spel → bedoeling → tactiek → techniek → observeren.
Alles in je spel is gekoppelt aan de 5 bedoelingen:
Scoren
Voordeel creëren
Druk zetten
Tijd winnen
In het spel blijven
📌 Elke slag, tactiek en oefening moet je kunnen koppelen aan één (of meer) bedoelingen.
Voorbeeld:
Lob vanuit achterspel → tijd winnen
Chiquita → druk zetten
Bandeja → voordeel behouden
De reden waarom een speler iets doet.
De KNLTB onderscheidt vijf bedoelingen:
Scoren
Voordeel creëren
Druk zette
Tijd winnen
In het spel blijven
👉 Zonder duidelijke bedoeling is elke slag “zomaar een slag”.
Omdat:
spelers leren bewust kiezen
fouten vaak ontstaan door een verkeerde bedoeling, niet door techniek
tactiek pas zinvol is als de bedoeling klopt
Voorbeeld (achterspel):
Speler speelt hard rechtdoor
Verliest het punt
Niet de vraag:
❌ “Was de forehand goed uitgevoerd?”
Maar:
✅ “Wat was je bedoeling?”
→ Had hij tijd willen winnen, dan was een lob logischer geweest.
bij het opbouwen naar een punt kies je de 5 bedoelingen >
In het spel blijven
Tijd winnen
Druk zetten
Voordeel creëren
Scoren