Israël is relevant voor vandaag:
http://bijbel.hispage.nl/index.php
Hoewel vele denominaties hier zijn op terug gekomen, zijn er nog denominaties welke denken dat Israël er niet meer toedoet. Het land Israël is in de ogen van deze denominaties onwettig, en wijzen op de bezetting van land wat volgens hen aan een ander toe behoort. Gedreven door het wereldbeeld, van tegenwoordig. Gedragen en gevoed door moslims, welke in eerste instantie vinden dat Jeruzalem de derde belangrijkste stad is van de Islam.
Wat zegt Paulus hierover? Ik denk dat hij in de Romeinenbrief hier duidelijk op in gaat. Om het niet al te ingewikkeld te laten worden, wil ik eerst ingaan op Rom. 11: 1-5.
Achtergrond:
Het boek heeft het opschrift Pros Romaious, ‘aan de Romeinen’. Over het algemeen is men er unaniem over eens dat Paulus de schrijver is van dit Bijbelboek (Rom 1:1). Het boek Romeinen is de langste brief die Paulus heeft geschreven. Paulus heeft deze brief gedicteerd aan Tertius, welke de woorden van Paulus heeft opgeschreven en zijn eigen groet heeft bijgevoegd.
Opvallend is dat Paulus een brief schrijft aan een gemeente die hij niet gesticht en tot dan toe niet bezocht heeft (Rom 1:7-9). De stad Rome was in de tijd van Paulus al een miljoenenstad. Een archeologische bron zegt zelfs dat het vier miljoen inwoners had.
Paulus schreef deze brief omstreeks het jaar 55, tijdens zijn 3 maanden verblijf in Griekenland (Hand 20:3-6), aan het einde van zijn derde zendingsreis.
Hoe de gemeente in Rome er precies uitzag, daar zijn de meningen verschillend over. Het is mogelijk dat de gemeente gesticht is door gelovig geworden Joden uit Rome, die op de Pinksterdag gelovig waren geworden. Msar ook is het mogelijk dat christenen uit Asia, Macedonië en Griekenland zich in Rome hebben gevestigd hebben, en andere gelovig hebben gemaakt. Over de samenstelling van deze gemeente wordt verschillend gedacht. Sommige nemen aan dat deze gemeente hoofdzakelijk bestond uit niet Joden, hoewel er ook wel Joden waren. Andere, nemen aan de gemeente hoofdzakelijk bestond uit Joden, maar nadat Claudius in 54 besloten had dat alle Joden Rome moesten verlaten, bestond daarna de gemeente hoofdzakelijk uit niet Joden. En bij terugkomst bleek er dus een meerderheid van gelovigen uit de heidenen te zijn ontstaan.
In deze studie, zal ik hier niet verder op ingaan.
De hoofdstukken 9 t/m 11
De hoofdstukken 9 t/m 11 vormen een eenheid en het gaat uit over dat God Israël heeft uitgekozen heeft, de gedeeltelijke verwerping, en het volledig herstel. Wanneer men dus een van deze hoofdstukken wil begrijpen, zal men deze drie hoofdstukken moeten lezen. De bekende theoloog FF. Bruce heeft deze hoofdstukken als volgt ingedeeld:
Menselijk ongeloof en goddelijke genade (9:1-11:36)
a. Het probleem van Israëls ongeloof (9:1-5)
b. Gods soevereine keuze (9:6-29
c. Menselijke verantwoordelijkheid (9:30-10:21)
1. Steen des aanstoods (9:30-33)
2. Twee wegen van gerechtigheid (10:1-10:13)
3. Wereld wijde proclamatie (11:1-12)
d. Gods doel met Israël
1. Israëls verwerping niet definitief (11:1-11:12)
2. Vermaning naar de heidense Christenen (11:13-24)
3. Herstel van Israël (11:25-11:29)
e. Gods doel met de wereld
Hoewel het Oude Testament spreekt over de roeping van Israël, zegt Paulus in 9:27 dat zijn verval ook is voorzegt en een overblijfsel, behouden zal worden. Dit is belangrijk om te weten, want wanneer wij dit missen, zullen wij namelijk hoofdstuk 11 niet kunnen begrijpen. Paulus wijst hier naar Jesaja 10:22. Hij zegt eigenlijk. Als een overblijfsel zal overleven, deze dan de hoop vormt van herstel. Er staat geschreven: Dat de rest van Jacob die niet steunt op hen die hem geslagen heeft, maar op God steunt. Die zal terug keren. Deze rest, wordt Israël genoemd.
