Omdat Jezus in zijn laatste opdracht aan zijn apostelen de doop heeft
bevolen.
“Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door
hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest,” (Mt 28:19)
Omdat de apostelen, overeenkomstig deze opdracht, de noodzakelijkheid van
de doop wijd en zijd hebben verkondigd.
“Petrus antwoordde: ‘Keer u af van uw huidige leven en laat
u dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen voor uw
zonden. Dan zal de heilige Geest u geschonken worden,” (Hnd 2:38)
“‘Wie kan nu nog
weigeren deze mensen met water te dopen, nu ze net als wij de heilige Geest
hebben ontvangen?’ En hij gaf opdracht hen te dopen in de naam van Jezus
Christus. Daarna vroegen ze hem of hij nog enkele dagen wilde blijven.” (Hnd
10:47-48)
{Deze mensen, in dit
bijzondere geval, hadden de Heilige Geest reeds ontvangen. }
Omdat in de tijd van de apostelen alle gelovigen gedoopt werden.
“Degenen die zijn woorden aanvaardden, lieten zich dopen; op
die dag breidde het aantal leerlingen zich uit met ongeveer drieduizend.” (Hnd
2:41)
“Maar toen Filippus
hen door zijn verkondiging van het koninkrijk van God en de naam van Jezus
Christus tot geloof had gebracht, lieten ze zich dopen, mannen zowel als
vrouwen.” (Hnd 8:12)
“Meteen was het
alsof er schellen van Saulus’ ogen vielen; hij kon weer zien, stond op en liet
zich dopen,” (Hnd 9:18)
“Nadat zij (Lydia)
en haar huisgenoten waren gedoopt, nodigde ze ons uit met de woorden: ‘Als u
ervan overtuigd bent dat ik in de Heer geloof, neem dan bij mij uw intrek.’ Ze
drong er bij ons sterk op aan.” (Hnd 16:15)
“Crispus, een leider
van de synagoge, aanvaardde echter samen met al zijn huisgenoten het geloof in
de Heer, en ook veel Korintiërs die Paulus hadden gehoord gingen over tot het
geloof en lieten zich dopen.” (Hnd 18:8)
Omdat de doop de enige weg is tot behoudenis.
“Wie gelooft en gedoopt is zal worden gered, maar wie niet
gelooft zal worden veroordeeld.” (Mr 16:16)
“en dat water is een
voorafbeelding van het water van de doop, waardoor u nu wordt gered. De doop
wast niet het vuil van uw lichaam, het is een vraag aan God om een zuiver
geweten. Hierom kunt u vragen dankzij de opstanding van Jezus Christus,” (1Pe
3:21)
Omdat de doop de door God ingestelde wijze is om vergiffenis van onze
zonden te ontvangen.
“Petrus antwoordde: ‘Keer u af van uw huidige leven en laat
u dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen voor uw
zonden. Dan zal de heilige Geest u geschonken worden,” (Hnd 2:38)
“Wat aarzel je dan
nog? Sta op, laat je dopen en je zonden wegwassen, terwijl je zijn naam
aanroept.”” (Hnd 22:16)
“Mannen, heb uw vrouw lief, zoals Christus de kerk heeft
liefgehad en zich voor haar heeft prijsgegeven om haar te heiligen, haar te
reinigen met water en woorden” (Efe 5:25-26)
Omdat de doop de door God ingestelde wijze is waardoor men wederom geboren
kan worden.
“Jezus zei: ‘Waarachtig, ik verzeker u: alleen wie opnieuw
wordt geboren, kan het koninkrijk van God zien.’” (Joh 3:3)
“Jezus antwoordde:
‘Waarachtig, ik verzeker u: niemand kan het koninkrijk van God binnengaan,
tenzij hij geboren wordt uit water en geest. Wat geboren is uit een mens is
menselijk, en wat geboren is uit de Geest is geestelijk.” (Joh 3:5-6)
“en heeft hij ons
gered, niet vanwege onze rechtvaardige daden, maar uit barmhartigheid. Hij
heeft ons gered door het bad van de wedergeboorte en de vernieuwende kracht van
de heilige Geest,” (Tit 3:5)
Omdat de doop de voorgeschreven wijze is om met Christus verenigd te worden
in zijn sterven en opstanding.
“Weet u niet dat wij die gedoopt zijn in Christus Jezus,
zijn gedoopt in zijn dood? We zijn door de doop in zijn dood met hem begraven
om, zoals Christus door de macht van de Vader uit de dood is opgewekt, een
nieuw leven te leiden.” (Ro 6:3-4)
“In hem bent u ook
besneden, niet door mensenhanden, maar met de besnijdenis van Christus, door
het afleggen van het aardse lichaam. Toen u gedoopt werd bent u immers met hem
begraven, en met hem bent u ook tot leven gewekt, omdat u gelooft in de kracht
van God die hem uit de dood heeft opgewekt. U was dood door uw zonden en door
uw onbesneden staat, maar God heeft u samen met Christus levend gemaakt toen
hij ons al onze zonden kwijtschold.” (Col 2:11-13)
Omdat door deze vereniging met Christus in de doop een gelovige een zoon
van God wordt en als zodanig een erfgenaam naar de heilsbeloften Gods.
“want door het geloof en in Christus Jezus bent u allen
kinderen van God. U allen die door de doop één met Christus bent geworden, hebt
u met Christus omkleed. Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen,
mannen of vrouwen–u bent allen één in Christus Jezus. En omdat u Christus
toebehoort, bent u nakomelingen van Abraham, erfgenamen volgens de belofte.”
(Ga 3:26-29)
Deze geestelijke begrafenis en opstanding, die de doop
afbeeldt, komt tot uiting in de doop door onderdompeling in water. Daarom is
het belangrijk dat men de oorspronkelijke vorm van de doop in de tijd van Jezus
en de apostelen handhaaft. Het woord 'dopen' in de Griekse grondtekst betekent
trouwens 'onderdompelen'.
De bovenaangehaalde
passages laten zien dat de doop een persoonlijke daad van gehoorzaamheid is, en
drukt de bereidwilligheid uit een volgeling van Christus te zijn. Door deze
belijdenis van geloof verenigt men zich met de gekruisigde en opgestane Heer.
Men legt zijn oude bestaanswijze af om voortaan verbonden te zijn met Christus
in een nieuw leven dat uitziet naar de vereniging met Hem bij zijn wederkomst.
(Bijbelfragmenten
uit de Nieuwe Bijbelvertaling)
Voor een meer uitgebreide behandeling van dit onderwerp schrijf aan de
Broeders in Christus voor een gratis exemplaar van het boekje: DE ENIGE WEG TOT
BEHOUDENIS