San Francisco


29 t/m 31 juli 2007

Foto: aardige voorbijganger

Het Town House Motel, een prachtige locatie in het centrum van San Francisco, maar wat een stank… De schoonmaaksters gebruikten daar één of ander schoonmaakmiddel wat waarschijnlijk wel zeer efficiënt was, maar vreselijk stonk. De enige remedie was om de deur wijd open te laten staan, maar dan had je weer die enorme geluidsoverlast van de drukke Lombard Street. Dit werd dus een discussie tussen Tonnie en mijzelf, waar we uiteindelijk natuurlijk uitgekomen zijn; de deur bleef op een kier open en de airco een standje lager.

Die ochtend konden we een uurtje later opstaan en gingen vervolgens op pad naar Fisherman’s Wharf, zonder ons druk te maken over het missen van een ‘Continental Breakfast’, want dat is aan ons echt niet besteed. Als we eenmaal het vertrekpunt van de boot naar Alcatraz gevonden hadden, zouden we daar in de buurt wel een restaurantje zoeken voor een echt ontbijt.

Dat vinden van het vertrekpunt bleek nog best lastig te zijn, want waar het vijf jaar geleden was, daar was het dus niet meer. Ze hadden het naar een paar pieren verder verplaatst en daar had ik dus geen rekening mee gehouden. Toen we het eindelijk gevonden hadden, was er gelukkig nog tijd genoeg voor een ontbijt. Daarvoor betraden we de gelegenheid naast de vertrekpier, wat helaas alsnog resulteerde in een soortgelijk ‘Continental Breakfast’.

 

Zoals altijd heeft elk nadeel ook weer zijn voordeel, dat ontbijt was zeer snel genuttigd en we hadden nog wat tijd over om buiten op een bankje in de zon te gaan zitten en de rest van onze koffie op te drinken. Daar moest natuurlijk een foto van genomen worden en voor Tonnie die kon nemen, kwam er een toevallige voorbijganger voorbij, die aanbood om ons viertjes te fotograferen. Nou heb ik het daar nooit zo op, want je geeft zo’n figuur je toestel, hij doet al koekeloerend een paar stappen achteruit en voor je het weet draait hij zich om en is al rennend verdwenen met je dure camera.

Dit was gelukkig een aardige voorbijganger en hij gaf na het ‘kieken’ het toestel gewoon weer terug. De foto die hij maakte was best goed, vandaar dat ‘ie aan de top van deze pagina staat.

 

Na in een lange rij gestaan te hebben en er wederom een foto van ons gemaakt werd, dit keer voor een afbeelding van ‘The Rock’, en niet door een voorbijganger maar door een Alcatraz-medeplichtige, gingen we eindelijk aan boord.

De wandeling op het eiland was wederom een heerlijke belevenis en de audiotour een stuk rustiger dan de vorige keer. Van Pascal had ik toen geen last, hij snapte het Engelse commentaar, met zijn 12 jaar, misschien wel beter dan ik. Alleen Nicole bleef maar vragen waar het over ging. Uiteindelijk heb ik de koptelefoon maar afgedaan en zijn we als een soort ongeleide projectielen door die gevangenis gerend.

Dit keer was die tour ook in het Nederlands en ik heb niemand gehoord tot we het eindpunt bereikt hadden.

Daarna hebben we nog alle hoeken en gaten bezocht, die we de vorige keer hadden overgeslagen. Toen we op het laatst in de shop eindigden, hadden we er i.p.v. de standaard twee uur wel vier uur opzitten.

 

Het werd echt tijd om te vertrekken en dat werd ons in die shop heel duidelijk gemaakt. Bij het naderen van een boekenstelling, kwam geheel spontaan een grote rij boeken op ons af. Die boeken vielen niet gewoon op de grond, nee ze vlogen echt op ons af. En niet één, nee het waren er wel een stuk of dertig. Stomverbaasd keken wij naar dit fenomeen. Wij hadden geen boek aangeraakt en stonden echt op ruime afstand van het gebeuren.

Het was net alsof die boeken wilden zeggen: of je blijft hier nog langer en wordt ook geschiedenis, of je vertrekt nu naar de boot en leef je leven verder.

Dat was een maffe gebeurtenis, weliswaar niet vreemd voor ons, maar we kozen toch maar voor het laatste en wandelden redelijk snel terug naar de boot.

 

Natuurlijk lag onze planning in stukken, maar daar is een planning ook voor. Je kunt eigenlijk niets van tevoren bepalen, het loopt zoals het lopen moet.

Bij ons liep het heel anders, hetgeen voor ons dus weer heel gewoon was.

Na aankomst bij de pier, hebben we die gemaakte ‘nepfoto’ gekocht. Veel te duur natuurlijk, maar wel heel leuk en zoveel foto’s hebben wij niet waar we met z’n allen opstaan.

Nog wat geslenterd langs de diverse winkeltjes en wat ‘nutteloze’ aankopen gedaan, om er uiteindelijk achter te komen dat er een paar magen aan het knorren waren.

