Startpagina‎ > ‎

Nautische afkortingen

            Achter Kaap Kont liggen   -   thuis bij moeders in bed liggen; achter de gebreide broek liggen
            Achtertrossie uitgooien   -   een grote boodschap doen
            Achtervaren  -  het schip bij vertrek missen
            Admiraalsduiven - zeemeeuwen
            Aftoppen  -  het op de juiste hoogte brengen van de lading of ballast in een tank
            Allemanseind  -  eind gevlochten touw aan de scheepsbel
            Ampat   -  vierde stuurman
            Apevuistje  -  knoop als verzwaring van het opgooi-eind van een werplijn
            Asshole  -  kink of knoop in een lijn, die verhindert dat het touw vrij door een oog of  blok loopt
            Azimut  -  door middel van peiling van een hemellichaam bepalen van de kompasfout
            Azijnzuurhoutenkettingkabelopsluitpen  - een pen om de bout van de harpsluiting van een ankerketting te borgen.

            Baal hooi  -  waardeloze vent
            Baantjesgast  -  schepeling die werk verricht dat niet tot het eigenlijke scheepswerk behoort, b.v. timmerman, schrijver,
                                      verpleger, kapper.
            Baas   -   HWTK of baas-timmerman
            Bak   -   dek op het voorschip
            Bakkie zweet/pleur  -  kop thee of koffie
            Baroe   -   groentje/beginneling
            Bikken   -   met hamer of slijptol roestvrij maken van metalen delen
            (een) Blauwe neus halen  -  de poolcirkel passeren
            Blinde klep  -   (1) stalen klep om een kapotte patrijspoort te vervangen,  (2) pannenkoek
            Blindeman  -  helper van de roerganger
            Boeglul  -  de voorste man in een sloep, die de haak moet hanteren
            Bokkepoot  -  zie  Kuttelikker
            Bonded store  -  af te sluiten en te verzegelen ruimte voor sigaretten, drank e.d.
            Bootmansstoeltje  -  een plank aan een spruit, waarmee iemand kan worden opgehezen voor schilder- of
                                              reparatie-werkzaamheden
            Boreas  -  koning van de Poolzee; komt bij het passeren van de poolcirkel aan boord en geeft de jongste officier en
                             matroos opdracht in tropenuniform de panamakluis blauw te schilderen.
            Bosun  -  bootsman
            Bramstaglopers   -   bruine bonen
            Brave zooiensteker  -  een niet-zeeman aan boord van een schip 
            Broek van Bertha  -  (1) verplaatsbare luchtkoker ter verversing van de lucht in het benedenschip, 
                                               (2) een borrel met een beetje citroensap, grenadine en ijsblokjes
            Broodwagen  -  kast over de (nood-)stuurinrichting op het achterschip
            Brug   -   stuurhuis en kaartenkamer
            Butteren   -   het wassen van lading- en ballasttanks

            Campo Allegre  -  Zuidamerikaanse vorm van een centraal,  openlucht bordeel op Curaçao
            Centre castle  -  ruimte op het hoofddek onder het midscheeps dekhuis

            Dekhengst  -  scheldnaam voor dekpersoneel
            Derde wraak  -  derde stuurman
            Dodemanssteek  -  laatste steek bij het innaaien van een lijk in een zeildoekse lijkenzak; de steek gaat door het 
                                            neusschot van het lijk om er voor te zorgen dat het zeil goed aan het lijk bevestigd blijft 
            
Dogsbody 
 -  jongste officier aan boord (is altijd de lul)
            Donderpen  -  bliksemafleider op de kloot van de mast
            Draad   -   radio-officier
            Drijfijs   -   blokjes knolselderij in de snert 

            Grind met specie  -  aardappelpuree met erwten

            Handvat   -   ribkarbonade
            Harderwijker -  iemand die bij voorkeur van een ander drinkt

