1942 : Ekeren bezet

1 januari 1942
Ekeren maakt voor de eerste maal deel uit van Groot-Antwerpen: een deel werd bij de stad gevoegd. Hoogboom werd bij Kapellen gevoegd.

24 januari 1942
De sneeuw ligt 10 à 15 cm dik nadat het 14 dagen aan een stuk heeft gevroren, sommige nachten tot -17 °C.  De krant "Polder en Kempen" meldt dat men 150 kg kolen per maand moet krijgen, doch dat vele gezinnen voor deze maand nog geen rantsoen hebben ontvangen. Verschillende mensen zouden reeds van de kou zijn omgekomen.


26 januari 1942
Het peleton Sint Mariaburg van de vrijwillige brandweer wordt opgeheven. Dit is het einde van een afzonderlijke afdeling van de brandweer in Mariaburg.


1 februari 1942
Er zijn zes wagons kolen toegekomen aan het station van Ekeren.  Voor de voorbije maand januari zouden de gezinnen alsnog 50 kg kolen bekomen.

6 februari 1942
VAN SANTVLIET Jan (geboren te Antwerpen op 1/11/1921), wonende Bosstraat 36, 5de werktuigkundige aan boord van de stomer Gandia komt om op zee.

De Gandia vertrok op 12 januari 1942 uit Liverpool met bestemming St. John New Brunswick in Canada. De bemanning stond onder leiding van Kapitein Maurice Potié uit Antwerpen en Kapitein A. Hubert (Eerste stuurman). Er was slechts 500 ton vracht aan boord en een bemanning van 79 zeelui. Eén van die zeelui was Josephus Hubertus Van de Velde (geboren te Antwerpen op 16 november 1898) Veldstraat nr 21 in Kapellen, wiens verhaal en daarmee ook dat van Jan Van Santvliet, uitgebreid werd beschreven.
Het schip maakte deel uit van konvooi ON-54.

Ter hoogte van de Hebriden begon het hard te stormen en de schepen slingerden en stampten in de zware zeeën. Sommigen kregen het moeilijk om het konvooi bij te houden. Ook de Gandia verloor het contact met de overige schepen. Zonder bescherming was het schip een gemakkelijke prooi voor de Duitse U-boten.

Op 22 januari 1942, om 17.25 uur werd de Gandia getroffen door een torpedo aan
stuurboord tussen de ruimen 4 en 5 door de U-135 o.l.v. KaptLt Praetorius.
De top van de achtermast knapte af en sleurde de radio-antenne mee, zodat de
marconist geen noodseinen meer kon uitzenden Gelukkig ontstond er geen paniek aan
boord.
Het water stroomde binnen in de ledige ruimen en spoedig kwam het achterschip dieper
te liggen in het water. De kapitein besefte dat het schip verloren was en gaf bevel om de
reddingssloepen uit te zetten en het schip te ontruimen.

Sloep n° 3 werd eerst te water gelaten doch kwam door de zware deining terecht tegen de uitstekende kanten van de gehavende romp en kapseisde. Enkele ongelukkigen werden mee gezogen in het gat veroorzaakt door de torpedo, de anderen verdwijnen in de duisternis.

Sloep n* 2 werd met goed gevolg te water gelaten met 18 man aan boord. Ze bereikten de open zee.Ze werden de 5de februari 1942 gered door de USS Bernadou.



Sloep n° 1 werd gestreken onder leiding van Kapitein Potié. Men kreeg de takels niet los en de inzittenden werden over boord geslagen en verdronken. De sloep zelf zonk samen met de Gandia.

Sloep n° 4 werd gestreken met 21 inzittenden aan boord onder de leiding van Kapitein
Hubert, eerste stuurman.

Enkele ogenblikken later kwam de voorsteven van de Gandia loodrecht te staan en verdween in de golven. De ramp duurde nauwelijks 10 minuten.

