Bronnen van kennis - ervaring (getuige zijn van iets = meemaken = erbij zijn), redenering (aanname, logica, conclusie), openbaring (op gezag)
De geschiedenis van Israël is uniek, omdat God hen bevrijd heeft uit Egypte en omdat God hen zijn wet heeft gegeven.
Deut 4:32 Want vraag toch naar de dagen van het verleden, van voor uw tijd, sinds de dag dat God de mens op de aarde schiep; en vraag van het ene einde des hemels tot het andere, of er zo iets groots is gebeurd of iets dergelijks is gehoord.
33 Heeft ooit een volk een goddelijke stem gehoord, sprekende uit het midden van het vuur, zoals gij die gehoord hebt, en het leven behouden?
34 Of heeft ooit een god beproefd te komen om zich een volk te nemen uit het midden van een ander volk, door beproevingen, door tekenen, door wonderen en strijd, met een sterke hand en een uitgestrekte arm en met grote verschrikkingen, zoals de HERE, uw God, om uwentwil dit alles in Egypte voor uw ogen gedaan heeft?
35 Gij hebt het te zien gekregen, opdat gij zoudt weten, dat de HERE de enige God is, er is geen ander behalve Hij.
36 Uit de hemel heeft Hij u zijn stem doen horen om u te vermanen, op de aarde heeft Hij u zijn groot vuur doen zien, en zijn woorden hebt gij gehoord uit het midden van het vuur.
37 Omdat Hij uw vaderen heeft liefgehad en hun nakroost heeft uitverkoren, heeft Hij zelf u met zijn grote kracht uit Egypte geleid,
38 om volken, groter en machtiger dan gij, voor u uit te verdrijven, om u in hun land te brengen en het u ten erfdeel te geven, zoals dit heden het geval is.
39 Weet daarom heden en neem het ter harte, dat de HERE de enige God is in de hemel daar boven en op de aarde hier beneden, er is geen ander.
In de geschiedenis van Israël heeft God zichtbaar gehandeld: Gij hebt het te zien gekregen (4:35). Niet om iets intellectueel te weten, maar om tot de erkenning te komen dat er geen andere God is behalve Hij. De feiten hebben Israël tot de overtuiging gebracht, dat hun God universeel is, en de enige. God bewees zich in een vreemd land machtig boven alle goden en alle krachten; alles en allen waren Hem onderworpen. Dat feit heeft Hem aan Israël als de enige geopenbaard; niet hun speculatie heeft hen tot dat inzicht gebracht. Het geloof bij Israël steunt dus op feiten en niet op speculatie. Zij hadden harde bewijzen. Ze hadden het wonder van de uittocht met eigen ogen gezien.