VERONDERSTELDE REDDING
korte verhalen, foto-art
Michiel Hanon
Veronderstelde redding
Copyright 2026 Michiel Hanon Boeken
Auteur / foto-artist: Michiel Hanon
https://sites.google.com/view/michiel-hanon (“michiel hanon sites”)
michielmichiel2009@live.nl
Omslagontwerp: Michiel Hanon
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd door middel van druk, fotokopieën, geautomatiseerde gegevensbestanden of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
INHOUD
ONVERVULBARE WENSEN
ANTOINE
ITALIË
VERONDERSTELDE REDDING
EEN CONFRONTERENDE EXPOSITIE
ONVERVULBARE WENSEN
Er was eens, in een land dat door hoge bergen van andere landen was afgescheiden, een oude koning die over alles en iedereen beschikte. Zijn woord was wet. Hij benoemde rechters, inde naar eigen inzicht belastingen, verklaarde de oorlog als hem dat uitkwam, en bepaalde zelfs met wie leden van zijn familie mochten trouwen.
In dat land gold een belangrijke regel: de koning moest trouwen met een prinses. Niet omdat men vond dat een koning niet van een gewone vrouw mocht houden, maar omdat een huwelijk van de koning geen persoonlijke zaak was. Het diende het koninkrijk. Een prinses bracht een familie, een bondgenootschap en de mogelijkheid van opvolging met zich mee.
In dit koninkrijk werd een jongetje, Leopold, geboren. Toen Leopold twintig jaar oud was, stierf zijn vader en werd hij zelf tot koning gekroond.
Maar Leopold zag zijn taak als koning al van jongs af aan helemaal niet zitten. Hij achtte zichzelf niet geschikt voor het koningschap. De nieuwe heerser voelde zich geen machthebber zoals zijn voorgangers. Hij hield niet van bevelen geven. Als een minister hem een besluit voorlegde, vroeg hij wat de mensen die door het besluit getroffen zouden worden ervan vonden. Als twee hooggeplaatsten ruzie hadden, probeerde hij eerst te begrijpen waarom ze elkaar in de haren zaten.
De koning wenste het liefst een gewone burger van het land te zijn. Hij was op huwbare leeftijd en diende volgens geldende regels met een prinses te trouwen. Maar in plaats van een geschikte kandidate te zoeken, werd Leopold verliefd op een van zijn jonge vrouwelijke onderdanen. Ook dat nog.
Tijdens een bezoek aan een dorp buiten de hoofdstad had hij Diana, de dochter van een herenboer, ontmoet. Diana was geen prinses; ze was zelfs niet van adel. Leopold viel als een blok voor haar. Hij vond haar mooi, intelligent en humoristisch. Ze was precies zijn type. Diana wist dat ze met de koning van doen had, maar ze bleef in de omgang met hem helemaal zichzelf. In haar ogen was een koning ook maar een mens. Die houding van Diana vond Leopold zeer aantrekkelijk. Omdat ook Leopold zich op voet van gelijkheid naar haar opstelde, werd eveneens haar interesse in hem gewekt.
Leopold zorgde ervoor dat hij Diana daarna vaker kon ontmoeten. Zijn verliefdheid voor haar werd heviger. Hij ging echt van deze jongedame houden. En dit bleek wederzijds.
De koning probeerde van alles om met haar te kunnen trouwen. Maar deze pogingen liepen op niets uit. Allereerst liet Leopold een nieuw wetsvoorstel opstellen, waarin stond dat de koning vrij was om met iedere vrouw te trouwen die hij liefhad. De oude wet moest worden afgeschaft. Het enige waar de koning in zijn bewind rekening mee moest houden, waren de grondwet en de Raad, een college dat erop toezag dat alles in het koninkrijk volgens de regels verliep. Maar toen de koning het voorstel aan de Raad voorlegde. wees deze het af.
Daarna stelde de koning voor om de vrouw te adopteren door een bevriende vorstin, zodat zij als prinses kon gelden. Ook dat mislukte. Vervolgens opperde Leopold het plan om een oude, vergeten adellijke familietak van de moeder van Diana op te sporen. Misschien was er ergens een voorouder die recht gaf op een adellijke titel. Er werd wekenlang gezocht. Men vond een voorvader die senator was geweest. Maar een senator was geen prins.
De koning ging nog een stap verder: hij stelde voor om zelf afstand te doen van de troon. Dat zou alles oplossen. De Raad reageerde echter onmiddellijk. Een koning kon volgens de grondwet alleen aftreden als er een opvolger was die voor de Raad aanvaardbaar was. Bovendien had de koning geen broer die het koningschap op zich kon nemen.
Leopold werd steeds wanhopiger. Na deze enigszins voor de hand liggende pogingen ging hij een stap verder. Leopold vroeg de goden om ontheffing van het koningschap. Hij beklom een heilige berg en smeekte de goden hem van zijn ambt te verlossen. De priesters aldaar verklaarden dat hij koning moest blijven. Leopold had namelijk zelf goddelijke kenmerken, want hij was een sacrale koning. Hij kon zichzelf dientengevolge niet van zijn koningschap verlossen.
Tenslotte probeerde Leopold de tijd te ontvluchten, want hij had inmiddels geleerd dat hij daartoe vanwege zijn goddelijke krachten in staat was. De koning liet zichzelf en Diana in een tijdcapsule naar een latere tijd verplaatsen, in de hoop dat daar andere regels voor het koningschap zouden gelden. Toen zij aankwamen, bleken de regels vrijwel onveranderd, en werd hij onmiddellijk opnieuw als koning begroet. Mede omdat de wereld waarin zij terecht waren gekomen hem geheel vreemd overkwam, besloot Leopold maar naar zijn eigen tijd terug te keren.
Een huwelijk met zijn geliefde Diana was onmogelijk gebleken. Uiteindelijk zag Leopold in dat het lot van te zijn geboren als toekomstig koning en de regels die voor het koningschap golden onontkoombaar waren.
Leopold bleef ongehuwd, want de Raad – hoewel deze daarop meermaals sterk aandrong - kon hem niet verplichten om daadwerkelijk met een prinses in het huwelijk te treden. Ook Diana trouwde niet. De twee bleven elkaar ontmoeten op een wijze die passend was bij het koningschap van Leopold. Hij schonk de vrouw een mooi huis en een riante financiële bijdrage. Zij schikten zich in de situatie en waren gelukkig.
Toen hij vijftig jaar oud was, huwde Leopold alsnog met een jonge prinses, om troonsopvolging mogelijk te maken. Het werd een verstandshuwelijk, waarin ook Diana zich kon vinden. De twee geliefden bleven elkaar als voorheen ontmoeten.
*
In het land van koning Leopold leefden twee gewone burgers. De jonge vrouw, Sarah, en de oudere man, Folkert, scheelden een generatie in leeftijd. De twee hadden elkaar bij een feest ontmoet en waren aan de praat geraakt. Sarah vond Folkert intelligent en wijs, humoristisch en empatisch; Folkert vond Sarah aantrekkelijk, open, spontaan en welbespraakt. Ze konden uren praten. Over boeken, over muziek, over reizen, over de vraag waarom mensen zo vaak doen wat van hen verwacht wordt in plaats van wat ze werkelijk willen. De contacten continueerden en werden in de jaren die volgden intensiever. Ze leerden elkaar door en door kennen.
Omdat zij een generatie in leeftijd verschilden, zouden zij geen liefdespartners kunnen worden, hoe jammer de twee dat ook vonden, want ze hadden een hele goede klik. Op enig moment constateerden beiden zelfs dat er sprake was van houden van.
Het obstakel werd voornamelijk veroorzaakt door wat de mensen om hen heen daarvan vonden. Niet door hun eigen opvatting, want Folkert en Sarah zagen geen doorslaggevend probleem in hun leeftijdsverschil. Natuurlijk wisten ze wel dat er ook nadelen waren. Hun toekomst zou naar verwachting anders zijn dan bij leeftijdsgenoten. Als hij met pensioen zou zijn, zou zij misschien nog jaren willen werken. Als zij wilde reizen en nieuwe dingen ondernemen, kon hij daar later lichamelijk minder gemakkelijk aan meedoen. En de kans was aanzienlijk dat hij eerder zou overlijden. Maar dit namen de twee “op de koop toe”.
Toen een vriendin van Sarah ontdekte dat zij gevoelens voor Folkert had, reageerde zij verbaasd: "Maar hij is toch ongeveer zo oud als je vader?"
Later zei een kennis tegen Folkert: "Je moet oppassen dat je jezelf niet voor de gek houdt. Zo'n jonge vrouw zoekt waarschijnlijk iets anders dan jij."
Hoe sterk hun gevoelens voor elkaar ook waren geworden, de wereld leek hen voortdurend te vertellen dat leeftijd wél een issue was. Alsof er ergens een onzichtbare grens in leeftijdsverschil bestond, waarbuiten een liefdesrelatie niet meer acceptabel was. Natuurlijk was deze grens niet bij een vastgesteld verschil in jaren te bepalen – een klein leeftijdsverschil was ook voor de omgeving “normaal” te noemen - maar een verschil van een generatie lag er duidelijk buiten.
Toen de koning van hun land op bezoek was bij een vrouw waarmee hij een bijzondere band had, en van de situatie van Folkert en Sarah vernam, had hij meteen met deze twee burgers te doen. De heerser vond dat het volk zich niet behoorde te bemoeien met wie als liefdespartners bij elkaar wilde zijn. Aangezien de koning over goddelijke krachten beschikte, mocht de oudere man daarom van de machthebber een wens doen.
Opdat hij met de jongere Sarah een liefdesstel zou kunnen vormen, wenste Folkert weer zo jong te zijn als zij. Hij stapte in de leeftijdcapsule, die vervolgens in opdracht van de hogere macht op hem stond te wachten.
In de ruimte, ergens tussen Venus en Mars, kwam Folkert Sarah onverwacht in een andere leeftijdcapsule tegen. Ze passeerden elkaar voor ruimtelijke begrippen rakelings. Hoewel de snelheid van de toestellen duizelingwekkend was, konden zij nog kort naar elkaar zwaaien. Eerlijkheidshalve had ook de vrouw van de hogere macht een wens mogen doen, en wenste zij zo oud te zijn als Folkert.
De man kon de route van zijn voertuig daarna niet keren. En als hij dat wel had gekund, zou Sarah waarschijnlijk ook op dat idee zijn gekomen en in de gelegenheid zijn geweest om dat te doen.
Zelfs met hulp van een hogere macht was hun wens om een liefdesstel te vormen niet in vervulling te brengen. Het leeftijdsverschil was er na afloop nog steeds, alleen was Sarah nu de oudere en Folkert de jongere. Ze wisten inmiddels nog beter wat ze voor elkaar over hadden. Dit versterkte hun band alleen nog maar verder!
Voor Folkert en Sarah zelf was het leeftijdsverschil nooit een groot probleem geweest. Het waren vooral de verwachtingen van anderen die hen parten speelden. Liefde tussen mensen van verschillende generaties bleef in de ogen van het volk verdacht en onverstandig. De omgeving verweet Folkert meestal dat hij een moedercomplex had; hij werd er schuin op aangekeken. Ook Sarah kreeg het te verduren: zij was met zo’n jongere vriend een op seks beluste cougar.
Maar het deerde de twee niet meer. Om hun band voor de omgeving te verklaren, droegen zij de gedachte uit dat Sarah voor de jonge man een bonusmoeder was. Anderen moesten met die verklaring maar doen wat ze wilden. Folkert en Sarah bleven een sterke band met elkaar houden.
Hoewel zij voor de buitenwereld geen liefdesstel konden vormen, gingen Folkert en Sarah privé met elkaar om zoals zij dat zelf wenselijk achtten. En gelukkig was er iemand die hen bijstond en bleef aanmoedigen om samen door te gaan: hun koning. Ze leerden hem als een stille medestander kennen. Hoewel hij het duo niet openlijk steunde, bleef deze machthebber hen zo nu en dan een bemoedigend persoonlijk bericht sturen.
ANTOINE
Een onbekende man kwam op een avond op bezoek bij een vrij jong, gehuwd stel. De twee, Floris en Saskia, waren net tien jaar getrouwd. Zij hadden gepland de volgende avond hun huwelijksfeest te organiseren. De onbekende, die zich voorstelde als Dolf Schaapman, vertelde dat hij een vriend was van Antoine, die ook met het echtpaar goed was bevriend.
De onbekende vertelde dat er met Antoine iets ergs was gebeurd. Hij was bij een verkeersongeval om het leven gekomen. Dolf wilde het stel daarover informeren. Hij had van Antoine over hun vriendschap gehoord.
Het stel liet de onbekende man binnen. Ze reageerden verslagen; er werd diep getreurd. Vragen werden gesteld over hoe dat had kunnen gebeuren. Antoine was met zijn auto van de weg geraakt en tegen een boom gereden. Waarschijnlijk had zijn auto een te hoge snelheid gehad.
Gememoreerd werd hoe Saskia en Floris Antoine hadden leren kennen. Beide echtelieden zaten op een tennisclub. Daar leerden zij deze persoon kennen: een charmante, welbespraakte en aantrekkelijke man, die alles mee leek te hebben in het leven, behalve een vaste vriendin. Hij reed rond in een mooie, snelle auto. Voor de twee was het wat onduidelijk hoe Antoine zijn geld verdiende, maar het was iets in de handel.
Floris en Saskia gingen samen, maar ook apart van elkaar tennissen. Hierdoor speelden zowel Saskia als Floris potjes met Antoine. In het begin beperkten de contacten zich tot het spel en het café van de club, maar na enige tijd kwam Antoine ook bij het stel over de vloer. Hij at nog wel eens mee en bleef dan een avondje gezellig hangen.
Het was onvoorstelbaar dat deze joviale, vriendelijke man er niet meer was. Dolf Schaapman kon plaatsnemen in de woonkamer en kreeg iets te drinken. Daarna kwamen er uit de mond van Dolf echter onverwacht feiten over de vrouw naar voren, die voor de partner onbekend en niet leuk waren.
Saskia had volgens Schaapman namelijk niet alleen tennis, maar ook overspel met Antoine gespeeld. Dat had hij van zijn goede vriend vernomen. Saskia en Floris reageerden verbaasd. De vrouw was vanwege de dood van de vriend erg emotioneel en was daarom open over haar vreemdgaan. Ze bekende direct. In andere gevallen had ze mogelijk de aantijging ontkend.
Dit veroorzaakte vervolgens flinke ruzie tussen de echtelieden. De beschuldiging die Schaapman uitte was zo’n schot in de roos, dat het stel op dat moment geen tijd had om zich af te vragen waar de onbekende het lef vandaan haalde dit in deze trieste omstandigheid naar voren te brengen.
