In zijn streven naar maximale behoeftebevrediging zal de consument steeds trachten de indifferentiecurve te bereiken die het verst van de oorsprong verwijderd ligt. Hierbij is hij echter beperkt door het feit dat wanneer hij goederen koopt, hij er een prijs zal voor moeten betalen en dat hem slechts een beperkt inkomen ter beschikking staat.
We gaan ervan uit dat de consument zijn gehele inkomen aan consumptie uitgeeft en dus niet spaart.
Voorbeeld 1
Tim krijgt 40,00 EUR om een pak wafels en een fles drank te kopen. Een pak wafels en een fles drank kosten elk 10,00 EUR.
Welke goederencombinaties kan Tim kopen?
Oplossing
De twee uitersten zijn: Tim heeft dorst en koopt enkel een fles drank of Tim heeft honger en koopt enkel een pak wafels.
Andere combinatiemogelijkheden zullen we uitwerken in onze Excel 6HAN_ALG_ECO_WB_Hfst3 (Oefening 4)
De lijn op de grafiek noemen we de budgetlijn. Ze stelt de verschillende combinaties van twee goederen voor die de consument met eenzelfde bedrag (budget) kan kopen.
Punten boven de budgetlijn stellen goederencombinaties voor die niet haalbaar zijn, bv. het punt (2,3).
Punten onder de budgetlijn stellen goederencombinaties voor waarbij men spaart, bv. het punt (1,1).
Dit heeft tot gevolg dat wanneer de kosten van een goederencombinatie groter zijn dan het budget van de consument, hij die goederencombinatie niet kan kopen. Dus een consument wordt beperkt door zijn budget.
Wanneer de consument zijn gehele inkomen besteed aan goed 1, dan kan hij y/p2 eenheden van dit goed aankopen, en niets van goed 2. Deze combinatie wordt in de onderstaande grafiek voorgesteld als punt A. Op analoge manier kan het punt B afgeleid worden. Hierbij besteedt de consument zijn gehele inkomen aan goed 2.
Voorbeeld:
Prijs goed 1= 6 €; prijs goed 2= 12 €; budget of inkomen= 60 €.
De budgetrechte of budgetlijn geeft aan welke combinaties van 2 goederen de consument kan kopen, gegeven zijn inkomen en de prijzen van de 2 goederen.
De budgetrechte AB verbindt alle punten die goederencombinaties voorstellen, waarvoor geldt dat de kostprijs exact gelijk is aan het inkomen van de consument.
In het punt C bijvoorbeeld worden 6 eenheden van goed 1 geconsumeerd en 2 eenheden van goed 2. Het punt C ligt op die rechte, want 6 x 6 € + 2 x 12 € = 60 €. Ook de goederencombinatie 2 eenheden van goed 1 en 4 eenheden van goed 2, benut het volledig beschikbaar inkomen.
Alle combinaties die behoren tot de driehoek OAB zijn combinaties die de consument zich kan veroorloven. Als het gaat om een combinatie die niet op de budgetrechte ligt, maar wel behoort tot de driehoek OAB, dan zal de consument zijn budget niet volledig besteden en nog een deel van het inkomen sparen.
Alle combinaties rechts van de budgetrechte zijn goederencombinaties die de consument zich niet meer kan veroorloven.
Oefeningen:
Ga naar smartschool > Vakken > Boekhouden en Economie (Goens) > Documenten > Open het Excel document 6HAN_ALG_ECO_WB_Hfst3. Maak hier de oefening 5.