Zoals reeds eerder gezegd is voor de consument een monopolie minder voordelig. De monopolist kan vrij zijn prijs kiezen zodat hij zijn winst kan maximaliseren. Hierbij moet hij geen rekening houden met de concurrenten.
Bij een oligopolie en monopolistische concurrentie is dit deels ook zo. Ze kunnen hun prijs ook bepalen, maar hebben een minder grote vrijheid dan bij een monopolie.
Als we nu kijken naar welke marktvorm er het voordeligst is voor de producent, kunnen we zeggen dat voor de producent een monopolie het voordeligst is.
Bij deze marktvorm kan hij vrij zijn prijs kiezen en zo zijn winst maximaliseren.
Ondernemingen willen dus een machtige marktpositie in handen krijgen zodat ze de prijs kunnen beïnvloeden. Daarom gaan ze gaan samenwerken. Dit wordt concentratie genoemd.
Door deze concentratie gaan er steeds meer grote bedrijven worden gevormd, wat tot een oligopolie kan leiden. Als verschillende bedrijven uit een oligopolie zouden samenwerken, of één bedrijf zo groot wordt dat de andere uit de markt worden geconcurreerd, kan er een monopolie ontstaan.
We kunnen drie soorten concentratie onderscheiden:
Horizontale concentratie: tijdelijke samenwerking tussen twee of meer bedrijven uit dezelfde sector. Voorbeeld:
alle metaalopkopers werken samen / alle internetproviders
Verticale concentratie: bedrijven worden samengevoegd zodat het ene bedrijf de producten van het andere verwerkt, bedrijven van dezelfde aard samensmelten. Voorbeeld:
metaalopkoper werkt samen met smelterij en gieterij en met fabrikant / internetproviders, samen met portaalsites en websitebeheerders…
Holding: een holding is een vennootschap die door het bezit van aandelen, het beheer van verschillende ondernemingen in handen tracht te krijgen. Het verschil met de voorgaande vormen van concentratie is dat de gecontroleerde bedrijven niet noodzakelijk economische relaties met elkaar hebben. Vaak voor financiële operaties.
Evolutie:
De concentraties zijn hoofdzakelijk na de industriële revolutie (einde 19e eeuw) begonnen en gaan steeds verder. De oorzaken ervan zijn:
— de concurrentiestrijd: deze verplicht de kapitalisten zo goedkoop mogelijk te fabriceren, nl. door massaproductie in enkele bedrijven (leidt tot uitschakeling van handenarbeid, van kleine en middelgrote ondernemingen);
— de technische vernieuwing van de uitrusting vereist enorme kapitaalsbeleggingen: deze worden in enkele productie-eenheden geconcentreerd (= gevolg van de concurrentiestrijd).
Gevolgen van de concentratie:
— de werkgevers worden sterker door hun enorme kapitaalscontrole; tegenover de arbeiders worden zij naamloos; zij zien hun ondernemingen als een financiële en technische opgave en trachten alle problemen in die zin op te lossen;
— samenballing van arbeiders in vaak ellendige woongelegenheden: de arbeiders worden slechts als productiefactoren behandeld, niet als mensen (de ondernemer doet pogingen om dit tegen te gaan met sociale diensten, public relations);
— een nieuw soortig syndicalisme: de samenballing van vele arbeiders in één reuzebedrijf verhoogt de syndicale geest en druk (het klassenbewustzijn wordt verhoogd door de dagelijkse confrontatie tussen bezittende en arbeidende klasse).
(—> economische democratie - monopolie)
De overheid probeert de vorming van monopolies dus te vermijden. Zo proberen ze de consument te beschermen tegen hoge prijzen. Daarom heeft de Europese Unie een anti-trust wetgeving opgemaakt.
De bedoeling van deze wetten is om de concurrentie tussen bedrijven te bevorderen en de samenwerking tussen bedrijven over de prijs of over het verdelen van de markt af te remmen.
De hoofdlijnen van deze wetten kunnen we samenvatten in enkele puntjes:
Ondernemingen mogen geen afspraken maken over de prijzen die worden aangerekend aan de consument; ook mogen ze geen afspraken maken om de markt onder elkaar te verdelen.
Een onderneming met een machtspositie in een bepaalde markt, mag dit niet gebruiken om de andere spelers uit de markt te dringen.
Bijvoorbeeld: NMBS, telefonie, …
Een grote onderneming mag haar kleine afnemers en leveranciers niet uitbuiten. Ze mogen hun gunstrijke onderhandelingspositie niet uitbuiten.
Bijvoorbeeld: Telenet
Iedere fusie of overname tussen grote bedrijven die een machtspositie met zich meebrengt, moet worden goedgekeurd door de Europese Commissie. Als er een te grote machtspositie mee wordt verkregen, kan de Commissie deze verbieden
Als één van deze regels wordt overschreden dan kan de Europese Commissie zware boetes opleggen.