Op het moment dat Schultens naar Engeland reist, bloeit de Oosterse talenstudie daar. Er waren twee leerstoelen Arabisch in Oxford. De oudste leerstoel werd in 1636 ingesteld door Aartsbisschop Laud en de tweede stond bekend als de 'Lord Almoners Professorship of Arabic'. De eerste houder van de Laudian Professorship of Arabic was Edward Pococke. Toen Schultens naar Oxford reisde bekleedde Thomas Hunt de leerstoel. Hij werd in 1774 opgevolgd door Joseph White. Schultens leerde zowel Hunt als White goed kennen tijdens zijn verblijf in Engeland. Zijn tijd in Engeland besteedt Schultens vooral aan het werk van Pococke. Uit diens nagelaten papieren geeft hij een deel van Meidanus Arabische Spreekwoorden uit.
Op wetenschappelijk gebied slaat Hendrik Albert Schultens ten dele een andere richting in dan zijn vader en grootvader. Waar zij beiden de Arabische literatuur vooral uit het oogpunt van linguĂŻstiek bekijken, kiest Hendrik meer voor een literaire benadering. De arabistiek is in Europa lang gezien als hulpwetenschap voor de theologie, die in veel hoger aanzien stond. Hendrik Schultens is een van de eersten die de Arabische literatuur als kunst in eigen rechte ziet. In plaats van de letterlijke vertalingen van zijn vader en grootvader, produceert Hendrik veel minder letterlijke, maar veel elegantere vertalingen. Ook de onderwerpen waar hij zich op richt wijken af. Zo besteedt hij veel tijd aan spreekwoorden, om daarmee ook de kennis over het Arabische volk te vergroten.