Na de nodige verwijten van Floris kwam al snel bij het stel de vraag boven waarom ze nooit over de onbekende Dolf hadden gehoord. En hoe wist hij dit allemaal? Het verhaal over het overspel klopte helaas, maar waarom moesten Floris en Saskia hiermee op dit treurige moment worden geconfronteerd? Was die Dolf eigenlijk wel een vriend van hem?
Toen de onbekende merkte dat zijn identiteit in twijfel werd getrokken, kwam hij ineens met een ander verhaal: Antoine was bij het ongeval niet overleden, maar lichtgewond geraakt. Toen hij in zijn auto reed en zag dat hij door de politie werd gevolgd, had Antoine veel gas gegeven, maar was hij van de weg geraakt. Dat laatste bleef in het verhaal van Dolf dus gehandhaafd. Antoine werd meegenomen naar het bureau en later overgebracht naar het huis van bewaring. Hun vriend werd verdacht van poging tot inbraak en poging tot doodslag.
Er was op dat moment sprake van een beetje opluchting bij het stel, omdat Antoine nog leefde. Maar de draai die Schaapman aan zijn verhaal gaf omtrent zijn lot was ook weer niet erg positief. Hoe kwam hun vriend in een huis van bewaring terecht? Antoine zou toch onschuldig zijn? Hun vriend kon niet betrokken zijn bij dit soort misdrijven. Dat was niet voor te stellen. En wat kwam deze Schaapman bij hen eigenlijk doen? Wat hadden Saskia en Floris ermee te maken?
De onbekende ging verder met zijn uiteenzetting en kwam nu op het punt waar het stel een rol in het geheel speelde. Want daar was hij net aan toe, zei hij. Antoine had het plan gehad om bij de ouders van de vrouw te gaan inbreken. Hij wist van Floris dat deze rijk waren en er viel wat waardevols uit hun woning te halen. Op de tennisbaan was Antoine van Floris te weten gekomen van de slechte verhouding van hem met zijn schoonouders.
Floris had Antoine daarop belangrijke informatie gegeven om een inbraak mogelijk te maken. Hij had zijn vriend verteld wat er aan dure spullen in hun huis stond, en waar zich dat bevond. Ook gaf hij informatie over wanneer de schoonouders niet thuis waren, over het alarmsysteem en over nog andere relevante zaken. Floris had zich laten ontvallen dat hij het niet erg zou vinden als inbrekers eens een kijkje binnen zouden nemen.
Floris ontkende in eerste instantie nog wel hetgeen de bezoeker naar voren bracht, maar zijn vrouw wist natuurlijk al langer dat zijn verhouding met haar vader en moeder slecht was. Saskia gaf wat voorbeelden van uitspraken van beide partijen in het recente verleden, en Floris moest zijn gesprekken met Antoine over zijn schoonouders uiteindelijk wel bevestigen.
De echtgenoot van Saskia gaf als verklaring voor zijn handelen dat hij dit had gedaan, omdat hij zijn schoonouders niet mocht. En dat werd weer veroorzaakt doordat hij zich niet geaccepteerd voelde door hen. Floris had niet veel geld en maar een eenvoudige baan. Hij wist dat zijn schoonouders vonden dat hun dochter onder haar stand was getrouwd. Haar echtgenoot was in hun ogen ook een beetje een slappeling, een man zonder ruggengraat.
Floris moest volgens Saskia hebben begrepen dat Antoine dit gegeven zou kunnen uitbuiten. ‘Hoe had Antoine zijn interesse in dit gegeven dan gebracht? Hij had toch zeker niet gezegd dat hij een inbreker was?’, vroeg een verbaasde Saskia.
‘Nee, hij zei dat hij deze mensen misschien iets kon verkopen, en dat hij bij hen wel eens binnen wilde gaan kijken, om te zien wat hun interieurstijl was.’, was het antwoord van haar echtgenoot. ‘Wat een naïeve gedachte van mij dat dit zijn drijfveer zou zijn’, bedacht Floris daarna.
Saskia vond het nogal ongeloofwaardig. Floris had hun vriend meegeholpen om iets crimineels te gaan doen. Vanuit zijn wrok tegenover zijn schoonouders had Floris op ondoordachte wijze de morele deur op een kier gezet. Hij had Antoine wellicht geen opdracht gegeven, maar zijn woorden hadden zijn vriend precies de informatie verschaft die hij zocht.
Beide echtelieden hadden dus dingen gedaan die niet door de beugel konden. Er was nu wederzijds aanleiding om de ander verwijten te maken. En dat gebeurde dan ook. De bezoeker hoorde het allemaal rustig aan.
Toen de verwijten over en weer waren geuit, vroeg het stel aan Schaapman wat er nu eigenlijk met Antoine was gebeurd. Waarom hij was aangehouden, want bij de ouders van Saskia was niets ernstigs gebeurd; anders hadden zij dat wel gehoord.
Dolf gaf daarop wat verdere details. Antoine werd ervan verdacht een andere inbraak te hebben gepleegd. Maar hij had dit naar de overtuiging van Dolf Schaapman niet gedaan. Deze inbraak was volgens informatie van de politie echter mislukt; de dader zou binnen in de woning zijn betrapt door de bewoner. De dader, die een wapen bij zich had, zou daarbij deze bewoner hebben neergeschoten. De man zou zwaar gewond zijn achtergelaten. De dader zou gemaskerd zijn geweest en zou bij de inbraak niet zijn herkend.
De partner van de neergeschoten bewoner had kennelijk direct de politie gebeld. De dader was gevlucht zonder een buit mee te nemen. Antoine werd in de buurt van de woning aangehouden. Hij moest daar toevallig zijn. Omdat hij een goede bekende van de politie was, werd hij naar het bureau meegenomen. Er waren volgens Schaapman geen directe sporen die aan Antoine konden worden gelinkt, maar hij kon op het bureau ook niet direct aangeven waar hij zich op het moment van de inbraak ophield. Wel was er volgens de recherche gelijkenis met eerdere door Antoine gepleegde inbraken,
Antoine had dus een strafblad. Dit wisten Saskia en Floris niet. Hij leek een eerlijke, vriendelijke man. De echtelieden vroegen zich nu af of hun vriend al langer het plegen van een inbraak voor ogen had gehad; of Antoine misschien daarom vriendschap met hen was aangegaan. Had hij daarna bewust beiden overgehaald om iets te doen dat niet oirbaar was, om hen uiteindelijk bij een misdrijf te betrekken?
Floris wilde nu wel eens weten wie de onbekende nu eigenlijk was. Deze gaf aan dat hij inderdaad op het punt stond zijn rol duidelijk te maken: hij was de advocaat van Antoine. Hij had er belang bij zijn cliënt uit het huis van bewaring te krijgen en vervolgens ook vrij te laten spreken. Daarvoor had Antoine een alibi nodig: het stel moest bij de politie verklaren dat hun vriend op het moment van de inbraak bij hen thuis was.
Nu viel het kwartje pas echt bij de echtelieden. Zij waren chantabel en moesten meineed plegen om Antoine te helpen, want niemand geloofde toch dat deze man onschuldig was?! Hij was een inbreker, en nu ook bijna een moordenaar!
De politie zou volgens de advocaat binnenkort wel contact met hen opnemen. En als zij niet zouden meewerken, zou Schaapman hun misslagen openbaren. Terzijde merkte hij nog even op dat hij het volledige gesprek met hen op zijn telefoon had opgenomen. Hij kon ermee naar de rechter of naar de pers gaan.
De advocaat zei vervolgens dat de twee maar even over dit voorstel moesten nadenken. Maar hij ging ervan uit dat ze het alibi van Antoine wel zouden gaan bevestigen. Na bedankt te hebben voor de ontvangst, verliet Schaapman daarna de woning van het stel.
Na het vertrek van de onbekende man ontstond een levendige discussie tussen de echtelieden. Moesten ze dan maar meineed plegen? Ze beseften dat het daarbij van belang was om één front te vormen. Gingen Floris en Saskia elkaar bijstaan of niet? Ze hadden elkaar bedrogen, maar nu ook nodig. Wat was de consequentie als zij geen meineed zouden plegen? Als de buitenwereld hun misslagen te weten zou komen, zou dit voor een huwelijkscrisis gaan zorgen. En voor nog wel meer ellende.
Omdat beiden iets op hun kerfstok hadden, werd er ook geconstateerd dat er een basis was om elkaar te vergeven. Dan zou ook het huwelijk in stand kunnen blijven. Maar zouden zij daartoe in staat en bereid zijn?
Er was die avond nog veel ruzie en elkaar de schuld geven. Zou het huwelijksfeest moeten doorgaan? Hun ouders en andere vrienden rekenden erop. En zo ja, hoe zouden zij de afwezigheid van hun vriend Antoine moeten verklaren? Andere tennissers zouden ook tot de aanwezigen behoren.
Floris besloot deze nacht maar even in een hotel te gaan slapen. De volgende dag zouden ze wel verder zien. De afspraak om de volgende avond hun huwelijksfeest te organiseren werd door het stel noch bevestigd noch ingetrokken.
*
Floris was naar een tweedaagse training van zijn werk, met een overnachting in een hotel. De tweede dag was aangebroken; hij werd die ochtend in zijn hotelkamer wakker.
Hij had gedroomd en kon zich nog het een en ander herinneren.
Floris had gedroomd dat Saskia op de tennisclub was en daar Antoine was tegengekomen. Duidelijk was dat deze man bij Saskia opviel zonder daar zichtbaar moeite voor te doen. Antoine was charmant, goed gekleed en had een vanzelfsprekende manier van praten. Hij kon met iedereen overweg en leek bovendien financieel weinig zorgen te hebben. Regelmatig kwam hij bij de tennisclub aan in een opvallend mooie auto.
Het viel op dat Saskia zich anders had gekleed, omdat ze kennelijk wist dat Antoine op de club zou zijn. Ze vond de man van de snelle auto best interessant. Niet alleen omdat hij aantrekkelijk was, maar ook omdat hij aandacht gaf. Wanneer zij iets vertelde, was te zien dat hij werkelijk luisterde. Als Antoine haar iets langer aankeek dan nodig was, voelde ze een spanning die ze niet goed kon plaatsen. Bij deze man voelde Saskia zich jonger en begeerd.
Het was rustig op de club. Wel was er een onbekende man in de nabijheid. Een man die kennelijk bevriend was met Antoine, want de twee begroetten elkaar. Maar was hij lid van de tennisclub? Saskia had hem nooit zien tennissen. Ze besloot hem maar te negeren.
Na afloop van een spelletje tennis stelde Antoine voor ergens anders koffie te gaan drinken.
‘Waarom niet?’ zei Saskia.
Even later in de droom had Saskia Antoine mee naar huis genomen. De twee liepen direct door naar de slaapkamer en doken het echtelijke bed in.
Na afloop van hun vrijpartij ging ineens de deur van Floris’ kleerkast open en stapte de onbekende man uit de kast. Hij moest glimlachen om wat hij voor zich zag. Saskia hoorde dat Antoine hem begroette, en zei tegen hem dat hij daar weg moest gaan. De man liep daarop de slaapkamer uit.
Saskia vertelde Antoine dat het de eerste keer was dat zij Floris bedroog. Ze had het niet kunnen stoppen. Maar hoe moest dit nu verder?
Toen Floris daarna wakker werd, was hij blij dat het maar een droom was geweest. Het eerste wat hij daarna dacht, was: wat was het altijd zo jammer dat hij zich maar een deel van zijn dromen kon herinneren!
Maar al snel begon hij zich af te vragen of hij Antoine eigenlijk wel kon vertrouwen. Was hij er niet te makkelijk in om zijn vrouw met deze man samen tijd door te laten brengen? Hij had toch al eens eerder bepaalde vermoedens gehad?
Floris probeerde het van zich af te zetten. Het was toch maar een droom geweest. Hij had nog een trainingsdag voor de boeg. Daarna zou hij naar huis gaan. Met zijn vrouw was afgesproken om die avond hun komende jubileumfeest te organiseren.
En Saskia dan? Zij werd die ochtend thuis wakker. Ook zij had gedroomd en kon zich nog het een en ander daarvan herinneren.
Saskia had gedroomd dat Floris op de tennisbaan was en dat hij met Antoine had afgesproken. De twee speelden regelmatig samen een balletje en konden het goed met elkaar vinden. Antoine was gemakkelijk in de omgang, geïnteresseerd en geestig. Floris vond hem een van de aardigste mensen die hij op de vereniging had leren kennen.
Op die middag gingen de twee na afloop van een potje tennis samen op het terras zitten. Iets verderop zat een voor Floris onbekende man in maatpak. Antoine en hij bleken elkaar te kennen, want zij begroetten elkaar. Wat deed deze man op het tennispark? Hij was niet de eigenaar, wist Floris. Een administrateur of zo? Maar tennissen kwam hij in ieder geval niet doen.
Het gesprek tussen Floris en Antoine kwam op familie.
‘Jouw schoonouders wonen toch in die grote villa op de Bergweg?’ vroeg Antoine.
Floris trok een gezicht. ‘Ja. Helaas wel.’
Antoine glimlachte. ‘Niet bepaald je favoriete mensen?’
‘Dat kun je wel zeggen.’ Floris vertelde dat de verhouding met zijn schoonouders al vanaf het begin slecht was geweest. Zijn schoonvader had hem nooit goed genoeg gevonden voor zijn dochter. Bij iedere familiebijeenkomst had Floris het gevoel gehad dat hij zich moest bewijzen. Zijn schoonmoeder deed daar nauwelijks voor onder. ‘Ze hebben me nooit geaccepteerd,’ zei hij. ‘Ik kan ze niet uitstaan.’
Antoine vroeg verder, op een rustige toon die nauwelijks als nieuwsgierigheid opviel. Zo kwam ter sprake dat de ouders van Saskia een aanzienlijk vermogen hadden. In hun huis waren schilderijen, antiek, sieraden en andere kostbaarheden aanwezig.
‘Er is daar voor een vermogen in huis,’ zei Floris. ‘En ze zijn er nog trots op ook.’
‘Ze zijn dus goed verzekerd?’ Antoine gooide daarna een bierviltje in de richting van de man in het maatpak, die nog steeds wat verderop zat. De twee zagen dat er een glimlach op zijn gezicht verscheen, maar de man zei niets.
‘Dat neem ik aan’, antwoordde de schoonzoon. Floris negeerde de vreemdeling verder en vertelde waar enkele waardevolle spullen stonden. Hij gaf ook aan wanneer zijn schoonouders gewoonlijk niet thuis waren. Het alarmsysteem kwam ter sprake en ook andere bijzonderheden over het huis.
‘Weet je wat het gekke is?’, zei Floris, ‘Als er morgen bij hen zou worden ingebroken, zou ik daar geen seconde wakker van liggen.’ Floris lachte kort, maar zijn gezicht werd onmiddellijk weer ernstig. Hij haalde zijn schouders op. ‘Ik zou waarschijnlijk denken: eigen schuld.’
