke koninkrijken van deze wereld. Dit koninkrijk van Jezus zullen wij met triomf binnengaan wanneer wij dit aardse koninkrijk zullen verlaten, wanneer wij blijven volharden (Davids 1993: 191).
Conclusie:
Petrus beschrijft hoe het morele Christelijk leven eruit moet zien. Hij beschrijft hoe het Christelijk leven moet zijn, door middel van een ketting, met acht schakels die begint bij geloof en eindigt met liefde. Petrus wil benadrukken dat wij ons daar toe het uiterste moeten inspannen, dat ons oog altijd gericht moet zijn op Jezus. Met als oogmerk dat wij het Koninkrijk van Jezus zullen binnen gaan.
God laat ons dit niet uit eigen kracht doen, maar Hij geeft ons Zijn kracht. Zijn belofte zodat wij door Hem een godsvruchtig leven kunnen leiden, en uiteindelijk dan ook Zijn Koninkrijk zullen binnengaan.
Literatuur
Bauckham, Richard J. 1983. Jude, 2 Peter. Word Biblical Commentary 50. Dallas, Texas: Word Books.
Davids, Peter H. 2006. The Letters of 2 Peter and Jude. The Pillar New Testament Commentary. Grand Rapids, Michigan: Eerdmans.
Houwelingen, P.H.R. van. 1993. 2 Petrus en Judas. Commentaar op het Nieuwe Testament. Kampen: Kok.
Vöglte, Anton. 1994. Der Judasbrief, der zweite Petrus Petrusbrief. Evangelisch- Katholischer Kommentar Zum Neuen Testament. Beziger/Neukirchen: Zürich
Studiebijbel- Internetversie 7.1.21. 2016. 2 Petrus. Doorn: Centrum voor Bijbelonderzoek.
Studiebijbel- Internetversie 7.1.21. 2016. WSNT. Doorn: Centrum voor Bijbelonderzoek.