            Kabel   -   0,1 zeemijl (185 meter)
            Kabelgast  -  een (bevaren ) matroos belast met de uitgifte en berging van touwwerk
            Kanepieper  -  scheldnaam voor de kok
            Keesje  -  leren zandzak aan dunne lijn dat naar de wal wordt gegooid, om daarna dikkere trossen te kunnen overzetten.
            Kloten bikken  -  douchen
            Knippen en scheren  -  schoonmaken van de scheepshuid
            Knoop   -   1 zeemijl per uur (1852 meter)
            Kofferdam  -  ruimte tussen twee dicht opeenliggende waterdichte schotten
            Kojangen  -  slingeren van het schip
            Kommaliewant  -  koppen, schotels, borden, glazen, pannen, potten enz.
            Kortjan  -  matrozenmes
            Kuttelikker  -  ronde teerkwast met een aan het einde gebogen steel òf een soort platte radiatorkwast

            Leraar   -   leerling stuurman
            Loco   -   gek

            Mandieën   -   douchen
            Marconist   -   radio-officier
            Mataglap   -   gek
            Mate   -   stuurman
            Meester   -   WTK (werktuigkundige)
            Memoriaal  -  takenboek voor jonge officieren
            Mogen wij zwijgen?  -  stamppot van gehakt, aardappelen en kropsla
            Muur  -  verschansing   (over de muur = overboord)

            Op je merk liggen   -   genoeg gegeten hebben (Plimsol-merk)
            Opsnit  -  broodbeleg
            Ouwe   -   kapitein

            Pakean - uniform (pakean deftig = nette kleren voor het passagieren)            
            Panamakluis - kluisgat vóór op het dek, waar de trossen door worden geleid. Speciaal voor het Panamakanaal, als het
                                    schip door locomotieven op de wal wordt gejaagd.
            Pikheet   -   koffie drinken, thee drinken
            Pikollen   -   hijsen
            Plat gaan  -  gaan slapen
            Platje  -  platluis*
            Poop   -   dek op het achterschip  (lees poop, spreek uit poep)
            Punten en strepen - doppertjes en worteltjes (denk aan morsetekens)
            Een platje is een hardnekking diertje, waar sommige zeelui na een vluchtig contact aan de wal wel eens mee worden geconfronteerd.   
                   Er zijn drie methoden om er vanaf te komen, nl.
                   1 De aangetaste delen goed inwrijven met liters petroleum
                   2 Een spiegel onder de aangetaste edele delen houden. De platjes denken dan: "Ha, een nieuwe zak!"  en springen op de spiegel, die vervolgens snel over de muur
                      moet worden gegooid.
                   3 Een bak met ijsklontjes onder het klok- en hamerspel houden. De platjes krijgen het dan koud,  gaan met hun poostjes op hun rug kloppen en in hun handen wrijven,
                      waardoor ze geen houvast  meer hebben en inde bak  met ijsklontjes vallen. 
Ook de bak direct over de muur zetten. 

            Raasdonders   -   capucijners
            Riboet   -   ruzie
            Rijsttafel belazer  -  rijst met haché
            Roethaan  -  bijnaam voor een stoker
            Roggebroodmaatschappij  -  K.N.S.M.
            Rotjeknor  -  Rotterdam

            Schavotje  -  dek boven de brug, waar het standaardkompas staat opgesteld
            Schiemanswerk  - het verbinden en bewerken van touw en staaldraad
            Schoot-aan   -   drank rantsoen
            Second   -   tweede stuurman of tweede werktuigkundige
            Sjanghaaien  -  iemand dronken voeren en als bemanningslid aan boord brengen (= ronselen)
            Slijmploeg   -   mensen die verdacht veel kustreizen maken i.p.v. lange reizen
            Sparks   -   radio-officier
            Spijker   -   anker
            Stripper  -  kleine pomp, die de laatste resten uit een tank pompt

            Tampat  -  kooi
            Tiga   -   derde stuurman
            Tjetten   -   verven (van het Maleise tjet = verf)
            Tom Okker Special  -  gehaktbal uit blik
            Tuan Knetterrr   -   radio-officier

