Klik hieronder op het turnonderdeel voor dames om meer te weten te komen!
Op wedstrijden hebben dames de volgende onderdelen;
Vouw de tekst uit voor meer informatie over wedstrijdturnen
De KNGU maakt onderscheid tussen nationaal en regionaal niveau. Regionaal niveau wordt binnen een district beoefend. Er zijn in Nederland 5 verschillende districten:
District Noord
District Mid-west
District Oost
District Zuid-Holland
District Zuid
Wij zitten in district oost. District oost is weer onderverdeeld in 3 groepen:
Overijssel
Gelderland Midden
Gelderland Oost & Gelderse Vallei
Wij zitten in de Gelderse Vallei. Deze is op zijn beurt weer ingedeeld in kleinere regio’s, maar deze zijn voor onze stichting niet van belang.
Het nationale niveau heeft de mogelijkheid om tegen turnsters uit andere districten te turnen. Regionaal niveau zal niet tegen turnsters uit een ander district turnen,zij blijven dus binnen District Oost. De KNGU duidt dit onderscheid aan in de verplichte (voorgeschreven) oefenstof. Je hebt het N-niveau (nationaal) en het D-niveau (district).
Bij de keuze oefenstof spreken ze van divisies. Je hebt de ere-divisie. Zij kunnen ook internationale wedstrijden turnen. Daarna volgt de 1e, 2e en 3e divisie. Zij turnen op nationaal (landelijk) niveau. En dan heb je de 4e, 5e en 6e divisie. Zij turnen op regionaal niveau (binnen het district).
Turnsters hebben een bepaalde leeftijdscategorie binnen het turnen. Deze leeftijdscategorie wordt bepaald door het geboortejaar van de turnster. Een turnster die 01-01-2005 is geboren heeft dus de zelfde leeftijdscategorie als een turnster die 31-12-2005 is geboren.
In seizoen 2019-2020 ziet het schema er dan als volgt uit:
Geboortejaar Leeftijdscategorie
2011 Instap
2010 Pupil 1
2009 Pupil 2
2008 Jeugd 1
2007 Jeugd 2
2003-2002 Junior
2001 en ouder Senior
Volgend seizoen (2020-2021) zijn turnsters met geboortejaar 2012 instap, 2010 pupil 1, etc.
Niveau’s
Het turnsysteem van de KNGU.
Zij maken onderscheidt in verplichte (voorgeschreven) oefenstof en keuze oefenstof. Turnsters in de leeftijdscategorie instap, pupil 1, pupil 2 en jeugd 1 turnen in de verplichte voorgeschreven oefenstof. Op de wedstrijden turnen zij allemaal (ongeveer) de zelfde oefeningen als hun leeftijdsgenootjes.
Turnsters van leeftijdscategorie jeugd 2, junior of senior turnen in de keuze oefenstof. Zij mogen hun eigen oefeningen samenstellen volgens bepaalde richtlijnen en eisen. Deze richtlijnen en eisen noemen wij supplementen en hebben een letter. A, B, C tot en met H.
Landelijk Regionaal
Ere-divisie 1e divisie 2e divisie 3e divisie 4e divisie 5e divisie 6e divisie
Instap N1 x N2 x D1 D2 D3
Pupil 1 N1 x N2 N3 D1 D2 D3
Pupil 2 N1 x N2 N3 D1 D2 D3
Jeugd 1 N1 N2 N3 N4 D1 D2 D3
Jeugd 2 FIG C D E F G H
Junior FIG B C D E F G
Senior FIG A B C D E F
Een turnster turnt alleen tegen een turnster met de zelfde leeftijdscategorie en het zelfde niveau. Een turnster die Instap N2 is, hoeft bijvoorbeeld nooit tegen een turnster die Pupil 2 N2 is. Deze oefenstof is anders.
Het zelfde geldt voor de keuze oefenstof. Een Jeugd 2 turnster die volgens supplement C turnt, turnt niet tegen een senior turnster die ook volgens supplement C turnt. Het betekent bij de keuze oefenstof alleen dat ze dezelfde eisen en richtlijnen hebben voor het samenstellen van hun oefening.
Een score wordt opgemaakt uit 2 verschillende dingen. De D-score en de E-score. De D staat voor difficulty (moeilijkheid) en de E staat voor execution (uitvoering).
