Later ruikt nog het laken naar haar.
Alleen geur. Na een jaar, een middag
met niets dan tastbare zaken als,
om maar iets te noemen, het strikje
van zijde op de laatste langzaam
genomen hindernis. En zij dan:
een languit liggende aandoening
van warmte, zo aaibaar als boomwol.
Wat overblijft van het weinige,
wat daarna niet dag zegt en weggaat,
wat zeker verdwijnt maar veel trager,
wat haar nu even nog vasthoudt: geur.
© mark naessens