Search this site
Embedded Files
poëzie Mark Braet
  • Mark Braet gedichten
    • gedichtenbundels
      • 1950 achttien stappen in de storm
      • 1952 bagatellen
      • 1952 vrede
      • 1955 tussen gisteren en vandaag
      • 1956 variaties op een gegeven thema
      • 1958 liefde mijn huis
      • 1962 alles 1 wereld
      • 1965 afscheid nemen
      • 1972 onbewoonbaar verklaard
      • 1975 voltooide zomer
      • 1980 liefde een meervoudig woord
      • 1986 verdriet waarop men danst
      • 1993 Brugge een zomersprookje
      • 1994 ik ben bedroefd maar niet wanhopig
      • 1995 herknoop het in de herinnering
      • 2002 taalspoor
    • handschriften - overige poëzie
    • audio - video
  • Mark Braet in translation
    • English
    • Esperanto
    • French
      • traduction intégrale
      • traductions de Francis Combes
      • publications diverses
      • biographie
    • German
    • Greek
    • Hungarian
    • Russian
    • Spanish
    • Ukrainian
  • Mark Braet home
  • contact-copyright
poëzie Mark Braet

Bagatellen

uitgeverij Britto, Brugge, 1952

illustraties en colofon

 

Mark Braet

© 2003 Nèle Ghyssaert — All rights reserved / Alle rechten voorbehouden 

NA VIJFTIEN JAAR


LAATSTE BEZOEKER

Hij kwam heel langzaam aan.

Hij zocht een wijl de trappen

telde zijn zachte stappen

keek door een open raam;

 

Kwam voor haar deur te staan.

Hij dierf schier niet te kloppen

maar tijd kan nergens stoppen

geen oude weg hergaan.

 

Geen oude weg hergaan.

Hij trad de kamer binnen

keek naar het witte linnen

keek er mijn moeder aan.

 

Zag haar verjongd gezicht

zag groot haar diepe ogen.

Kuste met stil meedogen

haar natte wimpers dicht.

 




MOEDER

 Door elke waan verlaten

van alle dromen moe ;

wat kunnen tranen baten

voor ogen stil en toe ?

 

Wat kunnen handen raken ?

Een voorhoofd  en wat haar

en verder  ‘t witte laken

in teer sereen gebaar.

 

Zo eindigt dan een leven :

zacht heengaan tot de rust.

Een mond met pijn omweven

en door de dood gekust.



KLAVERBLAD


VERS

Dit is een vers voor kleine Kris

voor Krislein uit dit vlugge leven

en alles wat van morgen is.

 

Een roemer liefde en heimenis ;

een vers speciaal voor haar geschreven

als booglamp in de duisternis.

 

Het vers voor onze kleine Kris.

Bij alles wat is goed gebleven :

een rode ruiker in een nis.

 



GRENZEN

 De grenzen rond je hart en hand.

Toch moeten wij geen visa vragen

voor ‘t reizen naar elkanders land.

 

Bagage is er niet vandoen

de douaniers zijn niet te vrezen

voor ‘t bergen van een smokkel-zoen.

 

Tot we eens samen verder gaan

om nieuwe landen te bezoeken :

geen grenzen zullen nog bestaan.

 

 


STER

 De verre dromen rijpen

de morgen klaart aan ‘t raam.

Laat me de sterren grijpen

en schikken tot je naam.

 

En planten in je ogen

en hangen in je haar

heel stil naar jou gebogen

met teer bemind gebaar.

 

Laat ze je lippen kussen

laat ze je glimlach zijn

en zet ze lichtend tussen

de weemoed en de pijn.

 

De ruit met zon behangen

de lichten doofden uit.

Maar in mijn hart gevangen:

de schoonste sterrenbuit !

 

 


EINDPUNT

 Jij zijt het eindpunt van mijn reizen

niet verder bleef geluk te koop

al mochten duizend borden wijzen

de nieuwe weg op van de hoop.

 

Jij bent het eindpunt aller dromen

geen twijfel meer die me besloop

we zijn van traan tot lach gekomen

niet verder blijft geluk te koop.

