Op verzoek brengen wij hier het anders verloren artikel van de Vrije Christenen.
Het Avondmaal
des Heren
—
Hoe vaak dient het te worden gevierd?
Jezus Christus heeft slechts één viering
ingesteld die christenen verplicht zijn te houden en dat is het Avondmaal des
Heren.Het is daarom belangrijk dat wij
goed op de hoogte zijn van het waarom, hoe en wanneer deze viering moet worden
gehouden.
Deze viering werd door Jezus ingesteld op de dag dat hij stierf.
Jezus had zijn apostelen gevraagd regelingen te treffen om samen het Pascha
(Pesach in het Hebreeuws) te vieren, want hij “verlangde vurig naar dit Pascha”.
Nadat hij met zijn apostelen het joodse Paschafeest had gevierdgaf hij hun wat van het ongezuurde brood en
zei: „Dit is mijn lichaam, dat ten behoeve van u gegeven zal worden.” Vervolgens
gaf hij een beker wijn door en zei: „Deze beker is het nieuwe verbond krachtens
mijn bloed, dat ten behoeve van u vergoten zal worden.” Hij zei ook: „Blijft dit
tot mijn gedachtenis doen” (Lukas 22:19, 20; 1 Korinthiërs 11:24-26). Deze
viering wordt het Avondmaal des Heren of de maaltijd des Heren genoemd.
Veel kerken houden het Avondmaal op totaal verschillende
tijdstippen en op verschillende manieren. Het opmerkelijkste verschil tussen de
verschillende kerken is misschien wel de frequentie van de viering.
Sommige kerken of gemeenten houden de viering maandelijks, wekelijks, of zelfs
dagelijks. Was dit de bedoeling toen Jezus zei dat we het Avondmaal moesten
herdenken?
Iets dat ons kan helpen te bepalen hoe vaak wij het Avondmaal
dienen te houden is te zien naar het tijdstip waarop Jezus het instelde.De tijd waarop hij zijn apostelen het gebod
gaf deze viering te blijven herhalen was niet zonder betekenis.Jezus stelde het Avondmaal in op de dag waarop
hij en zijn medejoden het Pascha vierden.Het Pascha of Pesach was het feest der ongezuurde broden omdat de joden,
toen zij in de zestiende eeuw v.Chr. onder leiding van Mozes Egypte verlieten,
ongezuurde broden of koeken aten.Op die
dag, volgens de joodse kalender 14 Nisan (Abib), werd ook het Paschalamgeslacht en gegeten. Het offeren van een lam
of geitenbokje bracht toen redding voor de joden in Egypte, in het bijzonder
voor de eerstgeborenen. — Exodus 12:21, 24-27
Hoe helpt dit ons een beter begrip omtrent de kwestie te krijgen?
De christelijke apostel Paulus schreef: „Christus, ons Pascha, is . . .
geslacht” (1 Korinthiërs 5:7). Jezus’ dood was een groter paschaoffer, waardoor
de mensheid de gelegenheid kreeg een veel grootsere redding te ervaren. Voor
christenen is het joodse Pascha dus vervangen door het Avondmaal des Heren ter
herdenking van Christus’ dood. — Johannes 3:16
Nu was het Pascha een jaarlijkse viering. Is het daarom
logisch dat het Avondmaal des Heren dat eveneens is? Het Pascha — de dag waarop
Jezus stierf — viel altijd op de veertiende dag van de joodse maand Nisan.
Wanneer een natie of een persoon een verjaardag viert is dit niet elke week of
maand, maar op de dag waarop een speciale gebeurtenis heeft plaatsgehad in de
geschiedenis.Wij dienen niet te vergeten
dat de viering van het Avondmaal ter “gedachtenis” aan Jezus’ dood is en de
verjaardag van Jezus’ dood is op 14 Nisan, éénmaal per jaar, net als iemands
verjaardag. Wanneer een geliefd persoon is gestorven zullen de nabestaanden
misschien elke dag aan hun geliefde man, vrouw, vader of moeder, …. denken, maar
de dag waarop deze persoon stierf zal bijzonder voor hen zijn en zij zullen
‘deze’ gedenken.
Waarom nemen de meeste
kerken en gemeenten deze dag niet in aanmerking? Een korte blik op de
geschiedenis zal die vraag beantwoorden.
