Tim zit in het zesde middelbaar. Hij heeft een vakantiejob gedaan en beschikt over 125,00 EUR extra zakgeld. Van zijn ouders mag hij hiermee kopen wat hij wil. Zijn verlanglijstje ziet eruit als volgt:
a. een cd van 20,00 EUR
b. een computerspel van 75,00 EUR
c. een trainingspak van 75,00 EUR
d. een uurwerk van 50,00 EUR
Tim stelt vast dat hij met zijn 125,00 EUR niet toekomt om al zijn behoeften te bevredigen.
Een behoefte is het aanvoelen van een tekort en het verlangen deze te “bevredigen”.
De mens is bereid inspanningen te doen en offers te brengen om die haast oneindige reeks behoeften te bevredigen. Daarom gaan de mensen werken. Nochtans is het loon beperkt, waardoor de mens zijn talrijke behoeften niet gelijktijdig kan bevredigen.
Het is duidelijk dat Tim met 125,00 EUR niet alles kan kopen wat hij wil. Zijn behoeften zijn groter dan zijn middelen. Dit verschijnsel noemt men in de economie: het schaarste probleem.
Opmerking: voor economisten wordt het begrip 'schaarste' altijd verbonden aan 'talrijke behoeften'. Een goed of dienst is schaars omdat de behoeften groot zijn. In die zin mag schaarste niet verward worden met zeldzaamheid.
Tim zal voor zichzelf moeten uitmaken welke behoeften dringender zijn dan andere. Hij zal als het ware een rangorde moeten opstellen in functie van de nuttigheid. De keuze die Tim zal maken, is een subjectieve keuze. Tim streeft hierbij naar een maximale bevrediging van zijn behoeften. Zoals uit ’t voorgaande blijkt, zullen de volgende elementen zullen zijn keuze bepalen : nut, prijs, inkomen.
Ieder mens tracht tot een toestand van welvaart te komen. Dit is een toestand waarbij een zeker evenwicht bestaat tussen behoeften en middelen.
Hoe dan ook, iedereen komt in zijn welvaartsstreven voor de volgende feiten te staan:
a. er zijn veel en velerlei soorten behoeften;
b. er zijn meer en minder dringende behoeften, waarin ieder voor zichzelf een rangorde moet opstellen;
c. de bevredigingsmiddelen zijn schaars.
Hierin ligt de kern van ieders economisch probleem: met een beperkte hoeveelheid goederen en diensten een zo groot mogelijke welvaart bereiken.
Om hiertoe te geraken maakt iedereen bewust of onbewust een keuze: welke behoeften zal ik bij voorkeur voldoen, en hoeveel van mijn schaarse middelen zal ik aan elke behoefte besteden?