Yosemite


1 en 2 augustus 2007

                                                           Yosemite, Glacier Point

Na voor de laatste maal een entertainmentontbijt genuttigd te hebben, gingen we weer op weg. Onze Tommie navigeerde ons probleemloos San Francisco uit en liet ons even later stoppen bij een Wal-Mart in Oakland.

Met aankoopbon en niet werkende telefoon gingen we naar de serviceafdeling. Daar werden we vriendelijk dwingend gewezen op een rode lijn, waarachter een rij wachtenden stond en waarachter wij weer moesten gaan staan wachten. Nicole en Tonnie hielden het al snel voor gezien en verdwenen tussen de kledingrekken. Pascal bleef bij mij ter geestelijke en taalkundige ondersteuning.

 

Toen we eindelijk aan de beurt waren, dat begrepen we door de kreet ‘Next in line!’, liet ik de aankoopbon zien en vertelde ik mijn verhaal. Dat ik die telefoon in Los Angeles gekocht had, de vriendelijke verkoper daar het apparaat voor mij geactiveerd had, maar er ondanks positieve berichtjes en voldoende beltegoed, niet mee getelefoneerd kon worden.

Het meisje achter de balie keek me nietszeggend aan, gebaarde dat we opzij moesten gaan staan en ging toen telefoneren.

Na enige tijd kwam er nog een meisje, aan wie ik het hele verhaal nogmaals moest vertellen. Ook zij keek mij nietszeggend aan, greep de telefoon van dat eerste meisje en ging ook weer telefoneren. Nadat zij op heel wat knoppen gedrukt had, ik vermoedde een soort van keuzemenu, gaf ze de hoorn aan mij. Op mijn beurt nam ik deze nietszeggend aan en bleek verbonden te zijn met de helpdesk van de telefoonmaatschappij. Voor de derde keer deed ik mijn verhaal en in, voor mij althans, gebrekkig Engels werden mij allerlei vragen gesteld.

Wat is het serienummer van uw toestel, hoeveel beltegoed heeft u momenteel, kunnen we een paar testjes doen. Op een gegeven moment werd het zo onduidelijk, dat ik het tweede meisje heel zielig en hulpbehoevend aankeek en haar de hoorn weer teruggaf. Met een klein superieur glimlachje nam zij deze aan en begon vervolgens op verschillende knoppen van mijn nog steeds niet werkende telefoon te drukken. Plotseling ging haar eigen telefoon over en daarna, nadat zij op dat toestel weer wat had ingedrukt, ging wonderwel mijn telefoon over.

 

Toen kreeg ik de hoorn weer terug en aan de andere kant was nog steeds de helpdesk aanwezig. Het probleem was opgelost en of ik nog meer wensen had. Nou, die had ik, ik wilde ook graag internationaal kunnen bellen met Nederland. Dat bleek geen probleem te hoeven zijn, als ik eerst een 11-cijferig nummer koos, dan werd ik verbonden met een centrale en vervolgens de aanwijzingen maar opvolgde, het gewenste nummer ingaf en verder niets meer deed. Vooral niet het ‘groene telefoontje’ van verzenden indrukken, wat je normaal gesproken altijd moet doen op een GSM.

Op de vraag of er verder nog wensen waren, heb ik ontkennend geantwoord en hem vriendelijk bedankt voor zijn moeite. “I recently saw Maxima…”, zei de stem aan de andere kant. “Onze prinses?”, vroeg ik in alle onschuld. Dat heb ik dus geweten, want er kwam een heel verhaal over me heen over onze toekomstige koningsvrouw. Hij stond op straat en Maxima liep vlak voor hem langs en had vriendelijk geknikt.

Eigenlijk werd mij toen pas duidelijk, dat ik verbonden was met een helpdesk in Argentinië.

 

De twee meisjes achter de balie gingen ook steeds moeilijker kijken, want dat telefoontje ging wel op kosten van de Wal-Mart.

