1. Ten 12 uur na Mr. Jones alwaar ik wat bleef praaten tot 2 uur. Toen na Richardson om mijne papieren op de pers te geeven. Van daar na huis, en s’avonds alleen t’huis gebleeven zijnde Mr. en Mrs. G. na Mr. Pye op eene partie at cards waar ik ook versogt was dog bedankt had.
2. Den geheelen dag in huis. S’morgens een brief na C. geschreeven. S’middags met Mr. Kruger gegeeten en s’avonds met Kruger, Dr. Harwood en Kippis gepasseerd.
3. Ten 11 uur na Dr. Morton waar ik omtrent een half uur bleef. Toen na Mr. Woide die niet t’huis was waarna ik de Strand doorgaande Mr. en Mrs. G. in een winkel rencontreerde met welke ik vervolgens na huis wandelde. S’avonds t’huis en ombre gespeelt.
4. T’huis gebleeven tot 5 uur. Toen na Crane Court Fleetstreet alwaar Jones mij versogt had om in de Royal Society te komen, dog door een misverstand wagtte ik in een verkeerd vertrek zo lang tot de vergadering omtrent over was. Ik kwam egter nog omtrent 5 minuten te vooren binnen, dog dit zal ik naderhand hervatten. Ten 7 uur met Jones na zijn huis en daar gesoupeerd tot 10 uur.
5. Ten 12 uur eene visite aan Mr. Collard Secretaris van den Ambassadeur gedaan, wien ik kort daarna binnen komende ook zelfs zag, en van wien ik vriendelijk gerecipieerd wierd. Ten 1 uur met Mr. en Mrs. G. om the British Museum te zien, waartoe wij volgens gebruik 8 dagen te vooren onze naamen hadden op gegeeven en tickets gekreegen hadden. De collectie van allerhande soort van naturalia is hier ongemeen fraaij en in dat pragtige huis heerlijk geplaatst, dog komt mij egter voor bij ’t cabinet van den prins v. Oranje niet te komen. S’avonds met Mr. G. alleen t’huis.
6. Den geheelen dag t’huis behalven een half uurtje voor den eeten wanneer ik met Mr. G. eene party op de billiard ging speelen. Mrs. G. van St. James bij ons gegeeten en den avond at cards gepasseert tot 10 uur.
7. Niet uit geweest zijnde het zo mistig en donker dat wij ten 12 uur met de kaars moesten zitten. S’avonds Dr. Harwood hier geweest volgens gewoonte.
8. Voormiddag t’huis. Ten 4 uur na den Ambassadeur alwaar ik at met Mevr. en Juffr[ouw] Grovestins uit Holland en Mr. Collard. De Graavin die niet al te wel was kwam eerst na ’t eeten in de drawing room te voorschijn. Ik diverteerde mij vrij wel en ging ten 7 uur na huis alwaar ik alleen bleef zijnde Mr. en Mrs. G. uit.
