Tucson


16 t/m 18 augustus 2007

Het was in eerste instantie niet de bedoeling, om die 437 kilometer van Williams naar Tucson in één keer te doen. Eigenlijk wilde ik in de buurt van Phoenix overnachten, om dan de volgende dag de Apache Trail, een prachtige en uitdagende 'dirt road' te rijden.

Er werd ons echter bij Tioga Tours verteld, dat de vlucht naar Washington vanaf Tucson, in tegenstelling tot Phoenix, een stuk duurder zou zijn en niet rechtstreeks zou kunnen. Vooral dit laatste argument gaf voor mij de doorslag, want bij het plannen van deze vakantie stonden voor mij twee dingen vast: niet langer dan acht uur in een vliegtuig en niet overstappen.

Daar zat ik dus met een probleem; om Tucson over te slaan vond ik niets, maar overstappen vond ik helemaal niets. En over de Apache Trail had ik zoveel moois gelezen, dat ik 'm per se wilde rijden. De oplossing was dus die lange rit en vervolgens onze laatste autodag te benutten, om helemaal binnendoor en via die trail, terug te gaan naar Phoenix.

 

 

Achteraf gezien viel het best wel mee. Het was dan wel niet de mooiste rit, alleen over de highway blazen, maar het schoot wel lekker op en we hadden toch niet voor niets een TrailBlazer.

Halverwege de middag kwamen we daar aan en lieten Tommie eerst een Wal-Mart opzoeken. Door alles wat de afgelopen vier weken was aangeschaft, zouden onze koffers boven het toegestane gewicht uitkomen. Bij vertrek zaten we eigenlijk al aan het maximum. We hadden dus een extra koffer nodig, om problemen bij de volgende vlucht te voorkomen.

De Wal-Mart waar Tommie ons bracht, was geen gewone. Het was een Supercenter, waar met gemak vijf voetbalvelden inpasten en die vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week geopend was. Daar kon je echt met gemak verdwalen en de meeste tijd hebben we dan ook besteed aan het elkaar weer vinden. Ook vonden we de meest geschikte reistas voor ons probleem nu en in de toekomst. Uitgevouwen een loeier met heel veel bergruimte en opgevouwen niet groter dan een atlas.

En dan die atlas van Rand Mc.Nally, in een speciale uitgave van de Wal-Mart. In het begin van de reis hebben we daar steeds naar gezocht, het personeel wist eigenlijk niet dat deze bestond en uiteindelijk, dankzij een beveiligingsmedewerkster, eentje gevonden in Oakland. Was weliswaar een uitgave 2006, maar ik heb er een hoop plezier van gehad. (Zelfs nu nog bij het schrijven van dit verslag.) Hier stonden bij elke kassa, en dat waren er heel wat, speciale lage stellingen vol met de uitgave 2007. Voor ons een beetje als 'mosterd na de maaltijd', want het rondrijden was haast afgelopen.

 

 

Het motel, waar we de aankomende twee dagen zouden verblijven, had iets weg van de Efteling, alleen de naam al: La Posada, Lodge and Casitas. Niets van dat strakke gedoe, maar alles vrij boogachtig, opgebouwd met een soort ruwe en bruinige steen. Een schitterend zwembad, met daarnaast een breed en goed onderhouden grasveld. Hier liep aan beide zijden een pad, dat weer een grote boog vormde, en daaraan lagen dan de 'Lodges', de kamers. Aan het eind van dat gazon waren een paar 'Casitas', kleine appartementen met een keukentje, laag ommuurd met een eigen poort als ingang en een terras.

Het meest sprookjesachtig was wel de prijs, dit was één van de goedkoopste onderkomens tijdens onze vakantie.

 

De volgende dag stond een bezoek aan het Pima Air & Space Museum op het programma. Daar wilden we graag de 'AMARG-tour' doen, een busexcursie langs ruim 4200 in de woestijn 'geparkeerde' vliegtuigen. Deze tour was niet van tevoren via het internet te boeken, maar wel was er de mogelijkheid, om telefonisch voor een bepaalde tijd te reserveren. Wij moesten daar om 11.00 uur aanwezig zijn en om geen enkel risico te lopen, vertrokken wij iets na 10.00 uur. Het was volgens mijn routekaartje een half uurtje rijden en samen met Tommie moest dat echt wel gaan lukken. Nou, niet dus. Op de eerste plaats werden er verschillende wegwerkzaamheden uitgevoerd en waren er heel wat opritten naar de highway afgesloten. Natuurlijk ook die wij moesten hebben, maar gelukkig herrekende Tommie snel weer de route en waarschuwde ons bij de volgende oprit. Ook die en vele daarna waren dicht, zodat Tommie echt overuren moest maken. Achteraf gezien heeft het daar niet aan gelegen, maar toen hij riep: "Bestemming bereikt!", stonden wij echt in een stuk niemandsland. Nergens was ook maar iets te bespeuren, wat enigszins op een museum of op een vliegtuig leek.

Nogmaals het adres ingegeven en toen bleek, dat we zo'n 24 km er vanaf zaten. Later bleek wat er fout was gegaan. Het adres moest zijn '6000 East Valencia Road' en ik had, om de één of andere onduidelijke reden, West ingegeven.

 

Natuurlijk kwamen wij er veel te laat aan. Een vriendelijke medewerkster heeft nog geprobeerd om de juist vertrekkende bus te laten stoppen, maar dit lukte niet meer. Het was nu 11.30 uur en de volgende tour zou pas om 14.00 uur starten.