Sloep nr 4, met Jozef Van de Velde aan boord, kan nog 7 drenkelingen oppikken zodat er
uiteindelijk 28 mannen afvoeren op hoop van redding. Men besloot een noordwestelijke
koers te varen, richting Newfoundland, in de hoop aldus een konvooi te ontmoeten.
Om de overlevingskansen te vergroten besloot Kapitein Hubert om een noodrantsoen in te voeren. Elke drenkeling kreeg driemaal per dag: een stukje pemmican (een geconcentreerd mengsel van vet en proteïnen dat gebruikt wordt als een compacte en volwaardige voeding), een scheepsbeschuit, een klein tablet chocolade, een melktablet en een bekertje water met de inhoud van ongeveer een wijnglas.
De zware golven beukten tegen de overbelaste sloep. Er diende voortdurend water gehoosd te worden. Door de ijzige wind vloog het stuifwater over de bemanning die niet konden bewegen wegens plaatsgebrek. De bevroren kledingstukken veroorzaakten dan ook open schaafwonden.

De zesde dag stierf de stoker Wilson. Zijn stoffelijk overschot wordt overboord gezet.
Op 31 januari stierf de Senegalees Issa zonder een woord te spreken.
Op 4 februari, de 13e dag na de torpedering, stierven de bakker Vemeulen en de
koksmaat Richardson.
De dag nadien, op 5 februari was het de beurt aan de matroos Kanney, de werktuigkundige Jacobs, de stoker Willems en de slager Beikertz.

Een onmenselijke dorst begon te kwellen en men kon bijna de scheepbeschuit niet meer
doorslikken. Sommigen dronken zeewater, ondanks het streng verbod, en stierven in
hevige krampen.
Zo overleden op 6 februari de kajuitjongen McNally, de werktuigkundige Van Santvliet, de steward Lawson en de kannonier Provoost.

De sloep was lichter geworden en maakte daardoor minder water. De storm werd gevolgd
door een zware zeestorm. De temperatuur daalde nog, doch de opvarenden konden nu
hun dorst lessen door het afschrapen van de sneeuw. Sommige mannen begonnen te ijlen. Op 7 februari stierf de stoker Buys.
Op 8 februari stierf de boordcommissaris Hintjens en de twee broers Davis. Deze laatsten lagen doodgevroren in elkaars armen. De dood bleef de bemanning achtervolgen.
Op 11 februari overleden matroos Cullen en de stoker Dwyer.
Op 12 februari was het de beurt aan de kannonier Ceuppens, op 13 februari voor de matroos Cleerbaut en op 14 februari stierf de Kapellenaar Jozef Van de Velde.

Uiteindelijk werden op 17 februari de 4 overlevenden uit sloep nummer 4 opgepikt door de Joao Corte Real, een Portugese treiler. De reddingsboot had in 26 dagen amper 100 mijl afgelegd.

Nasleep:
Na de oorlog werd een schip van de Compagnie Maritime Belge vernoemd naar kapitein Potie.
Eerste officier Hubert werd kapitein van het Belgische schip 'Rene Paul' en deed nog 34 reizen tussen Portugal en Engeland, samen met Mr Swartwaeger (ook een overlevende). Na de oorlog werd kapitein Hubert managing director van de Compagnie Maritime Belge.
De 2 andere overlevenden overleefden de oorlog niet. Michielsen kwam om bij een torpedoaanval op de "Carlier" in de Middenlandse zee op 11 november 1943. Wanders kwam om bij een torpedoaanval op de "Astrida" voor de kust van Zuid Afrika op 19 maart 1945.

22 februari 1942
Er zijn vannacht enkele bommen gevallen in de omgeving van Ekeren.  Geen schade

25 februari 1942
De strenge winter houdt aan.  Een nieuw pak sneeuw, 10 cm dik en temperaturen tegen de ochtend van -14° C.

27 februari 1942
Oud burgemeester Jozef De Weerdt wordt begraven.

2 maart 1942
De zon begint te schijnen, doch nog steeds nachtvorst.

7 maart 1942
Aanhoudende vorst en regen hebben alles in een ijspiste veranderd.  Het vriest nog steeds.

14 maart 1942
Luchtafweer start rond 22.10 uur te schieten op overvliegende toestellen, ondersteund door zoeklichten.  De Flak blijft actief tot 1 uur 's nachts. 

