10 mei 2008
Net als onze mede kamergenoten blijven we wat langer in bed liggen, want we hebben een korte etappe ingepland. Om 8:30 u vertrekken we. Het regent, dus gaat de poncho aan.
Ondanks de “slechte” weersomstandigheden schieten we redelijk op, het is een vlakke etappe zonder hellingen. We lopen over een pad dat langs een weg loopt. De enige problemen die we tegenkomen zijn overstekende slakken die we proberen te ontwijken. Rond het middaguur bereiken we Hospital de Órbigo. Via de langste brug ( meer dan 200 mtr) van de camino, de Puente Paso Honroso, lopen we het kleine stadje binnen.
In de Romeinse tijd bevond zich hier al een brug. De huidige dateert uit de 13e eeuw.
De brug is verweven met een waar gebeurd verhaal van een ridder genaamd Don Suero de Quinones. Hij wilde zijn liefde voor zijn echtgenote Dona Leonar de Tovar tonen. Daarom vroeg hij toestemming aan de koning Juan II van Castilië om ongeveer een maand lang een toernooi te houden, tegen ridders die de brug wilden oversteken. Het toernooi vond 2 weken vóór en 2 weken ná 25 juli, de feestdag van de apostel Jacobus. Op de feestdag zelf niet. Hij kreeg toestemming en dus streed hij - samen met enkele medestanders - tegen alle ridders die hier langs kwamen. Na het behalen van vele overwinningen maakte Don Suore met zijn medestanders een pelgrimstocht naar Santiago.
Tegenwoordig wordt dit toernooi in het stadje elk jaar bij de brug nagespeeld. Dit evenement trekt veel toeristen. Hospital de Órbigo is een leuke plaats met veel winkeltjes en restaurants. Van de 3 herbergen die er zijn kiezen wij voor de parochieherberg. Dit blijkt een goede keuze.
Het gebouw is netjes opgeknapt, met een mooie afbeelding tegen een hoge muur op de gezellige binnenplaats. Nadat we wat gegeten hebben gaan we inkopen doen. En dan treffen we wederom één van de Zwitserse dames die we al in Zubiri, Puenta la Reina en later in Terradillos ontmoet hebben. Het is Karolien ( de donkere). Leuk, we praten even wat bij. Ze vertelt dat haar vriendin reeds naar huis vertrokken is. Zij is zelf teruggekomen vanwege een vriend die een gedeelte van de camino loopt. Het blijft een koude dag vandaag.
Later op de middag ontmoeten we weer andere “oude” bekenden: de Franse familie die al van uit Toulouse onderweg is met de ezels. Het gaat goed met ze.
Ze blijven ook overnachten in de herberg waar wij zijn. De ezels kunnen achter in de wei. Er is ook een dame uit Amsterdam die de hele tocht van uit Nederland in één keer loopt.
’s Avonds gaan we eten in een klein restaurantje. We zitten aan tafel met een echtpaar uit Wateringen. Zij hebben ook de tocht vanuit Nederland gelopen, maar dan in meerdere tijdsbestekken ( in ongeveer 3 jaar). Ze bevinden zich dus nu op het laatste stuk.
Lees verder Hospital de Órbigo - Astorga