De moeilijkheidswaarde wordt bepaald door de moeilijkheid van de oefening die geturnd wordt. Bij de verplichte (voorgeschreven) oefenstof is dat anders als bij de keuze oefenstof.
Verplichte (voorgeschreven) oefenstof
Elke leeftijdscategorie heeft een eigen ‘basis’ D-score. Instap heeft een basis D-score van 4,50, Pupil 1 4,60, Pupil 2 4,70 en Jeugd 1 een 4,80. In de verplichte voorgeschreven oefenstof heeft elke turnster keuzes wat ze in haar oefening turnt. Een min (makkelijker onderdeel) kost een turnster 0,30 in de D-score. Een basisonderdeel geeft niks meer of minder in de D-score en een plus geeft 0,30 punt extra in de D-score. Hieronder een voorbeeld:
Een instapper (Basis D-score = 4,50), turnt 1 min, 3 plussen en de rest turnt zij basis. Dan gaat er 0,30 vanaf en komt er 0,90 bij. Dan krijgt zij dus een D-score van een 5,10.
Keuze oefenstof
Bij de keuze oefenstof is de basis D-score een 0. Je hebt op elk toestel 5 verschillende eisen. Elke eis geeft 0,50 punt. Als je aan elke eis voldoet, dan geeft dat dus een D-score van 2,50.
Ook in de keuze oefenstof kun je makkelijke en moeilijkere onderdelen turnen. Elk onderdeel heeft een waarde:
A = 0,10
B = 0,20
C = 0,30
Etc.
Afhankelijk van het supplement, worden er maximaal 7 (supplement D tot G) of 8 (supplement A tot C) onderdelen geteld. De hoogste waardes tellen. Dus als je 13 onderdelen turnt, worden de beste 7 of 8 geteld.
Stel een turnster turnt 6 A onderdelen en 1 B onderdeel, dan komt er dus 0,80 (0,60 + 0,20) punt bij. 2,50 + 0,80 = 3,30. Dat zou dan haar D-score zijn.
Net als bij de verplichte oefenstof is er bij de keuze oefenstof een manier om bonuspunten te krijgen. Als je verbindingen turnt (twee onderdelen direct aan elkaar) kun je bonuspunten verdienen. Afhankelijk van het supplement moet je soms een A + A verbinding turnen voor een verbinding, maar bij supplement A krijg je soms pas een bonus als je een B + C verbinding turnt. Deze verbinding kan 0,10 per stuk zijn, of 0,20.
Stel de turnster krijgt een bonus voor een A + B verbinding van 0,10. Dan wordt haar D-score 3,40.
Hier kun je meer lezen over jureren en het berekenen van de D-score.
De uitvoering van de oefening wordt anders berekend. De maximale score voor de E-score is een 10. Er kan nooit hoger worden gescoord dan een 10 in de E. De jury schrijft de onderdelen en de aftrekken op papier en telt alle aftrekken bij elkaar op. Stel een jurylid heeft 2,40 punt aftrek voor een oefening opgeschreven, dan wordt de uiteindelijke E-score een 7,60.
Neutrale aftrek
Soms gebeurd het ook nog wel eens dat een turnster neutrale aftrekken krijgt. Dit zijn aftrekken die niet in de uitvoering afgetrokken mogen worden. Een turnster heeft bijvoorbeeld in de verplichte oefening een onderdeel helemaal weggelaten. Dan moet de jury 2,0 punt aftrekken van de totale score. Zit een turnster aan haar haren of broekje, dan krijgt ze 0,30 punt neutrale aftrek. Stap je buiten de vloer, dan krijg je 0,10 punt aftrek als het 1 voet of hand is. Stap je met beide voeten buiten de vloer of een voet en een hand, dan is dat 0,30 punt. En zo zijn er nog veel meer kleine regeltjes die neutrale aftrek kunnen geven.
Voor meer informatie kun je hier kijken hoe jureren werkt.
Totaal score
De totale score wordt berekend door de D-score + E-score – neutrale afrekken = totale score.
Stel een turnster in de voorgeschreven oefenstof had een D-score van een 5,10, een E-score van een 7,60 en 0,30 punt neutrale aftrek. Haar totale score zou dan zijn:
5,10 + 7,60 – 0,30 = 12,400