Bryce Canyon


7 en 8 augustus 2007

Vanochtend heerlijk ontbeten in het buffetrestaurant van Excalibur, waardoor wij dus vier van de 1594 zitplaatsen een tijdje bezet hielden. Het ontbijt was echt geweldig en wat een keuze.

Natuurlijk bleven wij weer veel te lang natafelen, ook dat is vakantie voor ons, zodat we pas om een uur of half elf vertrokken.

Ook deze keer bracht Tommie ons feilloos de stad uit en leidde ons naar Highway 15. Oorspronkelijk was het plan om ook nog door de Valley of Fire te rijden, maar gezien het late vertrek was het raadzaam om dat toch over te slaan.

We verwisselden Nevada voor Utah en net voorbij Washington, ook daar ligt een plaatsje met die naam, verlieten we de 15 en gingen richting Zion National Park.

Een prachtige weg om te rijden en als je Zion binnenkomt, weet je helemaal niet meer wat je ziet.

 

 

Eerst naar het Visitor Center en daar bleek, dat de enige manier om dieper het park in te komen, met de shuttle bus was. Deze rit zou minimaal negentig minuten gaan duren en die tijd konden we eigenlijk niet missen, omdat we een beetje bijtijds bij Bryce Canyon wilden aankomen.

Het moeilijkste van een goede reisroute is het schrappen van bepaalde dingen, net zoals bij het schrijven van een boek. Als je bepaalde zaken niet weglaat, wordt een boek onleesbaar en een route onrijdbaar. Aan de andere kant geeft dat schrappen ook weer een nieuwe mogelijkheid: een goede reden om nog eens terug te komen.

Mij hoor je verder niet klagen hoor, de route door Zion richting Bryce die we wel konden rijden was meer dan schitterend.

 

Op een gegeven moment naderden wij een tunnel. Langs de kant van de weg stond een ranger en zij zwaaide met twee handen naar ons. Normaal gesproken zou ik terugzwaaien en gewoon doorrijden, maar voor een ranger stop ik toch wel even.

Zij gaf mij een soort staafje, welke heel veel leek op een estafettestok, en vroeg heel vriendelijk of ik die aan het eind van de tunnel aan een collega van haar wilde geven. Op mijn vragende blik, antwoordde zij dat haar collega deze nodig had.

Nou ben ik de beroerdste niet en het was voor mij compleet nieuw om een estafettestok door een tunnel te vervoeren, dus ik nam ‘m van haar aan. Bij het wegrijden zag ik in de achteruitkijkspiegel, dat die aardige ranger de weg afsloot met pionnen. Vond ook dat wel een beetje vreemd, maar toch reed ik verder.

Het was opvallend rustig in die smalle tunnel, er kwam geen enkele auto van de andere kant.

Toen we er weer uitkwamen, stond een andere ranger ons weer op te wachten. Ook zij zwaaide vriendelijk en ik gaf haar die estafettestok, waar ze zichtbaar blij mee was.

“Die was ik al een tijdje kwijt”, zei ze lachend en bedankte mij, zonder verdere uitleg, heel hartelijk. Op dat moment snapte ik er helemaal niets van, maar ik zag wel dat voor de ingang van de tunnel een grote camper stilstond en al het achteropkomende verkeer ophield.

Later, na het lezen van het bij de ingang gekregen ‘parkblad’, begreep ik het wel. Die tunnel was heel lang geleden gegraven voor het verkeer van toen. En in die tijd had je nog niet van die grote en brede campers. Dus als er tegenwoordig eentje doorheen moet, wordt het tegemoetkomende verkeer stilgelegd, om zo’n gevaarte de ruimte te geven. Daar was ook dat staafje voor, zodat de ranger aan de andere kant wist dat er na mij geen tegemoetkomend verkeer meer zou komen.

Hierna zijn we nog ontelbare keren gestopt, niet omdat onze auto problemen had, maar de vergezichten noodzaakten ons hiertoe.

 

 

Bij één van de laatste stops hebben we Tommie weer aangezet om ons naar het motel te brengen. Op het moment dat hij zei: ‘Bestemming bereikt…’, stonden we stil voor een paar bouwvallige barakken. Absoluut geen reden tot paniek, want bij het ingeven van het adres, herkende hij het ‘huisnummer’ niet en daarom had ik maar het dichtstbijzijnde, voor hem wel geaccepteerde nummer ingevoerd.

Tommie mocht weer in zijn tasje en wij reden langzaam door. En ja hoor, vlak voor de kruising met de weg naar de Canyon, lag het Bryce Canyon Resort.

Eenmaal bij de receptie aangekomen, bleek er een rij van één persoon te zijn. Deze was wel enigszins onrustig, want volgens het computersysteem was haar internetboeking nooit binnengekomen. En dat baarde mij weer zorgen, want ik had ook via het internet hier geboekt en eerlijk gezegd, nooit een bevestiging mogen ontvangen. Pascal had een week voor ons vertrek uit Nederland nog gebeld en hem werd toen verzekerd dat alles gewoon in orde was.

Na een tijdje verliet de jonge vrouw dolgelukkig de receptie, er was nog net één vrije kamer voor haar gevonden.

