Apache Trail naar Phoenix


19 augustus 2007

 

Vandaag zou dus de laatste TrailBlaizerdag worden. Aan de ene kant vond ik het erg jammer, maar aan de andere kant hadden we nog een prachtige rit te gaan.

Na een uitgebreid ontbijt in het motel, vertrokken we redelijk bijtijds richting Florence. Het eerste stuk was niet zo spectaculair, heel rechttoe rechtaan en eerlijk gezegd; eigenlijk een beetje saai. Dat ging alleen maar op voor buiten de auto, want erin was het allerminst saai.

De meest uiteenlopende gesprekken werden gevoerd en nu werden er al herinneringen opgehaald. Hoe we bij het inchecken in New York spullen uit de ene koffer in de andere moesten doen, omdat die eerste te zwaar was. Dat probleem zouden we nu niet meer krijgen, want er was heel wat overgeheveld naar die pas gekochte reistas. We spraken af, dat we in Phoenix bij de motelbalie, zouden vragen om een weegschaal, zodat we konden controleren of er nu niet te veel in de nieuwe reistas zat.

Volgens Tonnie, was Pascal de hele reis overal opvallend welkom geweest. Als hij ergens voor bedankte, werd er steeds gezegd: "You're welcome..."

Pascal merkte eigenlijk niets, hij genoot van de muziek op zijn iPod.

Nicole haalde nog even aan, dat het een goed idee was geweest om die omvormer van 12 naar 220 volt mee te nemen. De lader van haar telefoon was niet geschikt voor de Amerikaanse 110 volt en werd dus onderweg, via de sigarettenaansteker opgeladen. En ik... Ik bleef maar uitzien en praten over de Apache Trail. De rest van de familie vond dat maar zeuren.

 

Vlak voor Florence zagen we een bord, waarop stond dat hier een State Prison was. Nou zijn er in Amerika wel meer van dat soort oorden, dus dat gegeven verwonderde ons niet echt. Wel de waarschuwing die eronder stond: 'Stop niet voor lifters.' Volgens ons betekende dit, dat er hier wel heel vaak een geslaagde ontsnappingspoging werd gedaan. In ieder geval reden genoeg, om te

stoppen en van dit bord een foto te

maken.

 

Na Florence gepasseerd te zijn, ging het richting Globe. De weg werd wat minder saai en zo af en toe, zagen we pick-ups rijden met grote boten erachter. Nog niet zoveel, maar het viel wel op.

Nog voor Globe sloegen we linksaf en reden naar Roosevelt, gelegen aan het, hoe kan het ook anders, Theodore Roosevelt Lake. Een must voor elke waterliefhebber.

We zagen die auto's met grote boten erachter steeds vaker, maar we begrepen nu waarom. We zijn zelfs een paar keer ingehaald door zo'n combinatie en dat begrepen we weer niet; ik hield me echt ruim aan de snelheidslimiet.

De weg werd nu bochtiger en begon ook echt te klimmen en te dalen. Natuurlijk niet letterlijk de weg, de TrailBlazer voerde het uit. En ik was heel blij, dat hij dit voor ons deed, want mijn been was nog lang niet in orde.

Het uitzicht werd ook steeds interessanter, eerst het gezicht op dat meer en na een grote bocht zagen wij een kolossale dam. Zonder het bord gezien te hebben, wisten wij al hoe deze genoemd werd: de Theodore Roosevelt Dam.

 

Vlak voorbij die dam, begon mijn rit dus echt. Een legendarische 'dirt road', ook wel de Apache Trail genoemd. Voor mij kon het feest beginnen.

En fantastisch was het, de ene bocht na de andere en dan weer lange stukken rechte 'weg'. Op sommige plaatsen was deze zo smal, dat er maar één auto kon rijden. Er waren zelfs een paar bruggen, waar je zelfs geen wandelaar kon passeren. En het was daar toch echt tweerichtingsverkeer.

We zagen hier nog veel meer pick-ups met boten en caravans erachter. Ook enorme campers, van een formaat, waar een gemiddelde passagiersbus zwaar jaloers op zou zijn. Volgens mij waren dat Amerikanen, want zij gingen met die bakken vreselijk hard. Zo snel kan je daar niet rijden, als je er voor de eerste keer bent en de weg niet kent. Door die snelheid konden ze ook niet zwaaien, wat de meer voorzichtige toeristen toch elke keer wel deden. Vooral als je even wachtte om ze voor te laten gaan, of als je elkaar tegenkwam in een onoverzichtelijke bocht.

Soms zat je vlak naast een rivier, om daarna er hoog boven te rijden en je de enorme jachten als kleine stipjes op een blauw stroompje ervaarde.

 

Het was een zeer bijzondere belevenis, om hier te mogen rijden.

Soms had ik toch wel medelijden met de rest van de familie, zij konden alleen maar zitten en kijken. Nergens was ook maar iets, wat op een vangrail leek. Als wij dus heel hoog reden, staarden zij in een enorme diepte en moesten maar vertrouwen op mijn stuurmanskunst. (Bij het begin van deze rit, meende ik op de achterbank het vastklikken van de veiligheidsriemen te horen...)

