In Ekeren deden de eerste sabotagedagen zich al voor in december 1940. De telefoondraden van de Duitse Weermacht werden regelmatig doorgesneden. Op 12 december 1940, na tweemaal te zijn doorgesneden werden plakbrieven uitgehangen. De bezetter dreigt met het terug afvoeren van de vrijgelaten krijgsgevangenen naar Duitsland. De gemeente moest 1000 Rijksmark (12.500 frank) boete betalen en telefoonwachten leveren die de telefoonlijnen moesten bewaken. Tegen 15 december1940 waren hiervoor al 150 man in dienst genomen.
Op zondag 16 februari 1941 hadden er “manifestaties” tegen Duitse militairen plaats gehad. Ook werden er telefoonkabels vernield, Dus dreigt de bezetter opnieuw met internering van de vrijgelaten krijgsgevangenen. Ook werd een avondklok ingesteld. Cafés moesten sluiten om 21.30 uur (ipv 22.30 uur), alle verkeer op de openbare weg werd verboden vanaf 22.00 uur.
In maart 1941 werden met bruine lakverf grote anti-Duitse slogans aangebracht in de Kloosterstraat. Politie verplicht de bewoners om de gevels te reinigen. Op 31 mei 1941 hetzelfde maar dan met rode verf. Ook deze keer worden de bewoners gedwongen om de opschriften te verwijderen. Er komen zelfs gemeentearbeiders helpen.
(RAF, Weg met Duitsland, Leve Engeland,België vrij en de letters S.P. met een pijltje in de richting van de Markt, Opstand, Meer brood, …)
Op 19 april 1941 dringt Vanvreckom Maurice uit de Oorderseweg het kantonnement van het afweergeschut aan de Vest binnen en vernielt in verschillende barakken de inboedel. De Duitsers snappen hem en hij wortd veroordeeld tot gevangenisstraf in de Kolonie te Merksplas.
Op 18 juli 1941 wordt De Bruyn Joris Marinus, lid van het NKB – spoorarbeidern wonende Groot Hagelkruis 130 tot 9 maand opsluiting veroordeeld in de kolonie te Merksplas wegens Duitsvijandig gezindheid. (Feldcommandatur 520)
Op 9 november 1941 worden pamfletten verspreid. “Jeugdfront - De Hitlerknechten er uit” en op 4 mei 1942 wordt aan sommige mensen een nummer toegezonden van “België Vrij”, per post onder gesloten omslag.
Maar ook bij de Duitsers was niet iedereen mee. In de kazerne van Hoogboom valt de Gestapo binnen op het kantoor van Walter Wulf, de architect verantwoordelijk voor de uitbouw van de kazerne van Hoogboom en Kapellen. Zijn secretaresse wordt, samen met nog enkele andere personen, opgepakt. Blijkbaar hadden de Duitsers op de Noordzee een vissersboot onderschept waarin documenten van het verzet werden gevonden, bestemd voor Engeland. Hiertussen bevonden zich de plannen van de kazerne van Hoogboom. Men kwam er achter dat de secretaresse (met een Zwitser getrouwd) de plannen had doorgegeven aan het verzet. Later moest Walter Wulf zijn werk doorgeven aan een nieuwe dienst: de "Bauverwaltung". Hierover was hij enorm misnoegd, werd overgeplaatst naar Luik en eindigde de oorlog als gewone soldaat in een strafcompagnie.
Wulf overleefde de oorlog en op 13 mei 1993 bracht hij een bezoek aan Hoogboom.
Er worden een aantal strooibrieven aangetroffen, afkomstig van de Vlaamse Kommunistische ¨Partij. De VKP werd opgericht op 24 februari 1937 als onderafdeling van de Kommunistische Partij België (KPB). Voorzitter werd Georges van den Boom, Jef van Extergem was secretaris.