9. Den geheelen dag t’huisgezeeten en met ’t overschrijven etc. van mijne voorreede bezig geweest.
10. T’huis geweest tot 2 uur. Toen met Mr. G. na the House of Commons, alwaar men aan een der leeden kennis hebbende in mag komen om te hooren. Het huis was deezen dag zeer vol, wijl de St. Vincent’s affaires op ’t tapijt zouden gebragt worden. Wij troffen het egter ongelukkig dat de meeste tijd versleeten wierd met het leezen van papieren en brieven over die affaire, zonder eenige debatten van belang hetwelk van 4 tot 8 uur duurde. Van 8 tot 9 evenwel wierd er nog al een hartig woord gesproken voornamentlijk tusschen Col. Barry en Lord North. The House of Commons is de wonderlijkste mixtuur van allerhande slag van menschen die men zig verbeelden kan. Petit maitres, deftige personagies, ongegeneerde Engelsche ronde koppen, alles door malkander; onder welke zo weijnig stilte is dat de Speaker die aan ’t hooger eijnde van ’t vertrek in een gedistingueerden stoel zit genoodzaakt is ieder oogenblik te roepen “Order Gentlemen order, Pray Gentlemen order, one can’t possibly hear Gentlemen” etc. En zo draa begint er niet een te spreeken of er is doorgaans een geroep, voornamentlijk van die geene die van zijn party zijn “Hear him, hear him”. De kamer waar in zij vergaderen is zeer eenvoudig dog netjes. Voor de speaker is een tafel waar voor de 2 Clarks zitten te schrijven en de insignia van de Speaker liggen zijnde een vergulde kroon op een staf. Aan weerskanten en agter de speaker’s stoel zijn 4 reijen opgaande banken, welke egter te weijnig zijn om alle de leeden te bevatten, zo dat ze somtijds verpligt zijn op de gallery, welke langs 3 kanten van ’t vertrek loopt en waar op de vreemde menschen zitten, plaats te neemen. Het was nu beneeden omtrent vol, en voor zo ver ik in’t ruwe tellen kon waaren er ruim 200 leden. Het geheele huis is indien ik mij niet bedrieg over de 300.
11. S’morgens een visite aan Mr. G. in Orchard Street gedaan die niet t’huis was. Van daar na Richardson, White en London koffyhuis. Toen na huis en niet weer uit. S’avonds geombert.
12. Niet uitgeweest maar brieven geschreeven. Voormiddag alleen eene contravisite aan Mr. Yeats gedaan, die niet t’huis was, dog op zijn kamer gebragt wordende vond ik er zijn broer, bij wien ik egter niet bleef.
13. Ten 10 uur met Mr. G. na de city. In passant the foundling Hospital van buiten en op de binnenplaats gezien beneffens verscheijde andere capitaale gebouwen als dat van den Duc of Bedford, the Russian Ambassador in Great Ormondstreet etc. Van daar na Mr. van Effen. Vervolgens wijl Mr. G. eenige andere visites te doen had ging ik na Mr. de la Chaumette en de la Saussaye. Toen weer na Batson om Mr. G. te vinden met wien ik toen na Birch ging om soup te eeten. In dit huis, welk de voornaamste taartwinkel van London is komen dagelijks bij honderden van menschen om ’t een of ander in passant te eeten. Daar is een kamertje apart voor de soup eeters, waar alles extra proper is, men betaalt 8 stuivers voor een bord vol. Men heeft zulke souphuizen op meer plaatsen ook in veel koffyhuisen dog nergens zo goed. Van hier gingen wij na de beurs om Mr. Coldberg te spreeken met wien wij vervolgens na zijn huis gingen en daar wat bleeven praaten. Toen na huis waar wij omtrent 4 uur arriveerden.. S’avonds geombert.
14. S’morgens met Mr. G. in St. George’s chappel in Parkstreet geweest alwaar door eenen Dr. Forrister gepreekt wierd. Na ’t eeten met ons beijden na Dr. Fordyce’s meeting die volgens gewoonte weer een heerlijk preek gaf. Deeze was over de zelfmoord. Ten 5 uur ging ik na Mr. Channing alwaar ik in gezelschap van zijn zoon teedronk tot half 8. Toen na huis waar Dr. Harwood was volgens gewoonte.
15. Ten 9 uur na Dr. Maty gaan dejeuneeren. Ten 10 uur na den Bp of Chester dien ik t’huis vond en met wien en Mrs. Markham en Miss Burt ik nog eens dejeuneerde. Van daar na een party boekverkoopers in the Strand, en vervolgens door Westmunster en de 3 parken na huis gewandelt. Van 2 tot 3 met Mr. G. op de billiards gespeelt. S’avonds Mr. Woide bij ons te visite gehad, die tot 9 uur bleef.
16. Den geheelen dag t’huis en niets bijzonders voorgevallen als de aankomst van 2 Groninger schippers met een gantsche partij nieuws.
