Las Vegas


5 en 6 augustus 2007

 

Las Vegas, de meest maffe stad die ik ken in de States. Dit was de vierde keer voor mij. Twee keer beroepsmatig naar de NAB, de grootste ‘broadcastbeurs’ ter wereld, en nu voor de tweede keer op vakantie.

Vlak voor Circus Circus meldde Tommie, dat we ons einddoel bereikt hadden en dat terwijl wij eigenlijk bij Excalibur moesten zijn. Het eerste foutje, maar niet van Tommie. Per ongeluk had ik nummer 2850 ingegeven i.p.v. 3850. Deze ontdekking was een hele opluchting voor ons, want als je niet meer op Tommie kunt vertrouwen…

 

Het stadje was nog precies hetzelfde op een paar enorme bouwputten na. Waar ter wereld vind je in één straat New York, Parijs, Venetië, een heuse piramide met een sfinx ervoor, een sprookjeskasteel, een gevecht tussen twee piratenschepen en ga zo maar door.

 

Eerst het vervelende gedoe en het wachten bij het ‘valet parking’, maar ja, je weet nog niet waar je zelf kunt parkeren en dat gesleep met je koffers dwars door het casino richting receptie is ook niet alles. Gelukkig ging het allemaal vrij snel en duurde het ook niet al te lang voor onze bagage op de kamer werd gebracht. Het kost je een paar dollars, maar je krijgt er ook wat voor: een stukje gemak.

 

Die avond hebben we nog even een stuk over de ‘Strip’ gelopen. Wat een drukte zo laat op de avond, de Kalverstraat overdag is daar niets bij. Hotel in en hotel uit, van leeuwen boven ons hoofd en een roller coaster tot enorme Egyptische beelden die op je neerkeken. Je kunt het zo gek niet verzinnen of het is daar allemaal aanwezig.

Toen de rest van de familie het zoveelste winkeltje was binnengegaan, heb ik maar een dollar in zo’n geautomatiseerde eenarmige bandiet gedaan. Laat dat apparaat nou, na de eerste keer draaien, beginnen te jubelen dat ik gewonnen had. Doorspelen of ‘cashen’, het laatste deed ik maar, want ik vind het geluid van al die vallende kwartjes zo gaaf. Helaas, er viel geen enkel kwartje. Wel kwam er een bonnetje uit, dat ik 3,25 dollar gewonnen had…

Op het laatst kwamen we terecht in de winkelgalerij Miracle Mile Shops, een aaneenschakeling van winkeltjes in een omgeving die steeds van thema wisselde. Zo liep je in een strak moderne entourage en zo was je in een Arabisch stadje met een prachtig geschilderde hemel.

Moe maar zeer voldaan bereikten we eindelijk ons hotel, waar we direct naar de daar aanwezige Starbucks gingen. Wat een perfecte beker koffie allemaal niet kan doen, mijn vermoeidheid verdween en ik was weer in staat om de omgeving te observeren.

 

Gelukkig precies op tijd, want vanuit een lange gang kwamen een moeder en een dochter stevig gearmd onze kant op gewaggeld. Door dat stevige inhaken nam ik aan dat het een moeder en een dochter waren, maar het heeft eigenlijk helemaal geen betekenis voor deze situatie. Ik had natuurlijk ook kunnen schrijven een iets oudere en een iets jongere dame…

Het was een heerlijk gezicht die twee, het leek er namelijk verdacht veel op dat het elkaar stevig vasthouden niet alleen maar een genegenheidaangelegenheid was. Ze hadden elkaar gewoon nodig, want het alleen lopen had weleens problemen kunnen opleveren.

De moeder keek strak voor zich uit en de dochter, iets joliger, zwierde vrolijk met een handtasje om haar nog vrije arm.

Daar Excalibur op een kasteel moest lijken, zijn er dus ook veel gangen, hoekjes en nissen. Juist daar hadden de dames erg veel last van, vooral als ze elkaars arm kwijtraakten, hetgeen menigmaal gebeurde. De één zwierde dan naar links een gang in en de ander naar rechts een nis in. Even later zag je dan links vanuit de nis het handtasje tevoorschijn komen en van rechts een arm. Je hoorde een kreet van herkenning en met een soort snoekduik kwamen die twee dan weer, al botsend bij elkaar. De armen werden stevig vastgepakt en de voorwaartse waggelgang weer ingezet.

Dit tafereel herhaalde zich een paar keer totdat ze helaas, al giechelend, uit ons gezichtsveld verdwenen waren.

Nog één keer hebben we die dochter zien terugkomen, op topsnelheid zigzagde zij voorbij, met in haar kielzog dat handtasje. Waarschijnlijk op zoek naar haar moeder of naar een bar.

Naast het gokken gebeuren er dus ook zulke dingen. Voor ons geen probleem; zij hadden de grootste lol en voor ons was het een prachtig schouwspel. Het verschil zat ‘m wel zeker in de volgende ochtend. Zij lagen zeer zeker nog brak op bed, terwijl wij ons ontbijt al lang genuttigd hadden.