Na afloop van het gesprek, heb ik hen ook heel hartelijk bedankt en de goede service geprezen. Later vertelde Pascal, zij dachten dat hij het niet kon verstaan, wat ze tegen elkaar zeiden terwijl ik aan de telefoon bezig was. ‘Die oen heeft een telefoon in een andere staat gekocht, de aanmeldingsprocedure niet goed gedaan, zijn telefoon verziekt en nou komt hij hier voor service!’

Ach ja…

 

Ook in deze Wal-Mart gingen wij op zoek naar die speciale USA roadmap van Rand Mc.Nally. Van het kastje naar het muurtje zijn we weer gestuurd. Eerst naar de afdeling boeken, vervolgens naar de landkaarten en daarna weer naar de kantoorbenodigdheden. Wie we het ook vroegen, niemand had ooit van een speciale Wal-Mart uitgave gehoord.

Toevallig had een beveiligingsmedewerkster onze vraag gehoord en kwam naar ons toe. “Ik weet het niet zeker, maar kijk eens op de afdeling atlassen, volgens mij ligt daar zoiets.”

En zij had gelijk, daar vonden wij ‘The Road Atlas’ van Rand Mc.Nally, uitgave 2006.  Ik heb me geeneens afgevraagd of er nog een recentere uitgave zou zijn, eindelijk had ik ‘m.

 

Veel later dan gepland gingen we weer op weg. Na een voorspoedige reis reden we via de 120 Yosemite binnen, om er vervolgens via de 140 weer uit te rijden richting El Portal, waar ons motel Cedar Lodge was. Voor de balie bij de receptie stond een lange rij wachtenden. Toen we na een klein half uurtje aan de beurt waren, kregen we de verklaring voor die rij.

Achter de balie zat een aardige, ietwat oudere dame, die razendsnel het inchecken deed, maar vervolgens heel gedetailleerd alle ins en outs van het motel vertelde. Een grapje hier en een kwinkslag daar en de rij werd steeds langer…

 

Die avond gingen we het diner gebruiken in het bijbehorende restaurant. Dat was weer een belevenisje op zich. Bij binnentreden kregen wij een nummer in de handen gedrukt, met de mededeling dat het zo’n twintig minuten zou gaan duren voor er een tafeltje voor ons vrijkwam. Nou heb ik daar persoonlijk een bloedhekel aan en wilde omkeren, maar waar naartoe… In de verre omtrek was geen eetgelegenheid te vinden, dus de rest van de familie overtuigde mij om dat wachten dit keer maar voor lief te nemen.

Niet veel later mochten we een plaatswijzer, met vier menukaarten onder de arm, volgen. Een hevig, met open mond, kauwgom kauwende serveerster kwakte wat bordjes en een mandje brood op tafel en goot onze glazen overvol water. De ‘vriendelijkheid’ straalde van haar norse gezicht en wij vroegen ons echt af, waarom zo iemand gehandhaafd werd. Dat werd later meer dan duidelijk.

Een enigszins neurotische ober kwam ons vragen of we iets wilden drinken. Die drankjes kwamen bijzonder snel, waarna hij onze verdere bestelling opnam.

Onze glazen waren al een hele tijd leeg en iedereen om ons heen, zelfs degenen die veel later waren gekomen, waren al druk aan het eten. Voor de zoveelste keer informeerden wij naar onze bestelling en of we nog wat te drinken konden krijgen. De neurotische ober hief zijn armen omhoog en schudde heel driftig met zijn hoofd. De keuken was onze bestelling vergeten, maar dat werd nu in orde gemaakt en de drankjes zouden zo gebracht worden.