De oprichting van een afzonderlijke Vlaamse partijafdeling kaderde in de volksfrontpolitiek tegen het fascisme. Hiertoe kwam men tegemoet aan de vraag van de Vlaamse communisten. De KPB en dus ook de VKP verdedigden een federaal standpunt. Vlaanderen en Wallonië moesten binnen de Belgische staatsstructuur over een eigen parlement en regering beschikken; enkel buitenlandse politiek en landsverdediging zouden federaal blijven. De VKP verzette zich eind 1937 tegen een mogelijke amnestie voor August Borms, Raf Verhulst en Antoon Jacob.
De VKP gaf het weekblad Het Vlaamsche Volk (1937-1939) uit als opvolger van De Rode Vaan. In oktober 1937 was de partij actief betrokken bij de oprichting van de anti- VNV (Vlaamsch Nationaal Verbond)-coalitie, Vlaamsch Blok voor Zelfbestuur en Demokratie.
In augustus 1939 sloten Duitsland en de Sovjet-Unie een niet-aanvalsverdrag: het Molotov- Ribbentroppact. In een geheime clausule verdeelden beide landen Polen waarna beide landen op 1 september Polen binnen vielen. Groot-Brittannië en Frankrijk verklaarden daarop Duitsland de oorlog. Door de Belgische autoriteiten werden de kommunisten als staatsgevaarlijk gezien. In mei 1940 werden ze op dezelfde wijze aanpepakt als leden van het VNV, Verdinaso en Rex. Met de inval in de Sovjetunie in juni 1941 wijzigde het plaatje. De nazi's in België hadden zich voorbereid: Operatie Sonnenwende bracht de KPB een zware slag toe.
Tot zijn aanhouding in 1943 bleef Van Extergem clandestiene traktaten uitgeven namens de VKP. Na september 1944 werd de naam VKP nog enkele maanden gebruikt, maar in 1945 verdween ze definitief.
In verschillende brievenbussen worden exemplaren van het clandestiene blad "Het Vrije Woord" aangetroffen. Dit blad was afkomstig van de Vlaamse Kommunistische partij.
De kommunisten gaven in Antwerpen een aantal klandestiene bladen uit, waarvan Het Vrije Woord er één was. In 1943 worden belangrijke aanhoudingen uitgevoerd, waardoor de communistische sluikpers in het Antwerpse werd uitgeschakeld. Schrijvers, drukkers, letterzetters, couriers... werden terechtgesteld of verdwenen in de concentratiekampen.
Enkele dagen nadat in de Bosstraat krantjes in brievenbussen waren gestoken worden nu weer strooibrieven achtergelaten in de Steenstraat door de Vlaamse Kommunistische Partij. Ook nu een oproep om Rik Selleslaghs te wreken.
Wie was Rik Selleslaghs?
Hij werd op 20 september 1913 geboren in Willebroek en huwde Jozefina Van Den Bril met wie hij naar Boom verhuisde. Henri was een talentvol keurturner en één van de bezielende leiders van de turnkring Vooruit te Willebroek. Hij werkte als elektricien/lasser in een Antwerps scheepsherstellingsbedrijf "Nieuwe Winkel". Tijdens de oorlog waren er drie grote scheepsherstellers actief in Antwerpen: Béliard, De Nieuwe Winkel en Mercantile Marine Engineering.
Op 14 juli 1942 pakte de SIPO) Henri op. Vanuit de Antwerpse Begijnenstraat werd hij tweemaal naar het Fort van Breendonk overgebracht voor "ondervraging". Henri liet niets los. Twee maanden later werd hij ter dood veroordeeld wegens ‘communistische bedrijvigheid’. Op 24 september 1942 werd hij in Beverlo gefusilleerd en begraven op het "Geheim Kerkhof" te Hechtel in graf 67.
De andere vermelde namen De Renty, Van de Walle, Lenaerts en Nicaise werden op 12 september 1941 op heterdaad betrapt toen ze brand wilden stichten in een garageplaats van de Wehrmacht in Merksem.
Rik Selleslaghs
In de Kloosterstraat zijn weer strooibiljetten achtergelaten.