 


ZONDER BELANG


SNEEUW

 De wijde wereld voor het raam

de sneeuw als watten over wonden.

Met bleek gezicht en hongermonden

de mensen die in groepen staan.

 

De witte weelde langs de straat.

De werkelozen wachten  wachten

vol opstand en sombre gedachten

het oog verdonkerd door de haat.

 

De wijde wereld voor het raam.

En zij  lang door hun God vergeten

van kou en armoede doorbeten

staan stil in grauwe groepen saam.

 

 


GEVANGENE

 De cirkelgang der trage uren.

Hoelang nog voor ik wedervind

buiten de rechthoek dezer muren

een vrouw  een vriend  een lachend kind ?

 

Nu kan ik slechts ‘t gezag verwensen

de tralies meten met mijn hoop.

Ze kunnen niet bij vrije mensen

gedachten vangen in hun loop.

 

Wat krabbels op de wakke wanden.

Hoelang nog voor ik wedervind

mijn moeder  vader  broederhanden

en alles wat het leven bindt ?

 

 


EXECUTIE

 Dit is het trage  droevig lied

van een geofferd leven.

Een verre vogel in het niet

en mikken zonder beven.

 

En zonder tranen is dit lied

motief met weinig noten :

wat angst  wat hoop  wat schraal verdriet

en scherp-knallende schoten.

 

Dit is het vlugge wrange lied

van een geëindigd streven.

Een dode vogel in het niet

en verder  weer het leven.

 

 


DODE

 Hier lig ik nu  moet ik straks branden

of glijd ik door de gouden poort ?

In elk geval  ‘k vouwde mijn handen

zodra ik ‘t doodsein had gehoord.

 

Men zalfde mij  waste mijn voeten

deed dan mijn beste kleren aan.

De buren kwamen nog eens groeten

bleven een wijle rouwend staan.

 

En Lange Jan kwam om te meten

de lengte van mijn donker graf.

 

O,  wist ik maar  kon ik maar weten

of ik bergop moet  of bergaf ?

 

 


ZONDER  BELANG

 De kogel die de ruit deed breken.

Het kind geboren in de nacht

onder de rode fakkelreken.

Soldaten ergens op de wacht.

 

En weldra wordt het weerom morgen.

De verre lichten zijn gedoofd

en mensen slapen zonder zorgen.

Elk heeft zijn ziel aan God beloofd.

 

Soldaten vuurden ergens  buiten

Een roerloos wicht  de ogen groot.

 

De kogel  die doorheen de ruiten

de scherpe zeis sloeg van de dood.




ZES OGEN VOOR DE BLINDE

 

MARY-LOU

 Misprijst mij niet   die schoon wilt leven

en die nog houdt van schijn en geld

ik moet mijn lijf aan elkeen geven

die ‘t voor de prijs een nacht bestelt.

 

Misprijst mij niet  die nog kunt hopen

die niet als ik  een kind begroef

geen man bezit  en nu verlopen

mijn kussen deel  ‘t zij blij of droef.

 

Misprijst mij niet  gij vrome heren

die in ‘t geniep mijn borsten keurt

de brave schaapjes moet men scheren

en slechts om ‘t dood-gaan moet getreurd.

 


 

BESEF

 Men mag zichzelf niet voor een nar verslijten

in deze wereld die geen recht meer weet.

Men moet maar laf zijn en de kleinen bijten

en God bekennen dat ‘t je heel erg speet.

 

Geef dan wat goud  en laat de hemel kopen

want daar pas is men allemaal bijeen.

 

Zo blijven steeds de grootste gekken hopen

doch wat er morgen komt  dat weet niet een

 

 


GEBED

 Geef hun  o Heer  een goede diepe rust

nu ze vermoeid zijn van Uw naam te loven

zij baden veel  maar  tóch  moesten ze sloven

voor ‘t bruine brood dat elk zo gaarne lust.

 

Zij hebben veel gezweet vandaag  o Heer

niet door de hitte van de zonnestralen

maar ‘t was de baas die ‘t uit hun lijf kwam halen

heel zeker bidt die nooit tot U niet meer.

