Jacob heeft een koffieplantage in Brazilië. Onafhankelijk van de hoeveelheid die hij naar de markt brengt, toch zal hij telkens 0,75 EUR per kilo ontvangen. Hij kan de prijs dus niet beïnvloeden, hij kan enkel bepalen hoeveel kilo koffie hij zal verkopen.
De opbrengst van Jacob is afhankelijk van het aantal kilo koffiebonen dat hij verkoopt. Hij kan zijn opbrengsten verhogen door meer te produceren en te verkopen.
De totale opbrengsten TO is het aantal verkochte producten vermenigvuldigd met de prijs; het zijn dus de ontvangsten van de verkopen.
TO = prijs x verkochte hoeveelheid = p x q.
Jacob is gebonden aan de geldende marktprijs van koffiebonen. Als hij meer dan 0,75 EUR per kilo zou vragen, zou hij niets verkopen. De groothandelaars zouden bij zijn concurrenten gaan kopen. Jacob kan alleen zijn hoeveelheid aanpassen: hij zou enkel kunnen verkopen als de prijs hoog is en wachten met verkopen indien de prijs laag is.
Bekijk in de onderstaande grafiek het verloop van de totale opbrengsten TO van Jacob.
We stellen vast dat TO evenredig stijgt met de hoeveelheid.
Analoog aan de kosten kunnen we ook de gemiddelde en de marginale opbrengsten berekenen.
De gemiddelde opbrengst GO is de opbrengst per eenheid product bij een bepaalde hoeveelheid.
GO = TO / q
De marginale opbrengst MO is de bijkomende opbrengst door de verkoop van één extra product.
Ga naar 6HAN_ALG_ECO_WB_Hfst4 oefening 13.
Bij gelijkblijvende prijs is GO constant en altijd gelijk aan de prijs. MO is ook constant en gelijk aan de gemiddelde opbrengst.
GO = MO = P
Ga naar 6HAN_ALG_ECO_WB_Hfst4 oefening 14.