Een dagboek is een persoonlijke, reflectieve tekst. Je schrijft niet alleen wat er is gebeurd, maar vooral wat je erbij voelde en wat je ervan vond.
Zorg dat de examinator in één oogopslag ziet dat dit een dagboek is:
Datum & Locatie: Rechts- of linksbovenaan (bijv. Brussel, 24 maart 2026).
Aanhef: Gebruik altijd een informele opening zoals: "Lief dagboek," of "Beste dagboek,".
Afsluiting: Eindig met een persoonlijke groet zoals: "Tot morgen,", "Slaap lekker," of gewoon je voornaam.
Witregels: Gebruik duidelijke alinea's om verschillende gedachten of gebeurtenissen te scheiden.
Om hoog te scoren op Criterium A (Taal) en B (Boodschap), moet je deze elementen verwerken:
Persoonlijk voornaamwoord
Schrijf altijd in de ik-vorm.
Tijdsvormen
Gebruik de verleden tijd voor gebeurtenissen en de tegenwoordige tijd voor je huidige gevoelens.
Emoties & Reflectie
Beschrijf gevoelens. Niet alleen: "Ik ging naar school," maar: "Ik was zo zenuwachtig voor die presentatie dat ik nauwelijks kon ontbijten."
Retorische vragen
Stel vragen aan jezelf: "Waarom heb ik dat eigenlijk gezegd?" of "Zal het morgen beter gaan?"
Informele taal
Gebruik uitroepen ("Wauw!", "Eindelijk!", "Helaas...") en informele verbindingswoorden ("En dan nog iets...", "Trouwens...").
De Opening: Begin met een korte samenvatting van je dag of je overheersende gevoel.
Voorbeeld: "Vandaag was echt een dag om snel te vergeten..."
De Kern: Beschrijf de belangrijkste gebeurtenis die in de examenvraag staat. Focus op de details die indruk op je maakten.
De Reflectie: Wat heb je geleerd? Wat ga je anders doen?
Voorbeeld: "Achteraf gezien had ik naar mijn mentor moeten luisteren."
De Toekomstblik: Kijk vooruit naar morgen of de volgende week.
Voorbeeld: "Ik hoop dat ik morgen eindelijk het goede nieuws krijg."
[ ] Heb ik een datum en aanhef gebruikt?
[ ] Is de toon informeel en persoonlijk (geen zakelijk rapport)?
[ ] Heb ik zowel feiten als gevoelens beschreven?
[ ] Heb ik afgesloten met een korte groet of mijn naam?
[ ] Heb ik voldaan aan het gevraagde aantal woorden (SL: 250-400 / HL: 450-600)?
Tip van de docent: Gebruik subjectieve bijvoeglijke naamwoorden zoals frustrerend, fantastisch, vermoeiend of onvergetelijk om je tekst kleur te geven.