Verandering
Ongetwijfeld vierden degenen die in de eerste eeuw n. Chr. door
Jezus’ apostelen werden geleid, de maaltijd des Heren precies zoals hij het had
geboden. Maar in de 2de eeuw begonnen sommigen het tijdstip van de
viering te veranderen. Zij hielden het Avondmaal des Heren op de eerste dag van
de week (thans zondag genoemd), niet op de dag die overeenkwam met 14 Nisan.
Waarom werd dat gedaan? Voor de joden begon de dag om ongeveer zes uur ’s avonds
en liep hij tot dezelfde tijd op de volgende dag. Jezus stierf op 14 Nisan 33
G.T., welke dag van donderdagavond tot vrijdagavond liep. Hij werd op de derde
dag, zondagmorgen, vroeg opgewekt. Sommigen wilden dat de herdenking van Jezus’
dood elk jaar op een vaste dag van de week werd gevierd, in plaats van op de dag
waarop 14 Nisan toevallig viel. Daar Jezus op zondag was opgestaan vonden
enkelen dat ‘deze’ dag dé dag zou zijn waarop zij de Maaltijd des Heren zouden
moeten houden. Blijf echter in gedachte houden dat Jezus had geboden dat zijn
‘dood’ zou worden herdacht, niet zijn opstanding. En aangezien het joodse Pascha
volgens de Gregoriaanse kalender die wij nu gebruiken elk jaar op een andere dag
valt, is het alleen maar logisch dat dit ook bij de Avondmaalviering het geval
zou zijn. Velen hielden om die reden vast aan de oorspronkelijke regeling en
vierden de Maaltijd des Heren elk jaar op 14 Nisan. Na verloop van tijd kwamen
zij bekend te staan als Quartodecimanen, wat „veertienders” betekent.
Sommige geleerden hebben erkend dat deze „veertienders” het
oorspronkelijke apostolische model volgden. Eén historicus zei: „De gewoonte van
de Quartodecimaanse kerken in Asia in verband met de dag waarop het Pascha [het
Avondmaal des Heren] werd gevierd, was een voortzetting van die van de kerk in
Jeruzalem. In de 2de eeuw herdachten deze kerken met hun Pascha op de 14de Nisan
de verlossing die door de dood van Christus tot stand was gebracht.” —
StudiaPatristica, Deel V, 1962, blz. 8.
Onenigheid binnen de
gemeenten
De Gemeenten in Klein-Azië (het terrein waar vooral Paulus had
gepredikt en waar ook de apostel Johannes persoonlijk actief was geweest)
hielden zich aan 14 Nisan als dag om het Avondmaal te vieren terwijl de gemeente
in Rome de zondag naar voren schoof als dag. (Merk op dat deze gemeente en
anderen die haar voorbeeld gingen volgen het Avondmaal in het begin, rond de
tijd van het joodse Pascha hielden, dus éénmaal per jaar.) Rond het jaar 155 n.
Chr. bracht Polycarpus van Smyrna, een vertegenwoordiger van de gemeenten in
Asia, een bezoek aan Rome om hierover en over andere problemen te spreken.
Helaas werd in deze kwestie geen overeenstemming bereikt.
Irenaeus van Lyon schreef in een brief: „Noch Anicetus [van Rome]
vermocht Polycarpus te overreden de dag niet waar te nemen, daar hij hem altijd
waargenomen had, met Johannes, de discipel van onze Heer, en de overige
apostelen met wie hij had omgegaan, noch overreedde Polycarpus Anicetus om hem
waar te nemen, daar deze beweerde dat hij aan de gewoonte der presbyters vóór
hem moest vasthouden” (Eusebius’ Kerkelijkegeschiedenis, Boek 5,
hfdst. 24). Merk op dat Polycarpus zijn standpunt naar verluid baseerde op de
autoriteit van de apostelen, terwijl Anicetus een beroep deed op de gewoonte van
de vroegere oudsten in Rome.
Tegen het einde van de tweede eeuw verscherpte het conflict zich.
Rond 190 n. Chr. werd een zekere Victor tot presbyter (bisschop) van Rome
gekozen. Hij was van mening dat het Avondmaal des Heren op een zondag moest
worden gevierd, en hij zocht de steun van zoveel mogelijk andere leiders. Victor
zette de gemeenten in Asia onder druk om over te stappen op de regeling van de
zondag.
Polycrates van Efeze, die namens de christenen in Klein-Azië
reageerde, weigerde te zwichten voor deze druk. Hij zei: „Wij nemen de dag in
acht zonder lichtvaardigheid, noch eraan toevoegende, noch er afnemende.”
