Dierenriem

(CC BY-SA 2.0)

Bij overname van de tekst verplicht deze licentie de auteur te vermelden: "Auteur: Julien Grandgagnage"


De '''dierenriem''' of '''zodiak''' is een ongeveer 20 graden brede zone aan de hemelbol, waarbinnen de schijnbare banen van de zon, de maan en de planeten verlopen.

De '''dierenriem''' of '''zodiak''' is een ongeveer 20 graden brede zone aan de hemelbol, waarbinnen de schijnbare banen van de zon, de maan en de planeten verlopen.

De beweging van de zon en de voortdurende verandering van de sterrenhemel heeft de mens van oudsher gefascineerd. De sterrenhemel draait iedere dag van oost naar west om een vaste pool. Op het noordelijk halfrond is deze pool op minder dan 1 graad van de[poolster verwijderd, wat het gemakkelijk maakt om zich te oriënteren. De sterren rond de poolster bewegen zich in een concentrische cirkel om haar heen, zodat aan de oostelijke horizon voortdurend nieuwe sterrenbeelden opduiken die in het westen weer ondergaan. Zoals de zon dag en nacht markeert, zo keert ze ook na verloop van een jaar terug op dezelfde plaats aan de sterrenhemel. Op basis van deze waarnemingen werden door verschillende oude beschavingen kalenders opgesteld, waarbij de maan de maanden aangaf en de baan van de zon de periode van een jaar bepaalde. Tot de oudst bekende sterrenbeelden behoren de twaalf van de dierenriem. Aan deze tekens werd een bijzondere betekenis toegekend, omdat zij de achtergrond, het decor vormden waartegen zon, maan en planeten zich schijnbaar voortbewogen. Deze baan, die in werkelijkheid de baan is die de aarde om de zon beschrijft, wordt ecliptica genoemd.

De ecliptica

|Het cirkelvormige parcours dat de noordelijke hemelpool tegen de achtergrond van sterren aflegt

Deze ecliptica, de gordel van de dierenriem, ligt scheef op de hemelequator, de denkbeeldige lijn van de aarde-equator in het oneindige doorgetrokken. Daardoor vormen die twee vlakken een hoek van 23,5 graden: de 'helling' van de ecliptica. Als gevolg daarvan zijn slechts 2 dagen per jaar dag en nacht even lang tijdens de zogenaamde 'equinoxen': bij het begin van de lente (ca. 21 maart) op 0 graden Ram en bij het begin van de herfst (ca. 23 september) op 0 graden Weegschaal.

Als startpunt van de dierenriem werd ca. 300 v.Chr. het lentepunt op 0 graden Ram gekozen. Dit is dus het tijdstip (omstreeks 21 maart) waarop de zon in het snijpunt van dierenriem en de hemelequator treedt. Iemand die dus zegt 'Ik ben een Ram' is geboren in de maand volgend op 21 maart. Reeds de Griekse astronoom Hipparchus (2e eeuw v.Chr.) had opgemerkt dat het lentepunt stilaan verschoof in 'achterwaartse richting' langs de ecliptica. Hij berekende dat deze verschuiving ongeveer 1 graad per 72 jaar bedroeg. (Moderne berekeningen geven aan dat Hipparchus er niet zo ver naast zat). Van hem komt ook de naam van het verschijnsel dat hij 'precessie' doopte. Pas veel later zouden moderne natuurkundigen deze precessie vanuit een beweging van de aarde zelf kunnen verklaren. De aardas staat immers scheef op haar omloopbaan, waardoor ze tijdens haar rotatie een soort 'kegelmantel' beschrijft. Ze ''wiebelt'' als het ware als een ''tol''. Door deze beweging die 25800 jaar duurt voor hetzelfde uitgangspunt weer wordt bereikt, blijft de poolster niet precies in het noorden staan.

Het probleem van de precessie

Terwijl voor de astronomie deze precessie van groot belang is, heeft zij voor de astrologie geen betekenis. Voor haar zijn immers alleen de 'veranderlijke sterren' van belang, de planeten en hoe die zich vanuit de aarde gezien lijken voort te bewegen langs de schijnbare baan van de zon. Volgens oude astrologische tradities verdeelde men de weg die de zon aflegde (De weg die de zon aflegde: zoals later bleek was het de aarde die de weg aflegde) in twaalf parten of tekens met een lengte van 30 graden. In de loop van het jaar beweegt de zon zich dan door alle tekens die voornamelijk levende wezens of dieren voorstellen. Omdat de tekens hoofdzakelijk dieren zijn, werd de strook van sterrenbeelden 'dierenriem' of zodiak genoemd (uit het Grieks: ''zooion'' = levend wezen of dier). Het enige niet-levende wezen uit de dierenriem, de Weegschaal, is pas in latere tijden toegevoegd. Aanvankelijk werden de schalen van de Weegschaal gezien als de klauwen van de Schorpioen.

Geschiedenis

Babylonische astronomie

De verdeling van de ecliptica in zodiakale tekens stamt uit de Babylonische (Chaldeeuwse) astronomie, ca. 2600 jaar geleden, waarschijnlijk 7e eeuw v.Chr. De Babylonische kalender kende hierbij elke maand een bepaalde constellatie toe, beginnend bij de positie van de zon in het lentepunt dat toen nog in Aries lag.