 

Geef hun  o Heer  een schone rust vannacht

en laat hen eindelijk de hemel vinden

stop ‘t kloppen van de regen aan de blinden

en zet Sint-Pieter bij hun bed op wacht.

 



TRAS

“Het Brits leger en politie zijn Woensdag begonnen met de stelselmatige uitroeiing van het Maleis dorp Tras… 

Tweeduizend dorpelingen werden naar een kamp over-gebracht. Hun woningen werden weggevaagd…”

Associated Press 8-11-51.

 

Tweeduizend mensen staan bijeengedreven

en zien hun dorp in vuur en vlam vergaan

tweeduizend mensen uit dit grote leven

het wrange hart met rouw en as belaan.

 

Zij zien de rook uit deur en ramen waaien

vierduizend ogen door de haat gekust

waarin ‘t weerkaatste vuur zal blijven laaien

en nooit door bittre tranen wordt geblust.

 

Tweeduizend burgers die hun huis verloren.

Het leven draait in alle regelmaat

maar in hun hart zingt meer dan ooit te voren

het vrijheidslied dat nooit een volk verlaat.

 

 


BELOYANNIS

Athene wacht

Athene strijdt

Athene hoopt

Athene houdt de adem in :

krijgen de beulen straks hun zin ?

 

Zovele liefdevolle handen

uit alle hoeken  alle landen

schrijven hun woede  hoop  en haat.

 

En jij  vriend  broeder  kameraad

die werkt in de schoot der aarde

die werkt onder koeplende lucht

die werkt in de sombre fabriek

die boten voert

die land beploegt

die treinen leidt

die tot de kindren spreekt

die werkloos zijt

heb je vandaag nog  VANDAAG

Vriend  Broeder  Kameraad

je woord van woede  hoop en haat

reeds neergeschreven ?

Het is niet ik die je dit vraag

maar Beloyannis  en de zeven

die in de grauwe Griekse cel

voor dood zijn opgeschreven.

 

Red ze     RED ZE  van de beul

zo jij je mens wilt noemen

zo jij je man wilt staan.

 

Zo zullen

Beloyannis en de zeven

in het later strijdvol leven

met ons de weg der vrijheid gaan.

 


 

VIER UUR DERTIEN

voor

Nicos  BELOYANNIS

Ilias  ARGYNIADES

Nicos  KALOEMENOS

Dimitrios  BATZIS

 

Vier uur en nul   en grauw de late nacht.

Dreigend de auto’s in het mulle zand

en stram de militaire wacht.

 

En Plastiras speelt Judas in zijn land.

 

Vier uur en tien   de lampen flitsen aan

belichten scherp de kalme mensengroep

die met geheven hoofden staan

 

En Koning Paul hoort niet hun laatste roep.

 

Vier uur en elf   geweren zwart en groot

en Beloyannis glimlacht naar het licht

dat klimmend rijst vol morgenrood.

 

En Vader Paus denkt aan de vastenplicht.

 

Vier uur en twaalf   hier scheiden dag en nacht.

De helden kiezen zonder angst hun lot

in strijd tegen de brute macht.

 

Vier uur dertien  weerklinkt ‘t genadeschot.

 


EERSTE PERSOON ENKELVOUD


ZANG

 Ik heb mijn weg gekozen

ik weet waarheen ik ga.

Ik bedel niet om rozen

en smeek om geen gena.

 

Men moge mij bespuwen

en aanblikken vol haat

een strijd valt nooit te schuwen

zolang het hart nog slaat.

 

Niet om ‘t verleden rouwen

ik weet waarheen ik ga.

Ik zal geen handen vouwen

noch smeken om gena !

 

 


WETENSCHAP

 Ik zal de zonden op mijn hoed lijk pluimen steken

het boek herlezen van de rode Tijl

en loze Reinaart volgen bij zijn streken

terwijl hij spottend lacht om beul en bijl.

 

Ik zal lijk Vos en Tijl mijn vuile voeten vegen

aan al wat adel is  en hof  en kerk

en hangt men mij te rotten in de regen :

veel liever vrije lucht dan marmren zerk !


Google Sites
Report abuse
Google Sites
Report abuse