Floris begon uit zichzelf voorbeelden te geven van de vernederingen die hij in de loop der jaren had moeten slikken. Hoe zijn schoonvader hem ooit tegenover andere familieleden had laten weten dat hij ‘niet bepaald uit hetzelfde hout was gesneden’. Hoe zijn schoonmoeder bij een verjaardag had laten doorschemeren dat Saskia financieel veel beter af zou zijn geweest met een andere man.
Toen de twee uiteindelijk opstonden, was Floris nog steeds boos. Antoine sloeg vriendschappelijk een arm om zijn schouder. ‘Maak je niet zo druk om die mensen.’
‘Makkelijk gezegd.’
‘Misschien.’
Ze namen afscheid. Beiden stonden van hun stoel op. Floris ging daarna op weg naar de auto en Antoine liep naar de onbekende man in het maatpak en begon met hem te praten.
Daarna was Saskia wakker geworden. Ze wist natuurlijk dat de verhouding tussen Floris en haar ouders niet goed was, en dat dit hen wel eens zou kunnen opbreken, maar zo’n gevolg als in deze droom had ze zich nooit voorgesteld.
Gelukkig was het maar een droom geweest. Maar er ging ook door haar heen dat een mens zich helaas altijd maar een deel van een droom kan herinneren, want zij had het gevoel dat er zich veel meer in de droom had afgespeeld! Zij vroeg zich af wat dat was geweest, maar zij kon er niets extra van terughalen.
Aan het eind van de middag kwam Floris thuis van zijn training. Hij vertelde Saskia hoe het was gegaan. Ze zouden die avond hun jubileumfeest plannen. Los van elkaar was deze afspraak voor beiden aanleiding geweest om de dagen ervoor – omdat Floris op cursus was, waren ze even van elkaar gescheiden - te overdenken hoe het stond met hun huwelijk. Hoe waren die tien jaren verlopen? Waren ze gelukkig samen? Er waren ups en downs geweest, maar welk jong echtpaar had die nu niet? Was er wel reden tot feesten? Beiden hadden zich die ochtend afgevraagd of deze overdenking de reden was geweest dat zij zo’n aparte droom hadden gehad.
Die avond durfden beiden niet over hun droom van die nacht te spreken, laat staan dat zij bij de ander zouden informeren of hetgeen was gedroomd op waarheid zou berusten. Dit risico werd maar niet genomen. Maar beiden wisten ook dat er in het verleden aanwijzingen waren geweest die in de richting van de droominhoud wezen.
Het was tijd om hun huwelijksfeest te gaan plannen. Het ging nu even alleen over het feest; de aandacht moest daartoe beperkt blijven. Zouden beiden erachter staan om ook Antoine voor het feest uit te nodigen? Dat niet doen zou bij de ander en vele andere betrokkenen vragen oproepen!
Maar hun huwelijk zou normaal gesproken langer duren dan dit feest, een stuk langer. Beiden vroegen zich voor zichzelf af of hun samenzijn daarna nog zou standhouden.
Toen rinkelde de telefoon. Er ging even een rilling door beide echtelieden heen.
ONVERVULBARE WENSEN
Er was eens, in een land dat door hoge bergen van andere landen was afgescheiden, een oude koning die over alles en iedereen beschikte. Zijn woord was wet. Hij benoemde rechters, inde naar eigen inzicht belastingen, verklaarde de oorlog als hem dat uitkwam, en bepaalde zelfs met wie leden van zijn familie mochten trouwen.
In dat land gold een belangrijke regel: de koning moest trouwen met een prinses. Niet omdat men vond dat een koning niet van een gewone vrouw mocht houden, maar omdat een huwelijk van de koning geen persoonlijke zaak was. Het diende het koninkrijk. Een prinses bracht een familie, een bondgenootschap en de mogelijkheid van opvolging met zich mee.
In dit koninkrijk werd een jongetje, Leopold, geboren. Toen Leopold twintig jaar oud was, stierf zijn vader en werd hij zelf tot koning gekroond.
Maar Leopold zag zijn taak als koning al van jongs af aan helemaal niet zitten. Hij achtte zichzelf niet geschikt voor het koningschap. De nieuwe heerser voelde zich geen machthebber zoals zijn voorgangers. Hij hield niet van bevelen geven. Als een minister hem een besluit voorlegde, vroeg hij wat de mensen die door het besluit getroffen zouden worden ervan vonden. Als twee hooggeplaatsten ruzie hadden, probeerde hij eerst te begrijpen waarom ze elkaar in de haren zaten.
De koning wenste het liefst een gewone burger van het land te zijn. Hij was op huwbare leeftijd en diende volgens geldende regels met een prinses te trouwen. Maar in plaats van een geschikte kandidate te zoeken, werd Leopold verliefd op een van zijn jonge vrouwelijke onderdanen. Ook dat nog.
Tijdens een bezoek aan een dorp buiten de hoofdstad had hij Diana, de dochter van een herenboer, ontmoet. Diana was geen prinses; ze was zelfs niet van adel. Leopold viel als een blok voor haar. Hij vond haar mooi, intelligent en humoristisch. Ze was precies zijn type. Diana wist dat ze met de koning van doen had, maar ze bleef in de omgang met hem helemaal zichzelf. In haar ogen was een koning ook maar een mens. Die houding van Diana vond Leopold zeer aantrekkelijk. Omdat ook Leopold zich op voet van gelijkheid naar haar opstelde, werd eveneens haar interesse in hem gewekt.
Leopold zorgde ervoor dat hij Diana daarna vaker kon ontmoeten. Zijn verliefdheid voor haar werd heviger. Hij ging echt van deze jongedame houden. En dit bleek wederzijds.
De koning probeerde van alles om met haar te kunnen trouwen. Maar deze pogingen liepen op niets uit. Allereerst liet Leopold een nieuw wetsvoorstel opstellen, waarin stond dat de koning vrij was om met iedere vrouw te trouwen die hij liefhad. De oude wet moest worden afgeschaft. Het enige waar de koning in zijn bewind rekening mee moest houden, waren de grondwet en de Raad, een college dat erop toezag dat alles in het koninkrijk volgens de regels verliep. Maar toen de koning het voorstel aan de Raad voorlegde. wees deze het af.
Daarna stelde de koning voor om de vrouw te adopteren door een bevriende vorstin, zodat zij als prinses kon gelden. Ook dat mislukte. Vervolgens opperde Leopold het plan om een oude, vergeten adellijke familietak van de moeder van Diana op te sporen. Misschien was er ergens een voorouder die recht gaf op een adellijke titel. Er werd wekenlang gezocht. Men vond een voorvader die senator was geweest. Maar een senator was geen prins.
De koning ging nog een stap verder: hij stelde voor om zelf afstand te doen van de troon. Dat zou alles oplossen. De Raad reageerde echter onmiddellijk. Een koning kon volgens de grondwet alleen aftreden als er een opvolger was die voor de Raad aanvaardbaar was. Bovendien had de koning geen broer die het koningschap op zich kon nemen.
Leopold werd steeds wanhopiger. Na deze enigszins voor de hand liggende pogingen ging hij een stap verder. Leopold vroeg de goden om ontheffing van het koningschap. Hij beklom een heilige berg en smeekte de goden hem van zijn ambt te verlossen. De priesters aldaar verklaarden dat hij koning moest blijven. Leopold had namelijk zelf goddelijke kenmerken, want hij was een sacrale koning. Hij kon zichzelf dientengevolge niet van zijn koningschap verlossen.
Tenslotte probeerde Leopold de tijd te ontvluchten, want hij had inmiddels geleerd dat hij daartoe vanwege zijn goddelijke krachten in staat was. De koning liet zichzelf en Diana in een tijdcapsule naar een latere tijd verplaatsen, in de hoop dat daar andere regels voor het koningschap zouden gelden. Toen zij aankwamen, bleken de regels vrijwel onveranderd, en werd hij onmiddellijk opnieuw als koning begroet. Mede omdat de wereld waarin zij terecht waren gekomen hem geheel vreemd overkwam, besloot Leopold maar naar zijn eigen tijd terug te keren.
Een huwelijk met zijn geliefde Diana was onmogelijk gebleken. Uiteindelijk zag Leopold in dat het lot van te zijn geboren als toekomstig koning en de regels die voor het koningschap golden onontkoombaar waren.
Leopold bleef ongehuwd, want de Raad – hoewel deze daarop meermaals sterk aandrong - kon hem niet verplichten om daadwerkelijk met een prinses in het huwelijk te treden. Ook Diana trouwde niet. De twee bleven elkaar ontmoeten op een wijze die passend was bij het koningschap van Leopold. Hij schonk de vrouw een mooi huis en een riante financiële bijdrage. Zij schikten zich in de situatie en waren gelukkig.
Toen hij vijftig jaar oud was, huwde Leopold alsnog met een jonge prinses, om troonsopvolging mogelijk te maken. Het werd een verstandshuwelijk, waarin ook Diana zich kon vinden. De twee geliefden bleven elkaar als voorheen ontmoeten.
*
In het land van koning Leopold leefden twee gewone burgers. De jonge vrouw, Sarah, en de oudere man, Folkert, scheelden een generatie in leeftijd. De twee hadden elkaar bij een feest ontmoet en waren aan de praat geraakt. Sarah vond Folkert intelligent en wijs, humoristisch en empatisch; Folkert vond Sarah aantrekkelijk, open, spontaan en welbespraakt. Ze konden uren praten. Over boeken, over muziek, over reizen, over de vraag waarom mensen zo vaak doen wat van hen verwacht wordt in plaats van wat ze werkelijk willen. De contacten continueerden en werden in de jaren die volgden intensiever. Ze leerden elkaar door en door kennen.
Omdat zij een generatie in leeftijd verschilden, zouden zij geen liefdespartners kunnen worden, hoe jammer de twee dat ook vonden, want ze hadden een hele goede klik. Op enig moment constateerden beiden zelfs dat er sprake was van houden van.
Het obstakel werd voornamelijk veroorzaakt door wat de mensen om hen heen daarvan vonden. Niet door hun eigen opvatting, want Folkert en Sarah zagen geen doorslaggevend probleem in hun leeftijdsverschil. Natuurlijk wisten ze wel dat er ook nadelen waren. Hun toekomst zou naar verwachting anders zijn dan bij leeftijdsgenoten. Als hij met pensioen zou zijn, zou zij misschien nog jaren willen werken. Als zij wilde reizen en nieuwe dingen ondernemen, kon hij daar later lichamelijk minder gemakkelijk aan meedoen. En de kans was aanzienlijk dat hij eerder zou overlijden. Maar dit namen de twee “op de koop toe”.
Toen een vriendin van Sarah ontdekte dat zij gevoelens voor Folkert had, reageerde zij verbaasd: "Maar hij is toch ongeveer zo oud als je vader?"
Later zei een kennis tegen Folkert: "Je moet oppassen dat je jezelf niet voor de gek houdt. Zo'n jonge vrouw zoekt waarschijnlijk iets anders dan jij."
Hoe sterk hun gevoelens voor elkaar ook waren geworden, de wereld leek hen voortdurend te vertellen dat leeftijd wél een issue was. Alsof er ergens een onzichtbare grens in leeftijdsverschil bestond, waarbuiten een liefdesrelatie niet meer acceptabel was. Natuurlijk was deze grens niet bij een vastgesteld verschil in jaren te bepalen – een klein leeftijdsverschil was ook voor de omgeving “normaal” te noemen - maar een verschil van een generatie lag er duidelijk buiten.
Toen de koning van hun land op bezoek was bij een vrouw waarmee hij een bijzondere band had, en van de situatie van Folkert en Sarah vernam, had hij meteen met deze twee burgers te doen. De heerser vond dat het volk zich niet behoorde te bemoeien met wie als liefdespartners bij elkaar wilde zijn. Aangezien de koning over goddelijke krachten beschikte, mocht de oudere man daarom van de machthebber een wens doen.
Opdat hij met de jongere Sarah een liefdesstel zou kunnen vormen, wenste Folkert weer zo jong te zijn als zij. Hij stapte in de leeftijdcapsule, die vervolgens in opdracht van de hogere macht op hem stond te wachten.
In de ruimte, ergens tussen Venus en Mars, kwam Folkert Sarah onverwacht in een andere leeftijdcapsule tegen. Ze passeerden elkaar voor ruimtelijke begrippen rakelings. Hoewel de snelheid van de toestellen duizelingwekkend was, konden zij nog kort naar elkaar zwaaien. Eerlijkheidshalve had ook de vrouw van de hogere macht een wens mogen doen, en wenste zij zo oud te zijn als Folkert.
De man kon de route van zijn voertuig daarna niet keren. En als hij dat wel had gekund, zou Sarah waarschijnlijk ook op dat idee zijn gekomen en in de gelegenheid zijn geweest om dat te doen.
Zelfs met hulp van een hogere macht was hun wens om een liefdesstel te vormen niet in vervulling te brengen. Het leeftijdsverschil was er na afloop nog steeds, alleen was Sarah nu de oudere en Folkert de jongere. Ze wisten inmiddels nog beter wat ze voor elkaar over hadden. Dit versterkte hun band alleen nog maar verder!
Voor Folkert en Sarah zelf was het leeftijdsverschil nooit een groot probleem geweest. Het waren vooral de verwachtingen van anderen die hen parten speelden. Liefde tussen mensen van verschillende generaties bleef in de ogen van het volk verdacht en onverstandig. De omgeving verweet Folkert meestal dat hij een moedercomplex had; hij werd er schuin op aangekeken. Ook Sarah kreeg het te verduren: zij was met zo’n jongere vriend een op seks beluste cougar.
Maar het deerde de twee niet meer. Om hun band voor de omgeving te verklaren, droegen zij de gedachte uit dat Sarah voor de jonge man een bonusmoeder was. Anderen moesten met die verklaring maar doen wat ze wilden. Folkert en Sarah bleven een sterke band met elkaar houden.
Hoewel zij voor de buitenwereld geen liefdesstel konden vormen, gingen Folkert en Sarah privé met elkaar om zoals zij dat zelf wenselijk achtten. En gelukkig was er iemand die hen bijstond en bleef aanmoedigen om samen door te gaan: hun koning. Ze leerden hem als een stille medestander kennen. Hoewel hij het duo niet openlijk steunde, bleef deze machthebber hen zo nu en dan een bemoedigend persoonlijk bericht sturen.
ANTOINE
Een onbekende man kwam op een avond op bezoek bij een vrij jong, gehuwd stel. De twee, Floris en Saskia, waren net tien jaar getrouwd. Zij hadden gepland de volgende avond hun huwelijksfeest te organiseren. De onbekende, die zich voorstelde als Dolf Schaapman, vertelde dat hij een vriend was van Antoine, die ook met het echtpaar goed was bevriend.