Die zo bekende zin weerklonk: ‘Next in line…’ Dat waren onmiskenbaar wij, want voor de rest was er niemand in die ruimte meer aanwezig. Ik gaf mijn credit card, wees op mijn naam en zei, dat er twee ‘Historic Cabins’ voor twee nachten gereserveerd waren. De wat oudere vrouw, die verdacht veel op ma Simpson leek, keek me wantrouwend aan met een blik van ‘dat zeggen ze allemaal.’ Met enige tegenzin rommelde ze wat in een kaartenbak en tot onze verbazing, die van haar en die van mij, haalde ze daar twee mapjes uit. Ook deze keer was het dus gelukt.

Terwijl zij iets onduidelijks aan het invoeren was op de computer, viel mij op dat er een groot aantal vliegen rondom haar hoge kapsel aan het ronddartelen waren. Zij zag dat het mij opviel en zei zonder een spier te vertrekken: “Die krengen zijn dol op mijn haarlak…” (Dit zei ze echt letterlijk…)

 

 

Die historische hutjes bleken wel heel historisch te zijn, de verf deed zijn uiterste best om er vandoor te gaan. Ondanks dit kleine detail, waren we er heel tevreden mee. Van binnen was het erg ruim, erg schoon en er was zelfs een keukentje. Niet, dat wij daarvan gebruik zouden maken, maar alleen al het idee dat er een keukentje was, gaf ons een vertrouwd gevoel.

Gelukkig was er ook een restaurant op het terrein, niet al te groot maar wel goed. Voor mij gaf dat het voordeel, dat ik niet meer hoefde te rijden en gewoon een biertje kon drinken.

We werden daar bediend door een heerlijk enthousiaste serveerster, die honderduit kwebbelde. Onze bestelling werd niet genoteerd, want zij had een heel goed geheugen. Dat klopte inderdaad, want al het door ons bestelde werd wat later voor de neus van de bijbehorende besteller geplaatst. Het biertje was dan wel van een ander merk, maar daar viel ik niet over; het was een biertje en gelukkig geen warme chocolademelk.

 

Die nacht heb ik nog heel lang naar de imposante sterrenhemel zitten kijken. Ondanks de frisheid, het koelt daar vrij snel en drastisch af in de avond, kon ik niet loskomen van dat schouwspel. Trouwens, er was nog iets dat mijn aandacht trok. Iets verderop stond een loeier van een caravan en de bewoner daarvan was erg hoestend bezig met een vuurkorf. De man stond midden in de rook het vuur op te porren en toen hij even later ging zitten, deed hij dat zodanig dat hij nog steeds midden in de rookbaan zat. Als hij zijn stoel een meter naar links of rechts verplaatste, zou hij er geen last van hebben. Dat deed hij dus niet en bleef met enorme hoestbuien zitten waar ‘ie zat.

Waarschijnlijk was hij kort daar voor gestopt met roken en had hij nu een soort compensatie gevonden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De volgende dag gingen we vol goede moed op weg naar de canyon, op weg naar de inlossing van een belofte.

Vijf jaar geleden waren wij daar ook en Tonnie wilde er heel graag wandelen. Het was toen vreselijk warm en het was voor ons eigenlijk onbegonnen werk. Ik heb daar plechtig beloofd, dat we er zouden terugkeren, al was het alleen maar om die wandeling te maken.

Nou zijn wij eerlijk gezegd niet van die grote wandelaars, dus Nicole en ik hadden een, naar ons idee, redelijk traject uitgekozen; de Bristlecone Loop Trail van 1,6 km. Het was een heerlijke wandeling tussen de sparren en de dennen, met schitterende vergezichten en zelfs voor mij, ondanks mijn, hopelijk tijdelijke handicap, heel goed te doen. (In het volgende hoofdstuk kom ik hier zeer zeker op terug.)

Hierna zijn we met de auto langs alle 'Viewing Points' gegaan die het park rijk is en dat zijn er heel wat. Als laatste kwamen we bij Sunset Point met zicht op het Amphitheater, waar Tonnie direct riep: "Maar hier had ik willen wandelen!"

Pascal, Nicole en ik keken elkaar bezorgd aan, want wij wisten dat dit eigenlijk de wandeling had moeten zijn. Het was weer midden op de dag en vreselijk warm, maar gelukkig kwam Tonnie zelf met het juiste excuus; zij had haar schoenen vergeten aan te trekken en liep op slippers. En op slippers is die wandeling, zo stijl naar beneden, echt niet te doen.

Dit keer heb ik geen plechtige belofte gedaan, want er zijn nog heel veel andere delen in Amerika die ik wil bezoeken.

 

Die avond hebben we weer heerlijk gegeten in het restaurant van dat Bryce Canyon Resort. Dezelfde serveerster bediende ons weer en wist nog precies, wat we de vorige avond besteld hadden. Zelfs, dat zij mij een verkeerd biertje gebracht had.

Bij het betalen heeft Nicole nog wat complimenterende zinnetjes op de rekening geschreven en gingen wij op weg naar een heerlijke nachtrust, nog niets wetend van dat persoonlijke drama dat mij de volgende dag zou overkomen.

 

 

Gereden: 395 km.