Jules Draeyers, een ongehuwde meubelmaker werd geboren te Schoten op 21 september 1916.
Hij was een overtuigd pacifist en Christen. Hij weigert in de aanloop naar de oorlog wapens te dragen. Zo vraagt hij als gewetensbezwaarde om zijn dienst in de gezondheidsdienst te doen. Met als gevolg dat Jules tijdens de mobilisatie van 1938/1939 vijf maanden gevangenisstraf krijgt voor zijn weigering.
Tijdens de eerste jaren van de oorlog wordt hij lid van Groep G en het Geheim Leger Zuidersector Antwerpen (Kiel, Hoboken, Wilrijk en Aartselaar).
Met enkele medestanders vormt hij de Groep Draeyers. Deze wachten niet tot de bevrijding om tot de actie over te gaan.
Ze plegen sabotage op de spoorlijn te Kapellen-op-den-Bos en Kalmthout. Uit Fort 7 in Wilrijk stelen ze wapens en munitie. Met de overval op de politieschool aan de Jan van Rijswijcklaan te Antwerpen, waarbij veel wapens worden buitgemaakt,
De andere leden van de groep zijn Albert Geudens, de broers Hendrik en Guillaume De Wachter, de politieofficier Emile Bethuyne, Michel Gysemans, Albert Thierry en Jacques Belva. Met uitzondering van laatstgenoemde komen zij allen om. Neergeschoten tijdens confrontaties, in gevangenschap of ter dood veroordeeld en terechtgesteld.
Draeyers zelf werd vier maal aangehouden, en kon drie maal ontsnappen.
De eerste maal, op 12 augustus 1942, ontvlucht hij al schietend zijn woning te Wilrijk.
In het najaar van 1942 ontmoet Jules een verzetsman, een koerier van het O.F.: Alex Lagneau. Maar Lagneau is een V-man van de Abwehr en bracht de berichten die hij moest doorgeven eerst naar de Abwehrstelle, waar ze werden gelezen en gefotokopieerd.
Zo had Lagneau tijdens zijn infiltratie kennis gemaakt met een verbindingsman tussen het O.F. en het Belgisch Legioen. Ook had hij informatie kunnen inwinnen over de groep Jules Drayers.
Hierna besliste de Abwehr om in december 1942 een grootschalige razzia uit te voeren. Op 4 december 1942 werden 56 verdachten opgepakt. Hiervan werden 13 personen naar Duitsland afgevoerd waar 7 van hen stierven. Drayers had echter door dat Lagneau iets met de hele zaak te maken had en probeerde hem uit te schakelen. De aanslag mislukte en Alex Lagneau maakte er gebruik van om Drayers aan de Sipo-SD uit te leveren.
En zo wordt Jules op 29 december 1942 voor de tweede maal aangehouden. Al de volgende dag, op 30 december, weet Jules tijdens zijn overbrenging naar de gevangenis uit de rijdende wagen te springen. Met een zware hoofdwonde en een kogelwonde in de bil worden Jules (bij Ludovicus Bervoets) en de overige leden van zijn groep door het Geheim Leger te Lier verborgen.
Zo blijven ze voorlopig buiten schot. Ondertussen heeft de SD weer een infiltrant: Eugeen Dirckx.
Eugeen Dirckx, een vurig anticommunist, is tussen 1939 en 1941 lid van het naar het voorbeeld van Mussolini fascistische Nationaal Legioen. In augustus 1941 verbied de Sipo-SD alle politieke activiteiten van het Legioen. In september 1941 worden tientallen leden kortstondig aangehouden waaronder Dirckx. Hij wordt hierna lid van de Nationale Koninklijke Beweging (NKB), een Rexistische verzetsbeweging die streed voor een autoritair regime onder leiding van koning Leopold III. In maart 1943 komt de SD op het spoor van de Lierse afdeling van het Geheim Leger, dat nauw samenwerkt met het NKB. Er volgen tientallen arrestaties. Dirckx ontloopt de arrestaties en kan in Wallonië onderduiken. Al een maand later was hij terug in Lier, en de lokale NKB-leider Gustave Van Boeckel, brengt hem in contact met de "groep Heymans" die al even later wordt opgerold door de SD.