De onbekende vertelde dat er met Antoine iets ergs was gebeurd. Hij was bij een verkeersongeval om het leven gekomen. Dolf wilde het stel daarover informeren. Hij had van Antoine over hun vriendschap gehoord.
Het stel liet de onbekende man binnen. Ze reageerden verslagen; er werd diep getreurd. Vragen werden gesteld over hoe dat had kunnen gebeuren. Antoine was met zijn auto van de weg geraakt en tegen een boom gereden. Waarschijnlijk had zijn auto een te hoge snelheid gehad.
Gememoreerd werd hoe Saskia en Floris Antoine hadden leren kennen. Beide echtelieden zaten op een tennisclub. Daar leerden zij deze persoon kennen: een charmante, welbespraakte en aantrekkelijke man, die alles mee leek te hebben in het leven, behalve een vaste vriendin. Hij reed rond in een mooie, snelle auto. Voor de twee was het wat onduidelijk hoe Antoine zijn geld verdiende, maar het was iets in de handel.
Floris en Saskia gingen samen, maar ook apart van elkaar tennissen. Hierdoor speelden zowel Saskia als Floris potjes met Antoine. In het begin beperkten de contacten zich tot het spel en het café van de club, maar na enige tijd kwam Antoine ook bij het stel over de vloer. Hij at nog wel eens mee en bleef dan een avondje gezellig hangen.
Het was onvoorstelbaar dat deze joviale, vriendelijke man er niet meer was. Dolf Schaapman kon plaatsnemen in de woonkamer en kreeg iets te drinken. Daarna kwamen er uit de mond van Dolf echter onverwacht feiten over de vrouw naar voren, die voor de partner onbekend en niet leuk waren.
Saskia had volgens Schaapman namelijk niet alleen tennis, maar ook overspel met Antoine gespeeld. Dat had hij van zijn goede vriend vernomen. Saskia en Floris reageerden verbaasd. De vrouw was vanwege de dood van de vriend erg emotioneel en was daarom open over haar vreemdgaan. Ze bekende direct. In andere gevallen had ze mogelijk de aantijging ontkend.
Dit veroorzaakte vervolgens flinke ruzie tussen de echtelieden. De beschuldiging die Schaapman uitte was zo’n schot in de roos, dat het stel op dat moment geen tijd had om zich af te vragen waar de onbekende het lef vandaan haalde dit in deze trieste omstandigheid naar voren te brengen.
Na de nodige verwijten van Floris kwam al snel bij het stel de vraag boven waarom ze nooit over de onbekende Dolf hadden gehoord. En hoe wist hij dit allemaal? Het verhaal over het overspel klopte helaas, maar waarom moesten Floris en Saskia hiermee op dit treurige moment worden geconfronteerd? Was die Dolf eigenlijk wel een vriend van hem?
Toen de onbekende merkte dat zijn identiteit in twijfel werd getrokken, kwam hij ineens met een ander verhaal: Antoine was bij het ongeval niet overleden, maar lichtgewond geraakt. Toen hij in zijn auto reed en zag dat hij door de politie werd gevolgd, had Antoine veel gas gegeven, maar was hij van de weg geraakt. Dat laatste bleef in het verhaal van Dolf dus gehandhaafd. Antoine werd meegenomen naar het bureau en later overgebracht naar het huis van bewaring. Hun vriend werd verdacht van poging tot inbraak en poging tot doodslag.
Er was op dat moment sprake van een beetje opluchting bij het stel, omdat Antoine nog leefde. Maar de draai die Schaapman aan zijn verhaal gaf omtrent zijn lot was ook weer niet erg positief. Hoe kwam hun vriend in een huis van bewaring terecht? Antoine zou toch onschuldig zijn? Hun vriend kon niet betrokken zijn bij dit soort misdrijven. Dat was niet voor te stellen. En wat kwam deze Schaapman bij hen eigenlijk doen? Wat hadden Saskia en Floris ermee te maken?
De onbekende ging verder met zijn uiteenzetting en kwam nu op het punt waar het stel een rol in het geheel speelde. Want daar was hij net aan toe, zei hij. Antoine had het plan gehad om bij de ouders van de vrouw te gaan inbreken. Hij wist van Floris dat deze rijk waren en er viel wat waardevols uit hun woning te halen. Op de tennisbaan was Antoine van Floris te weten gekomen van de slechte verhouding van hem met zijn schoonouders.
Floris had Antoine daarop belangrijke informatie gegeven om een inbraak mogelijk te maken. Hij had zijn vriend verteld wat er aan dure spullen in hun huis stond, en waar zich dat bevond. Ook gaf hij informatie over wanneer de schoonouders niet thuis waren, over het alarmsysteem en over nog andere relevante zaken. Floris had zich laten ontvallen dat hij het niet erg zou vinden als inbrekers eens een kijkje binnen zouden nemen.
Floris ontkende in eerste instantie nog wel hetgeen de bezoeker naar voren bracht, maar zijn vrouw wist natuurlijk al langer dat zijn verhouding met haar vader en moeder slecht was. Saskia gaf wat voorbeelden van uitspraken van beide partijen in het recente verleden, en Floris moest zijn gesprekken met Antoine over zijn schoonouders uiteindelijk wel bevestigen.
De echtgenoot van Saskia gaf als verklaring voor zijn handelen dat hij dit had gedaan, omdat hij zijn schoonouders niet mocht. En dat werd weer veroorzaakt doordat hij zich niet geaccepteerd voelde door hen. Floris had niet veel geld en maar een eenvoudige baan. Hij wist dat zijn schoonouders vonden dat hun dochter onder haar stand was getrouwd. Haar echtgenoot was in hun ogen ook een beetje een slappeling, een man zonder ruggengraat.
Floris moest volgens Saskia hebben begrepen dat Antoine dit gegeven zou kunnen uitbuiten. ‘Hoe had Antoine zijn interesse in dit gegeven dan gebracht? Hij had toch zeker niet gezegd dat hij een inbreker was?’, vroeg een verbaasde Saskia.
‘Nee, hij zei dat hij deze mensen misschien iets kon verkopen, en dat hij bij hen wel eens binnen wilde gaan kijken, om te zien wat hun interieurstijl was.’, was het antwoord van haar echtgenoot. ‘Wat een naïeve gedachte van mij dat dit zijn drijfveer zou zijn’, bedacht Floris daarna.
Saskia vond het nogal ongeloofwaardig. Floris had hun vriend meegeholpen om iets crimineels te gaan doen. Vanuit zijn wrok tegenover zijn schoonouders had Floris op ondoordachte wijze de morele deur op een kier gezet. Hij had Antoine wellicht geen opdracht gegeven, maar zijn woorden hadden zijn vriend precies de informatie verschaft die hij zocht.
Beide echtelieden hadden dus dingen gedaan die niet door de beugel konden. Er was nu wederzijds aanleiding om de ander verwijten te maken. En dat gebeurde dan ook. De bezoeker hoorde het allemaal rustig aan.
Toen de verwijten over en weer waren geuit, vroeg het stel aan Schaapman wat er nu eigenlijk met Antoine was gebeurd. Waarom hij was aangehouden, want bij de ouders van Saskia was niets ernstigs gebeurd; anders hadden zij dat wel gehoord.
Dolf gaf daarop wat verdere details. Antoine werd ervan verdacht een andere inbraak te hebben gepleegd. Maar hij had dit naar de overtuiging van Dolf Schaapman niet gedaan. Deze inbraak was volgens informatie van de politie echter mislukt; de dader zou binnen in de woning zijn betrapt door de bewoner. De dader, die een wapen bij zich had, zou daarbij deze bewoner hebben neergeschoten. De man zou zwaar gewond zijn achtergelaten. De dader zou gemaskerd zijn geweest en zou bij de inbraak niet zijn herkend.
De partner van de neergeschoten bewoner had kennelijk direct de politie gebeld. De dader was gevlucht zonder een buit mee te nemen. Antoine werd in de buurt van de woning aangehouden. Hij moest daar toevallig zijn. Omdat hij een goede bekende van de politie was, werd hij naar het bureau meegenomen. Er waren volgens Schaapman geen directe sporen die aan Antoine konden worden gelinkt, maar hij kon op het bureau ook niet direct aangeven waar hij zich op het moment van de inbraak ophield. Wel was er volgens de recherche gelijkenis met eerdere door Antoine gepleegde inbraken,
Antoine had dus een strafblad. Dit wisten Saskia en Floris niet. Hij leek een eerlijke, vriendelijke man. De echtelieden vroegen zich nu af of hun vriend al langer het plegen van een inbraak voor ogen had gehad; of Antoine misschien daarom vriendschap met hen was aangegaan. Had hij daarna bewust beiden overgehaald om iets te doen dat niet oirbaar was, om hen uiteindelijk bij een misdrijf te betrekken?
Floris wilde nu wel eens weten wie de onbekende nu eigenlijk was. Deze gaf aan dat hij inderdaad op het punt stond zijn rol duidelijk te maken: hij was de advocaat van Antoine. Hij had er belang bij zijn cliënt uit het huis van bewaring te krijgen en vervolgens ook vrij te laten spreken. Daarvoor had Antoine een alibi nodig: het stel moest bij de politie verklaren dat hun vriend op het moment van de inbraak bij hen thuis was.
Nu viel het kwartje pas echt bij de echtelieden. Zij waren chantabel en moesten meineed plegen om Antoine te helpen, want niemand geloofde toch dat deze man onschuldig was?! Hij was een inbreker, en nu ook bijna een moordenaar!
De politie zou volgens de advocaat binnenkort wel contact met hen opnemen. En als zij niet zouden meewerken, zou Schaapman hun misslagen openbaren. Terzijde merkte hij nog even op dat hij het volledige gesprek met hen op zijn telefoon had opgenomen. Hij kon ermee naar de rechter of naar de pers gaan.
De advocaat zei vervolgens dat de twee maar even over dit voorstel moesten nadenken. Maar hij ging ervan uit dat ze het alibi van Antoine wel zouden gaan bevestigen. Na bedankt te hebben voor de ontvangst, verliet Schaapman daarna de woning van het stel.
Na het vertrek van de onbekende man ontstond een levendige discussie tussen de echtelieden. Moesten ze dan maar meineed plegen? Ze beseften dat het daarbij van belang was om één front te vormen. Gingen Floris en Saskia elkaar bijstaan of niet? Ze hadden elkaar bedrogen, maar nu ook nodig. Wat was de consequentie als zij geen meineed zouden plegen? Als de buitenwereld hun misslagen te weten zou komen, zou dit voor een huwelijkscrisis gaan zorgen. En voor nog wel meer ellende.
Omdat beiden iets op hun kerfstok hadden, werd er ook geconstateerd dat er een basis was om elkaar te vergeven. Dan zou ook het huwelijk in stand kunnen blijven. Maar zouden zij daartoe in staat en bereid zijn?
Er was die avond nog veel ruzie en elkaar de schuld geven. Zou het huwelijksfeest moeten doorgaan? Hun ouders en andere vrienden rekenden erop. En zo ja, hoe zouden zij de afwezigheid van hun vriend Antoine moeten verklaren? Andere tennissers zouden ook tot de aanwezigen behoren.
Floris besloot deze nacht maar even in een hotel te gaan slapen. De volgende dag zouden ze wel verder zien. De afspraak om de volgende avond hun huwelijksfeest te organiseren werd door het stel noch bevestigd noch ingetrokken.
*
Floris was naar een tweedaagse training van zijn werk, met een overnachting in een hotel. De tweede dag was aangebroken; hij werd die ochtend in zijn hotelkamer wakker.
Hij had gedroomd en kon zich nog het een en ander herinneren.
Floris had gedroomd dat Saskia op de tennisclub was en daar Antoine was tegengekomen. Duidelijk was dat deze man bij Saskia opviel zonder daar zichtbaar moeite voor te doen. Antoine was charmant, goed gekleed en had een vanzelfsprekende manier van praten. Hij kon met iedereen overweg en leek bovendien financieel weinig zorgen te hebben. Regelmatig kwam hij bij de tennisclub aan in een opvallend mooie auto.
Het viel op dat Saskia zich anders had gekleed, omdat ze kennelijk wist dat Antoine op de club zou zijn. Ze vond de man van de snelle auto best interessant. Niet alleen omdat hij aantrekkelijk was, maar ook omdat hij aandacht gaf. Wanneer zij iets vertelde, was te zien dat hij werkelijk luisterde. Als Antoine haar iets langer aankeek dan nodig was, voelde ze een spanning die ze niet goed kon plaatsen. Bij deze man voelde Saskia zich jonger en begeerd.
Het was rustig op de club. Wel was er een onbekende man in de nabijheid. Een man die kennelijk bevriend was met Antoine, want de twee begroetten elkaar. Maar was hij lid van de tennisclub? Saskia had hem nooit zien tennissen. Ze besloot hem maar te negeren.
Na afloop van een spelletje tennis stelde Antoine voor ergens anders koffie te gaan drinken.
‘Waarom niet?’ zei Saskia.
Even later in de droom had Saskia Antoine mee naar huis genomen. De twee liepen direct door naar de slaapkamer en doken het echtelijke bed in.
Na afloop van hun vrijpartij ging ineens de deur van Floris’ kleerkast open en stapte de onbekende man uit de kast. Hij moest glimlachen om wat hij voor zich zag. Saskia hoorde dat Antoine hem begroette, en zei tegen hem dat hij daar weg moest gaan. De man liep daarop de slaapkamer uit.
Saskia vertelde Antoine dat het de eerste keer was dat zij Floris bedroog. Ze had het niet kunnen stoppen. Maar hoe moest dit nu verder?
Toen Floris daarna wakker werd, was hij blij dat het maar een droom was geweest. Het eerste wat hij daarna dacht, was: wat was het altijd zo jammer dat hij zich maar een deel van zijn dromen kon herinneren!
Maar al snel begon hij zich af te vragen of hij Antoine eigenlijk wel kon vertrouwen. Was hij er niet te makkelijk in om zijn vrouw met deze man samen tijd door te laten brengen? Hij had toch al eens eerder bepaalde vermoedens gehad?
Floris probeerde het van zich af te zetten. Het was toch maar een droom geweest. Hij had nog een trainingsdag voor de boeg. Daarna zou hij naar huis gaan. Met zijn vrouw was afgesproken om die avond hun komende jubileumfeest te organiseren.
En Saskia dan? Zij werd die ochtend thuis wakker. Ook zij had gedroomd en kon zich nog het een en ander daarvan herinneren.
Saskia had gedroomd dat Floris op de tennisbaan was en dat hij met Antoine had afgesproken. De twee speelden regelmatig samen een balletje en konden het goed met elkaar vinden. Antoine was gemakkelijk in de omgang, geïnteresseerd en geestig. Floris vond hem een van de aardigste mensen die hij op de vereniging had leren kennen.