            Uiterton  -  aanloopboei van een haven

            Vaam   -   vadem = 6 voet = 1,85 meter
            Vast werken  -  einde van de werkzaamheden (marine)
            Vetloods (vetput, vetkuil)   -   machinekamer
            Vetpieper (vetsmelter)  -  scheldnaam voor de kok
            Vetslof  -  botervlootje
            Vlampijpen   -   macaroni (eigenlijk waterpijpen in een stoomketel)
            Voor de hoeren vlaggen  - de nationale driekleur vóór zonsondergang niet binnenhalen
            Voor en achter   -   meren of ontmeren (= trossen voor en achter vast c.q. los laten maken)
            Vrij zetten  -  iets overboord gooien (over de muur)

            Wacht te kooi  -  a) vrij zijn, geen wacht hebben, b) een weekblad voor zeelieden, dat met de post aan boord kwam
            Walschijter (Walslurp)  -  landrot

            Ziekenpa  -  verpleger
            Zuiderzon  -  12 uur ’s middags
            Zuidoosterzon  -  9 uur ’s morgens
            Zuidwesterzon  -  3 uur ‘s middags
            Zware spier   -   extra zware laadboom
            Zwarte bende  -  douanerecherche
            Zwarte koor  -  de stokers

                                      AFKORTINGEN

            A                     -           aft (achterschip)
            AAT                -           automatisch alarm toestel
            AC                  -           airconditioning
            APK                -           as paardekracht
            ATIS                -           Automatic Transmitter Identification System

            BP                   -           Bollard Pull (trekkracht in tonnen)
            BRT                -           bruto register tonnage (1 reg.ton = 100ft³  = 2,83 m³; inhoud van alle waterdichte ruimten, 
                                                m.u.v. de dubbele bodem)

            CAS                 -           centraal antenne systeem
            CM                  -           compound expansie stoommachine
            COB                -           container, oil, bulk schip
            CPO                 -           chief petty officer;  (Chinese) bootsman

            DWT                -           dead weight tonnage (maximale hoeveelheid “dode” lading)

            EL                    -           echolood
            EPK                 -           effectieve paardekracht
            EU                   -           eenzijdige uitzending (radio)

            F                      -           forward (voorschip)
            FAX                 -           fascimilé (telefax)
            FC                    -           kuststation

            GMDSS            -           global maritime distress safety system
            GMT                -           Greenwich Mean Time
            GPS                 -           global positioning system
            GPT                 -           general purpose tanker (voor het vervoer van allerhande soorten oliën)
            GRT                 -           gross register tonnage

            HWTK             -           hoofdwerktuigkundige

            INMARSAT    -           international marine satellite
            IPK                  -           indicateur paardekracht

            KG                   -           kortegolf (radio)
            KHz                  -          kilohertz
            Kts                   -           knots (zeemijlen per uur)

            LG                             langegolf (radio)
            LT                    -          local time (plaatselijke tijd)
            LW                  -           long waves (radiogolven)

            MG                  -           middengolf (radio)
            MHz                 -           megahertz
            m.s.                  -           motorschip
            MW                 -           medium wave (radiogolven) 

            NA                   -           not available
            NM                  -           nautical mile (zeemijl = 1851,851 meter)*

            De omtrek van de aarde op de evenaar is 40.000 km, dit gedeeld door 2x180 (WL en OL) =  111,111 km = 1 breedtegraad = 60 breedteminuten ofwel 60 zeemijlen. 
                    111,111 : 60 = 1851,851 m = 1 zeemijl. Voorbeeld: Van Hoekvan Holland (52.00NB) naar  Den Helder (53.00NB) is hemelsbreed 111 km = 60 zeemijl.

