G: Continental R:bij voorste knie A: BH = balansarm naar achter S: achterste voet achter +F : Freeze na slag 2 seconden, voor balans en controle in positionering. welke padelslag is dit en wat kan je nog toevoegen
Op basis van jouw beschrijving:
G: Continental
R: Bij voorste knie
A: Backhand = balansarm naar achter
S: Achterste voet achter
+F: Freeze 2 seconden na de slag
lijkt dit het meest op een backhand volley of een backhand blokvolley aan het net.
Waarom?
Het racketpunt bij de voorste knie is een veelgebruikte referentie voor een compacte volleyvoorbereiding.
De balansarm naar achter helpt bij schouderrotatie en stabiliteit.
De achterste voet achter zorgt voor een gesloten en stabiele stand.
Het freezen na de slag wordt vaak gebruikt als didactisch hulpmiddel om controle, balans en een korte swing aan te leren.
Mogelijke aanvullingen
G: Continental grip.
R: Racketkop boven de hand, voorbereiding bij de voorste knie.
A: Balansarm wijst naar achteren, schouders ingedraaid, korte voorwaartse beweging vanuit schouder en onderarm.
S: Achterste voet achter, gewicht op voorste been, licht door de knieën.
T (Timing): Bal raken vóór het lichaam.
C (Contact): Open racketblad, stevig polsgebruik zonder klappen.
U (Uitzwaai): Korte uitzwaai richting doel.
+F: 2 seconden freeze in eindhouding voor balans, controle en lichaamsbewustzijn.
Didactische kernzin
"Racket voor je, bal vóór je raken, stap naar voren en stop de slag netjes af."
Veel voorkomende fouten
Te grote zwaai maken.
Bal naast of achter het lichaam raken.
Balansarm niet gebruiken.
Gewicht achterover houden.
Pols te veel gebruiken.
Als dit bedoeld is voor een backhand volley, zou ik het lesgeversformulier als volgt noteren:
G: Continental
R: Voorste knie, racketkop boven de hand
A: Balansarm naar achter, compacte voorwaartse beweging
S: Achterste voet achter, gewicht naar voren
T: Bal vóór het lichaam raken
U: Korte uitzwaai richting doel
+F: Freeze 2 seconden in eindhouding.