19 maart 1942
De dooi zet zich eindelijk in.

6 april 1942
Luchtafweer weer heel de nacht actief.  Huizen daveren op hun grondvesten.

7 april 1942
VAN TILBORGH Augustinus, geboren te Kapellen op 1907, overlijdt te Eberswalde. Hij was de echtgenoot van JACOBS Anna en woonde Klein Heiken 86.
Hedennacht weer een onrustige nacht met veel luchtafweer.

24 april 1942
De Bruyn Joris wordt vrijgelaten uit Merksplas (18/7/41 veroordeeld 9 maand opsluiting)

26 april 1942
Foor in Ekeren met molens, touter, autoscooters,...  Maar geen eetkramen : de wafel- en fritkramen ontbreken alsook de snoep en speelgoedkramen.

29 april 1942
Een luid gedreun wordt waargenomen omstreeks 11.30 uur.  Het blijkt afkomstig te zijn van de ontploffing in Tessenderlo.

2 mei 1942
De Duitsers en de zedenpolitie houden omstreeks 21.30 uur een razzia in het café "Bij de Proost" aan de Dijk.  35 vrouwen worden opgepakt en met een autobus naar Antwerpen gebracht.

31  mei 1942
Vanaf middernacht tot half vier 's morgens zijn grote groepen vliegtuigen, Duitse en geallieerden, in twee richtingen boven Ekeren overgevlogen.  Heel de nacht Flak en luchtgevechten boven het dorp.  Het luchtalarm was meermaals te horen.  Het bleek een groot raid op Keulen te zijn geweest.

2 juni 1942
Deze nacht was nog erger.  Onophoudend luchtalarm.  De sirenen gingen verschillende keren af tussen middernacht en half vier 's morgens.  Engelse toestellen overvlogen stad en omgeving en mitrailleerden de stellingen van het luchtafweer (zoeklichten en flakbatterijen).  In de kazerne van de Luchtbal sneuvelden enkele Duitsers.  Een vliegtuig stortte neer op de gebouwen van de Wijngaardnatie aan de Ankerrui in Antwerpen.  Vier britse inzittenden kwamen om.  In Kapellen werd een jongeling gedood door granaatscherven. 

21 juni 1942
JANSSENS Gilbert, geboren te Ekeren 16/12/1915 sneuvelt aan het Oostfront bij Bol. Samosche (RUS). Hij was vrijwilliger bij het 2./SS Freiw. Leg. "Flandern". In Ekeren was hij woonachtig op de Hoogboomsesteenweg 137.