            NPK                -           normaal paardekracht

            OBO                -           Oil-Bulk-Ore carrier (erts/olietanker)
            OBS                 -           (weer)observatiebericht, weerrapport
            O/G                  -           onder de gage (aankomend matroos)

            P.G.                 -           Perzische Golf
  
           QEM                -           quadruple expansie stoommachine

           
R.A.M.A.C
.     -           Radio Marine Associated Companies
           RCVR              -           receiver ((radio)ontvanger)
           R-H                  -           Radio-Holland
           R/O                  -           radio-officier
           RPK                 -           rem paardekracht
           RZ                   -           richtingzoeker

           SAR                 -           search and rescue (opsporing en redding)
           SATCOM        -          satelliet communicatie
           SATNAV         -           satelliet navigatie
           STM                 -          stuurman
           SW                   -           short waves (radio) / southwest

           TEM                -           triple expansie stoommachine
           TEU                 -           twenty feet equivalent unit

           UHF                 -           ultra high frequency (300-3000 MHz)
           ULCC              -           ultra large crude oil carrier
           UTC                 -           Universal Coordinated Time (= GMT = Z)

           VD                   -           voorlopig diploma of venereal disease
           VDR                -           voyage data recorder (òf Van De Ruit)
           VHF                 -           very high frequency (30-300 MHz)
           VLCC              -           very large crude oil carrier

           WTK                -           werktuigkundige

          Z                      -           = GMT

 

SCHEEPVAART   MAATSCHAPPIJEN

VERKLARING DER AFKORTINGEN
(BENAMINGEN EN BIJNAMEN)

 

            B.P.M.             - Bataafsche Petroleum Maatschappij

                                      Halcyon Lijn 
                                      (Honger Lijn)
            
            H.A.L.
             - Holland Amerika Lijn 
  
                                                    (Groen wit groen, weinig te vreten veel te doen)

            H.S.M.             - Hollandse Stoomboot Maatschappij

            H.V.M.            - Hollandse Vrachtvaart Maatschappij

            H.W.A.L.         - Holland West-Afrika Lijn
                                      (Het Wordt Altijd Laat)
            
            K.H.L.
             - Koninklijke Hollandse Lloyd 
   
                                       
(Klompenlloyd)

            K.J.C.P.L.        - Koninklijke Java-China-Paketvaart Lijnen  
                                        
(zie R.I.L.)

            K.N.S.M.         - Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij
                                      (Roggebrood maatschappij)
                                                   (Kan Niet Slechter Meer ;  Kom Niet Stik Maar)
            
            K.P.M.
             - Koninklijke Paketvaart Maatschappij
            
                           (Kom Pas Morgen; Kipas Pergi Mana (waarheen gaat de schroef))

            K.R.L.              - Koninklijke Rotterdamsche Lloyd

            N.A.S.M.         - Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij (later H.A.L.)
             
                         (Naai Alle Schone Meisjes en omgekeerd Maar Schele Annie Niet)

            NIGOCO         - van Nievelt Goudriaan & Co.

            N.S.U.              - Nederlandse Scheepvaart Unie (later Nedlloyd)

            N.T.P.M.          - Nederlandse Tank- en Paketvaart Maatschappij

                                       Reederij Amsterdam
            
                           (Never come back line ; Reclasseringsmaatschappij)
            
            R.I.L.
               - Royal Interocean Lines (K.J.C.P.L.)
            
                           (Relax ILuxary ; Royal Intercourse Lines)
            
            Shell
                - Shelltankers
                                       (Smoel Houwe ELaten Lullen (stuurlui)),  (Stinkt Hevig ELoopt Lamlendig (werktuigkundigen))

            
S.M.N.
             - Stoomvaart Maatschappij “Nederland” (Heren maatschappij)
           
                           (Sober Maar Netjes), (Semper Mare Navigandum - De zee moet steeds bevaren worden), 
                                      (Selemanja Makan Nasi - Steeds Maar Nasi)
            
            V.N.S.
             - Vereenigde Nederlandsche Scheepvaartmaatschappij
           
                           (Vooral Niet Scheutig  ;  Verrek, Nòg Slechter)
 
                                      Wynne & Barends
           
                           (Water en Brood)