Voor een groot deel klopte zijn bewering, het eten kwam en ook het drinken, behalve dan dat biertje voor mij. Ondanks de vertraging hebben wij daar een heerlijke maaltijd genuttigd en dat biertje kwam uiteindelijk ook op onze tafel. Op een gegeven moment kwam er een andere ober al zoekend voorbij, met op zijn dienblad een biertje en een wijntje. Hij was waarschijnlijk het tafeltje vergeten, waar deze bestelling naar toe moest. Toen hij mij vragend aankeek, knikte ik ja en wees op het biertje. Of dat glas wijn ooit nog goed terecht gekomen is, weet ik niet…

 

Bij het afrekenen, kwam onze, nu wat minder gestreste, ober met heel wat verontschuldigingen. Er was een enorm personeelstekort, het lag aan de leiding, de serveersters konden niet serveren en de koks waren dom. Maar een groot deel van de schuld lag ook bij ons, de gasten, want het restaurant ging om vijf uur open en dan kwam er niemand. Nee, iedereen moest zo nodig en massaal om een uur of zeven binnenvallen.

Wij beloofden hem, dat we de volgende avond in ieder geval wat vroeger zouden komen en bedankten hem voor alle moeite. Later bleek, dat hij nog iets had gedaan, behalve die verontschuldigingen maken; de rekening vermeldde geen enkel drankje.

                                                                    Glacier Point

De volgende dag vertrokken wij redelijk bijtijds richting Yosemite. Na wat korte fotostops belandden we bij het Visitor Center. Wat een schat aan informatie viel hier te vinden. Er was ook een beeld van John Muir, een belangrijk figuur in de geschiedenis van het park. Wij vroegen ons af, of hij ook iets van doen had gehad met Muir Woods, maar dat bleek nergens uit.

We gingen weer op weg en wilden naar Glacier Point, omdat we daar zoveel positieve dingen over gehoord hadden. Het zal wel aan de schoonheid van het park gelegen hebben, waardoor ik steeds afgeleid werd, want ik kon de juiste weg niet vinden. Na drie keer langs het Visitor Center te zijn gekomen, besloot ik maar terug te rijden naar de ingang en vanaf daar opnieuw te beginnen.

Op de terugweg kwamen we een bord tegen waarop stond, dat de weg naar Glacier Point open was, dus die weg moest er echt wel zijn. Vrij snel daarna had ik ‘m ook gevonden en een prachtige rit naar ruim 3000 meter hoogte kon beginnen.

 

Alle mooie verhalen die we over dit punt gehoord hadden vielen in het niets bij de werkelijkheid. Het uitzicht op de bergen en de vallei was adembenemend overweldigend. Geen video-opname of foto kan dit maar enigszins bij benadering weergeven, zelfs de foto, boven dit schrijfsel, van Nicole niet. Alhoewel deze heel imponerend is.

 

Wat ben je toch snel een hoop tijd kwijt. De rit omhoog, het ondergaan van dat schitterende uitzicht en toen de rit langzaam weer naar beneden. We hadden net nog wat tijd over om de Yosemite Falls te bezoeken.

De vorige keer hadden we deze ook gezien en het was toen een miniwatervalletje. Na een korte wandeling stonden we weer op dezelfde plek, maar dit keer keken we naar een waterval zonder water, eigenlijk dus een val. Dit alles kon Pascal er niet van weerhouden om, net zoals vijf jaar geleden, als een volleerde berggeit de rotsblokken op te klimmen. Uiteindelijk was hij, zelfs door mijn camera met 200 mm lens, een kleine witte stip tussen al dat natuurgeweld.

 

Die avond besloten we om nogmaals in dat hectische restaurant te gaan eten. Helaas konden we onze belofte niet waarmaken van dat vroeger komen, want het was al over zevenen toen we binnenkwamen. We werden direct naar een tafeltje begeleid in een voor driekwart lege eetzaal. Dus dat massaal binnenstromen om zeven uur klopte niet helemaal.

Langzaam druppelden de mensen binnen en tegen de tijd, dat wij gingen afrekenen zat het aardig vol. De nu heel wat rustigere ober wees om zich heen en zei: ‘Zie je wel, nu zit het helemaal vol. Maar goed, dat je vroeger was.’

 

Morgen zouden we erachter komen, dat Tommie de auto heel erg smerig kon krijgen.

 

 

Gereden: 499 km.