 

Wij stonden zo rond een uur of tien fris, maar wel een beetje gespannen, te wachten op ons vervoer naar het vliegveld. Een man kwam naar ons toe en vroeg of wij de familie… Hier viel hij stil en wees op een papiertje in zijn hand. Daar stond inderdaad onze naam die gewoon te ongewoon is voor een Amerikaan om uit te spreken.

Wij hadden ons vervoer dus gevonden, maar die chauffeur had een paar andere gasten nog niet gevonden. Het duurde even, maar toen de gezochten gehaast de deur uitkwamen, met een deel van hun ontbijt nog in de hand, konden we in het busje plaatsnemen en richting vliegveld vertrekken.

 

Even dacht ik, dat het helemaal fout ging toen we McCarran Int. Airport voorbij reden, want ik was er van overtuigd dat we daar moesten zijn. Toen ik wat later op een bord zag, dat we richting Boulder City gingen, was ik weer wat gerustgesteld; Papillon Helicopters vertrekt namelijk ook vanaf dat vliegveldje.

Het was erg druk op de weg, we stonden regelmatig stil en toen we eindelijk aangekomen waren, was het bij de balie ook erg druk. Langzaam schuifelden we in de rij steeds een stukje verder naar voren. Eenmaal aan de beurt, ging het vrij snel; de bevestiging van onze boeking overleggen, daarna het paspoort en even een stap opzij doen om op de weegschaal te gaan staan. Tegen dat laatste zag ik toch wel heel erg op. Thuis ga ik niet op een dergelijk kreng staan, want ik hoef dat getal helemaal niet te weten.

Nu moest ik tegenover een wildvreemde er wel op gaan staan en zij kon dan precies zien hoe zwaar ik was. Met lood in de schoenen stapte ik erop, ik voelde me heel erg zwaar, zelfs heel erg bezwaard. De verwachtte gniffelende reactie bleef uit, heel discreet zonder maar de minste gelaatsuitdrukkelijke verandering, werd er iets genoteerd en een heel bekende uitspraak weerklonk: “Next in line…”

 

Even later zaten wij met nog enige tientallen passagiers in een speciaal gedeelte in afwachting van de aangekondigde veiligheidsinstructie, welke op een grote tv vertoond zou gaan worden. Een medewerkster startte inderdaad de DVD en, waarschijnlijk omdat er nogal luid geroezemoesd werd, zette zij het geluid op orkaankracht. Niemand heeft er iets van gemist.

Na de instructie verdwenen er steeds meer mensen, tot we alleen overgebleven waren. Voor ik de tijd kreeg om me ongerust te maken, stapte er een goedlachse piloot binnen. Hij keek op een formulier, vervolgens naar ons en vroeg: “Paul’s party?” Mijn voornaam is voor een Amerikaan wel goed uit te spreken.

 

Hij stelde zich voor als Dave en beloofde er iets speciaals van te maken. Gedwee volgden wij hem, over de rechthoekige strepen op de grond, richting helikopter. Daar moest natuurlijk eerst weer een foto genomen worden en Dave kwam naast ons staan. Hierna kregen wij van hem nog eens duidelijk te horen, dat het niet de bedoeling was om tijdens de vlucht een deur van de helikopter open te doen. Was ik ook eigenlijk niet van plan, maar het is altijd leuk om een bevestiging te krijgen.

Op dat moment steeg een helikopter achter ons op en door de enorme windverplaatsing mijn mooie nieuwe pet, een vaderdaggeschenk speciaal voor deze vakantie, ook. Direct wilde ik er achteraan rennen, maar besefte dat ik niet zomaar op die banen mag komen. Dave wilde er ook achteraan gaan, maar hij besefte dat hij daar de functie niet naar had. Hij zwaaide daarom even richting kantoortje en wees op de nog steeds bewegende pet. Nog voordat wij instapten, werd mijn pet met zo’n speciaal vliegveldwagentje teruggebracht.

Het starten, warmdraaien en opstijgen was al een sensatie op zich, terwijl de vlucht naar de Grand Canyon nog moest beginnen.

 Hoover Dam

 

De vlucht was meer dan een sensatie. We vlogen met z’n viertjes in een zespersoons helikopter. Tonnie en Pascal voorin naast de Dave, Nicole en ik heel ruim achterin, allebei bij een raam. Wat een luxe…

Over de hoofdtelefoon, die we allemaal ophadden, werd de muziek regelmatig onderbroken door Dave, die van alles en nog wat vertelde over waar we overheen vlogen. Boulder City, een stadje speciaal gebouwd voor de aanleg van de Hoover Dam. De witte vlakken aan de oevers van Lake Mead, die niet zolang geleden nog onder water stonden. Het waterpeil daalt daar al enige jaren, door de verandering van het klimaat.

Dave zat echt op zijn vliegpraatstoel en eerlijk gezegd, heb ik niet alles meegekregen. Ik werd veel te veel in beslag genomen door alles wat ik onder me voorbij zag schuiven.

Na een klein half uurtje vlogen we over de Grand Canyon, wat is dat toch een enorm imposant gat in de grond. Al die kleuren, al die grillige vormen en die gigantische steenmassa’s, het valt echt niet te beschrijven hoe groots dan alles is.