Vervolgens noemde hij veel gezaghebbende personen op, onder wie de apostel
Johannes. „Deze allen”, verkondigde hij, „namen de dag van de veertiende van het
Pascha waar volgens het Evangelie, in geen enkel opzicht overtredende.”
Polycrates voegde eraan toe: „Ik dan, broeders . . . laat mij niet verschrikken
door bedreigingen. Meerderen dan ik toch hebben gezegd: ’Men moet God meer
gehoorzaam zijn dan de mensen.’” — Eusebius’ Kerkelijkegeschiedenis, Boek 5, hfdst. 24.
Victor was misnoegd over deze reactie. In
Binghams AntiquitiesoftheChristianChurch,
Boek 20, hfdst. 5
staat te lezen dat Victor „alle kerken in Asia
excommuniceerde en een rondschrijven naar alle kerken stuurde die zijn mening
waren toegedaan, waarin stond dat ze geen omgang met hen dienden te hebben”.
Maar „alle wijze en ernstige mannen die aan zijn kant stonden, namen hem deze
ondoordachte en schaamteloze daad kwalijk, en verschillenden van hen schreven
hem op scherpe toon, en adviseerden hem . . . de liefde, eenheid en vrede te
bewaren”.
De
afwijking wordt norm
Ondank de protesten van de gemeenten in Klein-Azië veranderde de
situatie in negatieve zin, ze geraakten geïsoleerd. Sommigen vierden de hele
periode vanaf 14 Nisan tot en met de zondag daarop. Anderen hielden de viering
vaker — wekelijks op zondag. Voorstanders voor de zondagviering drukten in 314
n. Chr. op het concilie van Arles te Frankrijk de Romeinse regeling door en
stelden voor alle alternatieven af te schaffen. De overgebleven Quartodecimanen
hielden stand. Maar de krachten om af te wijken van de oorspronkelijke viering
waren ijverig aan het werk. In 325 n. Chr. riep de heidense keizer Constantijn
een oecumenische synode bijeen, dat het concilie van Nicea wordt genoemd, om
deze en andere kwesties waardoor de christenen in zijn rijk werden verdeeld, op
te lossen. Het concilie vaardigde een decreet uit waarin allen in Klein-Azië
werd opgedragen zich aan het Romeinse gebruik aan te passen.
Het is interessant op te merken wat één van de belangrijkste
argumenten waren die werden aangevoerd om de Avondmaalviering van Christus’ dood
niet langer in overeenstemming met de datum op de joodse kalender te houden. In
AHistoryoftheChristianCouncils,
door K. J. Hefele, wordt gezegd: „Er werd verklaard dat het voor dit feest, het
heiligste van alle feesten, bijzonder ongepast was om het gebruik (de
berekening) van de joden te volgen, die hun handen hadden vuilgemaakt aan de
vreselijkste misdaad, en wier geest was verblind” (Deel 1, blz. 322). Daardoor
zouden zij zich in een positie bevinden die werd bezien als een „’vernederende
onderwerping’ aan de Synagoge waaraan de Kerk zich ergert”, zegt J. Juster,
geciteerd in StudiaPatristica, Deel IV, 1961, blz. 412.
Antisemitisme lag aan de grondslag van deze gedachte en spijtig
genoeg is deze anti-joodse houding vaker door ‘christenen’ beleden in daden van
bloedvergieten! Degenen die het Avondmaal des Heren op dezelfde dag hielden als
waarop Jezus was gestorven, werden als judaïsten bezien. Men was vergeten dat
Jezus zelf een jood was en aan het kruis allen had vergeven die verantwoordelijk
waren voor zijn dood daar zij niet wisten wat ze deden. Vanaf die tijd werden de
Quartodecimanen als ketters en schismatici veroordeeld en werden zij vervolgd.
Slechter nog, een in 341 n. Chr. gehouden concilie te Antiochíë verordende dat
zij geëxcommuniceerd moesten worden! Ondanks deze vervolging waren er in 400
n.Chr.nog velen die het Avondmaal
vierden op 14 Nisan zoals onze Heer Jezus het had ingesteld.
