Form follows function ('vorm volgt functie') is sinds het begin van de 20e eeuw een principe in de moderne architectuur (functionalisme) en industriële vormgeving, dat inhoudt dat het ontwerp van een bouwwerk of product voortvloeit uit of gebaseerd wordt op de beoogde functie of het uiteindelijk gebruik. Deze filosofie werd geïntroduceerd door de architect Louis Sullivan.
In Nederland staat het functionalisme beter bekend als het Nieuwe Bouwen of de Nieuwe Zakelijkheid. Functionaliteit stond voorop bij de bouwstijl; de functie van het gebouw bepaalde het ontwerp. En er werden moderne materialen gebruikt, zoals beton, staal en glas.
Functionaliteit (vorm volgt functie), licht, lucht en ruimte waren de belangrijkste uitgangspunten. Je herkent de bouwstijl aan de platte daken, de ‘rechte hoek’, de stalen raamkozijnen en het totale gebrek aan decoraties. En het verbinden van binnen met buiten. Denk bijvoorbeeld aan de gigantische glazen gevel van de Van Nelle fabriek. Belangrijk bouwmateriaal was gewapend beton. Iedere schijn van ambachtelijkheid werd vermeden.
Volgens het functionalisme, een stijlrichting in de architectuur, dienen de vorm en het uiterlijk van een gebouw bepaald te worden door zijn functie. Functionalistische architectuur kenmerkt zich dan ook door soberheid en weinig ornamenten. Het functionalisme heeft geleid tot felle debatten onder architecten en kent duidelijke voor- en tegenstanders. Uit het functionalisme kwam de Internationale Stijl voort. Als tegenreactie volgde in de jaren zeventig het postmodernisme, waarbij verschillende bouwstijlen rijkelijk gecombineerd werden.