Uitleg verzen 1 t/m 4
Vers 1-2 Ik zeg dan: Heeft God Zijn volk verstoten? Volstrekt niet! Ik ben immers ook een Israëliet, uit het nageslacht van Abraham, van de stam Benjamin. God heeft Zijn volk, dat Hij van tevoren kende, niet verstoten. Of weet u niet wat de Schrift zegt in de geschiedenis van Elia, hoe hij God aanspreekt over Israël en zegt:
Wanneer Paulus dan spreekt over Zijn volk, dan is het duidelijk dat het hier niet gaat om de gelovigen uit de heidenen (10:21-11:1), maar om het fysieke Israël. Paulus zelf identificeert zich met het fysieke Israël. Het volk wat Hij tevoren kende.
· Heeft God Zijn volk verstoten?
Dit is een retorische vraag, waar Paulus in vs 2 zelf het antwoord op gaat geven. God heeft het volk wat Hij van te voren kende niet verstoten zegt Paulus. God heeft Zijn volk Israël niet afgewezen. In zijn antwoord in vers 2, klinkt de echo van Ps 94:14 Want de HEERE zal Zijn volk niet in de steek laten, Of zoals 1Sam 11:22 aanvult: Vanwege Zijn grote Naam!
· Vers 2 Of weet u niet wat de Schrift zegt in de geschiedenis van Elia
De uitdrukking ‘weet u niet’, komt 4 keer voor in de Romeinenbrief, en 7 keer in 1 Corinthe en 1 keer in 2 Corinthe. Met deze uitdrukking probeert Paulus duidelijk te maken, dat de Bijbel al antwoord geeft dat God Zijn volk Israël niet zal verlaten.
· Vers 3 Heere, Uw profeten hebben zij gedood en Uw altaren afgebroken, en ik ben alleen overgebleven. Ook staan zij mij naar het leven.
Paulus wijst naar het verhaal in 1Kon 19:10 vv. Elia die zich beklaagt bij God en denkt dat hij de enige overgeblevene is. Dat als er een moment was, waarop God Zijn volk had kunnen verlaten, dat het toen was.
· Vers 4 Maar wat zegt het Goddelijk antwoord tegen hem? Ik heb voor Mijzelf nog zevenduizend mannen overgelaten, die de knie voor het beeld van Baäl niet gebogen hebben.
Gods antwoord, een Goddelijk antwoord dat zegt: Ik heb een overblijfsel overgelaten, voor Mijzelf. Paulus wijst op dat God een overblijfsel heeft uitverkoren, waarmee Hij Zijn plan van Redding zal voortzetten.
· Vers 5 Zo is er dan ook in deze tegenwoordige tijd een overblijfsel ontstaan, overeenkomstig de verkiezing van de genade.
Paulus geeft aan dat het hier niet gaat om het overblijfsel wat uit de heidenen komt, maar een overblijfsel wat uit de Joden zelf voortkomt. Dit overblijfsel zijn Joden die het Evangelie gelooft hebben. Ondanks dat de meerderheid Jezus verworpen had. Dit is niet terdienste van de eigen prestatie, maar om God die door de Joden heen Zijn reddingsplan zal doorzetten.
Vandaar dat Paulus ook wijst als eerste naar zich zelf toe. Het was Jezus Hemzelf die hem openbaarde, dat hij Jezus zelf vervolgde (Hand 9:1-6).
Tot zover dan even een korte uitleg mbt Rom. 11:1-5. Het is belangrijk dit te erkennen. Want, wanneer wij het Joodse volk verwerpen, dan verwerpen wij Hem. God ziet het verwerpen van het Joodse volk als een vorm van hoogmoed. En Paulus waarschuwt de gemeente in Rome hier tegen. Vers 18 zegt Paulus dit en ik denk dat Het Boek het zeer treffend neer zet: Nu moet u vooral niet neerkijken op de takken, die weggebroken zijn. Verbeeld u maar niets! U bent maar een tak en niet de wortel, die alle takken draagt.
De takken blijven voor een gedeelte heilig omdat zij uit Israël zelf zijn voortgekomen. Verhef je zelf niet boven Israël (de Joden). Want Hij kan de afgebroken takken weer planten. Wij hebben niet de plaats van Israël ingenomen. Maar Israël en de gelovige uit de heidenen, zijn Gods volk. Wie denkt dat de gemeente het geestelijk Israël is geworden, de plaats ingenomen heeft van de Jood, die heeft vlgns Rom 11, een probleem en zal worden afgesneden. Let wel: Ik zeg vlgns Rom 11. Het is God die hier het laatste Woord in heeft.