Nagsh-e Rostam
Nagsh-e Rostam is een archeologische vindplaats met graftombes en bas-reliëfs in Iran. Het ligt ongeveer 12 km ten noordwesten van Persepolis in de provincie Fars. De site wordt ook wel de 'Necropolis' van Persepolis genoemd. De naam Nagsh-e Rostam is afkomstig van de lokale bedoeïenen. Zij dachten dat de held Rostam uit de Perzische mythologie afgebeeld was op de bas-reliëfs.
De locatie bevat vier graven van Achaemenidische vorsten te weten: Darius I, Xerxes I, Artaxerxes I en Darius II. Hun graftombes zijn ingehouwen in de rotswand en hebben de vorm van een kruis. De graven zijn in de loop van de eeuwen door plunderaars leeggehaald. Verder zijn er zes reliëfs uit de tijd van de Sassaniden. Deze zijn o.a. van Shapur I, Adashir I en Bahram II. De locatie bevat ook een losstaand bouwwerk: de Ka'ba-ye Zartosht oftewel de 'kubus van de Zoroastriërs, waarvan niet duidelijk is waarvoor het gebouwd is. Deze toren is 12 meter hoog.
Persepolis
Persepolis is een door Darius I gebouwde nederzetting in het zuiden van Perzië/Iran. Oorspronkelijk heette het Parsa. Persepolis is de Griekse naam en betekent Stad van de Perzen. Anders dan deze Griekse naam doet vermoeden, was Persepolis geen stad. Bij de archeologische opgravingen in en rondom Persepolis zijn geen woonhuizen gevonden. Het was een plaats waar de Perzische vorsten (Achaemeniden) hun ontvangsten en ceremonies organiseerden.
Persepolis bevatte twaalf bouwwerken. Het belangrijkste bouwwerk was de Apadana (audiëntiehal), waar ze hun audiënties hielden. Tijdens een groot feest, waarvan men aanneemt dat het gaat om het Perzische nieuwjaar (Noroez), kwamen de onderdanen van de verschillende bevolkingsgroepen 'giften' (dat wil zeggen belastingen) aanbieden aan de vorst.
Dit aanbieden van de giften is afgebeeld in reliëfs op de oostelijke trappen van de apadana. Daar ziet u in de videopresentatie uitgebreid beelden van. Gezanten van 23 verschillende volkeren, te onderscheiden aan hun kleding en hoofdtooien, kwamen hun belastingen betalen aan de Perzische koningen. Dat er respect voor de gasten was, is bijvoorbeeld te zien aan de hoogte van de traptreden op de grote toegangstrap: de treden zijn heel laag (ongeveer 10 cm) en breed zodat de gasten in alle waardigheid in hun prachtige kleding het paleis binnen konden komen.
Alexander de Grote zou de stad verwoest hebben door ze in brand te zetten. Vooral de reliëfs in steen, die dit overleefd hebben, maken veel indruk