Cornelis Jacobus Mulder
In Kampen was het Cornelis Jacobus Mulder die uitvoer met zijn ''lustjagt'', een pleziervaartuig. Voor zijn heldhaftige optreden in 1825 ontving hij van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen een gouden medaille. Op 5 februari bracht C.J. Mulder de buurmannen Aart Veldkamp van erf 12 en Hermen Jan Gallé van erf 11 naar hun erven op het Kampereiland. Veldkamp en Gallé waren in Kampen, toen zij door de storm werden overvallen en niet konden terugkeren. Op 5 febr. redden zij hun radeloze gezinnen en de knecht van buurman Dirk Voerman op erf 13, die als enige overgebleven was.
Cornelis Jacobus Mulder was geboren in de kolonie Demerarij in Zuid-Amerika. Daar bezat zijn vader Cornelis Mulder de plantage Werk & Rust. In 1815 woonden C. J. Mulder en zijn vrouw Reinoutje Harms (Mulder) in Kampen. Van Cornelis Jacobus wordt geen beroep opgegeven. In 1823 kochten zij voor f 1.400, - van Nicolaas Berkum Bijsterbos een huis aan de Oudestraat in het Buitenespel. Nicolaas Berkum Bijsterbos bezat ook het huis ernaast. In de verkoopakte verplichtte hij zich tot het laten dichtmetselen van de ramen in zijn achterhuis en er geen nieuwe ramen in aan te brengen. Kortom: de familie Mulder wenste geen inkijk van de buren. In 1837 was het huis in andere handen. De eigenaar meldde dat hij het pand voor f 2.600, - had gekocht van C.J. Mulder. Cornelis Jacobus Mulder is in 1844 in Den Helder overleden.
Dirk Willems Veer
Het succes van het uitvaren van C.J. Mulder was ook te danken aan zijn knecht Dirk Veer. Dirk werd gehuldigd door Herensociëteit Vrede best. De heren kwamen bijeen in een zaal van hotel ''De Dom van Keulen'' aan de Bovennieuwstraat. Na enkele toepasselijke dichtregels, ontving Dirk een zilveren tabaksdoos met inscriptie: De Sociëteit Vrede best te Kampen, aan Dirk Veer, voor betoonden ijver in het redden van menschen, in den Storm en Watervloed van den 4den en 5den Februarij 1825. Omdat Dirk al gehuldigd was, kreeg hij geen medaille van 't Nut, hoewel uit het onderzoek door deze Maatschappij bleek dat hij er eigenlijk wel recht op had. Men vond dat Dirk "van een bij uitstek braaf gedrag en karakter" was.
Dirk Veer (1802-1866) stamde uit een Schokker familie van Emmeloord. In 1820 kreeg hij vrijstelling van de Nationale Millitie, omdat hij de enige zoon was. Uit zijn keuringsrapport: lengte 166,9 cm, aangezicht langwerpig, voorhoofd rond, ogen blauw, neus dik en plat, mond ordinair, kin rond, haar blond, wenkbrauwen idem. Als beroep werd genoteerd: schipper. Dirk trouwde in 1828 met Hendrina Veltman, het gezin woonde aan boord van zijn schip. In 1830 vervoerde hij aardappelen voor de Turfcommissie van de Maatschappij tot Nut van het Algemeen. Pas in 1836 kocht Dirk een huis aan de Oudestraat ( nu nr. 204) in het Buitenespel, dus niet ver van zijn vroegere werkgever C.J. Mulder. In 1843 werd Dirk als turfschipper lid van het St. Anna- of Schippersgilde. Zowel Dirk als zijn oudste zoon Willem waren gildemeesters van dit gilde. Het lidmaatschap van het gilde viel samen met een uitbreiding van zijn activiteiten. In 1844 werd Dirk door B&W van Kampen aangesteld als beurtman op Alkmaar en de Zaan. Dat werk zou hij blijven doen tot zijn dood in 1866. In mei 1850 vroeg Dirk Veer aan de Kamer van Koophandel toestemming om de marktschipper H. Koster te assisteren op de beurtvaart van Kampen via Sneek en Leeuwarden naar Groningen en vandaar weer terug naar Kampen, en bovendien van Kampen op Harderwijk en Amersfoort en vandaar weer terug naar Kampen. Het is niet duidelijk of en hoe lang hij op deze routes gevaren heeft. Dirk Veer stierf 64 jaar oud aan de cholera op zijn schip ''De twee Gezusters'' in de Buitenhaven. Vanwege zijn ziekte werd hij begraven op de algemene begraafplaats De Zandberg, en niet op de r.k. begraafplaats. Het Schippersgilde betaalde f 12, - aan Hendrina voor de doodskist van haar man.
©cultuurZIEN 2022