Hoe dan ook, het blijft een enorm stuurfeest, dat ik iedereen aan kan raden, als je maar geen hoogtevrees hebt.

 

 

Voor ik het goed en wel door had, reden we weer op asfalt en korte tijd later zaten we op het laatste stuk highway richting Phoenix.

Na het inchecken, verdween Tonnie richting zwembad, Pascal voor de televisie en Nicole en ik gingen op een missie. De volgende dag moesten we vroeg, voor we naar het vliegveld gingen, de auto inleveren. Volgens het onduidelijke routekaartje was dit een rit van vijf minuten, maar we wilden controleren of Tommie dat ook wist. Er was namelijk heel veel nieuwbouw daar en de vraag is natuurlijk altijd, of dat bekend is in zijn routesoftware.

Het bleek, dat deze missie in z'n geheel niet onterecht was. Toen hij riep: "Bestemming bereikt!", reden we ergens op een vierbaansweg en was er nergens een autoverhuurbedrijf te bekennen.

Iets verder omkeren om weer opnieuw te beginnen, maar helaas op hetzelfde punt dezelfde boodschap. Toen maar eens links er ergens nog eens links afgeslagen en ja hoor, daar was een bord... We kwamen in een enorme parkeergarage, waar zo'n beetje alle autoverhuurders verzameld zaten. In dat gebouw konden we gelukkig er ook zo weer uitrijden, want als we echt bij Alamo waren doorgereden, zouden we er nooit meer uitgekomen zijn. Je moest dan over een rij opstaande haaientanden, waar je wel overheen kon rijden, maar nooit meer terug.

 

Gerust, dat we nu wisten waar we de volgende ochtend moesten zijn, gingen we op het tweede deel van deze missie; we hadden nog wat water nodig. Dat bleek echter een probleem te zijn. Waar we ook reden, nergens was een supermarkt of een benzinestation te bekennen.

We gingen rechtdoor, linksaf, rechtsaf en ik kreeg het idee, dat de buurt steeds ongunstiger werd. Uiteindelijk vonden we een supermarktje en met gemengde gevoelens gingen we daar naar binnen. Het was al wat later en een jongen was de vloer aan het dweilen. Vriendelijk als ik ben, zei ik hem gedag en hij verdween razendsnel.

Nicole had het water gevonden en gezamenlijk liepen we naar de kassa. De dame daarachter keek ons heel vreemd aan, alsof ze nog nooit een blanke had gezien. Laat ik zo zeggen; wij voelden ons als blanke (of witte) mensen, niet echt op ons gemak in die donkere omgeving. En die gekleurde omgeving voelde zich niet erg prettig bij onze aanwezigheid.

Dikke spierbundels met enorme tatoes stonden plotseling naast ons, maar wij beseften het eigenlijk niet. Na afgerekend te hebben, gingen we zonder problemen weer terug naar het motel.

 

In het bijbehorende restaurant hebben wij later heerlijk gegeten. Alleen waren we er net aan gewend, dat we zo'n beetje bij het voorgerecht al de rekening kregen, hier moesten we er echt op wachten. Gelukkig hadden we de hele avond de tijd en een dronken vrouw aan de bar zorgde voor heel wat kijkplezier.

 

De volgende ochtend gingen we heel vroeg, om een uur of zes, richting auto-inleverplaats. Ondanks de speurtocht van die avond daarvoor, kon ik het niet vinden. Nogmaals terug, daarna links en weer links en we reden, tot mijn grote opluchting, weer die enorme parkeergarage in. Nu wel over de, vanaf die richting, vriendelijke haaientanden en de koffers konden uitgeladen worden. Daarna naar het kantoortje en met het verkregen bewijs van inlevering richting shuttle bus, die ons naar het vliegveld zou brengen.

 

Gereden: 370 km.  Totaal: 5632 km.

 

 

Mijn grote angst, om weer als terroristen behandeld te worden, werd gelukkig niet bewaarheid. Ondanks dat we geen retourvlucht hadden, konden we vrij gemakkelijk doorlopen. Alleen Pascal moest twee keer door het 'poortje'. Achteraf gezien kwam dat door een figuur, dat veel te dicht achter hem stond. Het poortje detecteerde iets verdachts, niet van hem, maar waarschijnlijk de riem van zijn 'achtervolger'.

 

De vlucht had ruim een uur vertraging, voor ons geen probleem, maar wel voor de 'overstappassagiers'. Dat oponthoud kwam door enorme stormen aan de oostkust.

Later hoorden we van de taxichauffeur in Washington, dat het echt erg geweest was. Een groot deel van

Washington had uren zonder stroom gezeten, maar de vooruitzichten voor de aankomende dagen waren heel aardig.

 

Op naar het laatste 'avontuur' en hoe je als nietsvermoedende toerist, in een verkeerde bus kunt stappen.