Dirkx wordt gearresteerd op 5 mei 1943. Wilhelm von Hören, de lokale SIPO-SD-agent geeft Dirckx de keuze: deportatie naar een KZ of hulp blijven verlenen aan de Antwerpse Aussendienststelle. Von Hören voegt eraan toe dat wanneer Dirckx betrapt werd op verraad niet alleen hijzelf maar ook zijn ouders zullen boeten. Dirckx heeft blijkbaar pas tijdens zijn verhoren door dat de "groep Heymans" communistisch is. En, zo verklaart Dirckx na de oorlog, besluit hij uit zijn sterk anticommunisme zijn communistische medeverzetsstrijders te verraden. Hij zegt ook na de oorlog geen verklaringen afgelegd te hebben over andere weerstanders.
Maar toch...
Dirckx lokt - in opdracht van de SD - Gustave Van Boeckel en een andere verzetsman met een list naar het gemeentehuis van Boechout, waar beiden worden gearresteerd. Bij Van Boeckel thuis wordt de ledenlijst van de lokale NKB meegenomen, wat leidt tot 94 arrestaties. Frederik Peltzer, bij wie een wapen wordt gevonden, wordt op 9 september geëxecuteerd. Een zestigtal gearresteerden worden vrijgelaten, dertig anderen worden naar concentratiekampen gedeporteerd. Elf van hen zullen de oorlog niet overleven.
Ook vertelde Dirckx aan de SD dat hij een rendez-vous heeft gepland met Juul Drayers in het Zuidstation, wat leidt tot de derde aanhouding van Draeyers.
Daarnaast zal hij ook worden meegenomen naar Brussel waar hij huizen van onderduikers moet aanduiden
Op 18 juni 1943 wordt Maria Hermans gearresteerd nadat Dirckx haar op straat herkent als één van de personen die hem onderdak heeft gegeven tijdens zijn verzetsperiode. Dirckx verklikt ook de verzetsstrijders Frans Hermans en Leon Lommaert.
Van Hören wordt in oktober 1943 overgeplaatst worden naar Aken, waarna zijn plaats in Antwerpen werd ingenomen door Theodoor Verhulsdonck. Dirckx blijft in dienst.
Tussen september 1943 en september 1944 is Dirckx verantwoordelijk voor het oprollen van het OF te Brasschaat, het NKB en het Belgisch Legioen te Lier, weerstandersgroepen bij de PTT, het Atheneum, het Arbeitsambt, het Mechels arsenaal, de groepen Boyart, l'Honneux, Doerenbecker en Draeyers. In de loop van 1944 worden nog groepen uit Boortmeerbeek, Mechelen en Dendermonde slachtoffer.
Dus op 26 of 27 mei 1943 heeft Dirckx een rendez-vous met Juul Drayers gepland in het Zuidstation zodat hij voor de derde maal wordt aangehouden. In de val gelokt wordt Jules tot 15 juni 1943 in het fort van Breendonk opgesloten en gefolterd. Op 15 juni wordt hij dan overgebracht naar de gevangenis van de Begijnenstraat in Antwerpen en dit voor de duur van het proces.
Zoals verwacht wordt Draeyers op 4 september 1943 ter dood veroordeeld door FK 520 wegens ongeoorloofd wapenbezit, moord en begunstiging van de vijand. Maar hij mag eerst nog als te verhoren getuige voor de processen van andere verzetslui blijven. Zo wordt hij samen met kolonel Housman op 17 september 1943 als getuige opgeroepen in het proces tegen Dr. Casman, kolonel Brosius en Michel Gysemans. Na het verlaten van de rechtszaal in de gebouwen van de CMB aan de Meir, 1, kan Jules - die vastgeboeid is aan Kolonel Housman van het Geheim Leger - zich van zijn boeien ontdoen en ontsnappen ter hoogte van de Huidevettersstraat.