15 augustus 1942
Marcel De Backer (Ekeren, 29/03/1897) wordt samen met 8 anderen door het Duits Krijgsgerecht te Antwerpen wegens spionage en hulp aan de geallieerden ter dood veroordeeld.  Marcel De Backer was lid van het inlichtingennet Stockmans, genoemd naar haar oprichter en leider, de Antwerpse industrieel en meester-drukker Charles Stockmans (°1879, Antwerpen). 
Stockmans kwam in september 1941 in contact met de voormalige film-producent Gilbert Renault (alias Roulier, alias colonel Rémy), de chef van het spionagenet dat in januari 1942 de naam Confrèrie Notre-Dame (CND) kreeg.    Hij was één van de eersten die zich na de Franse wapenstilstand rond generaal de Gaulle in Londen en zijn beweging van de Vrije Franse Strijdkrachten had geschaard. In augustus 1940 richtte Rémy op vraag van de Gaulle in Frans bezet gebied een inlichtingennet op. Rémy vroeg Stockmans  om in België een sector op poten te zetten.  Het net kon op Franse bodem al over een aanzienlijk aantal agenten en enkele radiozenders beschikken. Stockmans bouwde vanaf december 1941 in België een spionagenetwerk op dat uiteindelijk 32 leden telde. De verzamelde inlichtingenrapporten waren bestemd voor de Vrije Fransen in Londen. 
Eind december 1941 begon Charles Stockmans met het recruteren van medewerkers. De meesten woonden in Antwerpen en de recrutering verliep overwegend langs familiale banden en zakenrelaties. De eerste recruut van Charles Stockmans was de 44-jarige Marcel De Backer, oudstrijder van 1914-’18 en als bureelchef van het departement publiciteit op de Compagnie Maritime Belge sedert jaren een bevoorrechte partner van drukkerij Stockmans. Met De Backer had Stockmans ingezet op zekerheid. Hij had gekozen voor een Belgisch patriot en vertrouwenspersoon waarmee hij tijdens de jaren ’30 heel nauw had samengewerkt in het kader van het publiciteitsdrukwerk dat de CMB bij hem bestelde. De Backer wierf op zijn beurt vier medewerkers aan, allen bediendes op de CMB.
In juni 1942 werd het inlichtingennet Stockmans ontmanteld. Dit was het gevolg van een verklikking door - A.C. (alias Caesar, zijn schuilnaam bij de Abwehr), een arbeider van de drukkerij, die kort na zijn toetreding tot het net Stockmans naar de Abwehr overliep was en er in maart 1942 zijn baas verklikte. Zijn motief bleek hoofdzakelijk door winstbejag te zijn ingegeven. Tussen het tijdstip van de verklikking en het begin van de aanhoudingen lag er dus nog een periode van drie maanden waarin de Abwehrstelle het onderzoek erg grondig voorbereidde.   Ze begon met de installatie van een bespiedingspost in een appartement boven de winkel Norma in de Jezusstraat, van waaruit het komen en gaan in en uit Stockmans privé-woning in de Otto Veniusstraat kon nagegaan worden. Enkele dagen later werden nog twee dergelijke posten geïnstalleerd in de nabijgelegen Hoplandstraat, waarvan één boven de burelen van de GFP. De observatieposten stonden telefonisch met elkaar in verbinding en alle personen die de woning van Stockmans binnentraden, werden met behulp van een telelens gefotografeerd. Na enkele weken bleken de inlichtingen van Caesar te kloppen. Nadat het hoofd van de Antwerpse Abwehr, Kurt Stubbe (alias Stahmer) overlegd had met zijn oversten in Brussel en met de Abwehrstelle Parijs, werd aan de GFP opdracht gegeven om in Antwerpen tot aanhoudingen over te gaan. Als eerste werd Charles Stockmans gearresteerd, op 5 juni 1942 op het moment dat hij in Brussel-Noord de trein wou nemen naar Parijs om er zijn zoon te bezoeken. Tijdens de huiszoeking bij hem in de Otto Veniusstraat werden bewijs-materiaal, geld en waardepapieren aangetroffen. Tijdens de daaropvolgende dagen arresteerde de GFP zijn voornaamste medewerkers, op het moment dat ze zich onwetend aan de woning van Stockmans aanmeldden. Nadat op 6 juni zeven leden en tussen 12 en 20 juni nog eens zes leden werden gearresteerd, was het inlichtingennet Stockmans bijna volledig onthoofd. Acht leden, waaronder Marcel De Backer,  kregen in november 1942 de kogel en vier leden werden naar een concentratiekamp in Duitsland gedeporteerd. Slechts twee van hen, Schöller en J. Stockmans, overleefden de oorlog. De tol was bijzonder hoog. Het netwerk had nog geen zes maanden de geallieerden kunnen dienen.



24 september 1942
Morbé Emile (kapitein) geboren 4/10/1902 te Brugge, echtgenoot van Maria Haegebaert, wonende De Beukelaerlaan 30 is op zee omgekomen. Zijn schip was het koopvaardijschip ss Roumanie.

Het schip werd op stapel gezet als ´Haimon´ in 1906 bij Flensburger Schiffsbau,  teFlensburg, Duitsland. Werfnummer : 262  De tewaterlating was op 27/06/1906.  Het schip werd 
afgebouwd op 18 augustus 1906 als cargo schip ´Haimon´, Roland Linie AG., Bremen, Duitsland.   Het veranderde een aantal keer van eigenaar.
1907 Horncap, H.C. Horn in Schleswig, Lübeck, Duitsland. 
1911 Pyrgos, Deutsche-Levante Linie, Hamburg, Duitsland. 

