Jeffrey's sonnet bestaat uit twee sestetten, gevolgd door een distichon met als rijmschema aabccb ddeffe ge. Het vers is jambisch, 8 lettergrepen per regel. Er is een intern kruisrijm in regel 7 op de tweede lettergreep met het eindrijm van regel 6. Eveneens is er kruisrijm in regel 13 en 14. In regel 13 op de tweede syllabe met het eindrijm van regel 12, In regel 14 op de 2e syllabe met het eindrijm van regel 13.
Volta is optioneel
regels: 6+6+2
schema: aabccb (b)ddeffe (e)g(g)e
metrum: pentameter (8 syllaben)
In Den Haag daar woont een graaf
En zijn zoon heet Jantje
Als je vraagt waar woont je pa
Dan wijst hij met zijn handje
Met zijn vingertje en zijn duim
Op zijn hoed draagt hij een pluim
Aan zijn arm een mandje
Dag mijn lieve Jantje
Kleine Jantje
Het liedje van klein Jantje uit Den Haag
De Ligt vertelt hieronder van die blaag:
“In deze streken woonde eens een graaf
Berucht als vechtersbaas en dwingeland;
Hij huisde in een zeer aanzienlijk pand.
En kreeg een kind, heel mooi maar niet erg braaf.
Hij was puntgaaf, toen hij geboren werd,
Die Jan, heel klein, maar o zo extravert.
Het ventje bleek al snel een slechte vrind,
Verwend tot op het bot, beslist niet lief.
Met in zijn mandje steeds een lasterbrief
Liep hij door ’t donker Haagse Bos gezwind.
Hij was een kind met in zijn hand een korf.
Hij was amorf en werd niet erg bemind.
Met dank aan en hulp van Daan de Ligt
8-8-2104