17. Ten half 12 na Dukestreet Westmr. Eene visite aan den Bp van Oxford gegeeven, wien ik t'’huis vond en met wien ik een groot half uur alleen passeerde. Van daar heen en weer na Mr. Jones. Vervolgens na huis en met Mr. G. ten 2 uur na the House of Commons, dog alwaar wij niet konden inkomen zijnde het een call of the house. Dit geschied zomtijds eens wanneer alle de leeden man voor man worden opgeroepen, en, in geval er iemand mankeert zend men op zijn kosten een messenger na dat county waarvoor hij zit al weet men dat hij in London is. De reede waarom geene vreemdelingen geadmitteert worden is om te beletten dat zij misschien voor een ander die er niet was, zouden antwoorden. Wij wandelden vervolgens wat door Westmr. tegen over Lambeth ’t paleijs van den Aby of Canterbury, dat hoewel een ouderwetsch gebouw zijnde egter eene grootsche vertooning aan de Theems maakt. Ten 4 uur weer na huis gereeden. S’avonds a l’hombre.
18. Tot 12 uur t’huis. Toen na de city bij Batson om de Holl[andsche] Couranten te leezen. London koffyhuis, Birch etc. Aan Dr. Putman eene visite gegeeven en de boekzaalen gehaald. Ten 3 uur na Mr. la Chaumette alwaar ik at in gezelschap van zijn vrouw en Mr. Durand een Fransch predikant van dezelve kerk. Ten 5 uur daar van daan om te 6 uur in de Royal Society te weezen alwaar ik geintroduceert wierd door Mr. Jones. Maty wiens post ’t is als jongste Secretaris de gezondene brieven en nieuwe stukken op te leezen, las 2 verhandelingen. Eene Astronomische en een over de verbaasende effecter van ’t onweer ergens in the country zijnde een man in zijn bed doodgeslaagen. Voor dien tijd las Morton als oudste secretaris de minuten van de voorige vergadering. En Sir J. Pringle[5] de president deed 2 aanspraaken. Een om den Koning verslag te doen van de manier op welke men eene som gelds die hij voor eenige jaaren aan de society present gedaan had, besteed had en hem daar voor te bedanken. De andere eene bekendmaaking eener resolutie van de council om onder protectie en op kosten der admiraliteijt een schip na de noordpool te zenden. Voor ’t overige bestond het grootste gedeelte van de vergadering in formaliteijten, en gewoone slenders. Vier leeden wierden geballotteerd die hun tijd van 12 sittingen door geproponeerd waren. Een wierd er na dat hij door een lid was voorgesteld direct in the ballot gebragt als zijnde de zoon van een peer, welke dit advantage hebben. De manier op welke vreemdelingen er inkomen is deeze. Voor dat de president in de stoel gaat ontfangt hij een papier waar op alle de naamen van de vreemdelingen te gelijk met de persoonen die dezelve willen introduceeren geschreeven staan. Hij geeft dan doorgaans zijn consent tot derzelver binnenkomst en de clerk komt in de antichamber waar ze allen staan te wagten en leest naam voor naam op. Die ook alle geboekt worden gelijk ik uit de minutes van Morton hoorde. Na ’t eijndigen der vergadering omtrent half 8 bragt Mr. Jones mij in zijn weekelijksche club in Slaughter’s coffeehouse St. Martin’s lane. Wij reeden er met ons 4 heen Jones, Mr. Lytton, Mr. Whytechurch en ik (Mr. Paradice en eenige ander leeden absent zijnde). Hier passeerde ik mijn avond zeer aangenaam tot 11 uur. Wanneer ik in gezelschap van Mr. Lytton na huis reed.
19. Den geheelen dag in huis. S’middags gegeeten met Mr. van Effen en s’avonds kadrielje.
20. Voorm eene visite van Mr. Lytton gehad. T’huis gebleeven tot 6 uur. Toen met Mr. en Mrs. G. na Breslaw’s exibition room. Deeze is een van de beste goochelaars die ik ooit in mijn leeven gezien heb, en heef verscheide kunsten daar ik mij in de wereld geen denkbeeld van kan maaken. Het meest van allen frappeerde mij deeze trek. Hij versogt 2 dames een uur te denken op ’t welk zij wilden opstaan, met de volle permissie van ’t vrij te mogen veranderen. Hij ging in een andere kamer en schreef ’t op. En toen hij weer kwam liet hij zijn brief leezen waar in ’t uur precies gemeld stond. Dog aan de eene dame zeijde hij zij had eerst 5 gedagten had naderhand op ’t uur van 7 gekomen. Dit bekende zij was wezentlijk zo. Hij had verscheijde van die natuur niet minder verwonderlijk.
