Op basis van de oefeningen en berekeningen die we tijdens de vorige hoofdstukken hebben gedaan, kunnen we nu een vraagcurve afleiden. Hoe dat in zijn werk gaat, zullen we leren aan de hand van een voorbeeld:
Tim houdt van muziek en van basket. Hij leest het tijdschrift "Music" en volgt nu en dan een basketbalmatch. Hij verwent zichzelf af en toe en trekt dan een budget van 30,00 EUR uit voor zijn hobby's. De prijs van het tijdschrift is 3,75 EUR (Py) en de prijs van een match bedraagt 5,00 EUR (Px).
Ga naar smartschool > vakken > Boekhouden en Economie (Goens) > Documenten > 6HAN_ALG_ECO_WB_Hfst3 en maak oefening 13.
Nadien gaan we een stapje verder via het maken van oefening 14.
Conclusie
Als de prijs stijgt, daalt de gevraagde hoeveelheid.
Als de prijs daalt, stijgt de gevraagde hoeveelheid.
Een wijziging van de prijs veroorzaakt een wijziging van de gevraagde hoeveelheid of een beweging langsheen de curve.
Echter als het inkomen stijgt (daalt), zal de vraagcurve de volgende verschuiving kennen voor
gewone goederen : naar rechts (links);
inferieure goederen : naar links (rechts):
neutrale goederen : geen.
Tim heeft een nieuwe rage ontdekt: surfen. Wat gebeurt er met de curve van Tims vraag naar tickets voor basketmatchen?
De vraag is in realiteit afhankelijk van subjectieve factoren zoals de reclame, de marketing, de modetrend, demografische factoren, voorkeurwijziging van de verbruiker enz...
Op zoek naar nieuwe afzetmogelijkheden ontsnapt bijvoorbeeld de wasmiddelenindustrie schijnbaar niet aan de miniaturisatie.
Van het gewone waspoeder, die wit wast, naar het krachtigere compactpoeder, die witter wast, naar de maxiparels, die parelwit wassen. Morgen volstaat misschien één "megaparel"!
De slanke lijn en het ideaalbeeld doen een mini-calorie-rage ontstaan, zoals blijkt uit het op de markt brengen van "magere" producten.
De vooruitgang van de techniek, handig verpakt door de marketingdeskundigen en kleurvol aangeprezen in de reclameboodschappen via dagbladen, tijdschriften en tv-spotjes, veroorzaakt veranderingen in de voorkeur van de verbruikers.
De samenstelling van de bevolking speelt een determinerende rol voor de marktvraag.
Onderzoeken naar het uitgavenpatroon van minderjarigen, actieve volwassenen en gepensioneerde 55-plussers geeft de industrie en de handel de mogelijkheid in te spelen op de behoeften en de behoeftebevredigingsmiddelen.
Zo zijn bv. jongeren én gepensioneerden meer gericht op uitgaven, terwijl actieve werknemers volop met uitgaven remmende afbetalingen zitten.
Synthese
De individuele vraag wordt bepaald door objectieve en subjectieve factoren.
1. objectieve factoren
a. De prijs van het goed of van de dienst en de prijzen van de andere goederen en diensten
Bij gelijkblijvend inkomen veroorzaken veranderingen in de prijs veranderingen in de gevraagde hoeveelheid.
b. Het inkomen van de verbruiker
Bij gelijkblijvende prijzen van de goederen en diensten veroorzaken veranderingen in het inkomen verschuivingen in de vraagcurve naar links of rechts afhankelijk van het soort goederen.
2. subjectieve factoren
Het preferentieschema van de verbruiker en het gedrag van de overige verbruikers, zoals de levensstijl, demografische en conjuncturele factoren veroorzaken verschuivingen naar links of rechts.
Ga naar smartschool > vakken > Boekhouden en Economie (Goens) > Documenten > 6HAN_ALG_ECO_WB_Hfst3 en maak oefening 15.