In de vorige hoofdstukken hebben we de verschillende elementen van de theorie van het consumentengedrag besproken. Eerst hebben we de preferentie van de consument voorgesteld d.m.v. de indifferentiecurve. Nadien hebben we de inkomensbeperking van de consument voorgesteld door de budgetrechte.
In dit hoofdstuk hebben we de bedoeling na te gaan wat de gevolgen zijn van de gedragstheorie, die inhoudt dat de consument een bepaalde goederencombinatie zal kopen, die hij verkiest boven alle ander mogelijke betaalbare goederencombinaties.
We werken dit uit aan de hand van oefening 6 in onze Excel 6HAN_ALG_ECO_WB_Hfst3.
De rechte XY is de budgetrechte. Uit het consumentengedrag kunnen we afleiden dat de consument een goederencombinatie zal kiezen
- op een indifferentiecurve die het verst van de oorsprong ligt;
- die de consument zich kan veroorloven d.w.z. die in de driehoek OXY ligt. (inclusief de budgetrechte).
De combinaties met het grootste nut liggen op I3. Deze indifferentiecurve is het verst van de oorsprong verwijderd. De koper kan zich echter, rekening houdend met zijn inkomen en de prijzen van de goederen, deze combinaties niet aanschaffen. De consument moet dus een combinatie kiezen op een indifferentiecurve dichter bij de oorsprong.
Combinatie B is mogelijk, maar dan heeft de consument zijn budget niet volledig besteed en bovendien bevatten de combinaties gelegen onder de budgetlijn een kleiner goederenpakket dan de combinaties op de budgetlijn die ook haalbaar zijn.
Bij combinatie C is het budget volledig besteed, maar de consument kan met hetzelfde budget een combinatie bereiken op een hoger gelegen indifferentiecurve (een groter nut), nl. combinatie G op I2.
Combinatie G is de optimale goederencombinatie nl. het is het punt dat het verst van de oorsprong gelegen is en dat toch nog te realiseren is met het gegeven budget.
Grafisch is de optimale goederencombinatie het raakpunt van de budgetlijn met de verst van de oorsprong verwijderde indifferentiecurve.
Synthese
De consument kiest een goederencombinatie die op de hoogste indifferentiecurve ligt en toch haalbaar is met de gegeven prijzen en het gegeven budget.
Grafisch situeert het evenwicht van de consument zich in dat punt waar de budgetlijn een raakpunt vormt met de verst van de oorsprong verwijderde indifferentiecurve.