21. Ten 12 uur na de Kings chapel, alwaar men mij voor een shilling in liet. Daar van daan ten 2 uur na Mr. Channing waar ik ten eeten versogt was. Hier bleef ik tot 4 uur. Wandelde vervolgens eerst na Sommerset garden, in de welke men een uitmuntende gezigt heeft langs de Theems, verder over Westmr. bridge door southwark na de Magdalen Hospital, met intentie om in de chappel te gaan, dog geen ticket hebbende liet men mij niet in. Toen over Blackfriars bridge weer om langs Fleetmarket, Holbourn, Grays Inn lane en verder agterom na de foundling hospital alwaar ik nog even voor het eijnde van de prayers kwam en dus nog het heerlijk musick het welk hier voornamentlijk door vrouwen geexecuteerd word hooren kon. De chappel is bijzonder fraay en zeer groot dog was tot buiten de deur toe vol zo dat ik er met moeite in kon. Ten 7 uur t’huisgekomen en den avond met Dr. Harwood na gewoonte gepasseerd.
22. Den geheelen dag t’huis. Mr. Jones op tee gehad en den avond tot 8 uur met hem in gezelschap van Mr. en Mrs. G. gepasseerd.
23. Den geheelen dag t’huis en een grooten brief aan mijn vader geschreeven. Voorm eene visite van Channing gehad.
24. ` Tot 12 uur t’huis, wanneer Mr. Jones en Mr. [ ] een clergyman uit de country mij kwamen afhaalen om na de Museum te gaan alwaar deeze laatste wat na te zien had. Visites gedaan aan Mr. Lytton, Dr. Morton, Mr. Woide en v. Swinden. Geen van vieren t’huis. Na ’t eeten met Mr. G. na de billiards. S’avonds a l’hombre.
25. Ten 9 uur na de Museum om dienzelven heer van daags te vooren daar te vinden. Ten 11 uur visites gedaan aan Mrs. G. in St. James, Mr. Salgas, Jackson, Cowden, Whytechurch. Van daar na London koffyhuis, Birch, Batson en na Catherine street after de Tower om de Gron[ingsche] schippers te spreeken. Bij Putman de boekzaalen weer gaan brengen en ten 3 uur na Mr. de la Saussage alwaar ik at in gezelschap van zijn vrouw. Mr. Duval, Bouillier, de la Chaumette, de la Douespe, (een clergyman digt bij Maidstone in Kent, en neef van de geweeze haagsche hofprediker) en een ander fransch predikant dien ik niet kende. Ten half 6 daar van daan na de Italiaansche opera. Dit is het divertissement van de mode, en nooit zag ik zulk eene brilliante vergaadering. Zijnde ik geloof ik de eenigste in de boxes en pit die niet in full dress was. Ik moet bekennen de music was mooij genoeg en de zangers excellent, dog mijne verontwaardigings over de verfoejelijke verwijfde stemmen der 2 beste acteurs welke castraaten zijn, was zo groot dat ik bij zulk een haatelijk denkbeeld niet langer kunnende duuren ten 9 uur, toen het omtrent op de helft pas gedaan was, heenging. En bij de spijt van mijne weggesmeetene halve guinea mij ten minsten ’t verdriet van verder ergernis bespaarde. Men heeft hier op ’t tooneel eene zeer vermaarde danseres Mademoiselle Heinel, die zig door veel dansen zekerlijk niet fatigeerd, en egter eene ongelooflijk som gelds krijgt. Men applaudisseerde haar tot walgens toe. En of het kwam dat mij ’t hoofd niet wel stond of gebrek aan smaak. Dog ik kon ’t vrouwmens niet dulden. Ten 9 uur na huis.