Op 16/04/1919 toegewezen aan de UK als deel van de herstelbetaling na WO I. 
1919 Pyrgos, The Shipping Controller, Glasgow, G.B.  In 1920 ging het schip over naar de Belgische overheid. (1920 Pyrgos, Belgian Government, Antwerpen, België) 
Uiteindelijk kwam het in 1921 onder de naam  Roumanie, bij de Co. Nationale Belge de Transports Maritimes (Deppe), Antwerpen, België. 

Tot zinken gebracht door Duitse onderzeeboot U 617 tussen Groenland en Ijsland op weg van Halifax (vertrokken 12 september 1942) naar Liverpool.  Het schip maakte deel uit van  konvooi SC.100 en was geladen met gemengde vracht.  De rest van het konvooi kwam aan op de 28ste september 1942.
De Roumanie raakte achter en werd tot zinken gebracht door de  U-617 op de 24ste september.  Van de 43 opvarenden overleefde slechts 1 de aanval.



13 oktober 1942
VAN UFFELEN Augustinus geboren te Ekeren op 20/01/1910, echtgenoot van KENNIS Josephine, wonende Moretuslei 16 sterft te Tschagguns

11 november 1942
Dhr. Rahier Fernand, geboren op 27 januari 1906 te Ekeren, wordt gefusilleerd te Berlijn.

Hij was actief binnen de sluikpers en spionage.

Le Clan d’Estin was een sluikblad dat ontstond rond een groep van mensen die elkaar reeds kenden uit liberale kringen. Het ging om oud-leden van liberale jeugdbewegingen, studentenclubs en oud-studenten van het Antwerpse Lyceum. Plaats van ontmoeting was de ‘Librairie de l’Harmonie’, de boekhandel van Fernand Rahier aan de Mechelsesteenweg. De drie centrale figuren waren Jacques Van Offelen, Jean Sasse (zoon van schepen Eric Sasse) en Rahier, die Van Offelen en Sasse kende als oud-leerlingen van hem. Behalve leraar en uitbater van een boekhandel had Rahier ook nog een betrekking als journalist bij de liberale krant Le Matin.

Van Offelen kon de schrijfmachine en duplicator van Rahier gebruiken, en stelde een sluikblad op dat hij afdrukte samen met Fernand Rahier en Jean Sasse. Het eerste nummer van le Clan d’Estin was gedateerd op 1 november 1940.
De arrestatie van Fernand Rahier op 30 april 1940 beëindigde de activiteiten in de boekhandel. Rahier zelf werd niet gearresteerd voor zijn betrokkenheid bij de sluikpers, maar omwille van spionage. Hij was namelijk betrokken bij de groep rond Emmanuel Hobben, spion van de Britse Intelligence Service, waarvoor hij inlichtingen verzamelde over de Antwerpse haven. Het was een netwerk dat als basis de contacten had die onder meer bestonden rond het Lyceum van Antwerpen. De arrestaties werden verricht in de tweede helft van april 1941, en in de maand juli van datzelfde jaar werden in de zaak 26 personen veroordeeld. Gedurende zijn gevangenschap schreef Rahier zijn ervaringen en overpeinzingen neer. Ze werden buiten gesmokkeld en na het einde van de bezetting gepubliceerd als Adieu aux vivants. Op 11 november 1942 werd hij terechtgesteld in de Berlijnse Tegel-gevangenis, samen met tien anderen, waaronder Emmanuel Hobben, Fernand Ansay, Robert Aernout, Cornelius Maudoux, Gaston Sody en Hubert Van Overloop.

20 november 1942
Marcel De Backer (Ekeren, 29/03/1897) Kapelsesteenweg 142 Mariaburg, weduwnaar van Maria Van Wesenbeeck wordt op de schietstand aan de Herbouvillekaai gefussileerd. De lichamen van de terechtgestelden worden in het geheim begraven in de bossen van Hechtel bij Leopoldsburg.

07 december 1942
MANNIEN Petrus, geboren Ekeren 28/12/1907, Oudebaan 167 sterft te Osnabruck
Hij ligt begraven op het oorlogskerkhof van Osnabruck, Heger Friedhof Ereveld Rij F Graf 9
Comments