Los Angeles


25 t/m 27 juli 2007

Hollywood Bowl 

 

De dag begon goed met een heerlijk ontbijt in Tick Tock, het restaurant naast ons hotel The New Yorker, dat 24 uur, 7 dagen per week geopend is. Verwonderd vroegen wij ons af, wanneer er dan schoongemaakt werd, want het zag er ‘spik & span’ uit.

Na het ophalen van onze koffers informeerden wij bij een hotelmeneer, die altijd buiten voor de ingang stond, of hij voor ons een taxi kon regelen. Nou, dat kon hij…

Wij kregen de keuze; of een gewone Yellow Cab, of een speciale van het hotel waar onze koffers beter in zouden passen en die ook nog zo’n vijftien dollar goedkoper was. Als rechtgeaarde Hollanders kozen wij natuurlijk voor het laatste en vervolgens kwam er een soort limo voorgereden, zonder het bekende taxibordje op het dak en zonder een meter op het dashboard.

Luxe en snel werden wij naar de luchthaven gebracht.

 

Daar aangekomen verliep het allemaal wat minder rooskleurig. Het inchecken konden we zelf doen op een computer, maar dat lukte niet helemaal, want op het laatst vermeldde het scherm, dat we om assistentie moesten vragen. Toen die hulp naast ons stond en Pascal nogmaals alle gegevens invoerde, lukte het plotseling wel. Dat Continental-meisje glimlachte nog steeds heel vriendelijk, maar er was toch iets te voelen van ‘stomme toeristen…’

Het was mij echter opgevallen, dat wij volgens de computer over het hele vliegtuig verdeeld waren, terwijl ik toch echt een bevestiging had van vier stoelen naast elkaar. Het meisje glimlachte na deze mededeling iets minder en zei, dat we dat misschien nog wel bij het instappen konden regelen.

 

Daar zijn we dus nooit aan toegekomen. We waren uiteindelijk dolgelukkig dat we überhaupt nog mee mochten.

Het probleem begon bij de controle van de paspoorten en de handbagage. Wie van ons de eerste was, weet ik niet meer, maar wij werden met z’n viertjes uit de rij gehaald. Er werd iets doorgestreept op onze instapkaarten en bij een ieder van ons werd geroepen: “Secundairy!!!”

Begrijpen doe je dat op zo’n moment niet, maar vervelend is het wel. Vooral als je vervolgens in een soort glazen kooi gezet wordt, waar iedereen je aangaapt alsof je een soort dierenparkattractie bent.

Armen omhoog, benen uit elkaar en fouilleren maar… De handbagage aanwijzen die van jou is, nogmaals vertellen wat je daar komt doen en je schoenen laten inspuiten met een bepaald goedje, zodat zij waarschijnlijk kunnen controleren of je zweetvoeten hebt…

Je weet echt niet wat er aan de hand is, maar je merkt heel goed dat ze je niet vertrouwen.

 

Natuurlijk is het allemaal goed gekomen, mochten we de handbagage oppakken en onze schoenen weer aantrekken. Op mijn vraag, wat er nou eigenlijk aan de hand was, kwam een nors antwoord: routinecontrole. Daar kon ik het dus mee doen.

Een vriendelijke beambte kwam even later naar mij toe en heeft het echt uitgelegd. Als de zitplaatsen in het vliegtuig op het laatst gewijzigd worden, ben je verdacht. En als je i.p.v. een retourtje, een enkele vlucht geboekt hebt, ben je meer dan verdacht.

De daders van 11 september 2001 hadden namelijk ook een enkele reis geboekt…

 

De vlucht had ruim een uur vertraging en ik vroeg me af of het door ons kwam, of door die werkzaamheden aan de staart van het toestel. Daar stond namelijk een hele stellage opgebouwd en verschillende monteurs waren er druk bezig met de beweegbare delen.

Uiteindelijk heeft de piloot die vertraging weten terug te brengen tot minder dan een kwartier, hij zal die machine wel stevig ‘op z’n staart’ hebben getrapt…

Inderdaad zaten wij niet bij elkaar. Ton zat een rij voor mij en was al snel in gesprek met een oud dametje over kleding en sieraden. Nicole en Pascal zaten een eind achter mij, verdiept in hun boeken en games. En ik, ik zat bij de nooduitgang met een zee aan beenruimte.

Links van mij zat een donkere schone slaapster, die de hele vlucht niet echt wakker is geweest en rechts van mij had ik een Amerikaanse neuroot.

Als hij niet met zijn hand over het plafond heenging, om te kijken of de zich daar geconcentreerde condens misschien kerosine was, zat hij vingerwriemelend en constant verzittend in zijn stoel. Af en toe, als hij weer een pil genomen had, konden wij best met elkaar door de bocht.