26. T’huis gebleeven tot 4 uur. Toen met Mr. G. na de billiard en van daar ten 5 uur na Drurylane om de oratorio van Judas Maccabaeus te hooren. Hier vergoede ik al mijn verdriet van den voorigen avond dubbel en dwars. De 2 Miss Limley uit Bath (zijnde 2 van de beste zangeressen uit Engeland en de mooiste menschen die ik weet van mijn leeven gezien te hebben) Mr. Norris uit Oxford, Mrs. Weichsel en Mr. Barry waren the principal performers, geassisteerd bij eene meenigte van choristers and singing boys en bij het orgel, clawier, pauken, trompetten, waldhoorens en alle soorten van instrumenten. Deeze musiek surpasseert in mijn smaak alles, en niets kan er grootscher nog aandoenlijker bedagt worden dan sulk een oratorie waar in de fraaiste airs door verrukkende stemmen gezongen, direct door een vol chorus met alle de instrumenten vervangen worden, en dat alles met de grootste decentie en eerbied die men zig verbeelden kan. Het word doorgaans met een Hallelujah beslooten, wanneer het geheele huis in eens opstaat dat wezentlijk eene frappante vertooning maakt. Men geeft alle woensdag en vrijdag zo wel in Drurylane als in Covent garden en de Haymarket zulke oratorios geduurende the Lent time. Ten half 10 was ’t gedaan. Toen na huis.
27. Voormiddag een visite van Mr. Sytton gehad, plaatsen gaan bespreeken vor Mr. en Mrs. G. en mij tegen woensdag in de Oratorio. Van daar na St. James koffyhuis. Toen na huis en niet weer uit.
28. Ten half 11 met Mr. G. na Lock Hospital alwaar de chappel altijd gepropt vol is, zijnde de chaplain Dr. Madan een Methodist. Hij preekt er egter niet regulier, gelijk hij nu ook een ander voor hem zond, wiens sermon geheel van de gewoone Engelsche trant afweek, en net even eens was als ’t geen wij in Holland onderscheide preeken noemen komende daarenboven ook in lengte wel overeen, duurende omtrent anderhalf uur. Men zingt in deeze chappel bijzonder fraay. Van daar ten 1 uur na huis. Ten 4 uur na de Foundling Hospital geweest, dog het zingen beviel mij niet zo wel als te vooren. Ten half 7 na huis en met Dr. Harwood gegeeten.
[1] vermoeden van een geleerde vriend
[2] De ergste dag voor een haan is de dag dat zijn voeten gewassen worden, [d.w.z. de dag dat hij geslacht wordt] Vertaling Dr. Jan-Just Witkam
[3] ‘Ali b. al-Hasan al-Bakharzi (†1075) is onder andere de schrijver van de literaire compilatie Dumyat al-Qasr wa-‘Usrat al-‘Asr, waarvan een verkorte versie zich in het bezit van de Leidse Universiteitsbibliotheek bevindt (Or. 773) Vertaling Dr. Jan-Just Witkam
[4] Ik geef niet om de vernedering dat ik uitgezonderd word voor hen of van hen, zelfs als zij uitzonderen in ere. De voet van de kip wordt niet gewassen in ere en het oog van de valk wordt niet genaaid uit vernedering. [De betekenis hiervan is niet geheel duidelijk] Vertaling Dr. Jan-Just Witkam
[5] Sir John Pringle Baronet (1707 – 1782) arts, studeerde medicijnen in Leiden. Kreeg een zeer invloedrijke positie in wetenschappelijke kringen en werd verkozen tot president van de Royal Society.
