Capitol Reef


9 augustus 2007

 

De rit van Bryce naar Capitol Reef was haast nog mooier, dan die we hiervoor gereden hadden. Maar dat dacht ik wel elke dag, ik bleef me verbazen over de schoonheid en de uitgestrektheid van de natuur onderweg en dat was juist één van de kritiekpunten van de kinderen. "Na elke bocht roep je: 'Moet je dat eens zien!' Na elke berg die we overgaan gil je: 'Wow, wat een vergezicht, kijk toch eens!'"

 

 

We waren, ondanks de vele stops, om een uur of drie al bij ons motel, Wonderland Inn, aan de rand van Torrey. Na het uitladen van de koffers wilde ik eigenlijk direct al dat Reef gaan ontdekken, maar in plaats daarvan kwam ik tot een andere ontdekking. De rest van de familie had een beetje last van 'rotsmoeheid', ze waren al die steenhopen een beetje zat en wilden wel eens, voor de verandering, gezellig gaan winkelen. Eigenlijk vond ik dat best begrijpelijk en met z'n allen reden we dat stadje in, maar echt leuke winkeltjes zijn we niet tegengekomen.

Het stadje bestond eigenlijk alleen maar uit een soort hoofdweg van ongeveer tweehonderd meter lang, met daaraan een supermarkt een paar hotels en een benzinestation. Meer hebben wij in ieder geval niet kunnen ontdekken.

Teruggekomen bij ons motel ging Tonnie zwemmen, de kinderen bij het zwembad een potje kaarten en ik zag mijn kans schoon om de laptop te gebruiken en verder aan dit reisverslag te werken.

 

Die avond hebben we prima gegeten in het bijbehorende restaurant. De bediening was best goed, maar kon natuurlijk niet tippen aan die van de goedlachse Reagan in Bryce.

Na de maaltijd wilde ik nog even het internet op en keerde terug naar de lobby. Daar had ik een computer gezien, waarbij een bordje stond: 'Gelieve niet langer dan een kwartier te gebruiken, dan krijgen andere gasten ook nog een kans.'

Beleefd als ik ben, vroeg ik aan het meisje achter de balie of ik op hun computer mijn mail even mocht controleren en vermeldde terloops dat hun site niets aangaf over die internetmogelijkheid. Het openbarende antwoord was: "Als u een laptop met een draadloze verbindingskaart op uw kamer heeft, kunt u zo het internet op." Zij gaf me een inlogcode en even later kon ik op onze kamer mijn deprimerende bankrekening controleren.

 

Om een beetje rekening te houden met die 'rotsmoeheid' van de rest van de familie, had ik de rit voor de volgende dag behoorlijk ingekort. De enige voorwaarde die ik gesteld had, dat we wel de Hickman Bridge Trail zouden gaan lopen. Dit is een wandeling van ongeveer één mile (1600 meter), prima voor ons te doen en door verschillende mensen aangeraden.

Om een uur of elf stapten we uit de auto, verzamelden onze fototoestellen, videocamera, voldoende water en gingen op weg...

En daar, zo'n beetje halverwege de eindbestemming, gebeurde het dus. Het was alsof er plotseling tienduizend volt door mijn kuit ging en ik kon geen stap meer verzetten, mijn linkerbeen zat helemaal vast.

In het begin van deze vakantie, in San Francisco, had ik me al eerder verstapt en volgens mij een spier verrekt in mijn linkerkuit. Niet zeuren natuurlijk en gewoon doorgaan, maar nu had ik de finaleklap in mijn onderbeen gekregen.

(Later vertelde de fysiotherapeut mij, dat die door mij betitelde verrekking in San Francisco de vooraankondiging was en die tienduizend volt in Capitol Reef de uiteindelijke 'zweepslag'.)

Op dat moment wist ik echter niet wat een 'zweepslag' was, alleen maar dat het verrekte zeer deed en strompelde met wat hulp van Pascal terug naar de auto.

Toen we eindelijk weer in de auto zaten, hebben we er nog hartelijk om kunnen lachen. Het was gelukkig mijn linkerbeen en de TrailBlazer was een automaat...

 

 

Veel hebben we daar dus niet gezien. We zijn nog wel even gestopt, omdat het leek alsof er hele kolonies vleermuizen in de bomen langs de weg hingen. Dat bleken grote rupsennesten te zijn, gewikkeld in een soort spinrag.

Ook deze dag kwamen we weer vroeg in de middag bij ons motel in Moab aan, het Best Western Greenwell Inn. Een heerlijk oord met prachtige ruime kamers, een zwembad, wasmachines, drogers en draadloos internet. Voor het eerst tijdens onze rondrit kregen we hier twee kamers op de begane grond. Deze keer hoefden we dus niet, met onze koffers en tassen, een paar trappen op te klimmen. Alsof het allemaal voorbestemd was, maar hoe dan ook, ik was er zeer gelukkig mee.

Helaas had het motel, naast een wat onduidelijke Chinees/Amerikaanse eetgelegenheid, geen eigen restaurant. Dit baarde me wel wat zorgen, want na alle commotie was ik echt toe aan een biertje. Veel tijd heb ik me niet met dat baren bezig gehouden, ging met dat biertje heerlijk in een luie stoel zitten, 'het pootje omhoog' en de rest van de familie verdween naar het zwembad.

 

En met dat restaurant is het ook nog goed gekomen, maar nu loop (hink) ik eigenlijk iets te ver vooruit...

 

Gereden: 559 km.