Hij stelde een vraag, ik gaf antwoord en hij nam dan het gesprek over en vertelde alles over zichzelf. Ik ken weliswaar zijn naam niet, maar voor de rest weet ik nu alles over hem.

Toen we geland waren zei hij: “It was nice flying with you.” Een ogenblik dacht ik nog, dat hij me verwarde met de piloot, maar besefte dat het misschien wel een soort van compliment kon zijn. Mijn antwoord was, ik zou hem hoogstwaarschijnlijk nooit meer zien: “Have a nice life…” Ook hij keek even vreemd, glimlachte toen en verliet al telefonerend het vliegtuig.

 

Zo moeilijk als het was om New York te verlaten, zo eenvoudig was het om Los Angeles binnen te komen. Niks geen beambten, niks geen pascontrole; gewoon koffers van de band halen en wegwezen.

Bij Alamo mochten we zelf een auto uitkiezen en dat werd een TrailBlazer. Vanaf dit punt ging het weer tergend langzaam, de hele weg naar ons motel Travelodge was een gigantische file.

 Universal Studios

 

De volgende dag ging het richting Universal Studios, wat ook deze keer weer een grandioze belevenis was. Alleen nu hadden wij ‘Front Of Line’ tickets, wat deze dag echt goed uitkwam. Het was er namelijk erg druk, wachttijden voor de attracties van negentig minuten waren dan ook geen uitzondering en wij mochten gewoon langs die rijen lopen. Af en toe vond ik het best zielig voor die rijtjesmensen in de brandende zon en schaamde ik me soms ook een beetje, maar handig was het wel…

Omdat we nergens moesten wachten konden we die dag ook alles meemaken wat we wilden meemaken en dat is heel wat waard.

 

Voor mij waren de hoogtepunten het treintje, langs de decors en effecten uit films en het House of Horrors. De eerste, omdat ik het heerlijk vind om in een treintje te zitten en zo langs allerlei bezienswaardigheden te boemelen. De tweede, omdat het me niet elke dag overkomt dat een griezel me met een kettingzaag achterna zit.

Het meest verwonderlijke vond ik eigenlijk de ‘All you can Eat Pass’. Een pasje, waarmee je de hele dag net zoveel kan eten als je maar wilt. Niemand maakt mij meer wijs, dat al die ietwat gezette Amerikanen last hebben van hun schildklier. Het grootste deel heeft gewoon een ‘All you can Eat Pass’ ziekte.

 

De dag daarop stonden wij om 8.15 uur al klaar bij de receptie van het motel. Na het ‘nuttigen’ van een continental breakfast werden wij opgehaald voor de ‘L.A. Grand City Tour’, een bustocht langs de ‘most famous spots’, die je echt ‘must see’.

Het begon, nadat we op het vertrekpunt waren aangekomen, met ruim een half uur in een rij schuifelen, om de tickets te bemachtigen. (Wat verlangde ik terug naar die FOL pasjes…)

Toen we eindelijk de bus in mochten, werden we verwelkomd door onze gids. Een grote donkere man met een enorme strohoed op zijn hoofd en een bulderende stem. Volgens Tonnie was het een Indiaan, gezien zijn oorbel en halsversierselen. Volgens ons niet. Het is nooit helemaal opgehelderd, wel werd bekend dat hij een boek geschreven had, dat wij tijdens de tour konden kopen. (Wel buiten de bus, want erin mocht niet.)

 

De tour begon goed, de eerste stop was de Hollywood Bowl, een gigantisch openluchttheater waar op dat moment een repetitie voor die avond aan de gang was. De tweede stop was de Walk of Fame, een bizarre straat met vreselijk veel namen van sterren in stoeptegels en heel wat opgetuigde namaaksterren die er overheen paradeerden.

De derde stop was een lunchstop, die wij benut hebben om bij Johnny Rocket te gaan eten, wat echt heerlijk was. Een soort lunchroom in de jaren ‘50 stijl, waar we twee muntjes kregen voor de privé jukebox op onze tafel. Dat uurtje was echt veel te snel voorbij.

 

De volgende stops heb ik niet echt bewust meer meegemaakt. De overvloedige lunch en de inzakkende stem van onze gids waren de oorzaak van mijn slapend ten ondergaan.

Denk niet, dat ik de rest niet meer leuk vond, want ik heb echt genoten.

 

Die avond, na wat broodjes van de Subway gegeten te hebben, moesten we weer inpakken. Het echte reizen ging straks beginnen; via Highway 1 richting San Francisco met een tussenstop in San Simeon.

Voor er weer wat commotie ontstaat, die reis ging prima en er waren geen spectaculaire problemen en/of gebeurtenissen.

 

Alleen, we kwamen oog in oog te zitten met een menukaart, waar voor ons iets heel belachelijks opstond…

Universal Studios

Gereden: 90 km.