[6] Richard Watson (1737 – 1816) Regius professor of Divinity 1771
[7] Samuel Hallifax (1733 – 1790) hield beide Arabische professoraten in Cambridge 1768 - 1770
[8] schreef een Arabische grammatica en had een eigen drukkerij te Leiden ten behoeve van zijn Oosterse uitgaven
[9] Daniel Charles Solander (1736- 1782) Zweedse botanist, ontdekt door Linneaus in Upsala en door hem gerecommandeerd aan naturalisten in Engeland, waar hij in 1760 aankwam. Introduceerde het Linneaische systeem in Engeland en werd assitent-bibliothecaris in het British Museum om een catalogus te maken van de natuurwetenschappelijke collectie. Vanaf 1768 nam hij een plaatsvervanger aan, reisde met Sir Joseph Banks mee met Cook’s reis in de Endeavour en naar Ijsland in 1772, in 1773 werd hij conservator van gedrukte werken in het British Museum
[10] Sir Joseph banks (1743 – 1820) president van de Royal Society 1778 – 1820; opgeleid in Harrow, Eton en Christ Church College, Oxford. Vergezelde Cook op zijn reis rond de wereld in de Endeavour (1768-1771) en stelde daar een waardevolle natuurwetenschappelijke verzameling samen, ging in 1772 naar Ijsland.
[11] Everard Scheidius (1742 - ? ) Studeerde in 1763 in Groningen af. Te Leiden was hij ongeveer twee jaar lang huisgenoot van J.J. Schultens, onder wie hij in 1765 in de Godgeleerdheid promoveerd op een dissertatie over het lied van Hiskia. In datzelfde jaar werd hij tot hoogleraar benoemd in Harderwijk. Hij had een eigen drukkerij ten behoeve van zijn Oosterse uitgaven. Hij heeft inderdaad een deel van de spreekwoorden van Meidani uitgegeven te Leiden 1779, Selecta ex sententiis proverbiisque Arab. cum vers. Lat., accedit centuria Proverbiorum Arab. ex Meidanio
[12] Scheidius was van plan de volledige Hariri uit te geven, maar dat is echter niet gebeurd. In de Amsterdamse UB was echter wel een handschrift bestaande uit 32 bladzijden Arabische tekst en afkomstig uit de bibliotheek van Scheidius bekende leerling Willmet, die er de titel voor schreef: Hariri consessus (quinque priores) una cum Praefatione inedita; Arabice. E tribus Codd suis mss prelo paravit, nec tamen edidit E. Scheididus
[13] deze heeft Scheidius wel uitgegeven, Abu Nasri Ismaelis Ebn Hammad Al Gieuharii Farabiensis purioris sermonis Arabici Thesaurus vulgo dictus Sehah sive Lexicon Arabicum. Particula I. E codicibus manuscriptis summa fide edidit ac versione Latina instruxit Everhardus Scheidius. Hard. 1774-'76.
[14] Het slaan van de molen en niet …? Het laatste woord in het arabisch is onleesbaar. Vertaling Dr. Jan-Just Witkam
[15] Kennelijk een betere lezing uit een manuscript. Vertaling Dr. Jan-Just Witkam
[16] Alexander Dow (†1779), historicus en toneelschrijver, werkte om in Bengalen te komen en werd daar secretaris van de Gouverneur, kapitein in de Bengaalse infanterie in 1764, luitenant-colonel in 1769. Vertaalde Ferishta’s Geschiedenis van het Hindoestaans in 1768
[17] De Rozentuin, een werk van Sa’di. Vertaling Dr. Jan-Just Witkam.
[18] Titel van de indische fabelverzameling van Bidai, Kalila en Dimna. Vertaling Dr. Jan-Just Witkam.
[19] Genegeerd door al-Gawhari. Vertaling Dr. Jan-Just Witkam.
[20] al is het Arabisch lidwoord. De hebreeuwse letter h is het lidwoord in het Hebreeuws. In het Arabisch en het Hebreeuws zijn de lidwoorden een soort demonstrativa
[21] Het Arabische woord Sham betekent Syrië. Hier is het abusievelijk voorzien van het Hebreeuwse lidwoord. Al-Sham betekent Syrië, maar wordt voorafgegaan door het correcte Arabische lidwoord. Vertaling Dr. Jan-Just Witkam.