Wat nu te doen? De hallen van het museum waren niet groot genoeg om er 2,5 uur bezig te zijn en buiten, waar ook nog wat vliegtuigen te bezichtigen stonden, was het bloedje heet. Dan maar eerst naar het Titan Missile Museum, waar we die dag toch nog naar toe wilden. Dat lag, dacht ik toen nog, niet zover daar vandaan. Wat later bleek het ruim 54 km te zijn, maar we zaten alweer in de auto en gingen ervoor.

Daar aangekomen, was de excursie juist van start gegaan, maar konden wij nog net aansluiten. Het was wel imposant om een Titanraket in het echt te zien. Tijdens de 'Koude Oorlog', stonden er 54 in ondergrondse silo's, verspreidt over heel Amerika. Deze konden elk moment gelanceerd worden, om daarmee een kernkop op Rusland neer te laten komen.

De controlekamer, de enorme gepantserde deuren en de lange ondergrondse gangen; dit was weer eens iets anders dan een pretpark.

 

Na afloop zijn we daar niet blijven hangen, maar direct in de auto gestapt om die 54 km weer terug te racen. Precies op tijd kwamen we bij het museum aan, de bus stond al klaar en de gids zwaaide naar ons. Die ochtend was hij ook aanwezig bij de balie, toen we de bus net misten. Hij wist, dat die aardige medewerkster ons op de lijst voor 14.00 uur had gezet, voor het geval dat... Zij geloofde namelijk niet, dat we het zouden gaan redden.

We zaten net en de bus vertrok, alsof ze echt op ons hadden staan wachten. Nu begreep ik ook, waarom deze excursie met een bus werd gedaan, het was best een eindje weg en de AMARG (Aerospace Maintenance and Regeneration Group) werd zwaar bewaakt. Je mocht daar niet rondlopen, maar werd langs dat waanzinnige schouwspel gereden. En een waanzinnig schouwspel was het. Duizenden vliegtuigen, keurig naast elkaar in lange rijen en gesorteerd op type. Van gevechtsvliegtuig tot bommenwerper en van straaljager tot burgerluchtvaartmachine, zo af en toe onderbroken door een lange rij van helikopters. Een deel, ongeveer een vijfde, staat daar echt geparkeerd en zal ooit weer vliegen. Een deel staat er voor de onderdelen om weer te hergebruiken en een deel is echt voor de sloop.

En dat alles midden in een woestijn van Arizona.

Je gelooft daar echt je ogen niet, dit is met recht de grootste opslagplaats van vliegtuigen ter wereld, misschien wel de enige.

 

De volgende dag hebben we het rustig aan gedaan. Het zwembad was een bezoek meer dan waard en er moesten nog wat foto's genomen worden.

Vroeg in de middag vertrokken we naar Tombstone. Dat was toch wel even een bizarre ervaring. Liepen er in Williams een stuk of vijf cowboys in een soort mini openluchttheater, hier krioelde het ervan en ze wandelden gewoon vrij rond in dat stadje. Wyatt Earp, Doc Holliday, noem ze maar op, ze waren er allemaal. De één was nog zwaarder bewapend dan de ander. Ik heb er zelfs een stel outlaws zien slepen met een geldkist. Postkoetsen reden af en aan, de 'dames van lichte zeden' flaneerden langs de saloon en zelfs kinderen zagen eruit, alsof ze zo uit een western kwamen.

Idioterie ten top, maar wel hartstikke leuk.

We werden daar aangesproken door een wat oudere Marshal, die ons vertelde dat iets verderop een komische 'Wild West Show' zou gaan plaatsvinden. Toen hij ook nog een bonnetje gaf, waarmee wij korting konden krijgen, was de beslissing snel genomen. Ergens een foute beslissing en ik had het kunnen weten door die kortingsbon. De voorstelling vond plaats ergens achter een winkeltje. Daar stonden wat nepgeveltjes met daar tegenover een soort tribune waar wel een paar honderd mensen konden zitten. Wij zaten daar welgeteld met z'n twaalven, terwijl twee outlaws en die Marshal de show verzorgden. Het was eerlijk gezegd een beetje gênant.

Natuurlijk hebben we gelachen, het was best af en toe komisch en er ging van alles mis. Ook nu werd er iemand uit 'het publiek' gehaald, alleen was het deze keer een zij en ze kreeg een grote revolver. Maar met z'n twaalven, op een verder lege tribune, naar een voorstelling kijken, is en blijft een beetje 'ongemakkelijk'.

 

Na nog wat rond gelopen te hebben, gingen wij richting Boothill Graveyard, de historische begraafplaats van Tombstone. Het was niet zo groot, maar de graven lagen keurig op een rij en het was op een heuvel. Het had iets weg van Arlington in Washington, maar dan veel kleiner.

 

 

De meest uiteenlopende opschriften zag je daar op de kruisen. 'Opgehangen', 'neergeschoten,' 'vermoord', 'ten onrechte opgehangen', 'gebeten door een slang', 'vermoord door indianen', 'gevallen in een vuurgevecht' en ga zo maar door. Er was er eentje die echt opviel en daar stond op: 'Een natuurlijke dood gestorven.'

 

 

 

Die avond hebben we eindelijk eens gegeten bij een Denny's, niet ver van het motel. Ons favoriete restaurant tijdens de vorige Amerikareis, maar op de één of andere manier onvindbaar tijdens deze.

De porties waren weer enorm, maar wat we opkregen smaakte echt heerlijk. Toen we uiteindelijk wilden betalen, was onze serveerster gewoon verdwenen. Het betalen lukte aan een balie en onze serveerster zagen we buiten terug, zittend op de stoep en druk telefonerend.

 

De volgende dag zou onze laatste autodag worden, maar wat voor een dag...

De Apache Trail stond op het programma.

 

Gereden: 891 km.