Sindsdien hebben vele gemeenten en kerken nagelaten terug te keren
tot Jezus’ oorspronkelijke regeling. Professor William Bright gaf toe: „Toen een
speciale dag, Goede Vrijdag, aan de lijdensherdenking als zodanig werd gewijd,
was het te laat om de ’pascha’-associaties die St. Paulus aan de offerandelijke
dood had verbonden, tot Goede Vrijdag te beperken: ze waren reeds op grote
schaal van toepassing gebracht op het feest van de Verrijzenis zelf, en er
ontstond een verwarring van begrippen in het rituele taalgebruik van de Griekse
en Latijnse christenheid.” — TheAgeoftheFathers, Deel 1, blz. 102.
In onze tijd!
Iemand zou kunnen redeneren dat het er niet toe doet wanneer hij
het Avondmaal viert. Maar wij hebben gezien dat mannen als Polycarpus en
anderen, die nauw in contact waren gekomen met de apostelen, niet van wijken
wisten als het erop aankwam wanneer en hoe vaak het Avondmaal gevierd zou moeten
worden.Degenen die voor een verandering
waren deden dit op grond van hun eigen ideeën en gevoelens (Handelingen 20:29,
30) en niet in opdracht van de Heer, noch door een openbaring van de Heer Jezus.
Jezus stelde deze ‘gedachtenisviering’ in op een tijdstip dat historisch vastlag
(het Paschafeest) en dat een afbeelding was van zijn bevrijdende offer, het
Paschalam.Dit alleen zou reeds een hint
moeten zijn wat betreft de frequentie en het tijdstip van het vieren van het
Avondmaal ter herdenking van Jezus’ dood.
Wij dienen voor onszelf, na de Schriftuurlijke en historische
bewijzen te hebben beschouwd, een eigen mening te vormen.
Appendix
Het is, gezien het bovenstaande historisch bewijs, moeilijk te
ontkennen dat er op zijn minst een redelijke groep van christenen was die het
Avondmaal des Heren hielden op de joodse Paschadag.Wij doen er goed aan er rekening mee te houden
dat de eerste christenen een sterke joodse beweging vormden en zich aan joodse
gebruiken hielden.Niet-joodse christenen
keken wellicht op naar deze eerste joodse christenen gezien hun afkomst en
religieuze ervaring hen zeker voordeel en een voorbeeldfunctie verschafte.Men kan moeilijk wegredeneren dat
jodenchristenen zich op zijn minst tot en met de verwoesting van de Tempel te
Jeruzalem in 70 n.Chr. hielden aan joodse gebruiken en tijdsindelingen.Paulus zelf gebruikt de joodse feesten als
referentie om tijd aan te duiden.Gezien
de symboliek van het joodse Pascha,met
het Paschalam als centraal symbool van de bevrijding van de eerstgeborenen in
Egypte, kan het niet anders dan dat het jaarlijkse joodse Pascha bij de
jodenchristenen de associatie met het grote Paschalam, Jezus de Messias, werd
opgeroepen.Uiteindelijk werd het Nieuwe
Pascha, de viering van het offer van het Lam Gods.
Aldus geloven sommigen dat het Avondmaal in de eerste gemeente een
jaarlijkse gebeurtenis was.
Degenen die het Avondmaal op wekelijkse basis of een andere
indeling dan de jaarlijkse houden, kunnen de christenen die dit jaarlijks houden
niets verwijten want zij houden zich aan het gebod Jezus dood te herdenken.
Daarbij komt nog (en dat heeft voor degenen die zich aan de jaarlijkse viering
houden betekenis) dat zij het houden op het tijdstip van het jaar waarop Jezus
(het Paaslam) het instelde. De vroege traditie geeft hun gelijk.
Wat deze traditie betreft kunnen we opmerken dat het feit dat er
een controverse bestond het niet vanaf het begin gebruikelijk was het Avondmaal
des Heren op een ander tijdstip dan 14 Nisan te houden, laat staan het elke week
te houden.De ontwikkeling van een
wekelijkse, zelfs dagelijkse viering is geleidelijk gegaan, wat bij een
reconstructie van het origineel altijd ten nadele is van latere tradities zoals
deze nu in de meeste gemeenten en kerken bestaan.
Degenen die vasthouden aan de jaarlijkse
viering beschouwen de verzen 17-19 van 1 Korinthiërs als gaande over de algemene
vergaderingen, en vanaf de verzen 20 geeft Paulus aanmerkingen over het verloop
van het Avondmaal.Hoofdstuk elf van de
eerste Korinthebrief geeft geen tijdsaanduiding! Men kan dit gedeelte niet gebruiken om noch
een jaarlijkse, noch een wekelijkse viering te verdedigen.