spel → bedoeling → tactiek → techniek → observeren. >
Je kijkt nooit alles tegelijk.
Positie (net / achter)
Bedoeling
Samenwerking
Keuze van slag
1: herkennen → benoemen
2: herkennen → aanpassen → coachen
📌 Tip voor beoordeling:
“Ik observeer eerst de positie en de bedoelingen,
daarna pas de techniek.”
Het gebeurt de hele tijd, vóór, tijdens en na het spel.
Altijd in deze volgorde:
Spelgedrag (positie, samenwerking)
Bedoeling (klopt die?)
Tactiek (wordt de juiste keuze gemaakt?)
Techniek (is die functioneel?)
Observeren >
📌 Belangrijk:
Je corrigeert pas techniek als 1–3 kloppen.
( herkennen > aanpassen)
Focuspunten (bijv. alleen positie of bedoeling)
Vragen stellen i.p.v. aanwijzingen geven
Voorbeeld coachvraag:
“Wat was hier je bedoeling?”
“Wat had je anders kunnen kiezen?”
Spel:
Dubbelspel, tegenstanders staan aan het net.
Bedoeling:
Tijd winnen + in het spel blijven.
Tactiek:
Hoog en diep spelen, richting achterwand.
Techniek:
Lob met voldoende hoogte en lengte.
Observeren:
Staan beide spelers goed opgesteld?
Wordt de lob gekozen op het juiste moment?
Is de lob functioneel?
bij het opbouwen naar een punt kies je de 5 bedoelingen >
In het spel blijven
Tijd winnen
Druk zetten
Voordeel creëren
Scoren