Op die middag gingen de twee na afloop van een potje tennis samen op het terras zitten. Iets verderop zat een voor Floris onbekende man in maatpak. Antoine en hij bleken elkaar te kennen, want zij begroetten elkaar. Wat deed deze man op het tennispark? Hij was niet de eigenaar, wist Floris. Een administrateur of zo? Maar tennissen kwam hij in ieder geval niet doen.
Het gesprek tussen Floris en Antoine kwam op familie.
‘Jouw schoonouders wonen toch in die grote villa op de Bergweg?’ vroeg Antoine.
Floris trok een gezicht. ‘Ja. Helaas wel.’
Antoine glimlachte. ‘Niet bepaald je favoriete mensen?’
‘Dat kun je wel zeggen.’ Floris vertelde dat de verhouding met zijn schoonouders al vanaf het begin slecht was geweest. Zijn schoonvader had hem nooit goed genoeg gevonden voor zijn dochter. Bij iedere familiebijeenkomst had Floris het gevoel gehad dat hij zich moest bewijzen. Zijn schoonmoeder deed daar nauwelijks voor onder. ‘Ze hebben me nooit geaccepteerd,’ zei hij. ‘Ik kan ze niet uitstaan.’
Antoine vroeg verder, op een rustige toon die nauwelijks als nieuwsgierigheid opviel. Zo kwam ter sprake dat de ouders van Saskia een aanzienlijk vermogen hadden. In hun huis waren schilderijen, antiek, sieraden en andere kostbaarheden aanwezig.
‘Er is daar voor een vermogen in huis,’ zei Floris. ‘En ze zijn er nog trots op ook.’
‘Ze zijn dus goed verzekerd?’ Antoine gooide daarna een bierviltje in de richting van de man in het maatpak, die nog steeds wat verderop zat. De twee zagen dat er een glimlach op zijn gezicht verscheen, maar de man zei niets.
‘Dat neem ik aan’, antwoordde de schoonzoon. Floris negeerde de vreemdeling verder en vertelde waar enkele waardevolle spullen stonden. Hij gaf ook aan wanneer zijn schoonouders gewoonlijk niet thuis waren. Het alarmsysteem kwam ter sprake en ook andere bijzonderheden over het huis.
‘Weet je wat het gekke is?’, zei Floris, ‘Als er morgen bij hen zou worden ingebroken, zou ik daar geen seconde wakker van liggen.’ Floris lachte kort, maar zijn gezicht werd onmiddellijk weer ernstig. Hij haalde zijn schouders op. ‘Ik zou waarschijnlijk denken: eigen schuld.’
Floris begon uit zichzelf voorbeelden te geven van de vernederingen die hij in de loop der jaren had moeten slikken. Hoe zijn schoonvader hem ooit tegenover andere familieleden had laten weten dat hij ‘niet bepaald uit hetzelfde hout was gesneden’. Hoe zijn schoonmoeder bij een verjaardag had laten doorschemeren dat Saskia financieel veel beter af zou zijn geweest met een andere man.
Toen de twee uiteindelijk opstonden, was Floris nog steeds boos. Antoine sloeg vriendschappelijk een arm om zijn schouder. ‘Maak je niet zo druk om die mensen.’
‘Makkelijk gezegd.’
‘Misschien.’
Ze namen afscheid. Beiden stonden van hun stoel op. Floris ging daarna op weg naar de auto en Antoine liep naar de onbekende man in het maatpak en begon met hem te praten.
Daarna was Saskia wakker geworden. Ze wist natuurlijk dat de verhouding tussen Floris en haar ouders niet goed was, en dat dit hen wel eens zou kunnen opbreken, maar zo’n gevolg als in deze droom had ze zich nooit voorgesteld.
Gelukkig was het maar een droom geweest. Maar er ging ook door haar heen dat een mens zich helaas altijd maar een deel van een droom kan herinneren, want zij had het gevoel dat er zich veel meer in de droom had afgespeeld! Zij vroeg zich af wat dat was geweest, maar zij kon er niets extra van terughalen.
Aan het eind van de middag kwam Floris thuis van zijn training. Hij vertelde Saskia hoe het was gegaan. Ze zouden die avond hun jubileumfeest plannen. Los van elkaar was deze afspraak voor beiden aanleiding geweest om de dagen ervoor – omdat Floris op cursus was, waren ze even van elkaar gescheiden - te overdenken hoe het stond met hun huwelijk. Hoe waren die tien jaren verlopen? Waren ze gelukkig samen? Er waren ups en downs geweest, maar welk jong echtpaar had die nu niet? Was er wel reden tot feesten? Beiden hadden zich die ochtend afgevraagd of deze overdenking de reden was geweest dat zij zo’n aparte droom hadden gehad.
Die avond durfden beiden niet over hun droom van die nacht te spreken, laat staan dat zij bij de ander zouden informeren of hetgeen was gedroomd op waarheid zou berusten. Dit risico werd maar niet genomen. Maar beiden wisten ook dat er in het verleden aanwijzingen waren geweest die in de richting van de droominhoud wezen.
Het was tijd om hun huwelijksfeest te gaan plannen. Het ging nu even alleen over het feest; de aandacht moest daartoe beperkt blijven. Zouden beiden erachter staan om ook Antoine voor het feest uit te nodigen? Dat niet doen zou bij de ander en vele andere betrokkenen vragen oproepen!
Maar hun huwelijk zou normaal gesproken langer duren dan dit feest, een stuk langer. Beiden vroegen zich voor zichzelf af of hun samenzijn daarna nog zou standhouden.
Toen rinkelde de telefoon. Er ging even een rilling door beide echtelieden heen.
ITALIË
Hugo en Nicole waren bijna tien jaar getrouwd, toen Nicole op een avond tegen haar echtgenoot zei: ‘Wij hebben eigenlijk nergens ruzie over.’
Hugo keek op van zijn tablet. ‘Dat is toch goed?’
‘Ja,’ zei Nicole. Er was ook niets om ruzie over te maken. Ze hadden geen kinderen, geen grote financiële zorgen en allebei een parttimebaan, die weinig van hen vroeg. Hun huis was ruim, hun tuin verzorgd, de auto was nog geen drie jaar oud. Ze gingen af en toe uit eten en twee keer per jaar op vakantie. Er was niets mis met hun leven.
Hugo en Nicole waren elkaar niet kwijtgeraakt door ruzies, ontrouw of grote teleurstellingen. Ze hadden langzaam aan een vaste plek in een tweerelatie ingenomen. Hugo zat 's avonds vaak in de woonkamer met zijn tablet. Nicole keek in de slaapkamer televisie. In het weekend deden ze boodschappen, ruimden ze het huis op en gingen ze soms ergens koffie drinken. Ze hadden ieder hun eigen bezigheden, maar geen van beiden had iets waar hij of zij werkelijk warm voor liep. Het merkwaardige was dat ze zich daar nauwelijks van bewust waren. Verveling is gemakkelijker te verdragen wanneer je haar geen naam geeft.
Dat veranderde toen ze Louis leerden kennen. Het gebeurde op een regenachtige zaterdagnamiddag in een klein Italiaans restaurant, waar Hugo en Nicole eigenlijk alleen naar binnen waren gegaan, omdat ze ergens wilden schuilen. Ze besloten er maar meteen een hapje te blijven eten. Aan een tafeltje naast hen zat een man van ongeveer hun leeftijd. Hij had een boek voor zich liggen en maakte aantekeningen op een servet.
Nicole keek even mee. ‘Bent u architect?’
De man glimlachte. ‘Nee. Ik heb alleen een afwijking.’
‘Welke mag dat zijn?’
Hij draaide het boek naar haar toe. Het was een boek over Italiaanse architectuur uit de vijftiende en zestiende eeuw. ‘Ik kan een stad niet bezoeken zonder te willen weten wie driehonderd jaar geleden dat ene raam heeft ontworpen.’ De man stelde zich voor als Louis.
Het gesprek duurde uiteindelijk de gehele maaltijd van het stel, bijna twee uur. Louis vertelde over kleine Italiaanse steden waar Hugo en Nicole nog nooit van hadden gehoord. Over palazzi die niet in reisgidsen stonden. Over kloosters, binnenplaatsen, oude pleinen en kerken waarvan de gevels eeuwenlang onveranderd waren gebleven.
Nicole merkte dat Hugo opvallend aandachtig luisterde. Dat alleen al was bijzonder. Het was voor haar aanleiding om Louis bij hen thuis uit te nodigen voor een drankje. Louis had vast nog veel andere interessante weetjes over Italië.
Louis nam het aanbod aan. Hij kwam enige tijd later bij hen thuis. De bezoeker vertelde wederom gepassioneerd over het oude Italië, en de echtelieden hoorden hem opnieuw aandachtig aan.
Na deze hernieuwde ontmoeting begon Hugo boeken over Italië te lezen. Nicole zocht op internet naar plaatsen die Louis beschreef. Het leek alsof er iets nieuws, iets bijzonders in hun huwelijk was binnengekomen. En dat beviel hen allebei.
Het contact met Louis werd gecontinueerd. Er waren nieuwe ontmoetingen. Louis had echter één gewoonte die het stel minder beviel: hij dronk veel. Louis was niet zichtbaar beschonken, niet luidruchtig. Hij kon zich uitstekend gedragen. Maar bij een diner dronk de man gemakkelijk een fles wijn voor zich alleen op. En thuis, vertelde hij, gingen er regelmatig nog enkele glazen achteraan.
‘Dat is toch wel wat veel,’ zei Nicole eens tegen Hugo.
‘Dat gaat ons eigenlijk niets aan.’
‘Nee.’ Ze zweeg even. ‘Maar misschien kunnen we hem helpen.’
Het woord ‘helpen’ was het begin van nieuw gedrag van het echtpaar. Nicole stelde voor samen een maand geen alcohol te drinken. Hugo maakte er een soort weddenschap van. Louis lachte er eerst om, maar deed uiteindelijk mee. Na een paar weken dronk hij inderdaad aanzienlijk minder.
‘Ik voel me beter’, zei hij. ‘Jullie hadden gelijk.’
Die woorden maakten indruk op Hugo. Het was een klein zinnetje, maar in die woorden voelde Hugo wat hij lange tijd niet had gevoeld: iets voor een ander kunnen betekenen. Hij had iemand ergens van afgeholpen.
Nicole voelde iets anders. Louis vertrouwde op haar oordeel. Hij vroeg haar inmiddels wat zij ervan vond als hij een avond met vrienden uitging, hoeveel hij zou drinken en of het verstandig was om een fles wijn in huis te halen.
Aanvankelijk gaf ze gewoon antwoord. Later merkte Nicole dat ze het prettig vond wanneer hij haar advies opvolgde.
Langzaam veranderde er iets. ‘Je moet niet iedere keer meegaan met wat Louis zelf denkt dat goed voor hem is,’ zei Hugo op een avond tegen zijn vrouw.
Nicole keek hem aan. ‘Waarom niet?’
‘Omdat hij blijkbaar niet altijd kan beoordelen wat goed voor hem is.’
Aanvankelijk was de interventie van Nicole en Hugo op alcohol gericht geweest. Louis vertelde dat hij zich beter voelde sinds hij minder dronk. Hij vroeg Hugo soms om advies en Nicole belde hem af en toe om te vragen hoe het ging. Ze waren bezorgd geweest en hadden hem geholpen. Maar hulp heeft een eigenaardige eigenschap: wanneer iemand haar dankbaar aanvaardt, ontstaat gemakkelijk het gevoel dat er een zekere verplichting tegenover moet staan.
Het begon daarna met kleine dingen. Louis vertelde op een avond dat hij een reis naar Italië wilde maken.
‘Alleen?’ vroeg Nicole.
‘Ja. Ik wil een paar weken rondtrekken.’
Hugo keek hem onderzoekend aan. ‘Kun je dat op je werk zomaar regelen?’
‘Ik denk het wel.’
‘Denk je het, of weet je het?’
Louis haalde zijn schouders op. ‘Ik moet het nog vragen.’
‘Dan zou ik dat eerst maar doen,’ zei Hugo. Dat was natuurlijk een goed advies. Zoiets moet men eerst met de werkgever regelen. Een paar weken later kwam het onderwerp opnieuw ter sprake.
‘Ik heb mijn vakantie aangevraagd,’ zei Louis.
Hugo keek op. ‘Voor Italië?’
‘Ja.’
Nicole keek even naar Hugo. Er was iets in haar blik wat Louis niet ontging. ‘Nou,’ zei ze, ‘als jij vindt dat het verstandig is.’
Louis lachte.
‘Waarom zouden jullie dat niet vinden?’
‘Dat zeggen we toch niet?’
Maar vanaf dat moment moest Louis hebben gemerkt dat hun mening voor hem belangrijker was geworden dan hij aanvankelijk dacht. Niet omdat ze hem iets verboden. Ze verboden hem natuurlijk nooit iets. Ze stelden vragen.
De opbloeiende interesse in Italië was bij het echtpaar inmiddels wat naar de achtergrond verschoven. De twee richtten zich steeds meer op het welbevinden van hun vriend Louis. Toen Louis een andere auto wilde kopen, vroeg Hugo hoeveel kilometers hij ermee dacht te rijden. Toen Louis een weekend alleen naar de kust wilde, vroeg Nicole waarom hij daar eigenlijk behoefte aan had. Toen hun vriend vertelde dat hij een nieuw appartement overwoog te kopen, wilde Hugo weten of hij de financiële consequenties wel goed had doorgerekend.
Steeds kwam Louis uiteindelijk tot zijn eigen beslissing. En steeds was die beslissing opvallend vaak dezelfde als die Hugo of Nicole hem had voorgehouden. Dat gaf de echtelieden het gevoel dat zij steeds gelijk hadden.
‘Zie je wel,’ zei Hugo tegen Nicole, nadat Louis had besloten de auto niet te kopen.
‘Hij weet eigenlijk best dat wij gelijk hebben.’
Nicole glimlachte. ‘Dat is misschien ook wel zo, ja.’
Daarna veranderde er iets in de manier waarop de twee hun adviezen gaven. Deze werden dwingender. Het verschil met eerder was klein, maar de betekenis ervan was best groot. Louis begon bovendien uit zichzelf hen om voor van alles toestemming te vragen, zonder het woord toestemming te gebruiken.
‘Ik zat eraan te denken zaterdag naar Amsterdam te gaan. Wat vinden jullie daarvan?’ En ook: ‘Ik heb morgen met die mensen afgesproken. Is dat eigenlijk wel verstandig?’
Soms antwoordde Hugo. Soms Nicole. Soms beiden. En als hun antwoorden uiteenliepen, merkte Louis dat hij zich ongemakkelijk voelde. Dan stelde hij zijn beslissing uit totdat ze het eens waren.
Hulp was een gunst geworden. En een gunst vroeg, hoe onuitgesproken ook, om een tegenprestatie. Toen Hugo Louis op een ochtend hielp met het regelen van een ingewikkelde belastingkwestie, zei Louis: ‘Ik weet niet hoe ik je daarvoor moet bedanken.’
