De officiële spelregels van de Internationale Padel Federatie (FIP) vormen de basis voor padel wereldwijd. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste regels, gebaseerd op de FIP-reglementen (inclusief updates tot 2025/2026).
1. Het Spel en de Puntentelling
Spelvorm: Padel wordt altijd in dubbelspel gespeeld (2 tegen 2).
Telling: De puntentelling is gelijk aan tennis: 15, 30, 40, game.
Deuce (40-40): Afhankelijk van het toernooi of de competitie wordt er gespeeld met "golden point" (beslissend punt bij 40-40) of traditionele "advantage" (twee punten verschil).
Sets: Een wedstrijd wordt meestal 'best-of-three' gespeeld (twee gewonnen sets). Een set wordt gewonnen door het team dat als eerste 6 games wint, met minimaal twee games verschil.
Tiebreak: Bij een 6-6 stand in games wordt een tiebreak gespeeld tot 7 punten (met 2 punten verschil).
Wissel: Spelers wisselen van speelhelft bij een oneven aantal games (1, 3, 5, etc.).
2. De Service (Opslag)
Positie: De serveerder moet met beide voeten achter de servicelijn staan.
Uitvoering: De bal moet eerst op de grond gestuiterd worden achter de lijn, en mag niet boven heuphoogte geslagen worden.
Richting: De service moet diagonaal in het opslagvak van de tegenstander landen.
Pogingen: De serveerder heeft twee pogingen. Als de bal na twee keer niet geldig is, krijgt de tegenstander het punt.
Net: Als de bal het net raakt en daarna in het juiste vak landt, is het een 'let' (overspelen). Landt de bal na het net in het hekwerk, dan is het fout.
3. Spelverloop en Stuiten
Stuit: De bal mag maximaal één keer de grond raken.
Volley: De bal mag direct uit de lucht geslagen worden (volley), behalve bij de return van een service (deze moet stuiteren).
Glas/Hekwerk: Na de stuit op de grond mag de bal de glazen wanden of het hekwerk raken. De bal mag niet direct het hekwerk raken zonder eerst de grond te raken.
Eigen glas: Je mag de bal via je eigen glazen wand over het net slaan.
4. Punten Winnen en Fouten
Je wint een punt als:
De bal bij de tegenstander twee keer stuitert.
De tegenstander de bal in het net slaat.
De tegenstander de bal direct tegen het hekwerk aan de overkant slaat (zonder grondstuit).
De tegenstander de bal buiten de baan slaat (na stuit op de grond of via glas).
Een fout wordt gemaakt (punt verlies) als:
De speler, het racket of de kleding het net aanraakt tijdens het spel.
De bal de tegenstander raakt.
De bal twee keer de grond raakt op eigen helft.
5. Afmetingen Padelbaan (FIP-normen)
Afmetingen: De baan is 20 meter lang en 10 meter breed.
Net: Het net is 10 meter lang en 0,88 meter hoog in het midden, oplopend tot 0,92 meter aan de zijkanten.
Omheining: De baan is omgeven door glas en hekwerk (gaas).
Belangrijke wijziging (vanaf 2026): De FIP heeft verduidelijkingen doorgevoerd in de serveerregels, waarbij de bal op de grond moet stuiteren en niet over de (denkbeeldige) lijn mag gaan voor de slag