Als jij gaat winkelen met welke elementen ga je allemaal rekening houden bij het besteden van je budget?
Al deze elementen zijn samen te vatten in twee essentiële zaken:
Voorkeur of preferentie
Prijs/budget of beschikbaar inkomen
Na een lange fietstocht heb je grote dorst. Cola en Fanta geven je een bepaalde voldoening, zoals elk goed of elke dienst. In de economie duidt men deze voldoening aan met het begrip ‘nut’.
Elke consument gaat proberen om zoveel mogelijk nut te verkrijgen. Een consument bereikt het meeste nut bij het consumeren van een oneindige hoeveelheid goederen en diensten. Dit kan uiteraard niet omdat het inkomen van de consument dit niet toelaat. Een consument moet immers rekening houden met de beperktheid van zijn budget.
Het is dan ook de bedoeling van elke consument, om binnen de grenzen van zijn budget, zijn persoonlijk nut te maximaliseren.
Wanneer je gekozen hebt voor de Cola of voor de Fanta heb je een preferentie of voorkeur uitgesproken. Het kan ook zijn dat het voor jou niets uitmaakt en dat je geen keuze kan maken tussen twee goederen. In dat geval spreekt men van indifferentie (onverschilligheid).
Bij de keuze tussen een Cola en een Fanta zijn er verschillende antwoorden gegeven. Dit komt omdat nut een subjectief begrip is, d.w.z. dat het nut afhankelijk is van iedere individuele consument.
Het probleem bij de studie van het keuzegedrag van de consument is dat nut geen meetbare grootheid is. Nut heeft gelukkig wel een aantal andere eigenschappen:
Na een lange fietstocht heb je grote dorst. Het eerste glas dat je drinkt smaakt enorm en heeft dus een zeer hoge nuttigheid. Het tweede glas drink je misschien om de smaak, het derde voor de gezelligheid. Het zevende is er misschien zelfs te veel aan en bezorgt je alleen maar een misselijk gevoel. Het tweede, derde en alle volgende glazen geven dus niet meer dezelfde voldoening of nuttigheid als het eerste glas.
De consument kan wel zeggen dat hij een bepaald goed hoger of lager waardeert dan een ander maar het is zeer moeilijk een waarde te kleven op de nuttigheid.
Daarom gaan we nu werken met voorkeuren/preferenties of zogenaamde indifferentiecurven.