LEERDOELEN opleiding padelleraar >
Doelstelling Opleiden tot een startbekwame padelleraar voor niveau 9-6
. THEMA'S LEERDOELEN HOOFD LESGEVEN
Je kan padellessen geven aan padellers op niveau 9-6.
SUB taken, houding en gedrag Je kent de kerntaken van een padelleraar 3.
Je kent het belang van een juiste beroepshouding.
Je kan handelen volgens de Fair Play regels van de KNLTB.
Je kan werken volgens de Gedragscode voor Begeleiders.
Je weet dat veiligheid in de les altijd prioriteit heeft.
Je kan zelfkritisch kijken naar je eigen gedrag en prestaties.
Je kan je eigen ontwikkel/aandachtspunten benoemen.
> Algemene padelkennis
Je kent het spelconcept van padel en je kan het overbrengen op de doelgroep.
Je begrijpt waarom de specifieke padelslagen zijn ontwikkeld.
Je kent de techniek van alle padelslagen en je kan deze demonstreren.
Je kent de basistactieken van de vijf hoofdspelsituaties.
Je kent het belang van de juiste positionering op de baan.
Je kan de tactische waarde van de aankomende en de vertrekkende bal beoordelen.
> Sociale context, doelgroepen
Je weet wat wordt bedoelt met spelrealistisch opleiden.
Je kent de motieven van spelers om les te nemen.
Je kent de voorwaarden om te leren.
Je kan contact maken en onderhouden met spelers.
Je kent het programma TOF padel en kan hiermee werken.
Je kent de ontwikkelingspsychologie bij kinderen.
> Didactiek
Je kan werken volgens didactische principes.
Je kan een veilige oefensituatie organiseren.
Je kan de beginsituatie van de spelers en trainer vast te stellen.
Je kan bij het niveau van de spelers passende doelen te benoemen.
Je kan een lesvoorbereidingsformulier correct invullen.
Je kan lesplannen maken voor de korte- en de lange termijn.
> Methodiek
Je kan werken volgens methodische principes.
Je kan een les methodisch juist opbouwen.
Je kan methodische hulpmiddelen inzetten voor het aanleren van vaardigheden.
Je kan timingsfactoren inzetten om te werken aan niveauverbetering van een speler.
Je kan differentiëren.
Je kan oefeningen makkelijker/moeilijker maken.
> Observatietechnieken
Je kent de observatietools en kan ze inzetten bij het observeren.
Je kent de vier stappen van de padelhandeling.
Je kent de vijf bedoelingen.
Je weet waar GRAS voor staat en kan het inzetten bij slagenanalyse.
Je kent de acht timingsfactoren.
Je kent de drie aandachtspunten bij het observeren.
Je kent de tien niveaubepalende factoren.
> esuitvoering
Je kan de veiligheid op de baan in fysiek en sociaal opzicht waarborgen.
Je kan de vier onderdelen van een les correct op elkaar afstemmen.
Je kan instructies kort en bondig presenteren.
Je kent de techniek van alle padelslagen en je kan deze demonstreren.
Je kan aanspelen in dienst van de lesdoelen.
Je kan padelslagen analyseren met behulp van (bio)mechanische principes.
Je kan op basis van analyse van de uitvoering feedback en aanwijzingen geven aan de spelers.
Je kan de fysieke mogelijkheden van spelers beoordelen en je kan daarover adviseren.
Je kan herkennen wanneer spelers mentale druk ervaren.
> Lesevaluatie
Je bent in staat om je eigen gegeven les kritisch te beoordelen.
Je kan feedback vragen van de spelers en gebruiken voor ontwikkeling.
Je bent in staat om de aandachtspunten per speler te benoemen.
> HOOFD ACTIVITEITENORGANISATIE
Je kan activiteiten organiseren voor padellers op niveau 9-6.
SUB Je kan werken met een draaiboek.
e kan deelnemers werven.
Je kan regelen dat de randvoorwaarden van de activiteit in orde zijn.
Je kan steeds tijdig communiceren met alle betrokkenen.
> HOOFD AANSTUREN SPORTKADER
Je kan assisterend sportkader aansturen op en/of naast de padelbaan.
SUB Je hebt oog voor andere betrokkenen en kan ze meenemen in het proces.
Je kan anderen bij de betreffende activiteit betrokken houden.