‘Dat hoeft niet,’ antwoordde Hugo. Maar later die week vroeg Hugo hem of hij mee wilde naar een bijeenkomst waar Hugo zelf eigenlijk weinig zin in had.
‘Natuurlijk,’ zei Louis. Hij zei het zo vanzelfsprekend dat het Hugo opviel.
‘Je hoeft niet als je niet wilt.’
‘Nee, maar jij hebt mij ook geholpen.’
Hugo zei niets. Hij merkte dat het hem beviel dat Louis het verband zelf legde.
Een paar weken later gebeurde iets vergelijkbaars met Nicole. Louis had een moeilijke avond gehad en was bij haar langsgekomen. Ze had uren met hem gepraat. Toen hij naar huis ging, zei hij: ‘Je kunt altijd op me rekenen.’
Nicole antwoordde: ‘Dat weet ik.’ En inderdaad: enkele dagen later vroeg ze hem mee naar een afspraak waar ze liever niet alleen naartoe ging. Louis ging mee.
Vanaf dat moment begonnen de wederdiensten talrijk te worden. Geen van beide echtgenoten vroeg iets buitensporigs. Louis moest alleen wat vaker beschikbaar zijn. Hij ging mee als Hugo daarom vroeg. Hij kwam wanneer Nicole hem nodig had. Hij luisterde naar hun ‘adviezen’. Hij legde sommige plannen aan hen voor voordat hij ze uitvoerde. Langzaam ontstond bij Hugo en Nicole de verwachting dat Louis altijd rekening met hen zou houden. En toen Louis dat een keer niet deed, voelden ze zich niet zomaar teleurgesteld. Ze waren geïrriteerd.
Louis had besloten een weekend alleen naar België te gaan. Hij had het pas achteraf verteld.
‘Waarom heb je dat niet eerder gezegd?’ vroeg Nicole.
‘Ik wist niet dat dat moest.’
‘Dat hoeft ook niet,’ zei ze. Haar toon zei echter iets anders.
Hugo keek haar aan en zei: ‘Je had het gewoon even kunnen overleggen.’
Louis zweeg. Er waren geen regels, maar er waren inmiddels wel verwachtingen. En verwachtingen die niet worden uitgesproken, zijn moeilijker te weerleggen dan regels. Je kunt niet zeggen dat je een regel hebt overtreden als niemand je heeft verteld dat die bestaat.
Toen kwam het moment waarop de verhouding nog verder veranderde. Er was geen gesprek geweest waarin ze hadden afgesproken dat Hugo en Nicole voortaan min of meer over Louis' leven zouden ‘meeregeren’. Toch gebeurde het. Het was duidelijk dat het echtpaar macht over hun vriend had gekregen. Niet de spectaculaire macht waarover mensen boeken schrijven. Geen bevelen, geen dreigementen. Het was subtieler; althans het werd subtieler uitgeoefend.
Voor Hugo werd steeds belangrijker dat Louis hem in vanalles bewonderde. Als Hugo iets vertelde over een ingewikkelde kwestie op zijn werk, luisterde Louis aandachtig. Als Hugo hem ergens mee hielp, was hij zichtbaar dankbaar. Dat beviel Hugo.
Nicole wilde iets anders. Zij wilde dat Louis haar nodig had. Niet praktisch, maar emotioneel. Wanneer hij ergens mee zat, wilde ze de eerste zijn die hij belde. Wanneer Louis een beslissing moest nemen, wilde ze dat hij haar mening vroeg. Wanneer haar vriend een slechte dag had, wilde ze degene zijn die hem bijstond.
Hugo en Nicole merkten op zeker moment dat zij in deze behoefte verschilden. En zonder dat ze het uitspraken, begonnen Hugo en Nicole elkaar daarin dwars te zitten.
‘Louis belde mij gisteren,’ zei Hugo eens tijdens het ontbijt.
‘Waarvoor?’
‘Hij wilde weten wat ik van die reis vond.’
Nicole keek hem aan. ‘Hij had mij daar vorige week al naar gevraagd.’
Een stilte. ‘En?’
‘Ik heb hem geadviseerd te gaan.’
‘Dat lijkt me niet verstandig.’
‘Waarom niet?’
‘Omdat hij alleen maar weg wil, omdat hij ontevreden is.’
Nicole glimlachte kort. ‘Dat weet jij blijkbaar beter dan hijzelf.’
Hugo keek haar aan, maar zweeg verder.
Het was een merkwaardig moment. Voor het eerst sinds jaren hadden ze iets om over te strijden. Louis was het onderwerp, maar was hij ook de oorzaak van het conflict? Hij was het speelveld geworden waarop Hugo en Nicole elkaar opnieuw ontdekten.
Maar er was nog iets anders dat langzaam duidelijk werd. Louis bleek niet alleen iemand op wie zij invloed konden uitoefenen. Hij had zelf invloed op hen. Zijn verhalen over Italië werden op den duur toch weer meer een vast onderdeel van hun gesprekken. Louis liet foto's zien van plaatsen waar hij was geweest. Hij vertelde over gevels, kerken en pleinen met een enthousiasme dat Hugo in zekere mate vertederde. Het werkte steeds meer inspirerend op het echtpaar.
De belangstelling voor Italië groeide uit tot iets van hen drieën. Louis merkte het waarschijnlijk eerder dan de anderen. Wanneer hij alleen met Hugo was, praatte Louis anders dan wanneer Nicole erbij was. Met Hugo ging het vaak over gebouwen, geschiedenis en reizen. Met Nicole over mensen, gevoelens en zijn eigen twijfels.
Op een gegeven moment zei Louis tegen Nicole: ‘Jij bent eigenlijk heel anders dan Hugo.’
Nicole glimlachte. ‘Dat weet ik.’
‘Maar juist daardoor vullen jullie elkaar aan.’
Ze antwoordde niet. Want opeens besefte ze dat ze Louis niet meer alleen als haar vriend zag. Hij was ook een concurrent van haar echtgenoot geworden. Die ontdekking maakte haar bang. Ze voelde zich tot Louis aangetrokken.
En toen Hugo enkele dagen later merkte dat Louis vooral met Nicole had gesproken, voelde ook hij iets wat hij niet meteen wilde erkennen: jaloezie. Het was geen aangenaam gevoel. Maar het was wél een gevoel.
Sterker nog: het waren misschien de eerste intense gevoelens die Hugo en Nicole in jaren hadden gehad. Ze begonnen ruzie te maken. Niet over Louis. Ze maakten ruzie over iets onbenulligs, maar beiden wisten waar het werkelijk over ging.
‘Je wilt hem voor jezelf,’ zei Hugo.
Nicole lachte ongelovig. ‘Ben je nu jaloers?’
Hugo zweeg. Daarmee was het antwoord gegeven.
De twee beseften toen dat de wijze waarop zij met hun vriend Louis waren omgegaan, niet de oplossing was voor de leegte die in hun huwelijk was ontstaan. Louis had wel zichtbaar gemaakt wat er al die jaren ontbrak: een doel, een belangstelling ergens voor, iets onverwachts. En misschien vooral: een reden om weer met elkaar over elkaar te praten.
De twee deden dat die avond nog lang over hun relatie. Het besef groeide dat zij zich meer moesten richten op hun eigen welbevinden, en niet op dat van hun vriend. De twee begonnen zich daarnaast te realiseren hoe Louis hun bemoeienissen moest hebben ervaren.
Louis moest zich aanvankelijk, toen hij Nicole en Hugo had leren kennen, prettig hebben gevoeld. Hij had hun bemoeienis waarschijnlijk als belangstelling ervaren, hun adviezen als betrokkenheid, hun aanwezigheid als een uitbreiding van zijn sociale leven. Hij moest zich zelfs hebben afgevraagd waarom hij hen steeds vroeg wat zij van iets vonden, voordat hij daarover zelf een mening had gevormd.
Maar Louis moest meermalen ook hebben gevoeld dat hij iets verkeerd had gedaan. Hij had zijn gedrag aangepast, niet omdat Hugo en Nicole hem daartoe dwongen, maar omdat hij wellicht conflicten wilde vermijden, uit angst hun vriendschap te verliezen.
Louis had zich niet verzet tegen de steeds verdergaande interventie van het bevriende echtpaar. Hij had tenslotte lange tijd alleen geleefd en was gewend geweest zelf alles te beslissen. Nu waren er twee mensen die zich met hem bemoeiden, soms zelfs een beetje hinderlijk veel, maar die tegelijkertijd lieten merken dat zijn leven hen iets kon schelen.
De twee waren blij die avond tot deze nieuwe gedachten te zijn gekomen. Maar Hugo en Nicole hadden zich daarbij niet ook afgevraagd waarom ze nooit met Louis over hun verhouding met hem hadden gesproken. Was dat misschien omdat beiden daarover een gevoel van schaamte hadden?
Maar er volgde wel een ander initiatief. De volgende dag belden Hugo en Nicole met Louis.
‘We hebben een voorstel,’ zei Hugo. ‘We willen naar Italië. We willen dat je meegaat.’
Louis was verrast. Natuurlijk wilde hij meegaan.
En zo gebeurde het. Ze gingen eerst naar Mantua, daarna naar Ferrara en vervolgens naar enkele kleinere plaatsen die Louis zelf had uitgezocht.
Op een warme avond zaten ze met zijn drieën op een klein plein. Louis had een glas wijn voor zich staan. Hij dronk langzaam. Nicole keek ernaar. Ze zei niets. Hugo ook niet. Louis keek van de een naar de ander.
‘Willen jullie niet weten hoeveel ik drink?’
Nicole schudde haar hoofd. ‘Nee.’
‘Weet je dat zeker?’
Hugo glimlachte. ‘We zijn met vakantie.’
Louis nam een slok.
Even later stond hij op om foto's te maken van een oude gevel die door het avondlicht rood kleurde.
Hugo keek hem na. Toen richtte hij zijn blik naar Nicole. Zij keek terug. Er was nog steeds iets tussen hen. Geen grote passie, geen plotselinge romantische herontdekking. Maar iets anders: belangstelling voor elkaar, een beetje jaloezie misschien. En vooral de wetenschap dat hun leven niet noodzakelijkerwijs hoefde te blijven zoals het voor de evaluatie van hun relatie was. Nicole stak haar hand uit en legde die op de zijne. Hugo keek er even naar. Hij liet zijn hand liggen.
‘Zullen we morgen naar Florence gaan?’ vroeg hij.
Nicole glimlachte. ‘Vraag het aan Louis.’
Ze keken allebei naar hun vriend, die inmiddels helemaal verdiept was in een gevelsteen. En voor het eerst vonden ze het niet erg dat hij hen niet hoorde.
VERONDERSTELDE REDDING
Charles, chef van een belangrijke werkunit van een technisch bedrijf, had het dossier op zijn bureau gelegd zonder het open te slaan. Zijn medewerker Cas, die was gevraagd langs te komen, keek ernaar. Daarna richtte hij zijn blik op Charles.
‘Je weet waarom je hier bent’, begon de chef.
‘Ik neem aan dat je me dat gaat vertellen.’
Charles glimlachte niet. ‘Al bijna tien jaar werk je hier. Je weet hoe dit bedrijf met diefstal omgaat.’
Cas zweeg.
‘Er zijn materialen verdwenen, kostbare materialen. Niet één keer, maar verschillende keren. We hebben de voorraadadministratie, camerabeelden en toegangsregistraties naast elkaar gelegd. Uiteindelijk bleef er eigenlijk maar één naam over.’ Charles schoof het dossier een paar centimeter naar voren.
‘Die van jou.’
Cas keek naar het dossier alsof hij er voor het eerst van hoorde.
‘Je begrijpt dat dit ontslag betekent. En aangifte.’
Een stilte volgde.
Toen zei Cas: ‘Misschien kun je dat beter nog even niet doen.’
Charles keek hem onderzoekend aan. ‘Waarom?’
‘Omdat er binnen deze unit iets anders speelt. Iets dat veel groter is.’
‘Wat dan?’ De chef haalde zijn schouders op.
‘We hebben met bedrijfsspionage te maken.’
Charles bleef hem aankijken. ‘Spionage?’
‘Er verdwijnen niet alleen materialen; er verdwijnt informatie. Soms precies op momenten waarop dat niet toevallig kan zijn. En ik denk dat er hier medewerkers zijn die niet alleen voor ons werken.’
‘Voor wie dan?’
‘Onze belangrijkste concurrent.’
Charles leunde achterover. ‘Heb je daar bewijs voor?’
‘Nog onvoldoende. Ik ben bezig.’ En hij vervolgde: ‘Als je me vandaag ontslaat, zal ik niets meer kunnen uitzoeken. Als je me laat blijven, kan ik proberen te achterhalen wie erachter zit.’
Charles keek opnieuw naar het dossier. Hij wist dat hij Cas kon ontslaan en dat hij aangifte kon doen. Maar als Cas gelijk had, kon het negeren van zijn voorstel grotere gevolgen hebben.
‘Voorlopig blijft dit onder ons,’ zei hij.
Cas knikte. ‘En de diefstal?’
Charles tikte met zijn vinger op het dossier. ‘Die zaak blijft even liggen. Je rapporteert alleen aan mij over je bevindingen en spreekt er verder met niemand over’
Cas begreep de boodschap. Hij bleef niet omdat hij was vrijgesproken. Hij bleef omdat Charles iets van hem nodig had.
Cas ging verder met zijn werkzaamheden. Hij had tijdens het gesprek met Charles hoog spel gespeeld. Hij had namelijk geen enkel bewijs van bedrijfsspionage; hij had slechts geruchten gehoord. Er waren collega's die fluisterden dat bepaalde gegevens wel erg snel bij de concurrent terechtkwamen. Er was een merkwaardige belangstelling van iemand van de technische dienst voor projecten waar hij niets mee te maken had. Er waren ook een paar bedrijfsgeheime documenten verdwenen.
Maar zijn gok had gewerkt. Nu moest Cas zorgen dat zijn vermoedens op waarheid waren gebaseerd. Hij begon voorzichtig. Cas observeerde aandachtig en hield bij wie wanneer toegang had tot bepaalde ruimtes. Hij noteerde welke bestanden kort voor belangrijke gebeurtenissen waren geraadpleegd. Cas bewaarde kopieën van interne berichten waarin medewerkers informatie vroegen die ze voor hun functie niet nodig hadden.
Al snel ontdekte Cas iets interessants. Niet één persoon, maar meerdere mensen hadden toegang tot dezelfde informatie. Onder hen was Allard. Dat verbaasde Cas niet helemaal, want hij verdacht Allard ervan hem bij Charles te hebben verraden. Mogelijk had Allard hem bij de ontvreemding op camerabeelden gezien. Misschien had hij de voorraadverschillen ontdekt. Maar Cas besloot later af te rekenen met deze collega. Eerst wilde hij weten hoe een en ander in elkaar zat.