Hellenistische astrologie

De Dendera zodiak, 1e eeuw v.Chr

Hellenistische astrologie was een samensmelting van Babylonische en Egyptische astrologie. Het was in het Egypte van de Ptolemaeën (vanaf 4e eeuw v.Chr.) dat de eerste astrologische horoscopen verschenen. De ''Dendera dierenriem'', een reliëf daterend uit ca. 50 v.Chr., toont de vroegst bekende uitbeelding van de klassieke dierenriem met de 12 tekens. Astrologie werd bij Grieken en Romeinen "Chaldeeuwse wijsheid" genoemd en gebruikt voor divinatie door middel van planeten en sterren.

Indische zodiak

De Indische zodiak was direct afgeleid uit het Griekse systeem en geadopteerd tijdens een periode van intense culturele contacten met Griekenland onder het bewind van de Seleuciden (2e tot 1e eeuw v.Chr.). In de hindoe astrologie worden de tekens 'rāshi' genoemd. Het Indische systeem maakt wel gebruik van de siderische dierenriem, ook al hebben ze met het Europese systeem gemeenschappelijke wortels. De Sanskriet namen van de tekens zijn, op kleine verschillen na, trouwe vertalingen van de Griekse namen. Zo betekent 'dhanus' 'boog', in plaats van 'boogschutter' en 'kumbha' betekent zoiets als 'waterkan' in plaats van 'waterdrager''.

De Rig-Veda spreekt over het "twaalfspakig wiel" van de hemel.

Chinese zodiak

In China was een onafhankelijk ontstane "Gele Weg", die begon met een 'Rat' (te vergelijken met Aquarius) en de 12 constellaties nummerde in tegengestelde richting ten opzichte van de Babylonische.

Zodiak van de Maya's

Een Maya fries boven een deur in Chichén Itzá in Mexico beeldt minstens 6 dieren uit in een 24-delige serie waarin ook het symbool voor Venus voorkomt: varken, vogel, schildpad, schorpioen, gier, slang. De hele kwestie van een 'Maya-dierenriem' is echter omstreden.

Tekens en sterrenbeelden

Naam

Aries

Taurus

Gemini

Cancer

Leo

Virgo

Libra

Scorpius*

Ophiuchus

Sagittarius

Capricornus

Aquarius

Pisces

Teken

Ram

Stier

Tweelingen

Kreeft

Leeuw

Maagd

Weegschaal

Schorpioen

(Slangendrager)

Boogschutter

Steenbok

Waterman

Vissen

Zon in teken ca

21 maart

20 april

21 mei

21 juni

23 juli

23 augustus

23 september

23 oktober

**

22 november

22 december

20 januari

19 februari

Zon in sterrenbeeld

19 april

14 mei

21 juni

21 juli

11 augustus

17 september

31 oktober

21 november

30 november

18 december

21 januari

17 februari

13 maart

* In de astrologie ook vaak Scorpio genoemd.

**niet in tropische dierenriem

Relatie met de moderne astronomie

Ongeveer 2000 jaar geleden stond de zon vanaf ongeveer 21 maart inderdaad in het sterrenbeeld Ram, maar door de precessie van de equinoxen schuift het lentepunt 30 graden per 2148 jaar op, waardoor de zon op die datum thans in de Vissen staat. Binnenkort zal dat de Waterman zijn, en dat is dan de aanvang van het tijdperk van de Waterman (''the Age of Aquarius''), volgens sommige astrologen een belangrijk moment. Wanneer dat precies zal plaatsvinden is niet te zeggen. Immers: de dierenriem is in de astrologie keurig verdeeld in 12 partjes van elk precies 30 graden lengte, maar de werkelijke sterrenbeelden lopen in elkaar over. Er zijn geen 'lijntjes' in de hemel aangebracht wanneer het ene beeld begint en het andere ophoudt, waardoor het precieze moment waarop 30 graden Waterman het lentepunt wordt niet kan worden vastgesteld. Dit kan al gebeurd zijn, of evengoed pas binnen honderd jaar het geval zijn.

De westerse astrologie houdt vast aan de oorspronkelijke indeling, waarbij de Zon aan het begin van de lente astrologisch in Ram staat. De tekens dragen dus nog steeds de namen van sterrenbeelden die eeuwen geleden in die buurt stonden: Ram, Stier, Tweelingen, enzovoort. Dat dit nu niet meer het geval is, is echter niet zo belangrijk, vermits de (westerse) astrologie werkt met sectoren (stukjes hemel) waar bepaalde eigenschappen aan toegekend worden, ongeacht welke sterrenbeelden er nu staan.

Merkwaardig is dat de periodes van de sterrenbeelden van deze zogenaamde westerse astrologie nagenoeg samenvallen (soms één dag verschillen) met de Indiase kalender.

De sterrenbeelden zijn overigens niet allemaal even groot, terwijl de astrologie ervan lijkt uit te gaan dat ieder sterrenbeeld 30 graden van de dierenriem in beslag neemt. Zoals reeds gezegd, baseert de westerse astrologie zich echter eerder op sectoren van 30 graden, waaraan toevallig of niet de namen van sterrenbeelden zijn verbonden die toentertijd op het pad van de zon langs de hemel lagen. Volgens de moderne begrenzingen van de sterrenbeelden is er zelfs een sterrenbeeld, Slangendrager (''Ophiuchus''), dat niet tot de tropische dierenriem behoort, hoewel de ecliptica er wel doorheen loopt. Dat probleem zag Claudius Ptolemaeus in zijn Tetrabiblos ook al, maar hij verkoos om de traditie met de 12 tekens voort te zetten. In de vedische astrologie wordt met de siderische dierenriem gewerkt, met de werkelijke positie van de astronomische sterrenbeelden dus, en die dierenriem telt dan weer 13 sterrenbeelden, met de Slangendrager erbij.

Tekst: Julien Grandgagnage, 2009