Accenten:
– Italië, wedergeboorte van de klassieken
– de invloed van opdrachtgevers zoals de adel, bankiers (medici)
– schilderkunst en beeldhouwkunst in Noord-Europa
Invalshoeken:
– opkomst van het humanisme
– schoonheid als eenheid van delen: harmonie, maatvoering, orde (proportieleer)
– belang van de kerk; wereldlijke machthebbers; opkomst rijke burgerij als nieuwe opdrachtgevers
– de veranderende positie van de kunstenaar, van ambachtsman naar homo universalis
– (handels)contacten met de Arabische wereld (Venetië)
Wetenschap en techniek:
– boekdrukkunst en grafiek; olieverf; fresco
– beeldhouwkunst: ontwikkeling van vrijstaande (ruiter)standbeelden
– bestuderen van de klassieken
– eigen onderzoek van de werkelijkheid (perspectief, anatomie, natuur)