Een paar weken later ontdekte Cas iets dat hem werkelijk schokte. Een bestand met een projectnummer dat alleen door enkele leidinggevenden kon worden geopend, was buiten de normale werktijden geraadpleegd. De toegang liep via een account dat aan Charles was gekoppeld. Cas controleerde het nogmaals. Daarna nog een keer. Hij maakte een kopie van de toegangsregistratie en verstopte die op een plaats waarvan alleen hijzelf het bestaan kende.
Daar bleef het niet bij. Cas ontdekte vervolgens dat een intern rapport over een nieuw materiaal vrijwel identiek terugkwam in een document van de grote concurrent. De formuleringen waren veranderd, maar enkele technische noviteiten waren exact hetzelfde. De informatie kwam van binnenuit. En Charles stond midden in het patroon. Cas voelde eerst verbazing, daarna iets wat bijna opluchting was. Zijn leugen had hem niet alleen in leven gehouden; hij had ook ontdekt dat Charles zelf bij de spionage was betrokken.
Vanaf dat moment veranderde de verhouding tot zijn chef. Tijdens hun wekelijkse gesprekken deed Cas verslag van zijn bevindingen, maar hield hetgeen hij met betrekking tot Charles vond achter.
‘Ik denk dat het iemand uit de technische hoek is,’ zei Cas.
Charles knikte aandachtig. ‘Blijf zoeken.’
Cas gaf steeds een deel van wat hij wist prijs. Het deel dat losstond van Charles. Tegelijkertijd ging hij verder met bewijs tegen zijn chef te verzamelen: toegangsregistraties, kopieën van documenten, tijdstippen van overdrachten en foto's van materiaal dat klaarstond om het bedrijf te verlaten. Cas voelde zich daarenboven steeds zekerder van zijn positie en hij maakte plannen om nog meer waardevolle materialen te ontvreemden. Cas wist door al zijn onderzoek nu nog beter hoe hij dat onopgemerkt kon doen.
Cas had nog geen sluitend bewijs, maar wel genoeg om gevaarlijk voor Charles te worden. Op een zeker moment moest Charles dat hebben opgemerkt. Niet omdat hij Cas op heterdaad betrapte; hij merkte het aan iets eenvoudigs. Een map die altijd op dezelfde plaats had gelegen, stond op een ochtend enkele centimeters verschoven. Charles wist dat Cas degene was die daar regelmatig kwam. Hij deed alsof hij niets had gezien.
Een paar dagen later legde Charles expres een onbelangrijk document in een afgesloten kast. De volgende ochtend was het document verplaatst. Charles wist genoeg. Cas verzamelde ook bewijs over hem.
Vanaf dat moment begon ook Charles zijn eigen dossier aan te leggen. Tegen een medewerker die hij wilde ontslaan, maar in de huidige omstandigheden niet kon ontslaan. Een medewerker die hij juist in de gaten moest houden. Hij bewaarde de camerabeelden van de diefstallen, de voorraadgegevens en de toegangsregistraties. Cas wist het niet. Nog niet. Beiden waren inmiddels elkaars gijzelaar geworden.
Maar er was in het bedrijf nog iets gaande. Iets waarmee Cas en Charles geen rekening hadden gehouden. Steven werkte nog maar kort in de unit. Hij stelde vragen die anderen niet stelden. Waarom kreeg Cas uitzonderingen? Waarom mocht hij blijven, terwijl velen wisten dat er iets met hem aan de hand was? Waarom sprak Charles regelmatig alleen met hem? Steven begon dingen te noteren.
Dat ontdekte Cas bij toeval. Niet in Stevens computer, maar in een gewone agenda die tijdens een vergadering op tafel lag. Data, namen, gebeurtenissen.
Cas vertelde het dezelfde middag aan Charles. ‘Hij is bezig ons te onderzoeken.’
Charles keek hem strak aan. ‘Ons?’
Cas antwoordde niet.
Charles begreep het. Vanaf dat moment leken de twee voor het eerst werkelijk bondgenoten te worden.
‘We moeten zorgen dat hij stopt,’ zei Charles.
‘Hoe?’
Charles zweeg. Ze dachten allebei aan oplossingen die ze niet hardop wilden uitspreken.
Maar daarna meldde Cas nog iets bij Charles dat hij ook had ontdekt. Steven was slim geweest. Hij had zijn verdenkingen niet op één plaats opgeslagen. Hij had documenten achtergelaten bij verschillende personen en digitale kopieën op meerdere plaatsen gezet. Steven had zelfs een bericht opgesteld waarin stond dat bij zijn plotselinge afwezigheid bepaalde informatie automatisch naar anderen zou worden verzonden. Daarmee was hij feitelijk onaantastbaar geworden.
Charles en Cas beseften dat Steven beider positie bedreigde. Het werd tijd volledig te gaan samenwerken en geen kat-en-muisspel meer te spelen. Althans, zo werd door de twee mannen afgesproken. Beiden hadden er belang bij deze persoon het zwijgen op te leggen, maar om verschillende redenen. En ze konden hem niet zomaar laten verdwijnen. De twee gingen uiteen zonder verdere concrete afspraken.
Die avond zat Cas lang alleen in zijn auto. Hij dacht aan de afgelopen maanden. Eerst had hij gestolen. Daarna had hij gelogen om zijn ontslag te voorkomen. Vervolgens was hij bewijs gaan verzamelen, en had hij ontdekt dat zijn chef een veel grotere dief was dan hijzelf. En nu waren er steeds meer mensen die ofwel bij diefstal waren betrokken, ofwel dit aan het onderzoeken waren: Charles, Allard, Steven, hijzelf. Het hele bouwwerk kon ieder moment instorten. Cas besloot dat hij van rol moest veranderen.
De volgende dag sprak hij Steven aan. Hij wilde een ‘eerlijk’ gesprek met zijn collega voeren. Nadat hij onvolledig had geschetst wat er in zijn ogen bij de unit gaande was, en hij had uiteengezet dat hij wist dat ook Steven met onderzoek bezig was, begon hij:
‘Ik denk dat ik weet wie er als hoofdpersoon achter zit.’
Steven keek hem wantrouwend aan. ‘Charles?’
Cas knikte. ‘Ik ben er toevallig achter gekomen, en dat weet onze chef. Maar ik ben bang voor hem; Charles is machtig.’ Cas vertelde Steven dat hij eerder zelf onderzoek had gedaan, en uit angst voor bewijs enkele materialen had veiliggesteld. Dat laatste was een halve waarheid. Hij had inderdaad materiaal meegenomen. Alleen niet om de reden die hij nu vertelde.
‘Charles weet dat ik ze heb.’
Steven luisterde. ‘Waarom vertel je mij dit?’
‘Omdat ik denk dat jij de enige bent die nog iets kan doen. Jouw positie is nog onopgemerkt’
Steven keek hem enige tijd aan. Toen zei hij: ‘Dan blijf jij voorlopig buiten beeld.’
Dat was precies wat Cas wilde horen.
Cas bedacht dat deze opstelling hem van verdenking kon ontslaan, en gokte erop dat Steven zich aan zijn woord zou houden. Maar hij twijfelde of zijn verhaal over het veiligstellen van materialen zou standhouden, mocht Charles worden ontmaskerd. Daar moest hij nog een oplossing voor vinden.
Maar Cas had geluk. Hij kwam Mia in de winkelstraat tegen, een oud-collega die vijf jaar geleden het bedrijf had verlaten. Ze dronken ergens koffie en praatten over het bedrijf.
Mia vertelde op zeker moment uit zichzelf wat er vijf jaar geleden was gebeurd. Hoe Charles zich ernstig seksueel aan haar had opgedrongen. En dat ze daarna ontslag had genomen. Cas keek hiervan op; dat wist hij niet.
‘Ik heb nooit aangifte gedaan,’ zei ze. ‘Ik wilde er alleen maar vanaf.’
Cas zei dat hij het erg naar voor haar vond. Hij vertelde niets over zijn eigen situatie; alleen dat hij momenteel problemen had met Charles. ‘Daar kan ik nog niets over zeggen.’
Mia knikte. Ze wisselden bij het afscheid telefoonnummers uit.
Onderweg naar huis besefte Cas dat hij zojuist belangrijke informatie had gekregen. Informatie die hij in de strijd kon gooien.
Een week later ging Cas naar Charles. ‘Ik stop ermee.’
Charles fronste. ‘Waarmee?’
‘Met het onderzoek.’
‘Dat is geen optie.’
‘Voor mij wel.’
Charles stond op. ‘Jij hebt geen keuze.’ Hij keek Cas scherp aan.
Cas zei rustig: ‘Ik weet van Mia.’
Charles verstarde.
‘Ik weet wat er vijf jaar geleden is gebeurd.’
Er kwam geen antwoord.
‘En ik zie haar nog regelmatig.’ Cas liet de stilte zijn werk doen. ‘Als zij alsnog aangifte wil doen, kan ik haar daarbij helpen. En ik kan ervoor zorgen dat ze daartoe overgaat. Er is ook voldoende steunbewijs van andere vrouwen voorhanden.’ Dat laatste was opnieuw een gok van Cas. Mia had niet over grensoverschrijdend gedrag van Charles naar andere vrouwen gerept.
‘Wat wil je?’
‘Ik wil alleen dat je mij buiten de spionage houdt. Als alles uitkomt, bestaat mijn naam niet.’
Charles wilde iets zeggen. Maar Cas stond op.
Hij zei nog: ‘Jij hebt jouw bewijs tegen mij. Ik heb mijn informatie tegen jou. We weten allebei wat er gebeurt als een van ons begint te praten.’
Cas liep naar de deur. ‘En ik ben klaar met rapporteren. Jij moet het verder maar zelf uitzoeken.’ Toen verliet hij de kamer.
Cas wist niet hoe Charles zou gaan reageren. Maar er gebeurde niets.
Ook over dit gesprek met Charles vertelde Cas niets aan Steven. Hij besloot vervolgens verder initiatief in de spionageactiviteiten – bijvoorbeeld om naar de politie te gaan - aan Steven over te laten, in de hoop en de verwachting dat zijn rol in het geheel uiteindelijk niet naar voren zou komen.
Na enkele weken vond Cas een nieuwe baan. Een betere functie zelfs. Voordat hij vertrok, had hij Charles om een getuigschrift gevraagd. Charles had het geleverd: een uitstekend getuigschrift, bijna overdreven lovend.
Twee maanden later zat Cas 's avonds thuis de krant te lezen. Een groot bericht op een binnenpagina trok zijn aandacht. Het kopte: ‘Uitgebreid onderzoek naar bedrijfsspionage bij groot technisch bedrijf. Vier arrestaties.’
Hij las het bericht. Er was jarenlang vertrouwelijke bedrijfsinformatie doorgespeeld aan een concurrent. De politie had dankzij een klokkenluider vier personen van een werkunit aangehouden. De krant noemde van hen alleen de initialen. Maar hieruit kon Cas gemakkelijk opmaken wie daarmee werden bedoeld: Charles. David. Merel en Allard.
Cas las het bericht nog een keer. Er werd niet gerept over gestolen materialen. Geen woord over de kostbare spullen die in dezelfde periode waren verdwenen.
Cas vouwde de krant dicht. Voor het eerst sinds lange tijd voelde hij zich rustig. Maar hij keek toch nog eens. Toen las hij onderaan het artikel een zin die hij eerder over het hoofd had gezien: ‘Het onderzoek naar de zaak is nog niet afgerond. De politie sluit verdere aanhoudingen niet uit.’
Cas bleef ernaar kijken. Daarna legde hij de krant weg. Bij hem kwam de vraag op die hij zichzelf al maanden stelde: of hij eigenlijk wel de dans was ontsprongen.
De door hem bij zijn vorige werkgever ontvreemde materialen had hij nog steeds niet te gelde durven maken. Maar hij wist ook dat het argument van veiligstellen voor onderzoek inmiddels niet meer als rechtvaardiging gehanteerd zou kunnen worden.
EEN CONFRONTERENDE EXPOSITIE
Van kunstschilder Lucas werd in een museum een overzichtstentoonstelling van zijn werk gehouden. Zijn eerste. Hij bezocht buiten openingstijden zijn eigen expositie. De schilder las op informatiepanelen wat curator en kunstkenners over hem en zijn werk te vertellen hadden.
Er werd gesproken over een ontwikkeling van donker figuratief werk naar een steeds abstracter beeldidioom. Over een voortdurende spanning tussen herkenbaarheid en vervreemding. Over zijn terugkerende motieven van ramen, gesloten deuren, lege stoelen en halfverlichte kamers.
Op een zeker moment voelde Lucas iets in zijn omgeving; hij draaide zich om. Een vrouw stond enkele meters achter hem.
Ze was ouder geworden. Dat was het eerste wat Lucas dacht. Hij herkende de vrouw onmiddellijk.
Ze keek hem aan met een glimlach die hij lange tijd niet had gezien. "Je bent het echt", zei ze.
Lucas keek naar haar. "Lisa?" Hij wilde haar omhelzen, maar aarzelde.
Lisa stapte zelf naar hem toe en legde liefdevol haar hand op zijn arm.
Lucas was onverwacht toch een verdwaalde bezoeker tegengekomen, een oude geliefde. Het werd een emotioneel weerzien. Met Lisa had de schilder een jarenlange geheime verhouding. De kunsthistorici hadden allerlei relaties in zijn leven gereconstrueerd, maar juist deze ontbrak volledig. Men was dus nooit op de hoogte gekomen van deze liefde.
Lisa was naar de tentoonstelling gekomen om te zien of de kunstkenners haar bestaan in het leven van Lucas inmiddels hadden ontdekt. Zij wist natuurlijk dat de schilder hun relatie meermaals in zijn schilderijen had verwerkt.
Na wat te hebben bijgepraat, liepen de twee samen langs de doeken. Lisa kwam erachter dat zij heel andere herinneringen aan de schilder had dan de kunstkenners hadden gereconstrueerd. Lucas moest dit beamen. Hun wandeling langs de schilderijen werd hiermee een botsing tussen de bekende kunstenaar en de mens die hij in werkelijkheid was.
De schilder wist dat één schilderij iets bevatte wat nooit iemand had kunnen verklaren. Hij was benieuwd welke beschrijving bij het werk was aangebracht. De kenners gaven er een symbolische interpretatie aan. Lucas wist echter dat het schilderij in werkelijkheid verband hield met een gebeurtenis die hij altijd verborgen had gehouden. Lisa kende die gebeurtenis en dat verband ook. Sterker nog, zij had er een relatie mee.
Het schilderij toonde een vrouw die bij een raam stond. Haar gezicht was niet zichtbaar. Buiten was een winterlandschap te zien. Bij het schilderij stond aangegeven dat het werk vermoedelijk was ontstaan tijdens een crisis in zijn huwelijk.
