Monument Valley


13 augustus 2007

 Monument Valley

 

 

Deze ochtend zijn we voor ons doen zeer vroeg vertrokken, iets over negenen. Een ontbijt in dat Chinees/Amerikaanse restaurant zagen we niet meer zitten en we gingen voor de EggMcMuffin iets verderop. Nou had dat ook wel weer met een ei te maken, maar dan heel anders, niet alleen qua bereiding maar ook anders qua huisvesting.

Pascal had hier een beetje de smoor in, want de 'cheese burger' werd voor 11.00 uur niet verkocht. Ik zat te genieten, niet alleen van mijn ontbijt, maar ook van een paar oudere mensen een paar tafeltjes verderop. Eentje van hen had een grote, zelf gekweekte meloen meegenomen. Hij was daar heel vol van en praatte honderduit, al wijzend op die enorme 'bal' in het midden van de tafel. Dat wijzen ging heel trillend, maar dat mag ook wel, want ik schatte hem op een jaar of tachtig.

Toen dat gezelschap opstond en het pand verliet, greep hij trillend zijn rollater en plaatste de meloen in het bijbehorende mandje. Al zwalkend ging hij naar buiten, waar hij stilstond bij een enorme pick-up. Hij gooide de rollater met een grote zwaai op de laadbak en nam heel liefdevol de meloen mee naar de bestuurdersplaats. Met een enorme snelheid en zonder te zwalken reed hij van de parkeerplaats af.

Dit was voor mij de bevestiging, dat het niet meer goed kunnen lopen, helemaal niets te maken heeft met het goed kunnen besturen van een auto.

 

dirt road naar Muley Point

 

De rit naar de Moki Dugway was eigenlijk heel saai, maar toen we er eindelijk voor stonden konden we ook nog even rechtsaf, naar Muley Point over wederom een 'dirt road'. Dit hebben wij ook gedaan en we hebben er absoluut geen spijt van gehad. Het uitzicht was echt prachtig, en ook dit is een understatement, zo'n 180 graden zicht op een waanzinnige vallei met aan de overkant, op kilometers afstand, de silhouetten van Monument Valley. Dit valt niet in één keer te fotograferen, je moet het gewoon zelf zien. We waren hier helemaal alleen, en dat maakte de indruk vele malen sterker. Om nooit meer te vergeten...

 

Muley Point

 

Op de terugweg zijn we nog twee auto's tegen gekomen, waarschijnlijk ook op weg naar dat uitzichtpunt. Wat een enorm wonder, beter gezegd wereldwonder, dat het daar niet drukker was...

En dan de Moki Dugway, een heerlijkheid en een feest om te rijden en bij iedere bocht even toeteren zodat een tegemoetkomende auto wist, dat wij er aan kwamen. Heb nog nooit zoveel vriendelijke mensen achter het stuur gezien. Iedereen zwaaide heel vrolijk als we na een bocht weer tegenliggers tegenkwamen.

En dan de uitzichten die je daar had. Op één plek kon je de weg al kronkelend om de bergen zien afdalen en heel ver beneden waar 'ie dan uiteindelijk uitkwam.

Eigenlijk was die 'road' voor mij veel te kort, ik had nog heel veel miles zo door kunnen gaan.

 

Moki Dugway

 

Beneden aangekomen diende zich de volgende 'dirt road' zich aan, naar Valley of the Gods. Deze was ongeveer 17 mile en er stond ook nog een waarschuwing bij: 'Bij hevige regenval deze weg niet rijden!' De lucht erboven was zeer dreigend en zo'n beetje inktzwart, vandaar dat wij besloten om verder te rijden en die bui voor te kunnen blijven.

In Mexican Hat hielden we even een tank- en plaspauze en hebben we nog gezwaaid naar het motel, waar we vijf jaar geleden hebben overnacht. Dat was vooral bij Nicole en Pascal niet goed gevallen door de enorme geluidoverlast van de daar aanwezige krekels. En het was het enige motel tijdens die reis zonder een tv op de kamer.

 

 

Het was wel bewolkt, maar het regende gelukkig niet toen we bij Monument Valley aankwamen. Het viel ons op, dat hier wel het één en ander veranderd was; o.a. de toegangsweg en de 'betaalhokken'. Staan die bij ieder park aan de linkerkant van de weg, zodat de bestuurder het allemaal kan regelen, hier stond er eentje aan de rechterkant van de weg. Uit verschillende auto's voor ons heb ik dan ook de bestuurder zien stappen om de toegangsprijs te betalen. Het is echt zo, heel af en toe zit er echt maar één persoon in een auto en zijn er geen bijrijders. Maffe beslissing, zo'n hokje aan die kant, ook al is het misschien maar tijdelijk.

Het was allemaal weer zeer indrukwekkend, we hebben er volop genoten en heel wat foto's gemaakt. Er was ook nog iets nieuws bijgekomen, tegen betaling natuurlijk, op de foto gaan bovenop een paard en een rots. Leverde eerlijk gezegd, hoewel wij het niet gedaan hebben, wel een prachtig plaatje op.