Colorado

 

En toen ging het echt gebeuren, de helikopter ging steeds lager en lager vliegen, tot we uiteindelijk op de bodem landden. Mijn gevoelens zijn al helemaal niet onder woorden te brengen; wat een emotionele ervaring om daar te staan… Daar kwam bij, dat ik toen pas kon zien op wat voor klein plekje Dave de helikopter had geland. Een meter ervoor een gapend gat en vlak erachter al niet veel beter.

Voorzichtig liepen wij richting een picknicktafel, die daar heel toevallig stond. Je houdt het toch niet voor mogelijk, ben je daar in een miljoenen jaren oude Canyon, staat daar een picknicktafel. Het vervolg was ook modern, maar zeer aangenaam; de plastic champagneglazen werden op die tafel gezet en ook nog volgeschonken met bubbels. Er volgde een toast op de landing, wij met de bubbels en Dave met een blikje fris, want hij was natuurlijk Bob.

Uit een grote mand kwamen ook nog broodjes, snacks, cola en water tevoorschijn. Het leek wel een feestje met een goochelaar.

Foto: Dave, onze piloot

 

Wij bevonden ons daar in een oostelijk deel van de Canyon, dat in het bezit is van de indianen. Het schijnt heel bijzonder te zijn, dat de Papillon helikopters daar mogen landen, want zij hebben daarvoor, bij grote uitzondering, toestemming gekregen. En na het bijdragen van een niet met name genoemd geldbedrag natuurlijk.

Na de ‘champagnelunch’ kregen we alle tijd om wat rond te lopen en te fotograferen. Dave nam meerdere keren het toestel over om een kiek van ons viertjes te maken.

Foto: Dave, onze piloot

 

Het weer opstijgen was ook heel speciaal. Eerst recht omhoog en dan volgens het één of ander vliegprotocol, rondjes draaien om op de juiste hoogte te komen. Door een bepaalde winderigheid lukte dat niet helemaal en kregen we nog een extra groot rondje door de Canyon.

Ook de terugvlucht was prachtig. Van gapende gaten, dorre vlakten, heel veel bomen, tot af en toe een beetje in de rats zitten of we wel over een bergtop zouden komen. Veilig en wel landden we uiteindelijk in Boulder City en daarmee was onze, meest indrukwekkende en om nooit meer te vergeten, vlieg- en landingsavontuur ten einde.

Colorado

 

Achter in de middag hebben we onze TrailBlazer weer laten voorrijden en zijn heel langzaam de strip afgezakt. Daar was haast geen doorkomen aan. Bij de The Venetian zijn we vrolijk zwaaiend naar de portier, gewoon de parkeergarage ingereden en wat gaan wandelen door dat hotel. We wilden weleens met eigen ogen die gondeliers zien, die al zingend hun gondels door de nagebouwde kanaaltjes loodsten. We hebben het gezien, we waren even in Venetië (de overdekte uitvoering dan), we hebben de gondeliers horen zingen door de boxen aan de gevels (zij hadden allen draadloze microfoontjes) en we waren er nu helemaal van overtuigd, dat Las Vegas de meest maffe stad ter wereld is.

 

Die avond zijn Tonnie, Nicole en Pascal nog een keer de Strip opgegaan om wat winkeltjes te bezoeken, terwijl ik in het hotel bleef om nog het één en ander te filmen. Ik heb nooit geweten, dat Excalibur zo groot was. Naast de ontelbare winkeltjes waren er heel veel restaurants, waarvan er meerdere tot bekende fastfoodketens behoren; Pizzahut, McDonald’s en wel twee Starbucks. Bij de laatste hadden ze drie formaten bekers: tall, grande en venti (groot, groter en grootst…) Ook was er een tent, waar je door de ruiten heen kon zien hoe donuts gemaakt worden.

Alleen het buffetrestaurant had al een capaciteit van 1594 personen.

En dit hotel is bij lange na nog niet het grootste…

 

Laat op de avond stond ik nog even bij het casino te kijken. Daar was een zeer brede en oplopende gang, richting liften naar de kamers. Een jonge man, met drie flesjes bier stevig in zijn armen gekneld, had de hele breedte van die gang nodig om enigszins vooruit te komen. Toen hij haast bovenaan was, dreigde hij te gaan vallen. Door een toch wel snelle reactie kon hij dat op het laatste moment voorkomen, maar maakte daardoor wel een draai van zo’n 180 graden. Met dezelfde wankelende pas ging hij weer terug het casino in, zonder dat hij ook maar enigszins in de gaten had, dat hij nu weer terugging.

Ik heb daar toch nog wel een tijdje gestaan, maar hem niet meer terug zien komen…

 

Voor ons was het ‘Las Vegas Avontuur’, weer een heerlijk feestje.

Morgen naar Bryce, voor de inlossing van een belofte. En nee, dit is geen ‘cliffhanger’ want in het begin van de ‘voorbereiding’ heb ik hier al over geschreven.

 

 

Gereden: 325 km.