 

Wederom kozen wij het ’verkeerde’ restaurant uit. De naam is me ontschoten, maar er heerste daar een bepaalde hiërarchie. Er liepen obers met een paarse polo en een paars overhemd, een rode polo en een rood overhemd en ook nog eentje met een wit overhemd. Achter het fijne in deze zijn we niet helemaal gekomen, maar de polo mocht niet doen wat het overhemd wel mocht en de kleur gaf een soort van verantwoordelijkheidsgraad aan. Die met dat witte overhemd bleek gewoon helemaal niets te doen, waarschijnlijk was dat de baas.

Noodgedwongen bedienden we ons hier ook van dat culinaire barbarisme. Koffie met mosselen, bij de maaltijd frites met mayonaise en absoluut geen wijn.

 

Na een toch wel lange wandeling terug naar het motel, vielen wij in een diepe en tevreden slaap. Wat zou de volgende dag weer voor ons in petto hebben…

 

Foto: aardige ober

Nou, dat was heel simpel, een heerlijk en stevig ontbijt in een restaurantje een paar blokken verderop, met een ober die goocheltrucjes deed. De propjes papier en muntjes, verschenen en verdwenen uit het niets weer in het niets.

Na het ontbijt met entertainment, haalden we de auto op en gingen op weg naar de verrassing. Eerst over de Golden Gate Bridge, een belevenis op zich, en toen verder richting Mill Valley.

Vanaf de highway zag ik de verrassing al in het water dobberen, maar de rest van de familie was zo druk in gesprek, dat ze niets opmerkte. De afrit af, een paar keer afslaan en de TrailBlazer draaide de parkeerplaats op. Daar, in de baai, lag een watervliegtuig en de monden vielen langzaam open. Dit had ik dus een maand of vier stil weten te houden en ik weet nog steeds niet precies of die verbazing nou over dat watervliegtuig ging, of meer over mijn stilzwijgen in deze.

Foto: Jamie, San Francisco Seaplane Tours

 

De vlucht was iets heel aparts. Eerst heel langzaam taxiën over het water, dan als een soort speedboot vaart maken en uiteindelijk al druipend opstijgen. Binnen de kortste keren vlogen we boven de wolken, maar dat is niet zo verwonderlijk in San Francisco. Helaas konden we daardoor de Golden Gate Bridge niet zien liggen en Alcatraz heel mistig vanaf grote afstand. Maar de skyline was echt prachtig. Die van New York was schitterend, maar deze deed er niet voor onder.

Het landen was ook net iets anders, met een helikopter sta je op een gegeven moment ongemerkt weer op de grond. Met zo’n watervliegtuig bump je een paar keer op het wateroppervlak en vaar je daarna naar de aanlegsteiger.

Al met al, een echte aanrader als je eens wat anders wilt doen.

 

Hierna zijn we naar Muir Woods gegaan, een National Park iets ten noorden van San Francisco, wat een serene rust uitstraalt. Prachtig aangelegde wandelpaden, heel wat bankjes en duidelijke bordjes die de richting aangeven. Hier hebben wij onze eerste natuurwandeling gemaakt, beter gezegd een hikje.

Ook hebben we bij de ingang ‘The Beautiful Pass’ gekocht. Het stond weliswaar nergens aangegeven bij de kassa, maar ik heb er toch om gevraagd en ze hadden ‘m ook gewoon.

 

Vervolgens kwamen we in Sausalito terecht, een soort kunstenaarsdorpje in Franse stijl aan de Richardson Bay. Echt een stek voor de rijken en de snobs onder ons. In de plaatselijke Starbucks zag ik zo’n typische geval; witte sportschoenen, kreukelige korte broek, maar wel met stropdas en een keurig colbert.

Het mysterie van de kerstbomen werd hier nog verhevigd. Wij kwamen langs een etalage vol met kerstspullen en alweer een volledig opgetuigde boom. Ben benieuwd of we ooit achter de betekenis zullen komen. Eind juli en een opgetuigde kerstboom valt voor ons niet goed te rijmen.

 

Op de terugweg naar het motel zijn we nog even richting Wharf gereden. Ik was vergeten om het ‘trammetje’ te filmen. Zodra we de speciale rails in de weg zagen, heb ik de auto ergens geparkeerd en ben er gewapend met camera er naartoe gelopen. Toen de ‘prooi’ eindelijk voorbij kwam en ik wilde gaan filmen, bleek er technisch iets niet in orde te zijn. Niet met mijn camera, maar met de Cable Car. Die hield er gewoon mee op, mensen stapten uit en er kwam geen beweging meer in.

Gelukkig kwam er niet lang daarna nog eentje aan en die kon ik mooi nog een stukje filmen, voordat ‘ie ook stil moest gaan staan achter die kapotte eerste.

 

De route naar Yosemite heb ik die avond nog aangepast. Er moest een extra stop inkomen om de dichtstbijzijnde Wal-Mart te bezoeken. De reden was onze nieuwe telefoon. Ondanks dat er een berichtje in het geheugen stond, dat deze succesvol was aangemeld en er lokaal en internationaal mee gebeld kon worden, bleef het kreng in alle talen zwijgen.

Dit servicebezoekje was zeer apart en zelfs prinses Maxima had er zijdelings mee te maken…

Gereden: 62 km.