Onze TrailBlazer kon de meer dan slechte weg goed aan, maar ik had medelijden met de mensen, die deze route met een gewone personenauto probeerden te rijden. De veelvuldig krassende en schurende geluiden, die wij duidelijk konden horen, wezen echt op wat bodems, spoilers en uitlaten die hard en lawaaierig met deze verwaarloosde 'dirt road' in aanraking kwamen. Er was er de afgelopen jaren totaal geen onderhoud aan deze route gepleegd; wat een hobbels en gaten.

De regen bleef gelukkig weg, maar het waaide wel flink, hetgeen na afloop resulteerde in een soort roodbruine auto. Is volgens mij een gat in de markt voor de indianen daar, een 'carwash' net buiten het park, zou er zeker weten storm lopen...

 

Het was al vrij laat in de middag, toen wij onze weg vervolgden richting Kayenta. Daar gingen wij de nacht doorbrengen in het 'Best Western Wetherill Inn', een prima motel langs Highway 163.

Ook hier kregen wij twee kamers op de begane grond en hoefden we niet met onze koffers een trap op. Bij de receptie informeerden Nicole en Pascal naar een restaurantje in de buurt. Zij kwamen terug met een vodje papier, waar een paar kruisjes op waren gezet, als zijnde wat redelijke eetgelegenheden. Gewapend met dat vodje en een paar paraplu's, het was ondertussen gaan regenen, gingen wij op weg. Stevig doorlopend en ik op enige afstand driftig hinkend gingen we langs het motel en tot onze stomme verbazing zagen we daar direct achter al een restaurantje liggen. Golden Sands stond er op de gevel, die echt moeite had om overeind te blijven. Het zag er echt niet uit, vervallen en verfloos, maar goede raad was, gezien de nu plenzende regen en mijn hinkepoot, niet meer duur. Wij gingen ervoor en door de vreselijk piepende voordeur.

Er waren twee van de wel twintig wankelende tafeltjes bezet en wij gingen bij het raam zitten. Dat leek ons wel veilig, want het was vlakbij de deur naar buiten. Je wist maar nooit...

 

Direct kwam de serveerster naar ons toe en waarschuwde ons vriendelijk om vooral niet bij dat raam te blijven zitten, gezien al die hinderlijke vliegen daar. De moed zonk ons echt in de schoenen; in wat voor een uitspanning waren we nu weer terechtgekomen. Aan het enige redelijke tafeltje mochten we niet blijven zitten, gezien de overlast van vliegen... En dat werd ons verteld door een enorme Indiaanse, die constant haar lopende neus aan het ophalen was. En dan haar omvang, dat zij nog kon lopen was voor mij een compleet wonder en dat kwam echt niet door haar linkerbeen.

Het liefst waren wij op dat moment gewoon weggegaan, maar dat durfden we toch niet. Op de eerste en tevens laatste plaats door de priemende blikken van die paar aanwezige gasten daar, inclusief het om de hoek kijkende keukenpersoneel, de meer dan forse serveerster en de vreselijke regen buiten.

Heel gedwee zijn we opgestaan en aan een tafeltje gaan zitten, dat het verst van het raam verwijderd was. De forse en bijzonder aardige serveerster hebben we daarna nog twee keer gezien. De eerste keer bij het opnemen van de bestelling en daarna, na ongeveer een kwartier wachten, bij een soort balie om af te rekenen. In de tussentijd waren alle tafeltjes, ook die bij het raam, bezet geraakt door wat lokale bevolking en enkele groepen toeristen, die waarschijnlijk ook door de regen overvallen waren. Onze serveerster had het dus gewoon vreselijk druk, zij stond er helemaal alleen voor en hobbelde van tafeltje naar tafeltje om de bestellingen op te nemen. Die werden dan later door een zwijgzaam keukenhulpje gebracht.

 

Laat ik vooral één ding heel duidelijk stellen, wij hebben daar, eerlijk gezegd tegen alle verwachtingen in, overheerlijk gegeten. De bediening was weliswaar niet optimaal, maar wel uiterst vriendelijk. Ze hadden die avond gewoonweg niet op zoveel gasten gerekend.

Maar het eten was er echt heel erg goed en absurd goedkoop, 37 dollar voor ons viertjes inclusief de drankjes.

De volgende ochtend hebben we daar ook weer ontbeten, voor we onze reis vervolgden. Onze forse en zeer vriendelijke serveerster was er niet en een andere iets minder forse en net zo vriendelijke serveerster vertelde, dat 'de onze' ziek thuis zat. Met het verzoek om haar de groeten te doen, verlieten we dit bijzondere restaurant voor de laatste keer via de piepende deur.

 

Gereden: 285 km.

 

Monument Valley, gezien door Nicole