Lucas keek naar het doek. "Dat klopt niet. Ik had helemaal geen crisis met mijn vrouw."
Lisa keek ook. "Je had een crisis met mij." En even later: "De kunsthistoricus schrijft dat de vrouw vermoedelijk je echtgenote is."
"Dat is niet mijn vrouw."
"Dat weet ik." Lisa glimlachte. "Ik stond in jouw slaapkamer voor het raam. Het was die middag dat je vrouw niet thuis was."
Lucas zweeg. Hij herinnerde het zich ineens scherp.
De twee moesten constateren dat de tentoonstelling juist dat werk tot een van de centrale meesterwerken van zijn oeuvre had gemaakt.
Waar de catalogus sprak over "de eenzaamheid van de kunstenaar", herinnerde Lisa zich vooral de keren dat Lucas bij haar op de bank in slaap was gevallen. Waar men schreef over zijn "existentiële angst", dacht Lisa aan zijn angst om door zijn vrouw betrapt te worden. Waar een criticus een reeks donkere schilderijen interpreteerde als een uitdrukking van zijn verlangen naar afzondering, wist Lisa dat hij deze had geschilderd in een periode waarin zij juist van hem verlangde dat hij voor haar zou kiezen.
"Ze hebben je heel goed beschreven", zei Lisa. "Maar ik herken je er nauwelijks in."
Lucas keek haar aan. "Ik jou wel."
"Dat hoop ik."
"Jij was degene die mij kende."
Lisa keek opnieuw naar de schilderijen. "Misschien kende ik alleen de man die jij voor mij was."
"Dat was toch ook een deel van mij?"
"Ja." Lisa zweeg even. "Maar misschien was het niet het deel dat je aan de wereld wilde laten zien."
In de volgende zaal hing het schilderij dat Lucas erg graag opnieuw wilde bekijken. Hij wist wat de tekst zou zeggen, maar wilde het toch lezen. Het schilderij had geen titel. Een groot, vrijwel leeg interieur. Een tafel. Een stoel. Een donkere rechthoek in de achterwand. En op de vloer iets dat op een rode doek leek. De curator schreef dat het werk "een indringende meditatie op afwezigheid en verlies" was. De rode vorm werd geïnterpreteerd als een symbolische verwijzing naar geweld, misschien zelfs naar de dood.
Lucas glimlachte bitter. "Ze hebben er werkelijk niets van begrepen."
Lisa keek hem aan. "Vertel."
Hij wees naar de rode vorm. "Dat is geen doek."
"Dat weet ik."
"Het was jouw jas."
Lisa knikte. Het was de avond waarop zij hem had verteld dat ze hem wilde verlaten. Niet omdat ze niet meer van hem hield, maar omdat ze niet langer tweede viool wilde spelen. Ze hadden ruzie gekregen. Lucas had haar tegengehouden toen ze wilde vertrekken. Ze was gevallen. Niet ernstig, maar haar lip was gesprongen. Er was bloed op haar jas gekomen.
Daarna had Lisa hem verlaten. Lucas had die nacht het schilderij gemaakt. Niet als symbolische meditatie op verlies; hij had haar jas geschilderd.
Lisa keek naar het schilderij. "En toch is dit volgens hen een meesterwerk."
"Het centrale werk van mijn hele oeuvre, blijkbaar."
"Dat moet je toch leuk vinden."
Lucas schudde zijn hoofd. "Het vervelende is dat ze het schilderij beter vinden dan ik het ooit heb gevonden."
"Misschien hebben ze er iets in gezien wat jij niet zag."
"Maar iets anders dan wat ik bedoelde."
"Is dat erg?"
Lucas dacht even na. "Dat weet ik niet." Hij wist het toen nog niet, maar die vraag zou hem de rest van zijn bezoek blijven achtervolgen.
Maar de lezer dezes is nog belangrijke informatie onthouden. Dat moet worden rechtgezet. De kunstschilder was bij zijn bezoek aan het museum al overleden. Tien jaar eerder, op negenenzestigjarige leeftijd. Veel te jong natuurlijk. Hoeveel mooi werk had hij daarna nog kunnen vervaardigen?
Zijn overzichtstentoonstelling werd dus postuum gehouden. Van God mocht Lucas deze tentoonstelling bij grote uitzondering in alle stilte in zijn oude gedaante zelf bezoeken. Met een eventueel laat vertrekkende suppoost diende hij geen contact te leggen. Door een hemelse fout was hij toch zijn oude geliefde tegengekomen.
De schilder dacht aanvankelijk dat hij op de tentoonstelling een nog levende Lisa had ontmoet. Gaandeweg bleken kleine details niet te kloppen. Uiteindelijk begreep hij dat zijn vroegere geliefde zelf ook al was overleden. Lucas bracht de dood van hemzelf voorzichtig ter sprake. Lisa gaf echter direct aan dat het haar al lang bekend was dat Lucas niet meer in leven was.
Het was nog niet zo lang geleden dat Lisa was gestorven. Lucas leidde daaruit af dat de twee elkaar mogelijk toch niet toevallig in het museum troffen. De schilder vroeg zich af of hij eigenlijk wel even terug op aarde was gekomen. Of was de tentoonstelling misschien onderdeel van het hiernamaals? Hij kon deze vraag nu niet beantwoorden.
Lucas zette dit maar even van zich af. Zijn vroegere geliefde kon hem vertellen over het leven na zijn dood. Via haar kon hij veel te weten komen over wat er was gebeurd in de bijna tien jaren na zijn overlijden.
De twee vervolgden hun bezichtiging. Van Lisa hoorde Lucas het volgende. Hij was pas na zijn dood echt als kunstschilder doorgebroken. Niet meteen; het had een paar jaar geduurd. Eerst waren er enkele artikelen verschenen. Daarna een grote aankoop door een museum. Vervolgens een retrospectieve in het buitenland. De prijzen van zijn werk waren gestegen. Er waren boeken over hem verschenen.
Toen Lucas van de bezoekersaantallen van deze expositie tot nu toe hoorde, moest hij wel even slikken. Dat waren er veel.
Lisa had in de krant gelezen dat de kinderen van Lucas verwikkeld waren in een ruzie over zijn nalatenschap. Het bleek ook dat ze ieder een ander beeld van hun vader verdedigden. De een zag een liefhebbende vader, de ander een egoïst, een derde een groot kunstenaar die zijn gezin had opgeofferd. Toen Lucas dit hoorde, moest hij beamen dat alle drie gelijk en ongelijk hadden. De schilder besefte dat zelfs zijn kinderen hem nooit als één persoon hadden gekend.
Wat Lucas nog meer vernam, was dat zijn vrouw - de moeder van zijn drie kinderen - vier jaar geleden was overleden. Hij vroeg zich af waarom hij Lisa, en niet haar, op de tentoonstelling tegenkwam. Was dat omdat wat de kunstkenners van zijn echtgenote wisten, klopte? Was dat omdat de rol die zij in zijn kunst had gespeeld bescheiden was geweest? Was het omdat er nu geen lering voor hem inzat?
Wat volgens Lisa ook nog recent in de krant stond vermeld, was dat zijn kinderen een schilderij van hem wilden gaan verkopen. Een werk waarvan zij wisten dat de schilder het zelf nooit wilde afstaan.
De twee gingen op zoek naar het werk. Het bleek inderdaad onderdeel van de expositie te zijn. Lucas wist: op de achterkant van het schilderij stond, onder de oude verfspatten, een datum en een korte zin: “Lisa was here”. Het was de dag waarop Lisa haar echtgenoot had verteld dat ze zwanger was. Niet van hem. Maar dat laatste vertelde zij er niet bij. Lucas wist het wél. Uiteindelijk had ze ervoor gekozen bij haar man te blijven. Niemand had ooit geweten dat Lucas de vader was. Ook het kind niet.
Lisa had Lucas destijds gevraagd de herinnering aan die dag in een schilderij te verbergen. De schilder vond dat een mooi idee en was aan de slag gegaan.
"Als ze het verkopen", zei hij, "kan iemand het doek ooit restaureren. Dan kan de achterkant zichtbaar worden." Lucas keek Lisa aan. "Dan weet waarschijnlijk eindelijk iemand wat jij voor mij betekende."
Lisa schudde haar hoofd. "Misschien is het beter dat sommige dingen verborgen blijven."
De kinderen van Lucas kenden de reden niet dat hij dit schilderij niet wilde verkopen. Lisa had er dus ook belang bij dat het in het bezit van de familie van de schilder bleef. Lucas moest ervaren dat hij hieraan nu niets meer kon doen en maar verder moest afwachten.
God was er inmiddels achter gekomen dat er een hemelse fout was gemaakt. Lucas kreeg door dat het beter was als hij zich verder alleen op zijn werk zou concentreren. Hij moest Lisa laten gaan. Het werd hem toegestaan verder alleen de bezichtiging van zijn tentoonstelling te vervolgen. Opnieuw dacht Lucas: betekent dit dat ik toch even terug ben op aarde? Hij kon het nog steeds niet aantonen.
De twee namen daarom afscheid. Beiden wisten dat het nu echt voor de laatste keer was. Lisa verdween naar een andere zaal en Lucas zag haar niet meer terug.
De schilder vervolgde alleen de tour langs zijn eigen werken. Hij constateerde nogmaals dat kunstkenners spraken over terugkerende motieven, verborgen symboliek en een ontwikkeling in zijn werk die volgens hen evident was. Hij ontdekte opnieuw dat zij samenhang zagen die hij zelf nooit bewust had aangebracht. Langzaam ging hij twijfelen: hebben zij zijn werk beter begrepen dan hijzelf?
Iets anders werd Lucas steeds duidelijker. Na zijn dood hadden kunsthistorici een bepaald verhaal over hem geconstrueerd: een getormenteerde, miskende kunstenaar die zijn tijd ver vooruit was. De schilder wist dat dit grotendeels onzin was. Toen hij de tentoonstelling goed bekeek en hij zich de woorden van Lisa herinnerde, ontdekte hij dat velen - de curator en andere kunstkenners, zijn vrienden, zijn kinderen - inmiddels allemaal hun herinneringen aan dat verhaal hadden aangepast. De mythe had de werkelijkheid ingehaald.
Lucas ontdekte ook dat een werk waarvan hij altijd dacht dat het mislukt was, na zijn dood een van zijn beroemdste schilderijen was geworden. De interpretatie ervan berustte echter op een gebeurtenis die pas ná het schilderen ervan had plaatsgevonden. Daardoor kreeg het schilderij een betekenis die hij onmogelijk bedoeld kon hebben.
De aanleiding was de zelfmoord van een jonge kunstenaar die een aantal jaren tegenover Lucas had gewoond. De jongeman was in het water gesprongen. Een journalist had vervolgens het schilderij met die gebeurtenis verbonden: Lucas zou het hebben geschilderd nadat hij van de zelfmoord had gehoord.
Lucas vroeg zich nu af of een kunstenaar eigenlijk nog wel de eigenaar van de betekenis van zijn werk is.
De schilder liep langs de laatste werken. Lucas had altijd verlangd naar erkenning, en nu ervoer hij dat hij die uiteindelijk overvloedig had gekregen. Maar hij had er eigenlijk niets meer aan. Tegelijkertijd bleek dat de erkenning was gebaseerd op een versie van hemzelf die niet bestond. De belangrijkste vraag in zijn kunstenaarschap werd hiermee: zou hij liever beroemd zijn om een verkeerd begrepen oeuvre, of liever vergeten worden, maar werkelijk begrepen door een klein aantal mensen?
Lucas had veel van dit bezoek geleerd: had hij als levend kunstenaar eigenlijk nog wel zelf kunnen bepalen wat zijn werk voorstelde, of hadden de kunstkenners zijn werk beter begrepen dan hijzelf? Hadden deze “specialisten” als liaisons met het publiek het daarmee bij zijn werk voor het zeggen? Was hijzelf maar een soort onmachtige grondlegger daarvan geweest?
De kunstschilder begon zich af te vragen waarom God hem überhaupt toestemming had gegeven om op zijn overzichtsexpositie te komen kijken. Was het omdat het tien jaar geleden was dat hij was gestorven? Uiteindelijk vermoedde Lucas dat de tentoonstelling geen beloning was, maar een laatste opdracht voor hem: hij moest onder ogen zien dat zijn werk nu van anderen was.
En mogelijk werd Lucas ook gestuurd om te ervaren of hij al dan niet na zijn dood snel vergeten zou zijn. Want bij leven verkondigde hij altijd dat een kunstenaar met zijn werk streeft naar onsterfelijkheid.
Nu hij weer terugdacht aan zijn standpunt betreffende onsterfelijkheid, kwam de vraag bij hem op: wat was eigenlijk het belang van onsterfelijk te zijn? Voor een bij leven vrij onbekende kunstenaar ligt een “naleven” na zijn overlijden voor het grijpen. Omdat hij iets “nalaat”, maakt hij daar kans op. Maar met een beetje pech is zijn aanwezigheid op aarde met zijn laatste adem uitgeblazen. Een doornenkroon op zijn werk!
Lucas overdacht verder: men kan als kunstenaar een beetje onsterfelijk worden. Zijn werk leeft dan wel voort, maar als hij dood is, verandert de wijze waarop mensen naar zijn werk kijken, omdat de wereld in de loop der tijd verandert. Voortleven is als leven: het verandert steeds in de tijd, want leven is veranderen.
Een schilder wordt beïnvloed door de tijd waarin hij leeft. En hij verandert ook als hij ouder wordt. Hij stroomt in zijn tijd mee of hij verzet zich er juist tegen, zodat zijn werk een reactie op de eerdere stroming wordt. Na zijn dood wordt zijn werk – dat wil zeggen: hoe naar zijn werk wordt gekeken - beïnvloed door de tijd. Een overleden kunstenaar heeft geen controle meer over zijn werk. Zou hij daarom na de dood eigenlijk wel willen weten hoe het zijn werk vergaat en hoe de mensen hem zich herinneren?
Lucas overdacht deze laatste vraag goed en begon te geloven: wat hem betrof liever niet. Dit bezoek was boeiend, maar ook confronterend geweest. Maar ook: eens en nooit meer. Lucas was eigenlijk wel blij dat hij niet al tijdens zijn leven een bekend schilder was geworden.
De eerste zonnestralen drongen door de vensters van het museum. Weldra zouden de eerste medewerkers voor de opening arriveren. Voor de kunstschilder was de tijd aangebroken om zijn bezoek te beëindigen.
Lucas keek nog eenmaal om. Hij dacht aan zijn kinderen. Aan zijn vrouw. Aan de schilderijen. Aan Lisa. Misschien was Lisa, zijn grote liefde, de enige die hem werkelijk had gekend. Maar ook dat wist hij niet zeker.
Zijn begeleiding stond reeds klaar om hem terug te vergezellen. Een nieuwe dag brak aan. Voor iedereen behalve voor Lucas en zijn Lisa.