De Duitse overheid is in alle staten en plaatst maar liefst een premie van een half miljoen Belgische Frank op het hoofd van Drayers.
Draeyers slaagt erin de stad te verlaten en duikt onder met zijn groep te Hoogboom in een villa aan de Holleweg.
In oktober 1943 ontdekt de Sipo zijn schuilplaats. De uitgeloofde premie heeft gewerkt. Een politieagent uit Deurne, Desmet, krijgt de som van 300.000 frank voor de geleverde inlichtingen. Deze Desmet zal in 1948 de doodstraf krijgen voor het - tegen vergoeding - verraden van verschillende weerstanders. In de vroege morgen van 28 oktober 1943 wordt door de volledige Dienststelle van de SIPO-SD Antwerpen, de leden van de Geheime FeldPolizei en de Feldgendarmerie ingezet.
Terwijl het nog donker is nemen de verschillende secties hun positie in: de Sicherheitspolizei bewaakt de voorkant van de woning, de Feldgendarmerie en de Geheime FeldPolizei bewaakt de achterkant.
Dan breekt een vuurgevecht uit. Na ongeveer een half uur slagen de Duitse troepen erin de villa te overmeesteren. Jules Drayers was gekwetst aan de schouder. Er zijn evenwel langs beide zijden gewonden: twee van Drayers’s kompanen - Cautereel en Van Ostayen - sterven ter plaatse, terwijl verscheidene Duitse politieagenten neergeschoten zijn.
Nu wordt Jules - met een kogel in de linkerschouder - onder sterke bewaking overgebracht naar het militair ziekenhuis.
Twee dagen later, op 30 oktober 1943, wordt het doodsvonnis uitgevoerd. Jules wordt om 6 uur ’s morgens gefusilleerd en in het geheim begraven in Maria-ter-Heide.
Na de oorlog wordt Dirckx samen met Emiel Thonon uit Gentbrugge en Rijksduitser Theodor Verhulsdonck (geboren op 05.09.1899 in Keppeln, SS-Hauptscharführer/Kriminalsekretär Sipo Antwerpen, overleden op 01.05.1965 in Düsseldorf) voor de rechtbank gebracht. Ze zouden samen verantwoordelijk zijn voor 300 aanhoudingen waarvan 95 arrestanten zouden omkomen in verschillende gevangenissen en concentratiekampen.
Ludovicus Eduard BERVOETS komt om in Dachau op 2 februari 1945. Hij wordt thuis aangehouden op 10.5.1943, samen met zijn vrouw Johanna Aerts en hun twee dochters Clara en Marie-José. Enkel de 2 dochters zullen levend uit de kampen terugkeren, waarna ze in het klooster treden.
Emiel Bethuyne, Adjunct Politiecimmissaris Stad Antwerpen, terechtgesteld 8 juli 1944.
Gustave Van Boeckel, vader van acteur Door Van Boeckel en grootvader van de zanger Bart Peeters, zit twee jaar lang gevangen in verschillende Duitse concentratiekampen maar overleeft de oorlog.
In juni 1950 krijgt Dirckx de doodstraf. In 1958 wordt hem amnestie verleend... Theodor Verhulsdonck krijgt 8 jaar gevangenisstraf,
bronnen:
Op 14 november 1942, rond kwart voor elf 's avonds komt een bom tot ontploffing 50 meter ten noordoosten van de Kaartse Beek nadat de posttrein komende van Kapellen over het springtuig reed. De posttrein werd beschadigd maar ontspoorde niet. Telefoon- en telegraafdraden werden afgerukt. Een locomotief die in dezelfde richting reed ontspoorde gedeeltelijk.
In de krant verschijnt een oproep om mee te doen met de "grootsche betooging" van de weerstand te Ekeren ter nagedachtenis van moeder Sarov, overleden aan de mishandelingen der Gestapo. Vertrek om 14:30 u. in de Driehoekstraat.